Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ0311

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
17-10-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
09/997255-03 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift, nadere bewijsoverweging, benadeelde partij, valse facturen, steekpenningen, veroordeling

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 68, geldigheid: 2006-10-17
Algemene wet inzake rijksbelastingen 69, geldigheid: 2006-10-17
Wetboek van Strafrecht 225, geldigheid: 2006-10-17
Wetboek van Strafrecht 326, geldigheid: 2006-10-17
Wetboek van Strafrecht 328ter, geldigheid: 2006-10-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Sector strafrecht

zitting houdende te Leeuwarden

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 17 oktober 2006

Parketnummer: 09/997255-03 VEV

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder

bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 2 oktober 2006 en 3 oktober 2006.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.C. Lenaerts, advocaat te Breda.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

VERWEER MET BETREKKING TOT HET ONDER 1 TELASTEGELEGDE:

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat verdachte geen opzet had op het niet aangeven op de aangiften Inkomstenbelasting van de ontvangen inkomsten uit zijn adviesbureau nu bij hem de bewustheid daartoe ontbrak.

De rechtbank overweegt het volgende:

De rechtbank is van oordeel dat uit verdachtes verklaringen daaromtrent bij de politie voldoende blijkt dat verdachte het niet vermelden van deze inkomsten opzettelijk heeft nagelaten. Het verweer wordt verworpen.

VERWEER MET BETREKKING TOT DE (PARTIËLE) NIETIGHEID VAN DE DAGVAARDING MET BETREKKING TOT DE FEITEN 2 TOT EN MET 7:

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat de dagvaarding met betrekking tot de onder 2 t/m 7 telastegelegde feiten nietig dan wel partieel nietig moet worden verklaard, nu het voor verdachte door de vele neven- en onderschikkende samenstellingen (zoals het gebruik van en/of) in de telasteleggingen niet is vast te stellen wat verdachte nu precies wordt verweten.

Voorts heeft de raadsman het verweer gevoerd dat, nu het openbaar ministerie via de genoemde "en/of" constructie, er voor gekozen heeft om in de telastelegging op te nemen dat de op de facturen vermelde bedragen in werkelijkheid betrekking hebben gehad op de betaling van steekpenningen aan verdachte, dit moet leiden tot innerlijke tegenstrijdigheid.

Hiertoe is het volgende aangevoerd door de raadsman:

Indien niet uit de bewijsmiddelen volgt dat de werkzaamheden niet zijn verricht, zal moeten worden onderzocht of de facturen betrekking hebben gehad op de betaling van steekpenningen. Dit is volgens de raadsman een merkwaardige keuze van het openbaar ministerie omdat, indien aannemelijk is dat de werkzaamheden zijn verricht, er geen sprake van kan zijn dat de op grond van de facturen gedane betalingen steekpenningen zijn. Men is immers vrij een tarief voor verrichte werkzaamheden af te spreken. Deze tegenstrijdigheid zou moeten leiden tot partiële nietigheid van de dagvaarding.

Daarnaast is volgens de raadsman niet zonder meer duidelijk wat het openbaar ministerie voor ogen staat bij het woord "steekpenningen". Uit de telastelegging volgt niet wat daarmee

wordt bedoeld.

Op grond van voornoemde omstandigheden is het voor verdachte volgens de raadsman onduidelijk waartegen hij zich heeft te verdedigen. Derhalve voldoet de telastelegging niet aan de vereisten van artikel 261 Wetboek van Strafvordering, zodat de dagvaarding ten aanzien van deze feiten (partieel) nietig moet worden verklaard.

De rechtbank overweegt hieromtrent:

De wijze waarop het openbaar ministerie de telastelegging heeft opgebouwd is een door de Hoge Raad toegelaten wijze van telasteleggen. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat de duidelijkheid van de telastelegging voor verdachte niet mag worden geschaad.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewoordingen van de telastelegging, bezien in samenhang met het onderliggende dossier, duidelijk blijkt welk verwijt verdachte wordt gemaakt. Bovendien heeft verdachte er ter terechtzitting voldoende blijk van gegeven dat het hem duidelijk was wat hem werd verweten.

Met betrekking tot het verweer dat niet duidelijk wordt omschreven wat met het woord "steekpenningen" wordt bedoeld is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook terzake deze omschrijving geen blijk van heeft gegeven van enige onduidelijkheid zijnerzijds.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de telastelegging voldoet aan het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verweren worden verworpen.

PARTIËLE VRIJSPRAAK MET BETREKKING TOT HET ONDER 7 PRIMAIR TELASTEGELEGDE:

De rechtbank acht de onderdelen van de telastelegging betrekking hebbende op de facturen van [bedrijf 11] niet bewezen, nu niet bewijsbaar is dat deze facturen door verdachte zijn opgemaakt. Aangezien hetgeen overigens onder 7 primair telaste is gelegd bewezen wordt verklaard komt de rechtbank aan het 7 subsidiair niet toe.

PARTIËLE VRIJSPRAAK MET BETREKKING TOT HET ONDER 9 EN 10 TELASTEGELEGDE:

De verdachte moet van het onder 9 primair en 10 primair telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet bewezen acht, met name niet voor wat betreft de bewuste samenwerking tussen verdachte en de bedrijven die hem betaald hebben ten aanzien van de wijze waarop deze bedrijven het geld dat ze aan verdachte betaalden bij de ziekenhuizen declareerden.

NADERE BEWIJSOVERWEGING MET BETREKKING TOT HET ONDER 2 TOT EN MET 10 TELASTEGELEGDE:

Voorop staat dat de rechtbank van oordeel is dat de door de diverse getuigen en medeverdachten bij de politie afgelegde verklaringen voldoende betrouwbaar zijn om als bewijs in deze zaak te kunnen worden gebruikt.

De rechtbank is op grond van deze getuigenverklaringen, de verklaringen van de medeverdachten en de overige bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte op het moment dat hij de facturen met betrekking tot zijn adviesbureau heeft opgemaakt niet de op die facturen vermelde advieswerkzaamheden heeft verricht, maar dat deze facturen louter bedoeld waren voor het afdekken van aan verdachte betaalde steekpenningen in de administraties van de medeverdachten.

Uit de diverse bij de politie afgelegde verklaringen over de wijze waarop verdachte te werk ging, komt steeds eenzelfde werkwijze van verdachte naar voren. Verdachte was degene die de werken in zijn functie als Hoofd Technische Dienst kon gunnen en de medeverdachten hadden belang bij de opdrachten.

De medeverdachten geven bijna allemaal aan dat zij vreesden geen opdrachten te zullen krijgen indien zij de facturen van het adviesbureau niet zouden betalen. Zij volgden verdachte veelal bij verandering van werkgever.

Verdachte heeft tegenover de politie op geen enkele wijze zijn stelling, dat hij daadwerkelijk advieswerkzaamheden heeft verricht, onderbouwd. Hij heeft geen schriftelijke bescheiden overgelegd noch concrete, gedetailleerde beschrijvingen gegeven.

Ter terechtzitting heeft verdachte (nadien) een invulling gegeven aan zijn advieswerkzaamheden welke hij voor de desbetreffende bedrijven zou hebben verricht, die veelal afwijkt van de eerder bij de politie gegeven omschrijving. Opmerkelijk daarbij is dat deze gewijzigde omschrijving, die nog immer weinig concreet en gedetailleerd is, aansluit bij de omschrijvingen van enkele medeverdachten waarvan de verdachte inmiddels heeft kennis genomen. Overigens blijkt uit het merendeel van de in het dossier voorkomende getuigenverklaringen en verklaringen van medeverdachten dat verdachte geen advieswerkzamaheden heeft verricht.

De door verdachte afgelegde verklaringen dat hij advieswerkzaamheden heeft verricht legt de rechtbank terzijde.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande, waarvan met name gelet op de door de getuigen en medeverdachten afgelegde verklaringen - mede gelet op hun onderlinge samenhang en in samenhang met de overige schriftelijke bewijsmiddelen- van oordeel, dat voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte de aan hem telastegelegde feiten heeft gepleegd, zodat kan worden gekomen tot een bewezenverklaring van de telastegelegde feiten.

SAMENLOOPBEPALINGEN:

De rechtbank is van oordeel dat terzake de bewezen verklaarde feiten onder 2 t/m 10 sprake is van meerdaadse samenloop als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, nu de aard en strekking van de bewezen verklaarde feiten verschillende rechtsbelangen beschermen.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9 subsidiair en 10 subsidiair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. Primair:

hij in de periode van 3 maart 1998 tot en met 31 maart 2003 te Wagenberg,

telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten

een aangifte 1997 voor de Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen

en

een aangifte 1998 voor de Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen

en

een aangifte 1999 voor de Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen

en

een aangifte 2000 voor de Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen

en

een aangifte 2001 voor de Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen

(elektronische / diskette)

en

een aangifte 2002 voor de Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen

(elektronische / diskette)

telkens onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Breda en/of Apeldoorn ingeleverde aangiftebiljetten Inkomstenbelasting / Premie volksverzekeringen over genoemde jaren telkens niet al de door hem, verdachte, genoten inkomsten vermeld en/of opgegeven,

en

een te laag belastbaar inkomen opgegeven en/of vermeld

terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen

worden geheven

en/of

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 21 maart 1997 tot en met 15 maart 2003

te Wagenberg, tezamen en in vereniging met een ander,

21 facturen ten name van [bedrijf 1 van verdachte] en/of [bedrijf 2 van verdachte], gericht aan [bedrijf 1],

te weten de geschriften

bijlagen (1) D/247 en (2) D/040D en (3) D/40A en (4) D/40 (D/246) en (5) D/040B en (6) D/040C en (7) D/41A en (8) D/041 en (9) D/042 en (10) D/042B en (11) D/042D en (12) D/043 en (13) D/112 en (14) D/113 en (15) D/114 en (16) D/115 en (17) D/116 en (18) D/117 en (19) D/118 en (20) D/119 en (21) D/033 (totaal fl. 803.545,00 en Euro 89.065,00 of daaromtrent),

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt immers hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader,

toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op die onder (1) en (2) en (3) en (4) en (5) en (6) en (7) en (8) en (9) en (10) en (11) en (12) en (13) en (14) en (15) en (16) en (17) en (18) en (19) en (20) en (21) genoemde facturen advieswerkzaamheden en/of (opname)werkzaamheden en/of het maken van onderhoudschema's en/of (omschrijvingen van verleende) diensten -al dan niet- bij en/of ten behoeve van het [ziekenhuis 1] te [plaats] en het [ziekenhuis 2] te [plaats] vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, welke in werkelijkheid niet waren verricht, en op die fakturen genoemde bedragen in werkelijkheid betrekking hadden op het betalen van en het in de administratie van [bedrijf 1] afdekken van de betaling van steekpenningen aan [verdachte]

en

op die onder (3) genoemde factuur vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, het verrichten van tekenwerk, het ontwerpen en bereken van leidinglopen voor [bedrijf 2] te Rotterdam,

welke werkzaamheden in werkelijkheid niet door [verdachte] en/of [bedrijf 1 van verdachte] waren verricht

en

op die onder 4 genoemde factuur vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, het verrichten van teken- en rekenwerkzaamheden voor de [bedrijf 3],

welke werkzaamheden in werkelijkheid niet door [verdachte] en/of [bedrijf 1 van verdachte] waren verricht,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van februari 1997 tot en met 15 december 1999 te Wagenberg, tezamen en in vereniging met een ander,

4 facturen ten name van [bedrijf 2 van verdachte], gericht aan [bedrijf 4], te weten de geschriften

bijlagen (1) D/063 en (2) D/065 en (3) D/066 en (4) D/067 (totaal fl. 98.545 of daaromtrent),

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt

immers hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader, toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op die onder (1) en (2) en (3) en (4) genoemde facturen advieswerkzaamheden, te weten

(1)

"voor het geven van advies over diverse grote schilderwerkprojecten bij het

[ziekenhuis 1] te [plaats]

totaal fl. 53.800";

en

(2)

"voor het maken van advieswerkzaamheden bij het [ziekenhuis 1], zijnde het behandelen van beton- en

schilderwerkzaamheden en onderhoud fl. 15.270,--";

en

(3)

"voor het uitwerken van advies-werkzaamheden bij het [ziekenhuis 1] te [plaats] fl. 20.250,--";

en

(4)

"voor het verrichten van advies werkzaamheden bij het Gasthuis van het

[ziekenhuis 1] te [plaats]

fl. 9.225,--";

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, terwijl in werkelijkheid in het geheel geen advieswerkzaamheden hadden plaatsgevonden door [bedrijf 2 van verdachte] ([verdachte]),

en

de in die facturen genoemde bedragen in werkelijkheid betrekking hadden op het betalen van en het in de administratie van de vennootschap onder firma [bedrijf 4] en vervolgens de besloten vennootschap [bedrijf 4] B.V. (i.o.) afdekken van de betaling van steekpenningen aan [verdachte]

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 21 maart 1997 tot en met 16 april 2001

te Wagenberg, tezamen en in vereniging met een ander,

14 facturen ten name van [bedrijf 2 van verdachte] gericht aan [bedrijf 5] en/of [bedrijf 5] B.V., te weten de geschriften

bijlagen (1) D/091 en (2) D/092 en (3) D/093 en (4) D/094 en (5) D/095 en (6) D/096 en (7) D/097 en (8) D/098 en (9) D/099 en (10) D/101 en (11) D/102 en (12) D/103 en (13) D/104 en (14) D/365

(totaal fl. 263.969,03, en/of Euro 36.741 of daaromtrent),

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt immers hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader, toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

I.

--op de onder (1) genoemde factuur als datum van opmaak 21-03-97 en

op de onder (2) genoemde factuur als datum van opmaak 15-06-98 en

op de onder (3) genoemde factuur als datum van opmaak 03-11-98

telkens vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl in werkelijkheid de onder (1) en (2) en (3) genoemde facturen waren

geantedateerd en op andere/later gelegen data waren opgemaakt

en

II.

op die onder (1) en (2) en (3) en (4) en (5) en (6) en (7) en (8) en (9) en (10) en (11) en (12) en (13) en (14) genoemde facturen advieswerkzaamheden en/of opnamewerkzaamheden, te weten

--op die onder (1) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 26.173,13"

en

op die onder (2) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 29.375,--"

en

op die onder (3) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 29.316,25"

en

op die onder (4) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 31.055,25"

en

op die onder (5) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 18.388,75"

en

op die onder (6) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 60.725,--"

en

op die onder (7) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 18.539,15"

en

op die onder (8) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 29.452,50"

en

op die onder (9) genoemde factuur

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "Euro 2.618,--"

en

op die onder (10) genoemde factuur

"Het verrichten van opname werkzaamheden voor diversen projecten"

en "Euro 6.634,--"

en

op die onder (11) genoemde factuur

"Het verrichten van advies werkzaamheden voor diversen projecten

2027/2050/2062" en "Euro 6.586,65"

en

op die onder (12) genoemde factuur

"Het verrichten van advies werkzaamheden voor diversen projecten

2006/2057/2024" en "Euro 8.883,35"

en

op die onder (13) genoemde factuur

"Het verrichten van opname werkzaamheden voor diversen projecten"

en "Euro 12.019,--"

en

op die onder (14) genoemde factuur

"Advies inzake [naam 1] asbest-probleem en afwikkeling installatie"

en "fl. 20.944,--"

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, terwijl in werkelijkheid in het geheel geen advieswerkzaamheden hadden plaatsgevonden door [bedrijf 2 van verdachte] ([verdachte]),

en

de in die facturen genoemde bedragen in werkelijkheid betrekking hadden op het betalen van en het in de administratie van [bedrijf 5] B.V. afdekken van de betaling van steekpenningen aan [verdachte]

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 22 februari 2000 tot en met 28 mei 2002

te Wagenberg, tezamen en in vereniging met een ander,

6 facturen ten name van [bedrijf 2 van verdachte], gericht aan [bedrijf 6], te weten de geschriften

bijlagen (1) D/054 en (2) D/055 en (3) D/056 en (4) D/057 en (5) D/058 en (6) D/059

(totaal fl. 98.302,75 en/of Euro 7.735 of daaromtrent),

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn, verdachtes, mededader, toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op die onder (1) en (2) en (3) en (4) en (5) en (6) genoemde facturen advieswerkzaamheden en/of opnamewerkzaamheden, te weten

(1)

"voor het opnemen van beveiligingswerkzaamheden bij het [ziekenhuis 1] te [plaats]" en "fl. 11.631,--"

en

(2)

"voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 31.624,25"

en

(3)

"voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 29.452,--"

en

(4)

"voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 18.752,--"

en

(5)

"voor het verrichten van advieswerkzaamheden" en "fl. 6.843,--"

en

(6)

"het verrichten van opname werkzaamheden voor brandveiligheid" en "Euro 7.735,--",

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, terwijl in werkelijkheid in het geheel geen advies- en/of opnamewerkzaamheden hadden plaatsgevonden door [bedrijf 2 van verdachte] ([verdachte]),

en

de in die facturen genoemde bedragen in werkelijkheid betrekking hadden op het betalen van en het in de administratie van [bedrijf 6] afdekken van de betaling van steekpenningen aan [verdachte],

zulks telkens met het oogmerk om dat geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

6.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 21 maart 1997 tot 5 februari 2003

te Wagenberg, tezamen en in vereniging met een ander,

9 facturen ten name van [bedrijf 2 van verdachte] en/of [bedrijf 1 van verdachte], gericht aan [bedrijf 7], te weten de geschriften

bijlagen (1) D/068 en (2) D/069 en (3) D/070 en (4) D/071 en (5) D/072 en (6) D/073 en (7) D/074 en (8) D/148 en (9) (D/228)

(totaal fl. 147.596,25 en Euro 54.021,20 of daaromtrent),

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn, verdachtes, mededader,

toen en daar telkens valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op die onder (1) en (2) en (3) en (4) en (5) en (6) en (7) en (8) en (9) genoemde facturen advieswerkzaamheden en/of opnamewerkzaamheden,

te weten

(1)

"Voor het verrichten en uitwerken van advieswerkzaamheden bij het [ziekenhuis 1] te [plaats] fl. 13,218,75";

en

(2)

"Voor het verrichten van opname voor electrotechnische werkzaamheden bij het [ziekenhuis 1] te [plaats] Totaal fl. 31.050,--";

en

(3)

"Voor het verrichten van electrotechnische opname werkzaamheden, en het op nemen van - en uitwerken van het toegangscontrolesysteem bij het [ziekenhuis 1] Totaal fl. 30.365,--";

en

(4)

"Het verrichten van advies werkzaamheden Euro 1.999,20";

en

(5)

"Het verrichten van advies werkzaamheden voor diversen projecten Euro 23.155,--";

en

(6)

"Het verrichten van advies werkzaamheden voor diversen projecten Euro 23.512,--";

en

(7)

"Voor het verrichten van advieswerkzaamheden; Totaal Euro 5.355,--";

en

(8)

"Voor het verrichten en uitwerken van advieswerkzaamheden bij het [ziekenhuis 1] te [plaats] fl. 18.325,--";

en

(9)

"Voor het verrichten van opname werkzaamheden teken en berekenwerk voor de elektrische installatie bij het [ziekenhuis 1] te [plaats] totaal fl. 54.637,50";

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, terwijl in werkelijkheid in het geheel geen advies- en/of opnamewerkzaamheden hadden plaatsgevonden door [bedrijf 2 van verdachte] en/of [bedrijf 1 van verdachte] ([verdachte]),

en

de in die facturen genoemde bedragen in werkelijkheid betrekking hadden op het betalen van en het in de administratie van [bedrijf 7] afdekken van de betaling van steekpenningen aan [verdachte],

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

7. Primair:

hij in de periode van 19 december 1996 tot en met 19 december 2001 te Wagenberg en/of Oosterhout, tezamen en in vereniging met een ander,

een factuur, te weten het geschrift

(D/392) een factuur ten name van [bedrijf 8] gericht aan [bedrijf 5] b.v. ad fl. 66.705,--

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader, toen en daar valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op de genoemde factuur vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

"Conform uw opdracht van 19 december 1996 referentie 96/1358/RT/EE

werknummer 6120 belasten wij hierbij uw rekening met de kosten voor het

schoonmaken van ruimtes boven de plafonds onder asbestcondities uitgevoerd

bij het [ziekenhuis 1] te [plaats]" en "fl. 66.705,--" en als bankrelatie

"Rek.nr [nummer]",

terwijl in werkelijkheid [bedrijf 8] geen werkzaamheden voor [bedrijf 5] had verricht,

en

genoemd bedrag betrekking had op het betalen van steekpenningen aan [verdachte]

en

genoemd rekeningnummer ([nummer]) op naam stond en toebehoorde aan

[verdachte]

en

die factuur betrekking had op het betalen van en/of het in de administratie van [bedrijf 5] B.V. afdekken van de betaling van steekpenningen aan [verdachte]

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

8.

hij in de periode van 10 juni 1997 tot en met 10 juni 2003 te Wagenberg en/of [plaats] en/of [plaats], meermalen, telkens anders dan als ambtenaar, immers als Groepshoofd Techniek en/of (wnd) Hoofd Facilitair Bedrijf in dienstbetrekking bij De Vereniging [ziekenhuis 1] en vervolgens Hoofd Technische Dienst in dienstbetrekking bij het [ziekenhuis 2] te [plaats], werkzaam zijnde, danwel als lasthebber bij de hiervoor genoemde instellingen (De Vereniging [ziekenhuis 1] en vervolgens het [ziekenhuis 2] (te [plaats])) optredend,

telkens naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn betrekkingen en/of bij de uitvoering van zijn lasten heeft gedaan of nagelaten, dan wel zou doen of nalaten,

giften, namelijk een geldbedrag, totaal fl. 1.562.265,98 en Euro 198.867,20 of

daaromtrent,

en

de levering en de plaatsing van een badkamer en een (complete) keuken (inclusief apparatuur) ten behoeve van [naam 2] in de/een caravan op [plaats],

en

beloften, namelijk de betaling van een of meer geldbedragen, heeft aangenomen

(van [medewerker 1] en/of ((een) (andere) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 1] en [medewerkers 2 en 3] en/of ((een) (andere)

medewerk(st)er(s) van) de vennootschap onder firma [bedrijf 4] en/of (vervolgens) de besloten vennootschap [bedrijf 4] (i.o.) en [medewerker 4] en/of ((een) (andere)

medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 5] B.V. en [medewerker 5] en/of ((een)

(andere) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 6] en/of [medewerker 6] en [medewerker 7] en/of ((een) (andere) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 7] en [medewerker 8] en/of ((een) (andere) medewerk(st)er(s) van) [bedrijf 10] en [medewerker 9])

en

dit aannemen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgevers en/of lastgevers;

9. Subsidiair

hij in de periode van 10 juni 1997 tot en met 1 maart 2001 te [plaats] en/of Wagenberg, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen De Vereniging [ziekenhuis 1] heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen,

hebbende verdachte en/of zijn, verdachtes, mededaders, telkens met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

--de bedragen op offertes voor door derden te verrichten werkzaamheden bij/voor [ziekenhuis 1] verhoogd en/of aangepast;

en

--die -op basis van het opgehoogde bedrag- opgestelde offertes ter acceptatie ingediend bij [ziekenhuis 1];

en

--die offertes geaccepteerd in zijn, verdachtes, zijn functie als Groepshoofd Techniek en/of (wnd) Hoofd Facilitair Bedrijf in dienstbetrekking bij De Vereniging [ziekenhuis 1];

en

--de vervolgens na acceptatie verrichte werkzaamheden op basis van de hogere offerte gefactureerd aan De Vereniging [ziekenhuis 1];

en

--de (verhoogde) facturen gezonden aan en/of ingediend bij [ziekenhuis 1];

en

--facturen voor niet verrichte werkzaamheden en/of niet geleverde goederen gezonden aan en/of ingediend bij De Vereniging [ziekenhuis 1];

en

--die (verhoogde) facturen voor akkoord ondertekend en/of geparafeerd;

en

--vervolgens die (verhoogde) facturen voor betaling doen toekomen aan de (crediteuren)administratie,

waardoor De Vereniging [ziekenhuis 1] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

10. Subsidiair:

hij in de periode van 1 augustus 2000 tot en met 10 juni 2003 te [plaats] en/of Wagenberg, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen (De Stichting) [ziekenhuis 2] heeft bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen,

hebbende verdachte en/of zijn, verdachtes, mededaders, telkens met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

--de bedragen op offertes voor door derden te verrichten werkzaamheden bij/voor (De Stichting) [ziekenhuis 2] verhoogd en/of aangepast;

en

--die -op basis van het opgehoogde bedrag- opgestelde offertes ter acceptatie ingediend bij (De Stichting) [ziekenhuis 2];

en

--die offertes geaccepteerd in zijn, verdachtes, zijn functie als Hoofd Technische Dienst in dienstbetrekking bij De Stichting [ziekenhuis 2];

en

--de vervolgens na acceptatie verrichte werkzaamheden op basis van de hogere offerte gefactureerd aan het (De Stichting) [ziekenhuis 2];

en

--de (verhoogde) facturen gezonden aan en/of ingediend bij (De Stichting) [ziekenhuis 2];

en

--facturen voor niet verrichte werkzaamheden en/of niet geleverde goederen gezonden aan en/of ingediend bij (De Stichting) [ziekenhuis 2];

en

--die (verhoogde) facturen voor akkoord ondertekend en/of geparafeerd;

en

--vervolgens die (verhoogde) facturen voor betaling doen toekomen aan de crediteurenadministratie,

waardoor (De Stichting) [ziekenhuis 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. Primair: Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven

en

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

2. Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

3. Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

4. Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

5. Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

6. Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

7. Primair: Medeplegen van valsheid in geschrift.

8. Anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij bij zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten, dan wel zal doen of nalaten, een gift of belofte aannemen en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever of lastgever, meermalen gepleegd.

9. Subsidiair: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

10. Subsidiair: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, de psychologische rapportage en de voorlichtingsrapportage;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 deels primair en deels subsidiair, 8, 9 primair en 10 primair telastegelegde tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar alsmede toewijzing van de vordering van de benadeelde partij;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan het aannemen van steekpenningen. Hij had een vaste groep van bedrijven die hij vanuit zijn functie van Hoofd Technische Dienst bij achtereenvolgens [ziekenhuis 1] en De Stichting [ziekenhuis 2] opdrachten gunde. Verdachte zond aan deze bedrijven op naam van zijn adviesbureau facturen, meestal onder de noemer "voor het verrichten van advieswerkzaamheden". Deze facturen waren bedoeld om het betalen van steekpenningen aan verdachte om werkzaamheden te verkrijgen of te behouden in de boekhouding van de betalende bedrijven te kunnen verantwoorden. In werkelijkheid had verdachte geen werkzaamheden verricht voor deze bedrijven en heeft verdachte deze facturen valselijk opgemaakt.

Uiteindelijk betaalden de werkgevers van verdachte deze steekpenningen doordat de (betalende) bedrijven de betaalde steekpenningen doorberekenden in de offertes van de werkzaamheden die zij aan de werkgever stuurden of door het in rekening brengen van niet verrichte werkzaamheden, dit alles met medewerking van verdachte.

Door deze constructie heeft verdachte zich samen met de steekpenningen betalende bedrijven meermalen schuldig gemaakt aan oplichting van zijn werkgevers.

De inkomsten die verdachte buiten zijn salaris ontving heeft verdachte niet aan de Belastingdienst opgegeven. Hierdoor heeft hij de Staat voor een aanzienlijk bedrag benadeeld.

Verdachte heeft door zijn werkwijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zijn werkgevers in hem stelden. Voor het werk dat hij verrichtte ontving hij een salaris van zijn werkgevers. Daarnaast heeft hij meer dan twee miljoen gulden aan steekpenningen ontvangen, die grotendeels werden doorgefactureerd aan zijn werkgevers.

Verdachte heeft bij zijn werkgevers grote financiële schade aangericht. Dit klemt temeer nu [ziekenhuis 1] grotendeels afhankelijk is van giften. In feite heeft verdachte met geld uit collectebussen zijn luxueuze levensstijl bekostigd.

Ten aanzien van de periode dat verdachte bij [ziekenhuis 2] werkte geldt dat de geldbedragen die verdachte heeft geïnd worden doorberekend in de tarieven voor de gezondheidszorg. Hij heeft ook hierdoor maatschappelijke schade veroorzaakt.

Verdachte heeft ter zitting geen enkele blijk gegeven dat hij zich bewust is van het schadelijk karakter van hetgeen hij heeft gedaan. Hij geeft zelfs aan dat hij de grote redder is geweest van de ziekenhuizen waar hij werkte en daarmee van de (ernstig) zieke mensen die verbleven in deze ziekenhuizen. De rechtbank acht dit zeer zorgelijk. Vooral nu verdachte in 1984 voor valsheid in geschrift en het aannemen van steekpenningen is veroordeeld, waardoor van verdachte verwacht mocht worden dat hij beter zou weten.

In de met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte opgemaakte voorlichtingsrapporten van Reclassering Nederland komt eveneens naar voren dat verdachtes houding eerder laconiek dan schuldbewust is te noemen. Hoewel in het laatste rapport wordt aangegeven dat verdachte thans in een uitzichtloze situatie verkeert is er vanuit reclasseringsoogpunt geen noodzaak tot hulpverlening.

In de psychologische rapportage wordt aangegeven dat de persoonlijkheid van verdachte wordt gekenmerkt door narcistische trekken. Verdachte kan echter als volledig toerekeningsvatbaar ten aanzien van de telastegelegde feiten worden beschouwd. De psycholoog acht de kans op recidive van een soortgelijk delict niet uitgesloten.

De rechtbank is al met al van oordeel dat een gevangenisstraf van forse duur passend is ten aanzien van de feiten, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd. Een gedeelte daarvan zal voorwaardelijk opgelegd worden als stok achter de deur om herhaling van strafbare feiten te voorkomen.

BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering, die wordt betwist, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, zodat de benadeelde partij niet- ontvankelijk moet worden verklaard.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a (oud), 14b (oud), 14c, 47, 57, 225 (oud), 326 (oud) en 328ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 (oud) en 69 (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart de dagvaarding geldig.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 9 primair en 10 primair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9 subsidiair en 10 subsidiair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG MAANDEN.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot ZES MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en mr. M. Griffioen, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 oktober 2006.

Mrs. Schoemaker en Griffioen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.