Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ8860

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
20-02-2007
Zaaknummer
79520 / KG ZA 06-385
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. De Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân heeft bij de aanbesteding van de WMO-hulpmiddelen op diverse punten in strijd gehandeld met het daarbij te hanteren transparantiebeginsel. Zo zijn de gunningscriteria niet uitputtend in het bestek vermeld op een zodanige wijze dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze criteria op dezelfde wijze te interpreteren, zijn de gunningscriteria tussentijds gewijzigd en de afgewezen inschrijver niet in kennis te stellen van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijvingen. In kort geding wordt daarom geoordeeld dat de lopende aanbestedingsprocedure gestaakt moet worden en de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed.

Wetsverwijzingen
Wet maatschappelijke ondersteuning
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2007/13
GJ 2007/54 met annotatie van M.F. van der Mersch onder «GJ» 2007/55
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 79520 / KG ZA 06-385

Vonnis in kort geding van 16 februari 2007

in de zaak van

1. de besloten vennootschap

LAMMERT DE VRIES REVALIDATIETECHNIEK B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

en de aan de zijde van eiseres gevoegde partijen

2. de besloten vennootschap HULPMIDDELENCENTRUM FRYSLÂN B.V.,

gevestigd te Burgum,

en

3. de vennootschap onder firma DE COMBINATIE LAMMERT DE VRIES REVALIDATIETECHNIEK B.V. EN HULPMIDDELENCENTRUM FRIESLAND B.V.

gevestigd te Leeuwarden/Burgum

procureur mr. J.B. Dijkema,

advocaat mr. E.F.A. Dams te Groningen,

tegen

de rechtspersoon in de zin van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen

DIENST SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID NOARDWEST FRYSLÂN,

gevestigd te Franeker,

gedaagde,

advocaat mr. G. Verberne te Amsterdam.

Eiseres en de aan haar zijde gevoegde partijen zullen hierna ook wel Lammert de Vries (enkelvoud) genoemd worden, en gedaagde zal hierna de Dienst worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling van 14 december 2006

- de incidentele conclusie tot voeging

- de pleitnota van Lammert de Vries

- de pleitnota van de Dienst

- de repliek van Lammert de Vries

- de dupliek van de Dienst

- het faxbericht van Lammert de Vries van 29 januari 2007

- het faxbericht van de Dienst van 30 januari 2007

1.2. Partijen hebben producties overgelegd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Dienst is een gemeenschappelijke regeling waarbij acht gemeenten in het noordwesten van Fryslân zijn aangesloten, te weten het Bildt, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Leeuwarderadeel, Menaldumadeel, Terschelling en Vlieland, met in totaal ruim 90.000 inwoners. De gemeenten hebben de Dienst opdracht gegeven om de prestatievelden 5 en 6 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in te vullen en uit te voeren. De Dienst verzorgt namens de acht gemeenten de aanbesteding van de WMO-hulpmiddelen.

2.2. De Dienst heeft een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor de uitvoering van een opdracht tot levering (huur en koop) en onderhoud van WMO-hulpmiddelen. Het bestek van deze aanbesteding is op de website van de Dienst aan geïnteresseerden ter beschikking gesteld.

2.3. Ingediende inschrijvingen zijn eerst gecontroleerd op het voldoen aan formele eisen en vervolgens op het voldoen aan selectiecriteria, zoals die zijn bepaald in hoofdstuk 3 van het bestek. Hoofdstuk 2 (onder 2.12) vermeldt dat de gunning plaatsvindt door de schriftelijke bekendmaking van dit voornemen aan de afgewezen gegadigden, en dat de gunning wordt uitgesproken onder de voorwaarde dat er binnen een periode van 15 dagen na dagtekening van de gunningsbrief geen civiel kort geding is aangespannen tegen de gunningbeslissing.

(sub)gunningscriteria en wegingsfactoren

2.4. In het bestek is bepaald dat alleen offertes die voldoen aan de selectiecriteria vervolgens inhoudelijk worden beoordeeld aan de hand van de (hierna te melden) gunningscritera, en dat de keuze wordt gemaakt op basis van de economisch meest voordelige inschrijving. Het bestek meldt dat daarnaast geldt dat alleen offertes die volledig voldoen aan de eisen als opgenomen in de conformiteitentabel van bijlage 2 bij het bestek voor een inhoudelijke beoordeling in aanmerking komen.

2.5. In het bestek zijn drie gunningscriteria opgenomen, te weten "prijs" en "werkwijze en communicatie" ieder met wegingsfactor 50%. Als gunningscriterium 3 is in het bestek opgenomen dat het mogelijk is "voorbehouden en alternatieven op conformiteitentabel" (bijlage 2) aan te bieden, voor welke varianten als wegingsfactor is opgenomen "waardering af te trekken c.q. op te tellen bij gewogen puntentotaal van de eerste 2 gunningscriteria".

2.6. Het bestek omschrijft (in de derde alinea van bijlage 8) dat de offertes door meerdere medewerkers van de Dienst worden beoordeeld en dat scores worden toegekend volgens het rapportcijfersysteem, waarbij het cijfer 10 de best mogelijke score is.

In bijlage 8 van het bestek (ook wel het beoordelingsprotocol) is onder 8.3. een overzicht opgenomen van de vastgestelde (3) gunningscriteria en is vermeld welke subcriteria per gunningscriterium worden onderkend en welke wegingsfactoren daar aan zijn gekoppeld. Daar staat ook dat het totaal aantal te behalen punten voor de prijs (gunningscriterium 1) en werkwijze & communicatie (gunningscriterium 2) 200 punten bedraagt, en dat bij de variant (gunningscriterium 3) maximaal 30 maluspunten zijn toe te kennen danwel 30 bonuspunten. Deze malus/bonuspunten worden afgetrokken dan wel opgeteld bij het totaal van de gunningscriteria 1 en 2.

2.7. gunningscriterium 1: prijs

2.7.1. bestek

2.7.1.1. Volgens het beoordelingsprotocol onder 8.3. wordt de prijs beoordeeld op basis van een tabel (hierna: tabel1) met de volgende onderdelen:

a) De gewogen gemiddelde totaalprijs per jaar op basis van levering nieuwe en herversterkte middelen, inclusief dienstverlening met wegingsfactor 50%

b) maatwerkprijzen compleetheid met wegingsfactor 23%

c) maatwerkprijzen prijsniveau met wegingsfactor 25%

d) kosten rijvaardigheidstest met wegingsfactor 2%.

2.7.1.2. In het beoordelingsprotocol is onder 8.3. in een (andere) tabel (hierna: tabel2) een nadere specificatie gegeven van onderdeel a. Die nadere specificatie bestaat uit een opsomming van de productspecificaties van het standaard assortiment per categorie, zoals die zijn vermeld in bijlage 3 van het bestek en die als zodanig als subgunningscriteria gelden waaraan per categorie subwegingsfactoren zijn toegekend, eveneens in procenten. Het totaal van die dertien categorieën (subgunningscriteria) is 100%. De categorieën 9a "douche-/toilet-stoelen", 9b "douche/toiletstoelen zelfbewegers"en 9c "toiletstoelen vast" van bijlage 3 zijn in tabel2 gewaardeerd op de subwegingsfactoren van respectievelijk 4%, 1% en 4%. In deze tabel2 is aan categorie 6 "wandelwagen (kindervoorziening)" de subwegingsfactor van 1% toegekend. Categorie 8 ontbreekt in tabel2, terwijl in bijlage 3 wel categorie 8 "kinderrolstoel elektrisch" is opgenomen. In tabel2 is categorie 10 uitgesplitst in 10A en 10B, terwijl bijlage 3 alleen categorie 10 kent. In tabel2 is categorie 13 opgenomen, terwijl die ontbreekt in bijlage 3.

2.7.1.3. Onder tabel2 is vermeld:

De 4 prijzen voor de bovengenoemde onderdelen worden onderling (per onderdeel) vergeleken; de inschrijver met de laagste prijs krijgt 25 punten, de navolgende prijzen krijgen zoveel punten minder gelijk aan het procentuele verschil met de laagste prijs.

Maximaal aantal punten op dit onderdeel derhalve 100 punten (4 x 25).

2.7.2. Nota van inlichtingen

2.7.2.1. Als gevolg van gestelde en in de tweede nota van inlichtingen beantwoorde vragen is tabel2 aldus aangepast dat de categorieën 9a, 9b en 9c zijn weggevallen. Verder is categorie 6 gesplitst in de categorieën 6a en 6b.

2.7.2.2. In de nota van inlichtingen is de hiervoor in 2.7.1.1. weergegeven "tabel1" veranderd in een "tabel3" met de volgende onderdelen:

a) De gewogen gemiddelde totaalprijs per jaar op basis van levering nieuwe en herversterkte middelen, inclusief dienstverlening met wegingsfactor 50%

b) maatwerkprijzen compleetheid met wegingsfactor 13%

c) 1. Prijsniveau-bijlage 4a (prijzen standaardaccessoires en -opties) met wegingsfactor 20%

2. Maatwerkprijzen prijsniveau-bijlage 4b met een wegingsfactor 15%

d) kosten rijvaardigheidstest met wegingsfactor 2%.

2.8. gunningscriterium 2: kwaliteit

Volgens het beoordelingsprotocol onder 8.3. wordt de kwaliteit beoordeeld op basis van tien onderdelen met verschillende subwegingsfactoren, en worden deze 10 onderdelen via de rapportcijfermethode beoordeeld, waarbij per onderdeel maximaal 10 punten kan worden gescoord, zodat maximaal 100 punten kan worden gescoord. De tien onderdelen, die als subgunningscriteria gelden, corresponderen met de in bijlage 5 van het bestek onder 5a tot en met 5j gevraagde gegevens.

2.9. gunningscriterium 3: variant

Als gezegd kan bij de variant maximaal 30 maluspunten worden toegekend dan wel 30 bonuspunten. Dit wordt aldus uitgelegd, dat wanneer maximaal 3 vragen bij de conformiteitentabel met "nee" zijn beantwoord, de gegadigde een voorbehoud en een alternatief dient te hebben vermeld, en dat zonder toelichting 10 punten per "nee" in mindering worden gebracht en dat de toe te kennen punten voor het voorbehoud en alternatief tussen de -10 en 10 liggen.

2.10. In de tweede nota van inlichtingen is de uiterste inleverdag voor de offertes met twee dagen verplaatst van 16 naar 18 oktober 2006.

2.11. Lammert de Vries heeft tijdig op de aanbesteding ingeschreven.

2.12. De Dienst heeft bij brief van 6 november 2006 aan Lammert de Vries haar voornemen tot gunning aan twee andere inschrijvers bekend gemaakt. Lammert de Vries is in die brief in kennis gesteld dat haar de opdracht niet zal worden gegund. Verder is meegedeeld dat aanbieder Welzorg met punten 80,25 (van de 100) als eerste is geëindigd, aanbieder CareMate met 78,72 punten als tweede, aanbieder Harting-Bank met 77,54 als derde en Lammert de Vries met 73,86 punten als vierde. Aan Lammert de Vries is verder toegelicht dat zij op het onderdeel kwaliteit het op één na hoogste puntenaantal heeft gehaald en op het onderdeel prijzen het op één na laagste puntenaantal.

2.13. Uit de fax van 20 november 2006 blijkt dat Lammert de Vries voor het gunningscriterium prijs, 71,85 punten heeft gescoord en voor het gunningscriterium kwaliteit 75,87 punten, welke beide puntenaantallen voor 50% meetellen in de totaalwegen, zodat het gewogen eindresultaat 73,86 punten betreft.

In antwoord op de vraag van Lammert de Vries om een toelichting op de prijsberekening, heeft de Dienst in de fax van 20 november 2006 nog geantwoord:

Het bleek niet mogelijk om de opgegeven maatwerkprijzen te waarderen met punten omdat de opgegeven benamingen voor het maatwerk per aanbieder verschillend bleken te zijn; hiervoor punten toekennen zou betekenen dat appels met peren worden vergeleken. Aan elke inschrijver is derhalve het maximum aantal punten toegekend (15).

3. Het geschil

3.1. Lammert de Vries vordert - na eiswijziging - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair de Dienst gebiedt om, indien zij tot gunning van de opdracht wenst over te gaan, de opdracht (mede) aan Lammert de Vries te gunnen;

subsidiair de Dienst verbiedt om, indien zij tot gunning van de opdracht wenst over te gaan, de opdracht niet (mede) aan Lammert de Vries te gunnen;

meer subsidiair de Dienst verbiedt de opdracht te gunnen aan de inschrijvers Welzorg en CareMate en de Dienst gebiedt om het voornemen tot gunning van 6 november 2006 in te trekken en voorts de Dienst gebiedt de aanbiedingen opnieuw te beoordelen met inachtneming van het geen in het vonnis van de voorzieningenrechter zal worden bepaald, en een nieuw voornemen tot gunning aan alle inschrijvers bekend te maken;

nog meer subsidiair de Dienst gebiedt de opdracht opnieuw aan te besteden (met inachtneming van de toepasselijke aanbestedingsregels) en de lopende aanbestedingsprocedure te staken;

uiterst subsidiair de Dienst gebiedt elke andere voorlopige voorziening na te komen die de voorzieningenrechter passend acht;

alles op straffe van een door de Dienst te verbeuren dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat de Dienst na betekening van dit vonnis geheel of gedeeltelijk niet aan de inhoud daarvan voldoet, met veroordeling van de Dienst in de proceskosten.

3.2. De Dienst voert verweer met conclusie tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Lammert de Vries in de proceskosten. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het verzoek tot voeging

4.1. Hulpmiddelencentrum Fryslân BV en de Combinatie Lammert de Vries Revalidatietechniek BV en Hulpmiddelencentrum Friesland BV (de Combinatie) hebben verzocht zich aan de zijde van Lammert de Vries Revalidatietechniek BV te mogen voegen omdat Lammert de Vries Revalidatietechniek BV een van de vennoten is van de Combinatie en de inschrijving in het kader van de aanbesteding heeft plaatsgevonden op naam van de Combinatie. De Dienst heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. De rechter zal de voeging, als gegrond op de wet, toestaan.

Voorts

4.2. Lammert de Vries legt aan haar vordering ten grondslag dat de Dienst de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit het Bao (Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten), de algemene beginselen van aanbestedingsrecht en de Nederlandse en Europese jurisprudentie heeft geschonden bij het opstellen van de aanbestedings-documenten, bij de beoordeling van de aanbieding en bij de motivering van de afwijzing van die aanbieding.

4.3. De Dienst voert primair tot haar verweer aan dat deze bezwaren van Lammert de Vries tardief zijn, omdat zij haar kritiek niet vóór de inschrijving onder de aandacht van de Dienst heeft gebracht. De Dienst verwijst daartoe naar het arrest van het HvJEG 12 februari 2004, Grossman Air Services, C-230/02. De rechter verwerpt dit beroep. In de zaak die bij het Hof speelde ging het om een aanbieder die had afgezien van deelname aan de gunningprocedure. Dit ligt in de onderhavige procedure anders. Lammert de Vries is één van de inschrijvers. Verder is in het bestek expliciet voorzien in een geschillenregeling, in die zin dat inschrijvers het recht hebben om een geschil aanhangig te maken binnen 15 dagen na dagtekening van de gunningsbrief, althans dat de gunning wordt uitgesproken onder de voorwaarde dat er binnen die periode geen civiel kort geding is ingespannen. Onder die omstandigheden gaat het niet aan om vervolgens het standpunt in te nemen dat de bezwaren tardief, namelijk eerst in het kader van de onderhavige procedure kenbaar zijn gemaakt aan de Dienst.

4.4. De rechter zal dan ook, voor zover nodig, ingaan op de bezwaren van Lammert de Vries. Lammert de Vries heeft (onder meer) aangevoerd dat de Dienst bij de aanbesteding het transparantiebeginsel niet heeft nageleefd.

4.5. Als uitgangspunt geldt daarbij het volgende. Uit de transparantie-eis (dat de gunningscriteria uitputtend in het bestek dienen te worden vermeld en wel op zodanige wijze dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat zijn deze criteria op dezelfde wijze te interpreteren) vloeit voort dat bij keuze voor de economisch voordeligste inschrijving, de aanbesteder de deelnemers aan een aanbesteding de mogelijkheid dient te bieden om redelijkerwijs kennis te nemen van de criteria en regels die zullen worden toegepast bij de keuze van de economisch voordeligste aanbieding. Daartoe dient de aanbesteder in het bestek nadere gunningscriteria te stellen die verband houden met het voorwerp van de aanbesteding. Ook het relatieve gewicht van deze nadere criteria moet door de aanbesteder worden bepaald en aan de deelnemers in het bestek bekend worden gemaakt. Het relatieve gewicht van de nadere criteria wordt uitgedrukt in een wegingsfactor.

4.6. Ten aanzien van het eerste gunningscriterium (de prijs) verwijt Lammert de Vries de Dienst (onder meer) dat zij na de inschrijving subgunningscriterium c2 "maatwerkprijzen-prijsniveau" van tabel3 heeft gewijzigd.

4.7. De rechter is met Lammert de Vries van oordeel dat als de Dienst dat heeft gedaan, zij in strijd met het transparantiebeginsel, zoals hiervoor onder 4.5. is omschreven, heeft gehandeld. Thans dient derhalve te worden beoordeeld of de Dienst na de inschrijving subgunningscriterium c2 heeft gewijzigd.

4.8. subgunningscriterium c2

4.8.1. Lammert de Vries heeft na de gunningsbrief de Dienst om een toelichting op de door de Dienst gehanteerde prijsberekening gevraagd. De Dienst heeft op die vraag bij faxbericht van 20 november 2006 geantwoord, dat het niet mogelijk bleek de opgegeven maatwerkprijzen (onderdeel c2) te waarderen met punten omdat de opgegeven benamingen voor het maatwerk per aanbieder verschillend bleken te zijn, en dat hiervoor punten toekennen zou betekenen dat appels met peren zouden worden vergeleken. In dat faxbericht meldt de Dienst vervolgens dat zij daarom elke inschrijver het maximum van 15 punten heeft toegekend. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de Dienst evenwel een geheel andere uitleg gegeven aan het feit dat aan ieder van de aanbieders toekennen van 15 punten zijn toegekend. De Dienst stelt dat de prijzen van de inschrijvers over het geheel gelijk waren, en dat zij daarom allen het maximaal aantal punten hebben behaald.

4.8.2. Omdat deze uitleg lijnrecht tegenover de in de fax van 20 november 2006 gegeven uitleg staat en de fax bovendien afkomstig was van [betrokkene], die zowel in het bestek als in de gunningsbrief als contactpersoon voor de aanbesteding wordt vermeld, lag het op de weg van de Dienst haar stelling nader te onderbouwen. Nu de Dienst dat achterwege heeft gelaten, oordeelt de rechter de nadien in deze procedure verstrekte uitleg weinig overtuigend. De rechter is van oordeel dat de Dienst, door aan alle inschrijvers op onderdeel c2 het maximum aantal punten toe te kennen, subgunnings-criterium c2 in feite heeft geëcarteerd. Dat is een wijziging van een subgunningscriterium, en in strijd met het transparantiebeginsel.

4.9. Lammert de Vries verwijt de Dienst verder dat de in de aanbestedingsstukken bekend gemaakte beoordelingsmethode onduidelijk is. De rechter deelt dat standpunt. De rechter is van oordeel dat de in het bestek bij het eerste gunningscriterium (de prijs) bekend gemaakte beoordelingsmethode niet zo duidelijk is, dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers in staat kunnen worden geacht deze methode op dezelfde wijze te interpreteren. De onduidelijkheden doen zich zowel voor bij de beoordelings-systematiek van subgunningscriterium a, als bij die van de subgunningscriterium b.

4.10. Subgunningscriterium a

4.10.1. De rechter heeft hier eerst het oog op het onder tabel2 opgenomen (onder 2.7.1.3. geciteerde) tekstgedeelte. Tussen partijen is niet in geschil dat dit tekstgedeelte, waarin wegingsregels zijn opgenomen, onbegrijpelijk is. De Dienst heeft dit tijdens de mondelinge behandeling afgedaan als een evidente vergissing, in die zin dat dit tekstgedeelte per ongeluk in dit bestek opgenomen was. De Dienst heeft evenwel niet aannemelijk gemaakt, hetgeen bij een kennelijke vergissing zoals zij stelt wel op haar weg gelegen had, dat ook voor Lammert de Vries, c.q. een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver duidelijk was dat dit tekstgedeelte als niet geschreven diende te worden beschouwd.

4.10.2. Subgunningscriterium a is in tabel2 (2.7.1.2.) verdeeld in 13 categorieën, die corresponderen met de productspecificaties van het standaardassortiment per categorie, zoals die zijn omschreven in bijlage 3 van het bestek. Naar aanleiding van vragen van inschrijvers is tabel2 in zo aangepast, dat de categorieën 9a, 9b en 9c (met de wegingsfactoren van 4%, 1% en 4% daaruit zijn weggevallen.

Lammert de Vries verwijt de Dienst (onder meer) dat zij pas ná de inschrijving duidelijk heeft gemaakt wat de gevolgen zijn van het verdwijnen van de categorieën 9a, 9b en 9c van subgunningscriterium a.

4.10.3. Vast staat dat in de aanbestedingsstukken niet is vastgelegd of, en zo ja welke gevolgen de Dienst verbindt aan het weggevallen van de categorieën 9a, 9b en 9c. De Dienst heeft laten weten dat de weging van onderdeel a tabel3 (2.7.1.2.) geen 100%, maar 91% is geworden. Voor zover het wegvallen van 9% de onderlinge verhouding van de wegingsfactoren niet wijzigt, en (dus) de afwegingsregel niet, is daarmee nog niet aannemelijk dat voor Lammert de Vries, c.q. een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver voldoende duidelijk was dat de Dienst het wegvallen van de categorieën 9a, 9b en 9c op juist déze wijze zou verwerken.

subgunningscriterium b

4.11. Lammert de Vries heeft aangevoerd dat subgunningscriterium b (anders dan de subgunningscriteria a, c en d) niet tot een prijs leidt, en dat nergens in de aanbestedingsstukken aangegeven is hoe de compleetheid van de maatwerkprijs wordt gewogen c.q. beoordeeld. De Dienst heeft bij dupliek erkend dat juist is, dat subgunningscriterium b niet tot een prijs leidt en dat zij daarom dit onderdeel via rapportcijfers heeft beoordeeld. De Dienst heeft verder laten weten en dat Lammert de Vries een 7 heeft gescoord (uit maximaal 10) hetgeen, omgerekend naar een gewogen maximum van 13, resulteert dit in 9,1 punt. De Dienst betwist niet dat in de aanbestedingsdocumenten niet is vermeld dat subgunningscriterium b wordt beoordeeld aan de hand van het toekennen van rapportcijfers. Ook hier lijkt sprake te zijn van een omissie. Door de Dienst is niet aannemelijk gemaakt dat voor Lammert de Vries, c.q. een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver, duidelijk was dat de beoordelingsmethode bij dit subgunningscriterium zou afwijken van de wel bekend zijnde beoordelingsmethode van de andere subgunningscriteria, en dat alsdan de uiteindelijk door de Dienst gehanteerde beoordelingsmethode zou worden toegepast.

motiveringsplicht

4.12. Artikel 41 lid 4 Bao verplicht de Dienst om Lammert de Vries in kennis te stellen van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijvingen. De Dienst heeft Lammert de Vries in de gunningsbrief van 6 november 2006 laten weten hoeveel punten door de inschrijvers zijn behaald, en dat Lammert de Vries bij het gunningscriterium 2 (kwaliteit) het op één na hoogste puntenaantal heeft gekregen en bij het gunningscriterium 1 (prijs) het op één na laagste puntenaantal. In de fax van 20 november 2006 heeft de Dienst de uiteindelijke puntenscore van Lammert de Vries bij de gunningscriteria 1 en 2 doorgegeven. In deze procedure heeft Lammert de Vries expliciet om kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijvingen verzocht. De Dienst heeft geweigerd nadere informatie te verstrekken met een beroep op de Nota van Toelichting op het Bao (p. 77) waarin is vermeld dat al aan die motiveringsplicht is voldaan als de dienst zich in eerste instantie ertoe beperkt de betrokkenen onmiddellijk op de hoogte te brengen van de afwijzing. Hoewel de Dienst dat laatste heeft gedaan, heeft de Dienst naar het oordeel van de rechter daarmee Lammert de Vries nog niet in kennis gesteld van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijvingen. De afgewezen inschrijver moet kunnen begrijpen waarom zijn aanbieding niet als winnend uit de beoordeling is gekomen. Dat laatste valt niet af te leiden uit de gunningsbrief van 6 november 2006, noch uit het faxbericht van 20 november 2006.

4.13. Naar het oordeel van de rechter is de cumulatie van de onder 4.8.2, 4.10.1., 4.10.3, 4.11 en 4.12 geconstateerde onregelmatigheden zo zwaar dat deze, ook indien de belangen van de Dienst in ogenschouw worden genomen, dient te leiden tot heraanbesteding.

4.14. De contractsvrijheid staat toewijzing van de primaire en subsidiaire vordering in de weg, alsook de meer subsidiair ingestelde vordering de Dienst te verbieden de opdracht te gunnen aan de inschrijvers Welzorg en CareMate. De meer subsidiair ingestelde vordering tot herbeoordeling wordt ook afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat een herbeoordeling ertoe zou kunnen leiden dat Lammert de Vries de winnende inschrijvers in rangorde kan passeren en aldus aanspraak zou kunnen maken op de opdracht.

4.15. De rechter zal de Dienst dan ook gebieden de opdracht opnieuw aan te besteden en de lopende aanbestedingsprocedure te staken. Dat die heraanbesteding met inachtneming van de toepasselijke aanbestedingsregels dient te geschieden, spreekt voor zich. De rechter ziet nu nog geen aanleiding tot het opleggen van een dwangsom, aangezien van een overheidsorgaan als de Dienst verwacht mag worden dat een rechterlijke uitspraak zonder meer wordt nageleefd.

4.16. De Dienst zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Lammert de Vries worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 71,32

- vast recht 248,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.135,32

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

1. gebiedt de Dienst de opdracht opnieuw aan te besteden en de huidige aanbestedingsprocedure te staken;

2. veroordeelt de Dienst in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Lammert de Vries vastgesteld op € 1.135,32;

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.J. Velsink op 16 februari 2007.?