Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2006:AU9689

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
13-01-2006
Datum publicatie
16-01-2006
Zaaknummer
173216 / CV EXPL 05-3020
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Veilingkoop. Exoneratieclausule. Non-conformiteit. Dwaling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer.: 173216 \ CV EXPL 05-3020

vonnis van de kantonrechter d.d. 13 januari 2006

inzake

[a],

wonende te [woonplaats],

[b],

wonende te [woonplaats],

hierna (in enkelvoud) te noemen: [a],

eisers,

gemachtigde: mr. G. Rol

tegen

[c], h.o.d.n. Veilingboerderij [x],

hierna te noemen: [x],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: Venema & Noppe Gerechtsdeurwaarders.

Procesverloop

1.1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft [a] onder meer gevorderd om [x] te veroordelen tot betaling van € 1324,21 met rente en kosten.

[a] heeft daarbij producties in het geding gebracht.

1.2. [x] heeft bij antwoord de vordering betwist.

1.3. Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Motivering

2.1. [x] organiseert in Veilingboerderij [x] veilingen.

2.2. Veilingen hebben onder meer plaatsgevonden op 8 en 9 november 2004. Ter veiling zijn blijkens de catalogus onder meer de volgende zaken aangeboden:

"11. Olieverf "parkgezicht" Jan van Vuuren 1871-1941 (zie P. Scheen blz.551) tax.500-800

12. Olieverf "wintergezicht Blaricum" David Schulman 1881-1961 (zie Scheen blz.329) tax. 400-600 "

2.3. [a] heeft deze beide schilderijen gekocht voor € 400,-- (nr. 11) en € 300,-- (nr.12), vermeerderd met 20% opgeld, derhalve in totaal € 840,--. Dit bedrag is door [a] contant voldaan.

Tot zover de als erkend, dan wel niet of onvoldoende weersproken, vaststaande feiten.

standpunt [a]

[a] heeft onder meer het volgende naar voren gebracht.

3.1. De door [a] ingeschakelde expert [y] heeft vastgesteld dat de beide schilderijen vervalsingen zijn.

3.2. De gemachtigde van [a] heeft bij brief van 22 maart 2005 de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en heeft gesommeerd tot terugbetaling van de koopsommen en tot betaling van de expertisekosten van € 107,10.

3.3. Daarna heeft [a] de deskundige [y] gevraagd om een schriftelijke vastlegging te geven van zijn bevindingen. De kosten van deze rapportage bedragen € 208,25. Ook van dit bedrag vordert [a] van [x] betaling.

3.4. [x] heeft [a] er op gewezen dat de beide schilderijen geen topstukken van de onderhavige kunstenaars zijn. [a] is bij aankoop derhalve niet alleen afgegaan op de vermelding in de catalogus, maar ook op de uitlatingen van [x].

3.5. [a] heeft zowel het oordeel ingewonnen van [y] als het gelijkluidende oordeel van de heer [z] van Kunsthandel [voornaam] [z] te Ommen.

3.6. In de veilingvoorwaarden is verwezen naar algemene voorwaarden. Deze algemene voorwaarden zijn niet aan [a] ter hand gesteld. [x] kan jegens [a] geen beroep doen op deze algemene voorwaarden. Het staat [x] voorts niet vrij zich te beroepen op de jegens [a] onredelijk bezwarende exoneratiebedingen als genoemd in de veilingvoorwaarden.

3.7. Overeenkomstig artikel 7:17 BW dient de afgeleverde zaak aan de overeenkomst te beantwoorden. [a] mocht verwachten dat de schilderijen niet vervalst zouden zijn.

3.8. [a] is van mening dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en dat deze overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet gesloten zou zijn. De dwaling is te wijten aan de onjuiste informatie/inlichtingen zoals door [x] is verstrekt in de catalogus.

3.9. De veilingkoop is aan te merken als een consumentenkoop. [x] heeft niet aangegeven op te treden als onmiddellijk vertegenwoordiger dan wel als gemachtigde van een eventuele verkoper.

Een (juiste) optelling van de diverse door [a] gevorderde bedragen resulteert in een totaalbedrag van € 1.324,21. [a] maakt voorts aanspraak op betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

standpunt [x]

[x] heeft onder meer het volgende naar voren gebracht.

4.1. De veilingvoorwaarden maakten deel uit van de aan [a] verstrekte catalogus. Hierin is onder andere bepaald:

"2. Omschrijving in de catalogus en of inlichtingen door of namens ons verstrekt, worden geacht te zijn gegeven naar beste kennis en weten.

Voor onjuiste inlichtingen of onvolledige omschrijving der goederen wordt geen verantwoording genomen.

3. Terstond na toewijzing zijn de verkochte goederen voor rekening en risico van de koper en is iedere reclame uitgesloten."

Tevens zijn de algemene voorwaarden van [x] van toepassing op de koopovereen-komsten.

4.2. Voorafgaande aan de veiling is er een uitgebreide gelegenheid geweest tot bezichtiging. Toen heeft [x] aan [a] laten weten dat de beide schilderijen geen topstukken van de kunstenaars zijn. Niettemin besloot [a] tot aankoop en was hij in de gelegenheid de schilderijen voor een geringe prijs aan te kopen.

4.3. [x] heeft de schilderijen van een betrouwbare inbrenger ter veiling aangeboden gekregen. [x] heeft de schilderijen na expertise in de catalogus opgenomen.

4.4. De door [a] ingeschakelde [y] heeft eveneens een veilingbedrijf en is niet gespecialiseerd in schilderijen. [x] trekt de taxatie en vaststelling van deze taxateur in twijfel. [x] is van mening dat de schilderijen waar het hier om gaat géén vervalsingen zijn.

4.5. De taxatiekosten die [a] maakte, dienen voor zijn rekening te blijven nu hij zonder enige vorm van overleg met [x] opdracht gaf tot taxatie.

4.6. Gezien de veilingvoorwaarden is ontbinding van de koopovereenkomsten niet mogelijk. Voorts is van dwaling geen sprake.

De kantonrechter oordeelt over dit geschil als volgt.

5.1. In de catalogus, aan de hand waarvan [a] de beide schilderijen kocht, is een uittreksel opgenomen van de veilingvoorwaarden. Van dat uittreksel maakt deel uit voorwaarde nr. 2 die hierboven is geciteerd achter nummer 4.1.

5.2. Deze voorwaarde is aan te merken als een exoneratieclausule; [x] sluit zijn aansprakelijkheid uit wat betreft de in de catalogus gegeven omschrijving en de door hem verstrekte inlichtingen. Een redelijke uitleg van die voorwaarde brengt naar het oordeel van de kantonrechter met zich mee dat onder de woorden 'onvolledige omschrijving' ook begrepen dient te worden de situatie van een - naar achteraf gebleken - onjuiste omschrijving.

5.3. [a] heeft zich in de eerste plaats beroepen op het bepaalde in artikel 7:17 BW, stellende -kort gezegd- dat sprake is van een non-conforme levering door [x].

5.4. Noch uit de veilingvoorwaarden, noch anderszins is gebleken dat [x] zich jegens [a] heeft aangediend als onmiddellijk vertegenwoordiger van de inbrenger van de schilderijen, zodat de veilingkoop in dit geval kan worden aangemerkt als een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW.

5.5. Gezien het feit dat [x] zijn aansprakelijkheid slechts voor een gedeelte heeft uitgesloten, namelijk wat betreft de door hem gegeven inlichtingen en de juistheid van de omschrijving in de catalogus, alsmede gelet op het karakter van een veiling als deze waarop zeer vele, zeer uiteenlopende objecten worden aangebracht, is de kantonrechter niet van oordeel dat deze clausule in de veilingvoorwaarden bestempeld zou dienen te worden als onredelijk bezwarend voor [a].

5.6. Indien al zou worden aangenomen dat het hier om vervalsingen gaat zoals door [a] is gesteld, dan is er gezien het ontvangen van andere schilderijen dan zoals omschreven in de catalogus, weliswaar sprake van een niet-conforme levering, maar deze kan gezien clausule nr. 2 van de veilingvoorwaarden, [x] echter niet worden toegerekend. Het beroep op artikel 7: 17 BW faalt derhalve.

5.7. Dit oordeel staat er evenwel niet aan in de weg dat onder omstandigheden [a] een beroep zou toekomen op dwaling als genoemd in artikel 6:228 BW: [a], die op grond van de catalogusinformatie en op grond van de inlichtingen die [x] verstrekte, meende met een 'echte Van Vuuren' en een 'echte Schulman' van doen te hebben, zou de koopovereenkomsten niet zijn aangegaan indien hij had geweten dat het hier om vervalsingen ging. De kantonrechter is echter van oordeel dat - al aangenomen dat het hier om falsificaties gaat - het een dwaling betreft die onder de gegeven omstandigheden voor rekening van [a] behoort te blijven. Het ging in dit geval namelijk niet om een geclassificeerde schilderijenveiling maar om een veiling - zo blijkt ook uit het in het geding gebrachte gedeelte van de catalogus - van een groot aantal, zeer diverse roerende zaken, waaronder deze twee schilderijen. Tijdens de kijkdagen heeft er voorts ruimschoots voor [a] de gelegenheid bestaan de schilderijen kritisch te bekijken. Gezien het in de veilingvoorwaarden gemaakte voorbehoud, was daartoe ook voldoende aanleiding. Tenslotte heeft te gelden dat bij veilingen als deze, de koper er niet al te snel van uit mag gaan dat de door verkoper verstrekte informatie over de authenticiteit van het kunstvoorwerp juist is.

Om deze redenen dient ook het beroep op dwaling van de hand te worden gewezen.

5.8. De kantonrechter komt op grond van het vorenstaande overwegingen tot de slotsom dat de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen.

5.9. Gezien het bovenstaande dient [a] als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van [x] te worden veroordeeld, zoals hieronder zal worden aangegeven.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [a] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [x] begroot op € 300,-- aan salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier. c 133