Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ5988

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-01-2007
Datum publicatie
11-01-2007
Zaaknummer
200765 \ CV EXPL 06-1275
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Uitgaansgeweld. Dader is aansprakelijk voor schade aan kleding etc. van het slachtoffer. Omkeringsregel. Ook immateriële schadevergoeding toegewezen. Geen geestelijk letsel van het slachtoffer aangenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Opsterland

zaak-/rolnummer: 200765 \ CV EXPL 06-1275

vonnis van de kantonrechter d.d. 2 januari 2007

inzake

[eiser],

hierna te noemen: [eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procederende met voorwaardelijke toevoeging,

gemachtigde: mr. F.H. Gart, advocaat te [woonplaats],

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: [x].

Procesverloop

1.1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft [eiser] gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat [gedaagde] jegens [eiser] een onrechtmatige daad gepleegd heeft;

II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] op grond van een onrechtmatige daad aan materiële schade een bedrag van € 1.051,52 en aan immateriële schade een bedrag van € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 juli 2005, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele betaling;

III. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding.

1.2. [gedaagde] heeft bij antwoord de vordering betwist. Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken van het geding, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

1.3. Door [eiser] en [gedaagde] zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. In de nacht van 23 op 24 juli 2005 was zowel [eiser] als [gedaagde] op de terugweg van een avond stappen in Drachten. [eiser] en [gedaagde] hebben op een gegeven moment een woordenwisseling gehad. Beide partijen zijn vervolgens doorgefietst. Enige tijd later kwam [eiser] [gedaagde] wederom tegen, waarna tussen hen een vechtpartij is ontstaan. Bij deze vechtpartij heeft [gedaagde] [eiser] een vuistslag gegeven, waardoor [eiser] bewusteloos is geraakt en vervolgens op de grond is terechtgekomen. [eiser] is vervolgens naar het ziekenhuis vervoerd, alwaar hij weer bij bewustzijn is gekomen. Ten gevolge van de mishandeling door [gedaagde] heeft [eiser] in ieder geval een zware hersenschudding, schaafwonden over het hele gezicht en een tand door de lip opgelopen. Tevens heeft [eiser] als gevolg van de mishandeling en de val schade aan persoonlijke eigendommen geleden.

2.2. [eiser] heeft op 12 augustus 2005 bij de politie aangifte gedaan van zware mishandeling door [gedaagde]. [gedaagde] heeft voor de mishandeling niet voor de rechter hoeven te verschijnen, aangezien de zaak via het Openbaar Ministerie is afgedaan door de aanvaarding van een werkstraf. [eiser] heeft getracht via een voeging benadeelde partij in de strafrechtelijke procedure jegens [gedaagde] de als gevolg van de mishandeling geleden schade te verhalen. De officier van justitie heeft echter besloten de schadevordering van [eiser] vanwege de complexiteit hiervan niet mee te nemen in de strafrechtelijke procedure.

2.3. De raadsman van [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 21 april 2006 aansprakelijk gesteld en gesommeerd de geleden schade, bestaande uit materiële schade en immateriële schade te voldoen. Bij brief van 1 mei 2006 is namens [gedaagde] de eis tot betaling van schadevergoeding afgewezen.

Het standpunt van [eiser]

3.1. [eiser] stelt dat als gevolg van de mishandeling zijn kleding en diverse lijfsgoederen beschadigd geraakt zijn. Daarnaast heeft er ziekenvervoer dienen plaats te vinden dat onder aftrek van een eigen risico door de ziektekostenverzekeraar van [eiser] betaald is en heeft [gedaagde] zich onder medische behandeling moeten stellen. Dit alles heeft tot de volgende kosten geleid:

- lederen jack: € 169,00

- t-shirt: € 49,95

- broek € 79,95

- schoenen € 159,95

- horloge € 315,00

- eigen risico € 142,92

- kosten geneeskundige behandeling € 24,50

- kosten geneeskundige behandeling € 14,25

- kosten geneeskundige behandeling € 96,00

-------------

€ 1.051,52

3.2. [eiser] vordert voorts een bedrag van € 1.000,- wegens immateriële schadevergoeding. Hij stelt daartoe dat er sprake is van gederfde levensvreugde ten gevolge van de mishandeling door [gedaagde]. In dat verband is van belang dat [eiser] een zware hersenschudding heeft opgelopen, bewusteloos is geraakt, ingescheurde enkelbanden heeft opgelopen, alsmede verwondingen in het gelaat. [eiser] stelt verder dat hij thans nog steeds met lichamelijke klachten kampt als gevolg van de mishandeling door [gedaagde]. Tevens ondervindt [eiser] nog psychische klachten door de mishandeling, welke klachten zich uiten in de vorm van slapeloosheid, nervositeit en angst om zich in het uitgaansleven te begeven. Dat laatste omdat [eiser] zonder enige reden slachtoffer is geworden van door [gedaagde] gepleegd zinloos geweld.

3.3. Met betrekking tot het verweer van [gedaagde] aangaande de ingescheurde enkelbanden voert [eiser] aan dat hij door de vuistslag van [gedaagde] een zogeheten 'voorste kapsellaesie' heeft opgelopen. Dit is een overstrekkingsblessure, die ontstaat tijdens een val van het lichaam, en die veel voorkomt in boks- en vechtsporten.

Het standpunt van [gedaagde]

4.1. [gedaagde] voert tot zijn verweer aan dat er sprake is van mishandeling in de vorm van één vuistslag. Het komt hem niet geloofwaardig voor dat alle door [eiser] opgevoerde schade aan lijfsgoederen veroorzaakt is door deze ene vuistslag. Voorts leveren de door [eiser] overgelegde aankoopbonnen naar de mening van [gedaagde] geen bewijs op van schade. De aankoopbonnen bewijzen slechts dat de genoemde artikelen op een bepaalde datum zijn gekocht.

4.2. [gedaagde] betwist dat [eiser] ingescheurde enkelbanden heeft opgelopen ten gevolge van de mishandeling. [eiser] squasht op een hoog niveau; [gedaagde] acht het waarschijnlijk dat [eiser] bij de uitoefening van zijn sport ingescheurde enkelbanden heeft opgelopen. Bij squash is een enkelblessure namelijk een veel voorkomende blessure. De nota's terzake van geneeskundige behandelingen betreffen behandelingen in september en oktober 2005 en in januari 2006. Kennelijk is er tussen de datum van de mishandeling en de eerste behandeling eind september 2005 geen geneeskundige behandeling nodig geweest. [gedaagde] heeft bovendien vernomen dat [eiser] in het verleden -voor de mishandeling- wel vaker heeft gesukkeld met enkelblessures.

4.3. Met betrekking tot het door [eiser] gevorderde eigen risico dat hem door zijn zorgverzekeraar in rekening is gebracht, stelt [gedaagde] dat de door [eiser] overgelegde specificatie slechts een tussenstand geeft van het in rekening gebrachte eigen risico en geen bewijs van schade oplevert. Het eigen risico ziet volgens [gedaagde] op medische zorg gerekend over een heel kalenderjaar.

4.4. Wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding merkt [gedaagde] op dat [eiser] reeds enkele weken na het voorval weer in het uitgaanscentrum van Drachten is gesignaleerd. Verder kunnen voor de door [eiser] genoemde nervositeit en slapeloosheid ook andere oorzaken hebben dan de mishandeling door [gedaagde].

De beoordeling

5.1. Vast staat dat [gedaagde] [eiser] heeft mishandeld door hem een vuistslag te geven, ten gevolge waarvan [eiser] letsel heeft opgelopen en enkele lijfsgoederen van [eiser] beschadigd zijn geraakt. Deze mishandeling kan als een onrechtmatige daad van [gedaagde] jegens [eiser] worden aangemerkt. De gevorderde, daartoe strekkende, verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

5.2. [gedaagde] betwist echter het causale verband tussen de door hem gepleegde onrechtmatige daad en de door [eiser] opgevoerde schade. De kantonrechter oordeelt daaromtrent als volgt. Indien door een als onrechtmatige daad aan te merken gedraging een risico terzake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, is daarmee het causaal verband tussen die gedraging en de aldus ontstane schade in beginsel gegeven en is het aan degene die op grond van die gedraging wordt aangesproken om te stellen en te bewijzen dat die schade ook zonder die gedraging zou zijn ontstaan. Door de onrechtmatige gedraging van [gedaagde], hierin bestaande dat hij [eiser] heeft mishandeld, is een risico op het ontstaan van lichamelijk letsel en beschadiging van lijfsgoederen van [eiser] in het leven geroepen, welk risico zich ook heeft verwezenlijkt. Op grond van de hiervoor genoemde 'omkeringsregel' dient [gedaagde] te stellen en te bewijzen dat het lichamelijk letsel en de beschadiging van enkele lijfsgoederen van [gedaagde] ook zonder de mishandeling van [eiser] zouden zijn ontstaan. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] echter onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, die erop wijzen dat het opgevoerde lichamelijk letsel en de beschadiging van de lijfsgoederen van [eiser] niets van doen hebben met de mishandeling door [gedaagde]. [gedaagde] uit vooral vermoedens, zonder deze evenwel voldoende te onderbouwen. Wat betreft de ingescheurde enkelbanden van [eiser] overweegt de kantonrechter nog dat uit de stellingen van [eiser] alsmede de door hem overgelegde verklaring van sportarts C. Top voldoende blijkt dat deze blessure niet door het squashen is ontstaan, maar zijn oorzaak vindt in de val van [eiser]'s lichaam na de mishandeling. Een andere verklaring voor de blessure aan de enkelbanden heeft [gedaagde] ook niet gegeven.

5.3. Nu [gedaagde] onvoldoende heeft gesteld, zal hij ook niet tot het bewijs van zijn stellingen worden toegelaten.

5.4. Gezien het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat zowel het door [eiser] genoemde lichamelijk letsel als de genoemde beschadiging van de lijfsgoederen een gevolg is van de mishandeling door [gedaagde].

Thans komen de afzonderlijke schadeposten aan de orde.

a. lederen jack, t-shirt, broek, schoenen, horloge

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] de hoogte van deze schadeposten onvoldoende betwist, zodat de te dezer zake gevorderde bedragen toewijsbaar zijn.

b. eigen risico

Het verweer van [gedaagde] tegen het gevorderde bedrag aan eigen risico dat [eiser] door zijn zorgverzekeraar in rekening is gebracht gaat niet op. [eiser] heeft blijkens het door hem overgelegde bericht van uitkering van De Friesland Zorgverzekeraar een eigen risico op

jaarbasis van € 250,00. Terzake van dit eigen risico is hem een bedrag van € 142,92 gebracht wegens vervoer naar het ziekenhuis in de nacht van de mishandeling. Dit bedrag staat derhalve in directe relatie tot de mishandeling. Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat er sprake is van een soort tussenstand qua eigen risico, aangezien een eigen risico over een heel kalenderjaar wordt bekeken. [gedaagde] verliest echter uit het oog dat het bij de schade van [eiser] er om gaat dat [eiser] door toedoen van [gedaagde] voor zijn eigen risico is belast voor een bedrag van € 142,92. Deze belasting van het eigen risico van [eiser] vormt concrete schade voor hem. Het doet voor de beoordeling van dit geschil niet terzake of er nadien nog andere bedragen aan eigen risico aan [eiser] in rekening zijn gebracht. Het gevorderde bedrag aan eigen risico is dan ook toewijsbaar.

c. kosten geneeskundige behandeling

Met betrekking tot deze kosten verwijst de kantonrechter allereerst naar hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 5.2. is overwogen, namelijk dat voldoende is gebleken dat de blessure aan de enkelbanden van [eiser] niet door het squashen is ontstaan en dat door [gedaagde] geen andere oorzaken zijn gesteld. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat de opgevoerde geneeskundige behandelingen een gevolg zijn van ingescheurde enkelbanden, welke blessure bij de mishandeling door [gedaagde] is ontstaan. De gevorderde kosten van geneeskundige behandeling vinden derhalve hun noodzaak in de mishandeling en zijn om die reden toewijsbaar.

5.5. De gevorderde materiële schade ad € 1.051,52 is gezien het hiervoor overwogene geheel toewijsbaar.

5.6. Naar het oordeel van de kantonrechter kan [eiser] op de voet van artikel 6:106 lid 1 sub b BW tevens aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor immateriële schade. Hierbij kent de kantonrechter betekenis toe aan de omstandigheid dat [eiser] bij de mishandeling door [gedaagde] diverse vormen van lichamelijk letsel heeft opgelopen. Van aantasting in de persoon, zoals [eiser] heeft gesteld, is naar het oordeel van de kantonrechter evenwel geen sprake. Voorstelbaar is dat [eiser] enige psychische klachten heeft ondervonden naar aanleiding van de mishandeling door [gedaagde]. [eiser] heeft echter niet aannemelijk weten te maken dat hij zodanig onder het handelen van [gedaagde] heeft geleden dat sprake is van geestelijk letsel, dat kan worden aangemerkt als een aantasting van zijn persoon, die recht geeft op vergoeding van immateriële schade (vgl. HR 13 januari 1995, NJ 1997, 366). De kantonrechter zal zich bij de bepaling van het bedrag aan immateriële schadevergoeding derhalve beperken tot het geleden lichamelijk letsel. Gelet op de aard en ernst van dit letsel komt het gevorderde bedrag van € 1.000,- de kantonrechter billijk voor. Ook dit bedrag is dus toewijsbaar.

5.7. Nu er sprake is van een verbintenis die voortvloeit uit onrechtmatige daad, is [gedaagde] op grond van artikel 6:83 sub b BW van rechtswege in verzuim ten aanzien van zijn betalingsverplichting terzake van de schade. Dit brengt met zich dat hij vanaf de dag waarop hij de onrechtmatige daad heeft gepleegd wettelijke rente verschuldigd is. De rentevordering van [eiser] kan derhalve worden toegewezen.

5.8. [gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [gedaagde] jegens [eiser] een onrechtmatige daad heeft gepleegd;

veroordeelt [gedaagde] deswege tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot € 1.051,52 (zegge: eenduizend eenenvijftig euro en tweeënvijftig eurocent) aan materiële schade, en een bedrag groot € 1.000,- (zegge: duizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 24 juli 2005, zijnde de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 300,00 wegens salaris gemachtigde en op € 267,32 wegens verschotten, waarvan te voldoen door overschrijving op het bankrekeningnummer van de gerechten in het arrondissement Leeuwarden:

- € 147,00 wegens in debet gesteld griffierecht;

- € 71,32 wegens het uitgebrachte dagvaardingsexploit;

- € 300,00 wegens salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 januari 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119