Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AY8732

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
21-09-2006
Datum publicatie
22-09-2006
Zaaknummer
AWB 06_1863 -1270
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

vrijstelling voor bouw- en woonrijp maken van terrein. bouw- en woonrijp maken is niet in strijd met het bestemmingsplan. De vrijstelling heeft daarom geen rechtsgevolgen en is dus geen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

Reg.nr.: 06/1863 en 06/1290

[verzoekers], wonende te Terherne, verzoekers,

gemachtigde: mr. H.A.Th. Yspeert, advocaat te Groningen,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boansterhim, verweerder,

gemachtigde: mr. J.V van Ophem, advocaat te Leeuwarden en J. Wiersma, werkzaam bij verweerder.

1. Aanduiding van het besluit waarop het verzoek betrekking heeft

De beslissing van verweerder van 6 april 2006, inhoudende de op grond van art. 19 lid 1 Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) aan De Friese Greiden Groep verleende vrijstelling voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein aan de K├║persleantsje te Terherne.

2. Datum van de zitting

Het verzoek is behandeld ter zitting van 21 september 2006. Namens verzoekers is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door voornoemde gemachtigden. GS is niet verschenen en namens de De Friese Greiden Groep is J. Korte, projectontwikkelaar, verschenen.

3. De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak

a. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep geregistreerd onder nummer 06/1290 niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening geregistreerd onder nummer 06/1863 af.

b. De gronden van de beslissing

Voor het treffen van een voorlopige voorziening, zoals is gevraagd door verzoekers, is in beginsel aanleiding indien de voorzieningenrechter van oordeel is dat een tegen een besluit ingediend bezwaar- of beroepschrift gegrond zal worden verklaard. Indien, zoals in het onderhavige geval, het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan terwijl beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter op grond van art. 8:86 lid 1 Awb onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit het geval. De voorzieningenrechter zal daarom onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

Duidelijk is dat de betreffende gronden ingevolge het vigerend bestemmingsplan "Dorpsvernieuwingsplan Terherne" de bestemming "woondoeleinden" hebben. Ingevolge art. 4 van de planvoorschriften zijn deze gronden onder meer bestemd voor wonen, verkeers- en verblijfsdoeleinden, groenvoorzieningen en water en nutsvoorzieningen.

Ook is duidelijk geworden dat verweerder de vrijstellingsprocedure heeft gevolgd en de vrijstelling heeft verleend, omdat het uiteindelijk bouwplan, waar nog bouwvergunning voor verleend zal worden, in detail zal afwijken van de bouwvoorschriften van het bestemmingsplan. Voor zover de vrijstelling is verleend voor het kunnen verlenen van de bouwvergunning, maakt die vrijstelling voor het kunnen maken van bezwaar en instelling van beroep deel uit van de uiteindelijk bouwvergunning. Die vrijstelling is in dit geschil dus niet aan de orde.

De conclusie in dit geval is dat het enkele bouw- en woonrijp maken van dit gebied niet in strijd met het bestemmingsplan is en deze werkzaamheden dus zonder vrijstelling verricht kunnen worden. Dit betekent dat de beslissing vrijstelling te verlenen zoals in deze procedure aan de orde is gesteld geen rechtsgevolgen heeft en dus geen besluit is als bedoeld in art. 1:3 Awb. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Er bestaat dan ook geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Er is geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen de in het verzoek om een voorlopige voorziening met registratienummer 06/1863 kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Tegen de uitspraak in de hoofdzaak met registratienummer 06/1290 staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb. Hoger beroep kan worden ingesteld door binnen zes weken na dag van verzending van dit proces-verbaal een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag

De zitting wordt gesloten.

Waarvan proces-verbaal.

w.g.

M.A. Jansen,

C.H. de Groot