Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AV7773

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
31-03-2006
Datum publicatie
31-03-2006
Zaaknummer
74888 / KG ZA 06-62
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een producent van eieren levert scharreleieren aan een groothandel. De groothandel wenst over een bepaalde periode niet de afgesproken prijs voor alle geleverde scharreleieren te betalen, maar de lagere prijs voor industrie-eieren, omdat er een te groot aantal kippen in één van de hokken zit. De producent vordert in kort geding betaling van de nog niet ontvangen bedragen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de producent recht heeft op betaling van de overeengekomen prijs voor eieren van de kippen in de hokken waarin niet een te groot aantal zit. Toch wordt de vordering afgewezen omdat berekening van de hoogte van het nog verschuldigde bedrag een berekening vergt die de grenzen van een kort-geding-procedure te buiten gaat. De hoogte van de betalingsachterstand gedurende de periode dat in geen enkel hok teveel kippen waren gehuisvest, is onvoldoende onderbouwd en daarom wordt dit deel van de vordering niet toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 31 maart 2006

Kort-geding-nummer: 74888 / KG ZA 06-62

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

[eiseres],

wonende te Nijkerkerveen,

eiseres,

hierna te noemen: [eiseres],

procureur: mr. P.R. van den Elst,

advocaat: mr. T. Bogers te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap

FRISIAN EGG B.V.,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

hierna te noemen: Frisian Egg,

procureur: mr. H.P. de Lange.

PROCESGANG

[eiseres] heeft Frisian Egg in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 13 maart 2006.

[eiseres] heeft toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de rechter bij vonnis - zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - Frisian Egg veroordeelt om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het bedrag van € 81.515,09 wegens openstaande facturen en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, tot aan de dag der algehele betaling, onder veroordeling van Frisian Egg in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaten, die beiden mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd, waarbij Frisian Egg heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [eiseres].

In de loop van de zitting heeft [eiseres] haar eis aldus gewijzigd dat zij thans betaling vordert van in hoofdsom een bedrag van € 55.735,92.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De voorzieningenrechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

De vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. [eiseres] drijft een onderneming waarin zij eieren doet produceren en verkoopt. Frisian Egg verwerkt eieren tot grondstoffen voor onder meer levensmiddelen en voert een groothandel in eieren.

1.2. [eiseres] en Frisian Egg hebben op 9 oktober 2003 een schriftelijke overeenkomst gesloten, waarbij [eiseres] zich heeft verplicht aan Frisian Egg bruine scharreleieren te leveren van twee koppels hennen van in totaal circa 26.400 stuks, vanaf 1 maart 2004. Frisian Egg zou voor de eieren van het eerste koppel € 0,91 per kilogram betalen en voor de eieren van het tweede koppel € 0,90 per kilogram. De afrekening wordt op grond van de overeenkomst aan de hand van een weeglijst van Frisian Egg opgemaakt in de week na levering, waarna betaling iedere vrijdag na de week van levering geschiedt. [eiseres] houdt de koppels hennen in drie hokken.

1.3. Op 17 mei 2005 is het tweede koppel hennen bij [eiseres] aangekomen. In de eerste week van juni 2005 is de productie van de eieren van dit koppel gestart. Aan het begin van de legproductie heeft Frisian Egg zich op het standpunt gesteld dat zij niet meer gebonden was aan de overeenkomst van 9 oktober 2003, en heeft zij [eiseres] laten weten de eieren van het tweede koppel hennen om die reden niet meer te zullen afnemen. [eiseres] heeft hierna een kort geding tegen Frisian Egg geëntameerd om afname van de eieren af te dwingen. Bij vonnis van 7 juli 2005 is Frisian Egg door de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden veroordeeld tot integrale nakoming van de overeenkomst van 9 oktober 2003.

1.4. Blijkens door het Controlebureau Pluimvee, Eieren en Eierproducten (CPE) verstrekte certificaten zijn in de hokken 1, 2 en 3 maximaal 9.558, 9.540 en 7.641 hennen toegestaan. In totaal mag [eiseres] in deze hokken 26.739 hennen houden. Indien het aantal hennen in een hok het maximale aantal overschrijdt dat genoemd is in het certificaat, mogen de uit dat hok afkomstige eieren niet meer als scharreleieren worden aangemerkt. Zij worden alsdan als industrie-eieren (kooi-eieren) aangemerkt.

1.5. Frisian Egg heeft [eiseres] bij brief van 21 juli 2005 het volgende medegedeeld:

'Onlangs hebben we van u de gegevens van het huidige koppel gekregen. Na controle met het scharrelcertificaat bleek dat er teveel hennen in de stal aanwezig zijn. Volgens het scharrelcertificaat mogen er in de 3 stallen maximaal 26.739 hennen gehouden worden. Met het aantal hennen vermeld op de diverse documenten blijkt dat dit aantal royaal wordt overschreden. Hiermee voldoen de eieren die tot op heden worden geleverd niet aan de criteria van scharreleieren. Zolang er teveel hennen in de stallen worden gehouden kunnen wij deze eieren niet verwerken als scharreleieren. Wij kunnen de eieren pas weer als scharreleieren accepteren wanneer de hennen die teveel zijn uit de stallen zijn verwijderd.'

1.6. Het CPE heeft -op initiatief van Frisian Egg- op 5 augustus 2005 een onderzoek uitgevoerd op het bedrijf van [eiseres]. Uit dit onderzoek, waarvan door de controleur een rapport is opgemaakt, is gebleken dat er in hok 3 55 hennen teveel zaten. Deze hennen zijn blijkens het rapport dezelfde dag nog overgeplaatst naar hok 2. In het rapport staat voorts dat hok 1 per opzetdatum akkoord is, alsmede dat stal 2 per 24 juni 2005 en hok 3 per 5 augustus 2005 het juiste aantal hennen bevatte.

1.7. Frisian Egg heeft vanwege het te grote aantal hennen in hok 3 tot 8 augustus 2005 (zijnde de dag waarop zij van het CPE de melding kreeg dat het aantal hennen in de hokken akkoord was) de door [eiseres] geleverde eieren afgerekend op basis van de op dat moment geldende marktprijs voor industrie-eieren. Nadien heeft Frisian Egg de overeengekomen contractprijs voor scharreleieren weer betaald.

Het standpunt van [eiseres]

2.1. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat Frisian Egg al geruime tijd achterblijft met het doen van correcte betalingen op grond van de door [eiseres] toegezonden facturen. De actuele betalingsachterstand bedraagt € 55.735,92. De door Frisian Egg niet volledig betaalde leveringen zijn in drie perioden onder te verdelen:

a. leveringen tussen 13 juli en 4 augustus 2005

[eiseres] heeft facturen verstuurd van € 42.061,98, € 9.111,65, € 10.667,50 en € 15.558,44. Het totale factuurbedrag komt daarmee op € 77.399,57. Omdat niet alle in deze periode geleverde eieren als scharreleieren konden worden aangemerkt, heeft [eiseres] de facturen bijgesteld tot € 35.054,-, € 7.975,-, € 9.307,93 en € 13.644,95, derhalve tezamen € 65.981,88. Frisian Egg heeft conform de door haarzelf opgestelde afrekenbonnen bedragen van € 17.856,88, € 6.992,29, € 7.112,07 en € 5.678,21 betaald. De totale betalingsachterstand over onderhavige periode bedraagt daarmee € 28.342,43.

b. leveringen tussen 12 augustus en 29 december 2005

Gedurende deze periode heeft Frisian Egg bijna wekelijks te weinig betaald op de door [eiseres] verstuurde facturen. Er is in totaal een betalingsachterstand ontstaan van € 650,01.

c. leveringen vanaf 5 januari 2006 tot 27 februari 2006

De over deze periode bestaande betalingsachterstand bedraagt thans nog € 26.743,48.

De overschrijding van het aantal hennen in één van de hokken gedurende korte tijd is volgens [eiseres] dermate minimaal, dat Frisian Egg zich in redelijkheid niet op het standpunt kan stellen dat alle eieren uit de drie hokken gedurende de eerste periode als industrie-eieren moeten worden aangemerkt. Verder is gedurende de andere twee perioden het maximale aantal hennen in de hokken niet overschreden, zodat er dienaangaande voor Frisian Egg geen grond bestond om slechts gedeeltelijk te betalen.

2.2 [eiseres] maakt voorts aanspraak op betaling van de gemaakte buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.788,- alsmede de wettelijke (handels)rente.

Het standpunt van Frisian Egg

3.1. Frisian Egg betwist het spoedeisend belang bij de vordering van [eiseres]. Zij stelt daartoe dat [eiseres] een half jaar heeft getalmd alvorens tot dagvaarding over te gaan. Indien [eiseres] het niet eens was met de afrekeningen tot en met 8 augustus 2005 had zij veel eerder een kort-geding-procedure tegen Frisian Egg kunnen entameren.

3.2. [eiseres] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst, nu zij zich uitdrukkelijk heeft verplicht om scharreleieren te leveren terwijl zij gedurende enige tijd -door het te grote aantal hennen in één van de hokken- eieren heeft geleverd die niet als scharreleieren mogen worden aangemerkt. Dit is Frisian Egg gebleken toen zij de de door [eiseres] aangeleverde gegevens met betrekking tot het op te zetten tweede koppel hennen vergeleek met het aantal hennen dat conform de CPE-certificaten is toegestaan. Alle eieren gedurende de periode dat niet aan de normen voor scharreleieren is voldaan, kan en mag Frisian Egg niet als scharreleieren vermarkten. Het is om die reden dat Frisian Egg met [eiseres] heeft afgerekend op basis van de marktprijs voor industrie-eieren. Frisian Egg is van mening dat zij gedurende de periode dat er sprake is geweest van een overschrijding van het aantal hennen in één van de hokken de eieren uit alle drie hokken als industrie-eieren mag aanmerken. Dit geldt met name omdat het voor Frisian Egg niet identificeerbaar is welk ei gedurende genoemde periode uit welk hok afkomstig was. De eieren uit alle drie hokken zijn als één geheel bij Frisian Egg afgeleverd.

3.3. De afrekening van de door [eiseres] geleverde eieren vindt conform de overeeenkomst van partijen plaats aan de hand van een weeglijst van Frisian Egg. Deze afrekening heeft als norm voor betaling te gelden. De door [eiseres] zelf opgemaakte facturen dienen dan ook buiten beschouwing te blijven. Frisian Egg betwist uitdrukkelijk het bestaan van een betalingsachterstand, dan wel dat de betalingsachterstand waarop [eiseres] haar vordering baseert correct is. Frisian Egg wijst er tenslotte op dat zij in geval van een veroordelend vonnis een restitutierisico loopt.

De beoordeling van het geschil

4.1. Voor de vraag of toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding geïndiceerd is, moet niet alleen onderzocht worden of het bestaan van een vordering van [eiseres] op Frisian Egg voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden, welke meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist en daarbij in de afweging van belangen van partijen mede betrekken de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling door [eiseres] van de toe te wijzen geldvordering.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij haar vordering, nu zij onweersproken heeft gesteld dat zij als gevolg van een betalingsachterstand van Frisian Egg haar verplichtingen jegens leveranciers niet meer kan nakomen, waardoor laatstgenoemden hebben gedreigd om de leveranties aan [eiseres] te staken.

4.3. De door [eiseres] ter zitting gedane eiswijziging zal buiten beschouwing worden gelaten, nu deze in strijd is met de goede procesorde. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Een eiswijziging in een laat stadium van de procedure is niet in alle gevallen onhaalbaar, maar zij dient dan wel het duidelijke en onderbouwde resultaat te zijn van de voorafgaande stellingen van de eisende partij. Hierdoor wordt de gedaagde partij in staat gesteld om gericht verweer voeren. Daarvan is ten deze evenwel geen sprake, reeds omdat de eiswijziging verwijst naar een betalingsachterstand van € 55.735,92, terwijl eerder ter zitting is betoogd dat er nog een betalingsachterstand zou bestaan van € 43.191,24.

Met de eiswijziging is de gedaagde partij dan ook geschaad in haar mogelijkheid om behoorlijk verweer te voeren.

4.4. Partijen houdt met betrekking tot de periode 13 juli - 4 augustus 2005 verdeeld de vraag of alle in deze periode door [eiseres] geleverde eieren als industrie-eieren dienen te worden aangemerkt. Deze vraag dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontkennend te worden beantwoord. Uit het controle-rapport van het CPE d.d. 5 augustus 2005 blijkt in voldoende mate dat in de onderhavige periode het aantal hennen in de hokken 1 en 2 binnen de daarvoor gestelde maximumaantallen bleef. De uit die hokken afkomstige eieren dienen dan ook als scharreleieren te worden aangemerkt, terwijl de eieren uit hok 3 als industrie-eieren hebben te gelden. Derhalve heeft Frisian Egg over genoemde periode de eieren uit hok 1 en 2 ten onrechte als industrie-eieren aangemerkt en een te lage prijs per kilogram van deze eieren betaald. Frisian Egg dient terzake dan ook nog een betaling aan [eiseres] te doen. De berekening van de hoogte van het nog verschuldigde bedrag vergt evenwel een berekening die de grenzen van deze kort geding procedure te buiten gaat, ook indien ervan uit gegaan moet worden dat in de onderhavige periode de eieren uit de hokken 1, 2 en 3 als één geheel aan Frisian Egg zijn aangeleverd. Hierdoor valt vooralsnog niet vast te stellen hoeveel eieren alsnog als scharreleieren dienen te worden aangemerkt, met de daaraan verbonden verplichting tot bijbetaling door Frisian Egg. Voor zover de vordering van [eiseres] ziet op de periode van 13 juli - 4 augustus 2005 dient zij dan ook te worden afgewezen.

4.5. Met betrekking tot de andere twee door [eiseres] genoemde periodes acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat er te dier zake sprake is van een zekere betalingsachterstand. De hoogte van deze betalingsachterstand is door [eiseres] evenwel onvoldoende deugdelijk onderbouwd, zodat het op deze twee periodes gebaseerde deel van de vordering van [eiseres] eveneens niet voor toewijzing vatbaar is.

4.6. [eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Frisian Egg begroot op € 248,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2006.