Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AX7716

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
01-06-2006
Datum publicatie
09-06-2006
Zaaknummer
193892 \ CV EXPL 06-752
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Aanpassing Arbeidsduur. Verzoek om arbeidsduurvermindering. Zwaarwegende belangen aan de kant van de werkgever leiden tot afwijzing van het verzoek.

Wetsverwijzingen
Wet flexibel werken
Wet flexibel werken 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2006/148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 193892 \ CV EXPL 06-752

vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 4 Rv d.d. 1 juni 2006

inzake

[eiseres],

hierna te noemen: [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. J.L. van der Meer,

tegen

de stichting Stichting ziekenhuis De Tjongerschans,

hierna te noemen: Tjongerschans,

gevestigd te Heerenveen,

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.H.M. van Hasselt-Keser.

Procesverloop

1. [eiseres] heeft Tjongerschans gedagvaard voor de zitting van 11 mei 2006 en op de bij exploot vermelde gronden gevorderd bij wijze van voorlopige voorziening uitvoerbaar bij voorraad te verklaren voor recht dat Tjongerschans de gevraagde aanpassing van de arbeidsduur van 32 naar 16 uur per week moet toekennen ingevolge artikel 2 lid 1 Wet Aanpassing Arbeidsduur en [eiseres] in staat te stellen om met ingang van 9 april 2006 16 uur per week te werken, met veroordeling van Tjongerschans in de proceskosten.

De mondelinge behandeling is gehouden op 11 mei 2006. Van het verhandelde zijn aantekeningen gemaakt. Tjongerschans heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een productie in het geding gebracht. Beide gemachtigden hebben het standpunt van hun cliënte toegelicht aan de hand van pleitnotities.

Vervolgens is vonnis bepaald.

Motivering

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [eiseres] is bij Tjongerschans in dienst getreden op 16 oktober 2000 in de functie van apothekersassistente.

2.2. Op 20 oktober 2005 heeft [eiseres] bij Tjongerschans het verzoek ingediend voor arbeidsduurvermindering met als ingangsdatum 9 april 2006 in het kader van artikel 2 lid 1 van de Wet Aanpassing Arbeidsduur.

Tjongerschans heeft bij brief van 17 november 2005 dit verzoek afgewezen.

Het standpunt van [eiseres]

3.1. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat er geen zwaarwegend bedrijfsbelang is dat zich verzet tegen inwilliging van haar verzoek. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij in het kader van haar ouderschapsverlof al een jaar lang 16 uur per week heeft gewerkt en dat dit niet tot continuïteitsproblemen heeft geleid. Ze heeft in die periode ook diensten gedraaid. Van verlies van routine is volgens [eiseres] geen sprake. Wel moet ze even op gang geholpen worden bij nieuwe taken.

3.2. De notitie parttime beleid, waar Tjongerschans zich op beroept, is eenzijdig opgesteld door het hoofd Apothekersassistenten en ondertekend door het hoofd Farmacie. Deze regeling is niet tot stand gekomen in overeenstemming met de OR of de vakbonden.

3.3. De door Tjongerschans in het geding gebrachte "concept visie apotheek", waar [eiseres] zelf aan meegewerkt heeft, ondersteunt volgens [eiseres] haar mening dat een zwaarwegend belang niet kan worden aangetoond. Deze visie heeft als uitgangspunt specialisatie van taken. Dit betekent dat de apothekersassistente zich kan toeleggen op een aantal hoofdtaken en niet meer in detail alles van alle taken hoeft te weten.

De door Tjongerschans genoemde roostertechnische problemen leveren geen zwaarwegend belang op.

3.4. [eiseres] stelt een spoedeisend belang te hebben, nu haar ouderschapsverlof op 9 april 2006 afloopt. Zij is met ingang van 9 april 2006 niet in de gelegenheid om 24 uur per week te gaan werken in verband met daarvoor benodigde opvang voor haar zoontje.

Het standpunt van Tjongerschans

4.1. Tjongerschans stelt dat zij op 17 november 2005 duidelijk haar standpunt aan [eiseres] heeft aangegeven. Door te wachten met het starten van de onderhavige procedure heeft [eiseres] zelf een spoedeisend belang gecreëerd. Primair stelt Tjongerschans zich op het standpunt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.2. Met betrekking tot de afwijzing van het verzoek van [eiseres] heeft Tjongerschans het volgende aangevoerd.

Het parttime beleid dat wordt gevolgd door Tjongerschans is een beleid dat weloverwogen tot stand is gekomen. Het hoofd Ziekenhuisfarmacie is in zijn functie van gevestigd apotheker op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WOG) eindverantwoordelijk voor farmaceutische bereidingen en andere farmaceutische dienstverlening. De gevestigd apotheker laat zich ondersteunen door apothekersassistenten die bekwaam moeten zijn waarbij de landelijke kwaliteitsstandaard GMP-z (Good Manufacturing Practice ziekenhuisfarmacie) als richtlijn wordt gevolgd.

Binnen de apotheek worden zeven taken onderscheiden. Een volwaardig apothekersassistente moet in staat zijn die zeven taken zonder meer te verrichten. Wanneer een parttimer wordt ingeroosterd dan verricht diegene noodgedwongen de verschillende taken met grotere tussentijden en verliest zodoende de routine. Een apothekersassistente die maar 16 uur werkt, kan niet voldoende frequent uitoefenen alle taken die volgens de functiebeschrijving van apothekersassistente behoren te worden uitgeoefend en is op basis van de GMP-z onbekwaam. Tjongerschans is dan ook van mening dat zij een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft om 16 uur niet toe te staan.

Duidelijk moge zijn dat fouten zo min mogelijk moeten worden gemaakt omdat de gezondheid van de patiënt op het spel staat.

4.3. Tjongerschans heeft voorts aangevoerd dat geconstateerd is dat er steeds meer fouten worden gemaakt. [eiseres] zit samen met een aantal andere collega's, een ziekenhuisapotheker en het hoofd apothekersassistenten in een werkgroep die is opgericht om te komen tot vermindering van het aantal fouten, verkorting van de inwerkperiode en betere kennisoverdracht. De werkgroep heeft een visieplan opgesteld dat aan de Ondernemingsraad ter goedkeuring is toegestuurd. Daarin wordt een wijziging van de werkorganisatie van de apotheek bepleit alsmede een functiedifferentiatie. Het idee is om de parttime apothekersassistenten op minder werkplekken in te zetten. Daarbij zijn de werktaken verdeeld en is er een scheiding aangebracht tussen de taken die verband houden met de bereidingen en de taken die verband houden met distributie/logistiek. De werkgroep heeft zich gebogen over het aantal werkplekken, de functiedifferentiatie en het aantal apothekersassistenten en heeft vervolgens een indeling gemaakt waarbij het minimum van 24 uur als uitgangspunt is genomen omdat het uitvoeren van vier taken noodzakelijk is om ofwel de bereidingen ofwel de distributie/logistiek te kunnen uitvoeren en diensten te kunnen blijven draaien.

Zelfs bij functiedifferentiatie zal het dus zo zijn dat een apothekersassistente 24 uur zal moeten werken om tenminste de bekwaamheid te behouden om vier taken uit te oefenen. Daarbij is 24 uur noodzakelijk om een roosterindeling mogelijk te maken. Een verdere functiedifferentiatie met nog minder taken is niet mogelijk omdat een apothekersassistente die maar twee taken verricht geen dienst kan doen. Het dienstenrooster is dan sowieso niet meer rond te krijgen.

4.4. Tijdens het ouderschapsverlof van [eiseres] heeft zij 16 uur per week gewerkt. Zij kon slechts voor twee taken worden ingezet. Dat waren receptverwerking en afleveren medicatie. Dit zijn twee taken die gedaan moeten worden om diensten te kunnen draaien. Dat is onvoldoende om de functie in de volle omvang te kunnen uitoefenen. [eiseres] heeft dan ook niet gewerkt als volwaardig apothekersassistente en bleek zelfs niet te kunnen worden ingezet voor een derde taak zonder opnieuw te moeten worden ingewerkt.

4.5. Het ouderschapsverlof heeft bovendien geleid tot roostertechnische problemen. Andere collega's hebben de taken van [eiseres] moeten overnemen, waardoor de werkdruk voor die collega's aanmerkelijk is toegenomen. De extra belasting die van collega's wordt gevraagd mag niet onbeperkt voortduren.

De beoordeling

5.1. [eiseres] vordert een verklaring voor recht dat Tjongerschans de gevraagde aanpassing van de arbeidsduur van 32 uur naar 16 uur per week moet toekennen.

De kantonrechter is van oordeel dat het niet mogelijk is om in kort geding een verklaring voor recht te vragen. Wel is het mogelijk om in kort geding gedeeltelijke schorsing van de verplichting om 32 uur per week te werken te vorderen, in afwachting van een definitieve beslissing in een bodemprocedure. De kantonrechter begrijpt dat, daar waar [eiseres] daarnaast vordert dat Tjongerschans haar in staat stelt om 16 uur per week te werken, de vordering als een zodanig moet worden begrepen.

5.2. Nu het tijdstip waarop haar ouderschapsverlof is afgelopen, is verstreken, en [eiseres] thans weer 32 uur per week zou moeten werken, heeft zij naar het oordeel van de kantonrechter een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Dat zij die voorziening eerder had kunnen vragen, maakt dat niet anders.

5.3. [eiseres] heeft haar vordering gebaseerd op artikel 2 van de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA). Lid 5 luidt: "De werkgever willigt het verzoek van de werknemer om aanpassing van de arbeidsduur in, voor zover het betreft het tijdstip van ingang en de omvang van de aanpassing, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.".

En lid 8 bepaalt: "Bij vermindering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermindering leidt tot ernstige problemen:

a. voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;

b. op het gebied van de veiligheid;

c. van roostertechnische aard.".

5.4. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Tjongerschans voldoende aannemelijk gemaakt dat zwaarwegende belangen zich tegen inwilliging van het verzoek van [eiseres] verzetten.

5.4.1. De kantonrechter overweegt daartoe dat Tjongerschans onweersproken gesteld heeft dat het hoofd Ziekenhuisfarmacie op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening eindverantwoordelijk is voor farmaceutische bereidingen en andere farmaceutische dienstverlening, waarbij de landelijke kwaliteitsstandaard GMP-z als richtlijn wordt gevolgd.

Tevens heeft Tjongerschans voldoende aannemelijk gemaakt dat een volwaardig apothekersassistente alle zeven taken behorende tot de functie van apothekersassistente moet kunnen verrichten om GMP-z-bekwaam te zijn en dat zulks bij een arbeidstijd van 16 uur per week niet gerealiseerd kan worden. Tjongerschans heeft zulks met name aannemelijk gemaakt door te verwijzen naar de situatie waarbij [eiseres] gedurende haar ouderschapsverlof 16 uur per week werkte en slechts twee taken kon verrichten. [eiseres] heeft deze stellingen van Tjongerschans niet, althans onvoldoende weersproken. Zij heeft niet betwist dat voor een goede functievervulling het kunnen verrichten van meerdere taken noodzakelijk is en dat zulks onvoldoende haalbaar is bij een arbeidsduur van 16 uur per week. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat zij de afgelopen anderhalf jaar ook 16 uur per week gewerkt heeft, doch zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij toen alle onderdelen van haar functie in voldoende mate kon verrichten om haar routine en bekwaamheid te behouden.

Mede gelet op de belangen van de patiënten en de gevolgen die een foutieve medicatie kunnen hebben, acht de kantonrechter het van belang dat de apothekersassistenten hun routine en bekwaamheid behouden.

5.4.2. Voorts heeft Tjongerschans voldoende gemotiveerd onderbouwd aangevoerd dat ook bij de voorgestelde functiedifferentiatie, waarbij een apothekersassistente vier van de zeven taken zou moeten verrichten, dit niet te realiseren is bij een arbeidsduur van 16 uur. De "concept visie apotheek" opgesteld door de werkgroep waar [eiseres] zelf deel van uit maakt, gaat ook uit van arbeidsovereenkomsten van ten minste 24 uur. Van de zijde van [eiseres] is niet aannemelijk gemaakt dat, na invoering van de voorgestelde functiedifferentiatie, wel volstaan zou kunnen worden met een arbeidsduur van 16 uur per week voor het uitoefenen en onderhouden van de routine en bekwaamheid met betrekking tot die functieonderdelen.

5.4.3. Daarnaast spelen naar het oordeel van de kantonrechter de door Tjongerschans genoemde roostertechnische problemen mede een rol bij de vraag of er sprake is van zwaarwegende belangen die zich tegen inwilliging van het verzoek van [eiseres] verzetten. Tjongerschans heeft naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat die roostertechnische problemen zich voor gaan doen indien zij zou toestaan dat een apothekersassistente 16 uur per week zou werken.

5.5. De kantonrechter zal de door [eiseres] gevorderde voorlopige voorziening dan ook afwijzen.

5.6. [eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

Rechtdoende in kort geding

wijst de vordering van [eiseres] af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Tjongerschans begroot op € 200,-- wegens salaris.

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41