Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AU8036

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
14-12-2005
Datum publicatie
14-12-2005
Zaaknummer
73255 / KG ZA 05-318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verenigingsrecht. Omzetting vereniging in stichting. Wijze van benoemen leden van de ledenraad. Geldigheid besluiten ledenraad. Bindende voordracht. Democratisch gehalte en praktische bestuurbaarheid van de vereniging.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 37
Burgerlijk Wetboek Boek 2 40
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2006, 187
JIN 2006/68
JOR 2006/34 met annotatie van G.J.C Rensen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 14 december 2005

Kort-geding-nummer: 73255 / KG ZA 05-318

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

1. [A],

2. [B],

3. [C],

allen wonende te [D],

eisers,

procureur: mr. A.H. Punt-Koopmans,

tegen

de vereniging WONINGBOUWVERENIGING SMALLINGERLAND,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

advocaat: mr. F.C. Kollen te Hilversum.

PROCESGANG

[A], [B] en [C] hebben de woningbouwvereniging Smallingerland in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 7 december 2005.

Ter zitting hebben [A], [B] en [C] hun -ten opzichte van de aankondiging in de dagvaarding gewijzigde- eis aldus geformuleerd dat de rechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op alle dagen en uren en op de minuut:

1. schorst het besluit van de ledenraad van 19 september 2005 om gehoord te worden omtrent het huishoudelijk reglement en het besluit van de ledenraad van 17 oktober 2005 waarin is besloten tot omzetting van de vereniging in een stichting en tot fusie van die stichting met de stichting Accolade;

2. de woningbouwvereniging Smallingerland verbiedt om besluiten te nemen zolang de leden van de ledenraad niet op rechtsgeldige wijze zijn benoemd, dan wel ontslagen;

3. de woningbouwvereniging Smallingerland gebiedt de verkiezingen van de leden van de ledenraad in de ledenvergadering van 19 december 2005 te doen plaatsvinden op basis van de bepalingen van het oude huishoudelijk reglement;

één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat de woningbouwvereniging Smallingerland in gebreke blijft met een maximum van € 100.000,00 dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom, althans de begrootte dwangsom en maximum bedrag te matigen tot een in goede justitie te bepalen bedrag, indien de woningbouwvereniging Smallingerland zich niet zal houden aan dit vonnis;

alles met veroordeling van de woningbouwvereniging Smallingerland in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun raadslieden, die beiden mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd, waarbij de woningbouwvereniging Smallingerland heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [A], [B] en [C], met veroordeling van [A], [B] en [C] in de proceskosten.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft een jaarlijkse ledenvergadering, bestaande uit alle leden van de vereniging. Daarnaast heeft de woningbouwvereniging Smallingerland een ledenraad. De leden van de ledenraad worden door de jaarlijkse ledenvergadering benoemd. De algemene vergadering van de vereniging wordt gevormd door de ledenraad. [A], [B] en [C] zijn verenigingsleden. [A] is daarnaast (weer) lid van de ledenraad.

1.2. De woningbouwvereniging Smallingerland maakt deel uit van een samenwerkingsverband met drie andere woningbouwcorporaties in Friesland, te weten Arqin, Haskerland en Patrimonium. Deze drie corporaties en de woningbouwvereniging Smallingerland hebben op 14 maart 2003 een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is geregeld dat de vier corporaties in het kader van hun intensieve samenwerking hun organisaties en werkzaamheden zoveel mogelijk op elkaar zullen aansluiten, onder andere door hun statuten op elkaar af te stemmen.

1.3. In de vergadering van de ledenraad van 3 mei 2004 is gestemd over fusie van de corporaties, en over de daarvoor nodige omzetting van de rechtsvorm van de vereniging in die van een stichting. Vier van de 22 leden van de ledenraad hebben tegen gestemd, waarmee niet was voldaan aan de vereiste meerderheid van 90%. [A] was één van de tegenstemmende leden. De andere drie tegenstemmende leden waren na te melden [E], [F] en [G].

1.4. In de vergadering van de ledenraad van 11 oktober 2004 heeft de ledenraad besloten het aantal leden van de ledenraad te verminderen van minimaal elf en maximaal vijftien leden, en heeft de ledenraad ter uitvoering van dat besluit, na interne stemming, besloten aan zeven leden eervol ontslag te verlenen, waaronder aan [A].

1.5. Bij brief van 16 maart 2005 is door de minister van VROM goedkeuring verleend aan de statutenwijziging van de woningbouwvereniging Smallingerland waaronder die tot wijziging van het aantal leden van de ledenraad naar minimaal elf en maximaal vijftien leden. De statuten zijn met ingang van 1 april 2005 gewijzigd.

1.6. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft onder meer aan [A] met ingang van 1 april 2005 eervol ontslag verleend als lid van de ledenraad.

1.7. In een tussen [A] als eiser en de woningbouwvereniging Smallingerland als gedaagde op 8 juni 2005 gewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in kort geding heeft de voorzieningenrechter de woningbouwvereniging Smallingerland geboden om binnen twee dagen na betekening van dat vonnis [A] weer toe te laten als lid van de ledenraad, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De voorzieningenrechter had daartoe -onder meer- overwogen:

4. [A] vordert (ten tweede) om te worden toegelaten als lid van de ledenraad. [A] meent dat zijn ontslag niet rechtsgeldig is. De rechter stelt vast dat, nu ook volgens de woningbouwvereniging geen sprake is van een (oneervol) ontslag als bedoeld in artikel 14 van de statuten, de statuten niet voorzien in de situatie waarin de vereniging na de statutair gewijzigde reductie van het aantal leden van de ledenraad kwam te verkeren. Ingevolge het bepaalde in artikel 2:40 lid 1 BW is de ledenraad bevoegd een overgangsregeling vast te stellen. De overgangsregeling die de ledenraad -naar de rechter begrijpt met instemming van de directie, die zich volgens [A] vóór de onderhavig procedure ter zake op artikel 29 van de statuten heeft beroepen- heeft vastgesteld, bestaat daaruit dat de ledenraad zelf heeft gekozen wie van hen de leden zou blijven vertegenwoordigen in de ledenraad. De rechter is van oordeel dat deze door de ledenraad vastgestelde overgangsregeling in strijd is met (het systeem van) de statuten en met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Ingevolge artikel 13 van de statuten zijn het de verenigingsleden die de leden van de ledenraad kiezen. Dit ligt ook voor de hand omdat de verenigingsleden vertegenwoordigd worden door de ledenraad. Dit brengt mee dat in een situatie, waarin tengevolge van een vermindering van het aantal leden van de ledenraad moet worden beslist wie van hen deel uit blijven maken van de ledenraad en wie niet, het ook de verenigingsleden behoren te zijn die dat uitmaken en niet, zoals is gebeurd, de ledenraad zelf. Dit democratisch essentiële element ontbreekt in de door de ledenraad vastgestelde regeling. Daarom is het onderhavige, op die overgangsregeling gebaseerde, aan [A] gegeven ontslag niet rechtsgeldig. Op grond hiervan moet de vordering sub 2 worden toegewezen, met dien verstande dat de rechter daarbij een termijn van twee dagen na betekening van dit vonnis, redelijk voorkomt. De rechter zal de gevorderde dwangsommen matigen en aan een maximum verbinden. Het ligt daarbij, in de lijn van hetgeen hiervoor werd overwogen, op de weg van de woningbouwvereniging Smallingerland haar verenigingsleden te raadplegen over de samenstelling van de ledenraad. Terzijde merkt de rechter nog op dat in dit kort geding onduidelijk is gebleven op welke datum in 2005 op grond van lid 3 aanhef en sub d van artikel 14 van de statuten het lidmaatschap van leden van de ledenraad (onder wie van [A]) zal eindigen door het rooster van aftreden, en hoeveel en welke leden dit betreft.

De woningbouwvereniging Smallingerland is van dit vonnis in hoger beroep gegaan. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft [A] toegelaten als lid van de ledenraad.

1.8. De ledenraad heeft in haar vergadering van 19 september 2005 (onder meer) een nieuw huishoudelijk reglement vastgesteld met ten opzichte van het vorige huishoudelijk reglement andere (procedure)voorschriften met betrekking tot de benoeming van leden van de ledenraad, waarover in artikel 13 lid 2 van de statuten (zowel in de statuten tot 1 april 2005 als in die daarna) is vermeld:

Wanneer een Ledenraadsvacature bestaat, wordt door de Ledenraad bij gewone meerderheid van stemmen een bindende voordracht opgemaakt. De leden kunnen eveneens kandidaten bindend voordragen. De Ledenraad doet van deze voordracht(en) mededeling bij de oproeping voor de eerstvolgende jaarlijkse ledenvergadering.

1.9. Artikel 17 van het oude huishoudelijk reglement luidt:

De in artikel 13 lid 2 van de Statuten genoemde oproep voor kandidaatstelling als lid van de Ledenraad wordt opgenomen in het eerste nummer van het door de vereniging uitgegeven periodiek dat in enig kalenderjaar uit wordt gebracht. Leden kunnen zichzelf kandidaat stellen voor de ledenraad tot uiterlijk 15 april.

[B] en [C] hebben zich op basis van het oude huishoudelijk reglement vóór 15 april 2005 kandidaat gesteld voor de vacatures in de ledenraad.

1.10. Artikel 7 van het op de ledenraadvergadering van 19 september 2005 vastgestelde huishoudelijk reglement luidt:

1. Ten minste zestig dagen voor de Ledenvergadering waarin door verkiezing voorzien wordt in vacatures in de Ledenraad, wijst het Bestuur door middel van een advertentie in ten minste één in het werkgebied van de vereniging verschijnend veel gelezen krant, dagblad, of huis-aan-huisblad de leden op de mogelijkheid:

a) dat de leden binnen 14 dagen kandidaten bindend kunnen voordragen als bedoeld in artikel 13 lid 2 van de statuten.

b) Dat leden zich binnen veertien dagen als kandidaat kunnen melden bij de Ledenraad teneinde door die ledenraad bindend te kunnen worden voorgedragen als bedoeld in artikel 13 lid 2 van de statuten.

De kandidaten dienen te voldoen aan een profielschets die door de Ledenraad wordt vastgesteld en die in het kantoor van de vereniging ter inzage ligt en die tevens op de website van de vereniging wordt geplaatst.

2. Een bindende voordracht als bedoeld in lid 1 onder a moet worden gedaan door een aantal leden dat ten minste gelijk is aan een vijfde van het totaal aantal leden dat de vereniging telde op 1 januari van het jaar waarin de voordracht wordt gedaan.

1.11. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft op 30 september 2005 een vergadering van de ledenraad bijeengeroepen voor 17 oktober 2005 met als onderwerp de omzetting van de vereniging in een stichting en wijziging van de statuten.

1.12. De ledenraad heeft in haar vergadering van 17 oktober 2005 besloten tot omzetting van de vereniging in een stichting en wijziging van de statuten.

1.13. Op 19 december 2005 zal een algemene ledenvergadering worden gehouden, met als agendapunt het opnieuw samenstellen van de ledenraad. De woningbouwvereniging Smallingerland is vanaf juni 2005 bezig met de voorbereiding daarvan.

1.14. [E], [F] en [G] hebben de woningbouwvereniging in kort geding doen dagvaarden. Bij vonnis in kort geding van 30 november 2005 heeft de voorzieningenrechter de door hen gevraagde voorzieningen geweigerd, waartoe de rechter heeft overwogen:

3. Vast staat dat de ledenraad vanaf 11 oktober 2004 allerlei meer en minder verstrekkende besluiten heeft genomen. [E], [F] en [G] vorderen (ten tweede) dat de rechter alle besluiten van de ledenraad van 27 juni 2005, 19 september 2005 en 17 oktober 2005 schorst, en ook (ten derde) alle besluiten van de woningbouwvereniging Smallingerland schorst, totdat de ledenraad op rechtsgeldige wijze is samengesteld.

4. Hoewel de ledenraad vanaf 11 oktober 2004 op onjuiste wijze is samengesteld omdat het niet aan de ledenvergadering (dit moet zijn: de ledenraad) zelf was om, bij wijze van overgangsregeling, uit te maken wie mocht blijven en wie niet, terwijl de verenigingsleden hierover hadden moeten worden geraadpleegd, betekent dit nog niet automatisch dat alle sindsdien door de ledenraad genomen besluiten niet rechtsgeldig zouden zijn, en al helemaal niet dat sindsdien genomen besluiten van de woningbouwvereniging Smallingerland niet rechtsgeldig zouden zijn. De visie van [E], [F] en [G] op dit punt is te formeel. Voldoende is dat de woningbouwvereniging Smallingerland het democratisch tekort waarmee de overgangsregeling was behept, binnen een acceptabele termijn heeft gerepareerd met het uitschrijven van de algemene ledenvergadering voor 19 december 2005 waarin de verenigingsleden de leden van de ledenraad zullen kiezen. Het standpunt van [E], [F] en [G] strookt ook niet met de redelijkheid en de billijkheid, omdat zij wel hun lidmaatschap van die ledenraad in kort geding willen afdwingen, maar zij niet, althans niet onvoorwaardelijk, bereid zijn om zich voor de ledenraad kandidaat te stellen in het kader van de verkiezingen van 19 december 2005. Ook de tweede en derde vordering van [E], [F] en [G] moeten dus worden afgewezen.

1.15. De ledenraad heeft uit zijn midden een delegatie van drie personen geformeerd, die heeft gesproken met degenen die zich kandidaat hebben gesteld. [B] is niet op komen dagen bij het gesprek met de delegatie, ondanks daartoe te zijn uitgenodigd. [C] heeft wel gesproken met de delegatie van de ledenraad, maar is niet bereid geweest vragen van de delegatie te beantwoorden. De ledenraad heeft vervolgens een keuze gemaakt. De ledenraad heeft [B] en [C] laten weten dat zij door de ledenraad niet bindend zullen worden voorgedragen.

1.16. Door de leden zijn geen kandidaten bindend voorgedragen. [A] heeft in eerste instantie wel bij de woningvereniging Smallingerland gevraagd de adressen van de leden ter beschikking te stellen, maar heeft daar vervolgens weer van afgezien omdat de woningbouwvereniging Smallingerland slechts bereid was tegen betaling van de portikosten haar verenigingsleden aan te schrijven.

1.17. Begin december heeft de vereniging De Bewonersraad Friesland, die huurdersbelangen van haar 26.000 leden behartigt, en die 2500 van de 4000 verenigingsleden van de woningbouwvereniging Smallingerland tot haar leden kan rekenen, een brief naar die 2500 huurders verstuurd, waarin deze vereniging haar leden oproept op 19 december 2005 te verschijnen. Verder bevat de brief onder meer de volgende passage:

De door u ontvangen informatie van woningbouwvereniging Smallingerland geeft de indruk dat uw verhuurder erg goed bezig is en dat een paar ledenraadsleden en De Bewonersraad Friesland dwars liggen. Ondergetekende meldt u hierbij dat De Bewonersraad Friesland echter namens 2500 leden, die tevens huren bij woningbouwvereniging Smallingerland, opkomt voor de huurdersbelangen. U kunt hierbij denken aan huurprijs stijgingen, onderhoud van de woningen en verdere kostenontwikkeling bij uw verhuurder. Het gaat dus niet om een paar mensen die tegen de voorgenomen omzetting van de vereniging in een stichting zijn en de daarna beoogde fusie.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. [A], [B] en [C] vorderen in dit kort geding (1) dat de voorzieningenrechter bepaalde besluiten schorst, (2) een aan de woningbouwvereniging Smallingerland op te leggen verbod tot het nemen van (bepaalde) besluiten zolang de leden van de ledenraad niet op rechtsgeldige wijze zijn benoemd, dan wel ontslagen en (3) een aan de woningbouwvereniging Smallingerland op te leggen gebod tot het laten plaatsvinden van de verkiezingen van de leden van de ledenraad op 19 december 2005 op basis van de bepalingen van het oude huishoudelijk reglement.

3. Ook voor de thans door [A], [B] en [C] gewraakte (genomen) en gevreesde (te nemen) besluiten van de ledenraad geldt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat, hoewel de ledenraad op onjuiste wijze is samengesteld -omdat het niet aan de ledenraad zelf was om, bij wijze van overgangsregeling, uit te maken wie mocht blijven en wie niet, terwijl de verenigingsleden hierover hadden moeten worden geraadpleegd- dit nog niet automatisch betekent dat de betreffende door de ledenraad genomen en/of te nemen besluiten niet rechtsgeldig zijn. Zoals de rechter al in het kort gedingvonnis van 30 november 2005 heeft overwogen, is naar zijn oordeel voldoende dat de woningbouwvereniging Smallingerland het democratisch tekort waarmee de overgangsregeling was behept, binnen een acceptabele termijn heeft gerepareerd met het uitschrijven van de algemene ledenvergadering voor 19 december 2005 waarin de verenigingsleden de leden van de ledenraad zullen kiezen. [A], [B] en [C] voeren nu aan dat zij hier ook niet tegen in het geweer zouden komen, indien de verkiezingen van 19 december 2005 open verkiezingen zouden zijn, in ieder geval verkiezingen op basis van het oude huishoudelijk reglement, zoals door hen ten derde gevorderd. Zij erkennen wel dat potentieel gebrekkige besluiten kunnen worden bekrachtigd of vernietigd door de nieuw te kiezen ledenraad.

4. Voor zover het inderdaad zo is, zoals [A], [B] en [C] stellen, dat voor een bindende voordracht door de ledenraad nodig is dat kandidaten voor het lidmaatschap reeds op voorhand instemmen met het door de woningbouwvereniging Smallingerland gevoerde en/of te voeren beleid (en dus niet slechts de statutair omschreven doelstelling van de vereniging om uitsluitend in het belang van de huisvesting in de in de statuten bij name vermelde gemeenten werkzaam te zijn) is de rechter het met hen eens dat het stellen van een dergelijk vereiste in strijd is met elementaire beginselen van het verenigingsrecht.

5. Daarmee is echter nog niet gezegd, dat de op basis van het nieuwe huishoudelijk reglement uitgeschreven verkiezingen van 19 december 2005 niet als "open" verkiezingen kunnen worden aangemerkt, zoals [A], [B] en [C] menen. Zij voeren daartoe aan dat de -statutair vastgelegde- invloed van de verenigingsleden op de samenstelling van de ledenraad door het nieuwe huishoudelijk reglement (in onaanvaardbare mate) wordt beperkt. De rechter volgt hen daarin echter niet. Immers: op basis van artikel 13 lid 2 van de statuten kan een kandidaat voor de ledenraad ook door de leden bindend worden voorgedragen. Bij de uitwerking van de statutaire regeling van de bindende voordracht door de verenigingsleden in het -nieuwe- huishoudelijk reglement, is aangesloten bij het in artikel 2:37 lid 5 BW gestelde percentage, zijnde één vijfde gedeelte van het totale aantal leden. Dit is weliswaar een beperking van de invloed van de verenigingsleden op de samenstelling van de ledenraad, maar die beperking is nog niet onaanvaardbaar, want nog redelijkerwijs verdedigbaar als middel om een goed evenwicht te bereiken tussen het democratische gehalte en de praktische bestuurbaarheid van de vereniging. In het kader van dit kort geding dient dan ook uitgegaan te worden van de op dit onderdeel wel duidelijke regeling van het -nieuwe- huishoudelijk reglement, zodat verenigingsleden, buiten de ledenraad om, leden bindend voor de ledenraad kunnen voordragen, mits de bindende voordracht door minstens 800 verenigingsleden (1/5 van het totaal aantal verenigingsleden) gezamenlijk wordt gedaan.

6. [A], [B] en [C] hebben niet, althans niet op overtuigende wijze, kunnen aangeven dat en waarom het voor hen niet mogelijk was om door de verenigingsleden bindend te worden voorgedragen voor de ledenraad. Dit klemt te meer, omdat dit volgens de woningbouwvereniging Smallingerland heel goed mogelijk was door de Bewonersraad Friesland in te schakelen, die toch al bemoeienis heeft met de onderhavige kwestie zo getuige de begin december 2005 door de Bewonersraad Friesland aan 2500 verenigingsleden geschreven brief.

7. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de gevraagde voorzieningen moeten worden geweigerd. [A], [B] en [C] moeten als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. weigert de gevraagde voorzieningen;

2. veroordeelt [A], [B] en [C] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de woningbouwvereniging Smallingerland begroot op € 244,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2005.

w.g. P.I. Visser

w.g. mr. W.K.F. Hangelbroek