Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AV0076

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
18-01-2006
Datum publicatie
23-01-2006
Zaaknummer
05/899
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven om de uitspraak op bezwaar mede als een mutatiebeschikking in de zin van artikel 25 Wet WOZ aan te merken. Verweerder heeft ingestemd met rechtsreeks beroep als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, Awb, tegen die mutatiebeschikking.

De rechtbank heeft vervolgens de WOZ-waarde van de onroerende zaak met ongeveer 30% verminderd wegens geluidsoverlast en slagschaduw van de windmolen die op 260 meter van de woning staat.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/237
FutD 2006-0183
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

Registratienummer: AWB 05/899

Uitspraakdatum: 18 januari 2006

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[A.],

wonende te [B], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Wûnseradiel,

verweerder,

gemachtigde: J. Bosma.

Ontstaan en loop van het geding

1.1 Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2004 als gebruiker en genothebbende aanslagen onroerende-zaakbelastingen opgelegd.

1.2 Het tegen deze aanslagen ingediende bezwaarschrift is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard.

1.3 Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

1.4 Op grond van artikel 8:58 van de Awb heeft eiseres vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder en behoren tot de stukken van het geding.

1.5 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 december 2005 te Leeuwarden.

Eiseres is daarbij in persoon verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

1.6 De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

De feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast:

2.1 Bij beschikking van 21 maart 2001, genummerd [nummer], heeft verweerder de op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: WOZ) per 1 januari 1999 bepaalde waarde van de woning van eiseres gelegen aan [adres] te [B] in de gemeente Wûnseradiel (hierna: de woning) vastgesteld op € 236.419,--, geldend voor het tijdvak 2001-2004.

2.2 Op 8 december 2003 is een windmolen van het type Vestas 52 op enige afstand geplaatst ten westen van de woning. De windmolen heeft een vermogen van 850 kW, een ashoogte van 40 meter en een rotordiameter van 52 meter. Deze windmolen is geplaatst ter vervanging van een windmolen van het type Vestas 29 (vermogen: 225 kW, ashoogte: 36,20 meter, rotordiameter: 29 meter), die enkele tientallen meters zuidelijker was opgesteld. De windmolen is niet uitgerust met een stilstandschakelaar en draait doorgaans dag en nacht. De windmolen veroorzaakt geluidshinder. Ter beperking van slagschaduwoverlast heeft eiseres bomen geplant, waardoor haar uitzicht is verminderd. Rapportage over de geluidssterkte heeft (nog) niet plaatsgevonden.

2.3 Onder nummer [nummer] en met dagtekening 31 maart 2004 heeft verweerder aan eiseres aanslagen onroerende-zaakbelastingen (hierna: OZB) over het jaar 2004 opgelegd voor het genot en het gebruik van de woning. Deze aanslagen zijn gebaseerd op een WOZ-waarde van € 236.419,--.

2.4 Bij brief van 29 april 2004, welke door verweerder is ontvangen op 29 april 2004, heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de OZB-aanslagen met als grond dat sinds 8 december 2003 in de nabijheid van de woning een windturbine is geplaatst, waardoor de waarde van de woning is gedaald als gevolg van verminderd uitzicht en geluidsoverlast, zodat de OZB-aanslagen te hoog zijn.

2.5 Bij brief van 6 mei 2004 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat de WOZ-waarde van € 236.419,-- voor het tijdvak 2001-2004 onherroepelijk vast is komen te staan. Tevens is haar medegedeeld dat zal worden onderzocht of de waardevaststelling moet worden aangepast in welk geval aan eiseres een mutatiebeschikking zal worden toegezonden.

2.6 Verweerder heeft de woning van eiseres op 7 juli 2004 laten taxeren. De taxateur heeft bij die taxatie onder verwijzing naar jurisprudentie van het gerechtshof Leeuwarden de oorspronkelijk vastgestelde waarde verminderd met € 34.714,--, zijnde 25 procent van de waarde van de opstal exclusief bijgebouwen, wegens geluidsoverlast. Daarbij is de taxateur blijkens zijn verslag uitgegaan van een afstand van de woning tot de windmolen van ongeveer 260 meter.

2.7 Bij uitspraak van 26 april 2005 heeft verweerder het bezwaarschrift tegen de OZB-aanslagen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de WOZ-waarde van de woning onherroepelijk vast is komen te staan. Tevens heeft verweer in die uitspraak onder het bovenschrift "Mutatiebeschikking" aan eiseres medegedeeld dat de waarde van de woning met ingang van 1 januari 2004 moet worden verlaagd van € 236.419,-- naar € 201.705,--. Verweerder heeft vervolgens nagelaten de aangekondigde mutatiebeschikking bekend te maken.

2.8 Bij brief van 1 juni 2005, welke is ontvangen ter griffie van het gerechtshof Leeuwarden op 2 juni 2005 en welke, na doorzending, bij de rechtbank is binnengekomen op 3 juni 2005, stelt eiseres beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van 26 april 2005.

Het geschil

3.1 In geschil is de waarde van de woning van eiseres.

3.2 Eiseres is van mening dat de waarde van de woning, ook na de (aangekondigde) verlaging door verweerder, te hoog is vastgesteld, omdat de waardedruk door geluidshinder van de in de nabijheid van de woning geplaatste windmolen en wegens verminderd uitzicht groter is dan door verweerder getaxeerd.

3.3 Verweerder is van opvatting dat in voldoende mate rekening is gehouden met de door de windmolen veroorzaakte waardedruk.

3.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

Beoordeling van het geschil

Vooreerst en vooraf

4.1 De rechtbank overweegt dat partijen over en weer ter zitting desgevraagd hebben ingestemd met het aanmerken van de uitspraak op bezwaar van 26 april 2005 mede als een mutatiebeschikking in de zin van artikel 25 WOZ. Voorts heeft verweerder ter zitting ingestemd met het aldaar door eiseres, nadat zij daartoe door de rechtbank was uitgenodigd, aan hem gedane verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, Awb, tegen vorenbedoelde mutatiebeschikking. De rechtbank zal partijen hierin volgen, nu zij door deze handelwijze niet in hun processuele belangen zijn geschaad. De rechtbank stelt vast dat het beroep derhalve is gericht zowel tegen de waardevaststelling voor de WOZ als tegen de hoogte van de OZB-aanslagen.

WOZ-waarde

4.2 De rechtbank overweegt dat, afgezien van de omvang van de door de windmolen veroorzaakte waardedruk, de door verweerder vastgestelde waarde van € 236.419,-- overigens niet in geschil is.

4.3 Verweerder heeft gesteld dat hij bij het bepalen van de door de windmolen veroorzaakte waardedruk de uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden van 7 mei 2003, nr. 495/02, BB 2003, 957, tot uitgangspunt heeft genomen.

4.4 De rechtbank overweegt dat uit onderdeel 4.8 van de bedoelde hofuitspraak blijkt dat een kleinere afstand tussen windmolen en woning leidt tot een grotere waardedruk. Voorts kwam het hof bij een afstand van 500 meter tot een waardevermindering van 25 procent.

4.5 De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de genoemde hofuitspraak, de hinder veroorzaakt geluidsoverlast en verminderd uitzicht in onvoldoende mate tot uitdrukking heeft gebracht in de door hem toegepaste waardevermindering. Rekening houdend met de omstandigheden van dit geval en uitgaande van een afstand tussen de windmolen en de woning van 260 meter, gelijk de taxateur van verweerder heeft gedaan, zal de rechtbank in goede justitie de waarde van de woning per 1 januari 1999 naar de toestand op 1 januari 2004 vaststellen op € 165.000,--.

4.6 Eiseres heeft het gelijk aan haar kant. De rechtbank zal het beroep tegen de mutatiebeschikking gegrond verklaren.

OZB-aanslagen

4.7 De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar tegen de OZB-aanslagen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, aangezien het bezwaarschrift tijdig is ingediend, het een grond bevat en het ook overigens voldoet aan de in artikel 6:5 Awb gestelde eisen.

4.8 De rechtbank overweegt dat eiseres, afgezien van de waardegrondslag, geen afzonderlijke gronden tegen de OZB-aanslagen heeft aangevoerd.

4.9 Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in de onderdelen 4.2 tot en met 4.6 is de rechtbank van oordeel dat de OZB-aanslagen naar een te hoge waardegrondslag zijn opgelegd. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren.

Proceskosten

In de omstandigheden van het geval vindt de rechtbank aanleiding op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 10,-- wegens reiskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de mutatiebeschikking;

- stelt de waarde van de woning per 1 januari 1999 naar de toestand op 1 januari 2004 vast op € 165.000,--;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar tegen de OZB-aanslagen;

- vermindert de belastingaanslagen tot aanslagen berekend naar een heffingsmaatstaf van € 165.000,--;

- gelast dat de gemeente Wûnseradiel het door eiseres betaalde griffierecht van € 37,--vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 10,--, onder aanwijzing van de gemeente Wûnseradiel als de rechtspersoon die deze kosten aan eiseres dient te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door mr. J.W. Keuning, voorzitter, en mrs. H.H.A. Fransen en F.J.H.L. Makkinga, rechters. De beslissing is op 18 januari 2006 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter, in tegenwoordigheid van T.A. Terpstra, griffier.

Afschrift aangetekend

verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.