Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AY8425

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
19-09-2006
Datum publicatie
19-09-2006
Zaaknummer
17/880063-06 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot moord, beroep op noodweer, vuurwapen, veroordeling

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 26, geldigheid: 2006-09-19
Wet wapens en munitie 55, geldigheid: 2006-09-19
Wetboek van Strafrecht 289, geldigheid: 2006-09-19
Wetboek van Strafrecht 45, geldigheid: 2006-09-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 19 september 2006

Parketnummer: 17/880063-06 VEV

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats verdachte],

thans gedetineerd in P.I. Overijssel - HvB Zwolle te Zwolle.

De rechtbank heeft gelet op de ter terechtzitting gehouden onderzoeken van 11 juli 2006 en van 5 september 2006.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. L.J. Woltring, advocaat te Hoofddorp.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

VERWEER

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte heeft gehandeld in noodweer, nu verdachte door drie jongens werd achtervolgd en hij door een van deze jongens, te weten [slachtoffer], werd beschoten.

De rechtbank is van oordeel dat dit beroep op noodweer dient te worden verworpen.

Verdachte heeft verklaard dat hij op de hoogte was van de dreigende situatie en dat hij wist dat hij werd achtervolgd door een groep jongens die eropuit was geweld op hem te plegen, al dan niet met behulp van vuurwapens. Hij voelde deze dreiging zelfs zo sterk dat hij op enig moment tegen zijn vriendin heeft gezegd dat ze zich in veiligheid moest brengen. Verdachte verklaart dat hij, nadat hij had gezien dat zijn vriendin een winkel was ingegaan en dus veilig was, zich heeft omgedraaid en zich in de richting van de aanvallers heeft bewogen. Verdachte heeft dus bewust de confrontatie opgezocht. De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte door verwijtbaar handelen, zelf een situatie heeft gecreƫerd, waaraan hij vervolgens door het plegen van een strafbaar feit een einde moest maken, een rechtvaardiging van zijn handelen op grond van een noodweertoestand niet mogelijk is, vanwege culpa in causa. Verdachte heeft zich immers zelf, door zich om te draaien en zich in de richting van zijn aanvallers te bewegen, in een situatie gebracht waarin hij de aanval van [slachtoffer] kon verwachten. De rechtbank is derhalve van oordeel dat hier geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

De rechtbank is tevens van oordeel dat, ook indien er wel sprake zou zijn geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, het beroep op noodweer eveneens dient te worden verworpen.

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt weliswaar dat [slachtoffer] op verdachte heeft geschoten, maar gelet op de situatie ter plaatse, het zich bevinden in een winkelstraat met veel vluchtmogelijkheden, had verdachte een andere mogelijkheid kunnen en moeten kiezen ter beƫindiging van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 7 maart 2006, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] , van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een pistool, een of meer kogel(s) heeft afgevuurd in de richting van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij in de periode van 7 maart 2006 tot en met 21 maart 2006, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, een vuurwapen van categorie III, te weten een alarm-startpistool van het merk BBM (Bruni-Italy), model 315-auto, omgebouwd tot kaliber 6.35 mm scherp, voorhanden heeft gehad.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. Primair: Poging tot moord.

2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, het voorlichtingsrapport en de pro justitia rapportage;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het primair telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.;

- het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte een poging heeft gedaan een andere man van het leven te beroven. Verdachte heeft met een geladen pistool op zak rondgelopen, heeft op klaarlichte dag in een winkelstraat, waar zich op dat moment veel winkelend publiek bevond, doelbewust de confrontatie met deze man gezocht en heeft tijdens de daaropvolgende schotenwisseling gericht op hem geschoten. Dit alles neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk. Zijn daad heeft, zo blijkt uit de vele getuigenverklaringen, voor gevoelens van grote angst en onveiligheid gezorgd. Verdachte had ruzie met zijn beoogd slachtoffer en diens familie, maar de manier waarop hij meende zijn vete midden in de stad te moeten uitvechten, gaat alle perken te buiten.

Uit de rapportage komt naar voren dat verdachte te weinig verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Al op jonge leeftijd is hij, door gebrek aan waarden en normen, in het criminele circuit terechtgekomen. Volgens de psychiater en de psycholoog is er bij verdachte sprake van een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken. Beide deskundigen achten verdachte volledig toerekeningsvatbaar. De kans op recidive is, zonder begeleiding en controle, aanwezig. Zij adviseren, naast een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf, een langdurig reclasseringstoezicht met een lange proeftijd. Ook de reclassering adviseert om verdachte een gevangenisstraf op te leggen, met een onvoorwaardelijk deel gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijk deel als stok achter de deur en met als bijzondere voorwaarde een verplicht contact met Reclassering Nederland.

De rechtbank kan zich vinden in bovengenoemde conclusies en adviezen, met name voor zover het gaat om de noodzaak dat verdachte onder reclasseringstoezicht komt te staan. Daarnaast acht zij, gelet op de ernst van verdachtes delict en gelet op het feit dat verdachte eerder is veroordeeld wegens een geweldsdelict, een gevangenisstraf van forse duur aangewezen. Om herhaling te voorkomen en om bovengenoemd verplicht reclasseringstoezicht te kunnen opleggen, zal zij een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Daarbij kan naar het oordeel van de rechtbank volstaan worden met een proeftijd van twee jaar.

INBESLAGGENOMEN GOEDEREN

De rechtbank acht de inbeslaggenomen goederen, te weten een pet, kleur blauw, een jas, kleur bruin, een paar schoenen, kleur blauw van met merk Nike, een paar witte sokken, een spijkerbroek van het merk Coolcat, een t-shirt van het merk Nike en een t-shirt van het merk Avirex vatbaar voor teruggave aan verdachte.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en gelet op de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland;

- ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling, ook als dit inhoudt het volgen van een cognitieve vaardigheidstraining.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen, te weten: een pet, kleur blauw, een jas, kleur bruin, een paar schoenen, kleur blauw van met merk Nike, een paar witte sokken, een spijkerbroek van het merk Coolcat, een t-shirt van het merk Nike en een t-shirt van het merk Avirex.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. P.G. Wijtsma en mr. M. Brinksma, rechters, bijgestaan door H. Pool, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 september 2006.