Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AY8856

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
22-09-2006
Datum publicatie
26-09-2006
Zaaknummer
189261 / CV EXPL 06-1084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

7:610 BW. Vraag of er sprake is van arbeidsovereenkomst tussen De Telegraaf en een fotograaf. Gezagsverhouding wordt niet aanwezig geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 189261 \ CV EXPL 06-1084

vonnis van de kantonrechter d.d. 22 september 2006

inzake

[eiser],

hierna te noemen: [eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. N.E. van Uitert,

tegen

de besloten vennootschap Uitgeversmaatschappij De Telegraaf BV,

hierna te noemen: De Telegraaf,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.C. Siemons.

Procesverloop

1. Ingevolge het tussenvonnis van 10 maart 2006 is er op 10 juli 2006 een comparitie gehouden. Daarvan zijn aantekeningen gemaakt door de griffier. Vervolgens heeft [eiser] een akte (waarbij producties zijn over gelegd) en De Telegraaf een antwoordakte genomen. Hierna is wederom vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De verdere beoordeling van het geschil

2. Overgenomen wordt hetgeen werd overwogen en beslist in het tussenvonnis. De kantonrechter dient in dit geschil de vraag te beantwoorden of tussen [eiser] en De Telegraaf een arbeidsovereenkomst bestaat, op basis waarvan [eiser] aanspraak kan maken op achterstallig salaris en doorbetaling daarvan. Overwogen wordt dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de uitspraak van de kantonrechter van 10 januari 2006 in een door [eiser] tegen De Telegraaf aanhangig gemaakt kort geding (185229\ CV EXPL 05-6968), waarin dezelfde vraag centraal stond als in de onderhavige procedure. De kantonrechter kan zich geheel vinden in de overwegingen van deze beslissing, zodat deze overwegingen hier als herhaald en ingelast beschouwd moeten worden.

3. In de onderhavige zaak heeft [eiser] op dezelfde gronden als in de vorenbedoelde kort geding procedure betoogd dat de relatie tussen [eiser] en De Telegraaf als een arbeidsovereenkomst gekwalificeerd moet worden. Cruciaal voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is de vraag of er sprake is van een gezagsverhouding tussen De Telegraaf en [eiser]. Naar het oordeel van de kantonrechter is in de relatie tussen partijen onvoldoende gebleken van ondergeschiktheid, zodat niet kan worden geoordeeld dat de overeenkomst van partijen kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. De navolgende punten spelen bij deze overweging een rol.

3.1. [eiser] genoot geen vakantietoeslag. Bij ziekte ontving [eiser] geen (loon)doorbetaling van De Telegraaf , doch ziekengeld van het UWV op grond van de vangnetbepaling van de Ziektewet. Voorts overweegt de kantonrechter dat hem aannemelijk voorkomt de stelling van De Telegraaf dat in de dagbladwereld verslaggevers en fotografen een vaste (basis)vergoeding ontvangen, zodat zij ook een beloning ontvangen voor hun beschikbaarheid en voor inspanningen die niet direct tot verslaglegging leiden. De maandelijkse door De Telegraaf aan [eiser] uitbetaalde vergoedingen dienen dan ook niet te worden beschouwd als loon, doch als tegemoetkoming in de kosten.

3.2. Dat [eiser] verplicht was om gehoor te geven aan de opdrachten van De Telegraaf, zoals door [eiser] betoogd, is de kantonrechter onvoldoende gebleken. Dit geldt te meer nu De Telegraaf onbetwist heeft gesteld dat indien [eiser] fotomateriaal waartoe hij opdracht kreeg niet aanleverde, zij op andere wijze het gewenste fotomateriaal verwierf. Dat [eiser] naar eigen zeggen wel altijd gehoor heeft gegeven aan de oproepen van De Telegraaf maakt dit oordeel niet anders.

3.3. Gebleken is dat [eiser] zelf zorg diende te dragen voor zijn eigen fotoapparatuur, in tegenstelling tot de vaste fotografen van De Telegraaf, die een camera ter beschikking krijgen gesteld.

3.4. Evenmin is gebleken dat het auteursrecht op de door [eiser] gemaakte foto's bij De Telegraaf is komen te liggen. Zo heeft De Telegraaf onbetwist gesteld dat indien zij een reeds geplaatste foto van [eiser] nogmaals wilde gebruiken, zij daarvoor een plaatsingsvergoeding aan [eiser] betaalde. Kenmerkend voor een arbeidsovereenkomst is dat het auteursrecht van gemaakt werk in beginsel toekomt aan de werkgever. Daarvan is in onderhavige zaak geen sprake.

4. Nu de kantonrechter van oordeel is dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en De Telegraaf, zullen de vorderingen worden afgewezen.

5. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van De Telegraaf begroot op € 600,-- wegens salaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor zover het de hiervoor bedoelde veroordeling in de proceskosten betreft.

Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 151