Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AU7840

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
12-12-2005
Datum publicatie
06-10-2006
Zaaknummer
17/781120-05 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

zware mishandeling, algemene veiligheid, rechtmatige uitoefening, schizo-affectieve stoornis, gedwongen opname, terbeschikkingstelling met verpleging, landelijke oriëntatiepunten

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 266
Wetboek van Strafrecht 267
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2006/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 12 december 2005

Parketnummer: 17/781120-05.

Ter terechtzitting gevoegd parketnummer: 17/044174-04.

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de ter terechtzitting gevoegde zaken van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Huis van Bewaring Het Veer (FOBA),

te Amsterdam, H.J.E. Wenckebachweg 48.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 13 oktober 2005 en 28 november 2005.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis zijn door de griffier gewaarmerkte fotokopieën van de dagvaardingen gehecht, waaruit de inhoud van de telasteleggingen geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telasteleggingen voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 1., 2., 3. en 4. en het in de zaak met parketnummer 17/044174-04 onder 1., 2. en 3. telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

in de zaak met parketnummer 17/781120-05:

1.

hij op 13 mei 2005 te Harlingen in de gemeente Harlingen, een persoon genaamd [slachtoffer 1], hoofdagent van politie, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een stuk hout/stok, al dan niet boven zijn, verdachtes, hoofd opgeheven en die [slachtoffer 1] achteruit gedreven en die [slachtoffer 1] tot op korte afstand genaderd en vervolgens met dat stuk hout/stok een aantal zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1];

2.

hij op 13 mei 2005 te Witmarsum in de gemeente Wûnseradiel, een persoon genaamd [slachtoffer 2], geboren op 7 januari 1994, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voor die, aldaar fietsende, [slachtoffer 2], een stuk hout/stok gehouden en die [slachtoffer 2] tot stoppen gedwongen en vervolgens

-nadat die [slachtoffer 2] van haar fiets was afgestapt- in de directe nabijheid

van die [slachtoffer 2] met die stok meermalen op/tegen de grond geslagen en zwaaiende bewegingen gemaakt;

3.

hij op 12 mei 2005 en/of 13 mei 2005 te Harlingen en/of te Witmarsum, in de gemeente(n) Harlingen en/of Wûnseradiel, telkens een aantal personen te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht, immers heeft verdachte, telkens opzettelijk dreigend, staande op de voor het verkeer openstaande weg, met een stuk hout/stok hard en onverhoeds op/tegen de zijkant en/of de ruit en/of het dak van een aantal, aldaar rijdende en hem, verdachte, passerende auto's, -waarin die genoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] zaten- geslagen;

4.

hij op 12 mei 2005 en/of op 13 mei 2005 op na te noemen plaatsen in het arrondissement Leeuwarden, telkens opzettelijk en wederrechtelijk de navolgende goederen, toebehorende aan na te noemen personen, te weten:

- op de Kimswerderweg te Harlingen in de gemeente Harlingen, een deur van een personenauto, merk Fiat, type Panda, toebehorende aan [slachtoffer 3] en

- op de Kimswerderweg te Harlingen in de gemeente Harlingen, een achterlicht van een personenauto, merk Volvo, type 740, toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

- op de Arumerweg te Witmarsum in de gemeente Wûnseradiel, een knipperlicht van een bestelauto, merk Volkswagen, toebehorende aan [slachtoffer 4] en

- op de Arumerweg te Witmarsum in de gemeente Wûnseradiel, een bestelauto, toebehorende aan [slachtoffer 5] en

- op de Arumerweg te Witmarsum in de gemeente Wûnseradiel, de voorruit en het dak van een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, toebehorende aan [slachtoffer 6] en

- op de Arumerweg te Witmarsum in de gemeente Wûnseradiel, het dak van een personenauto, merk Opel, type Calibra, toebehorende aan [slachtoffer 7],

telkens, heeft vernield en/of beschadigd;

in de zaak met parketnummer 17/044174-04:

1.

hij op 7 mei 2004 te Franeker in de gemeente Franekeradeel, opzettelijk en wederrechtelijk, een motorvoertuig, te weten een personenauto, toebehorende aan [slachtoffer 9], heeft beschadigd, immers heeft hij, verdachte, met kracht, met een moersleutel (Bahco) op de personenauto geslagen;

2.

hij op 7 mei 2004 te Franeker in de gemeente Franekeradeel, [slachtoffer 9] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, op de Harlingerweg, een personenauto met kenteken [kenteken], tot stilstand gedwongen, is hij, verdachte, midden op de weg, voor de personenauto met kenteken [kenteken] gaan staan, zodat de bestuurder van deze auto, te weten [slachtoffer 9], geen doorgang had en vervolgens een moersleutel (bahco) boven het hoofd geheven/gehouden en hier zwaaiende bewegingen mee gemaakt richting de voorkant van de personenauto met kenteken [kenteken], waarin het slachtoffer, te weten [slachtoffer 9] zich bevond en vervolgens die moersleutel (bahco) met kracht op de motorkap geslagen;

3.

hij op 7 mei 2004 te Franeker in de gemeente Franekeradeel, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 10], inspecteur van de politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in het openbaar, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden: "Grote Klootzak".

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

in de zaak met parketnummer 17/781120-05:

1.

Bedreiging met zware mishandeling.

2.

Bedreiging met zware mishandeling.

3.

Bedreiging met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht, meermalen gepleegd.

4.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

en

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort,

beschadigen, meermalen gepleegd.

in de zaak met parketnummer 17/044174-04:

1.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort,

beschadigen.

2.

Bedreiging met zware mishandeling.

3.

Eenvoudige belediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, het adviesrapport van het Leger des Heils, het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, het psychologisch rapport en het psychiatrisch rapport;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het met parketnummer 17/781120-03 onder 1., 2., 3. en 4. en het met parketnummer 17/044174-04 onder 1., 2. en 3. telastegelegde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Tevens vordert de officier van justitie verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen moersleutel (Bahco);

- het pleidooi van de raadsman.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij acht mensen heeft bedreigd, zeven keer een auto heeft beschadigd, danwel een onderdeel van die auto heeft vernield en één keer een politieambtenaar heeft beledigd. Hierbij valt op dat verdachte evenals in het verleden delicten pleegt die op zichzelf genomen niet heel ernstig zijn, maar die wel veel overlast en schade bezorgen. Uit de persoonsrapportage, opgemaakt door [naam 1], psychiater en [naam 2], psycholoog, alsmede uit de verklaringen die deze rapporteurs, ter terechtzitting als deskundigen gehoord, hebben afgelegd, blijkt dat verdachte een man is met een complexe psychopathologie die periodiek is overgeleverd aan opkomende ontremde agressieve en seksuele impulsen. De actuele diagnose luidt dat bij verdachte sprake is van een schizo-affectieve stoornis. Er is daarnaast sprake van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, schizoïde, paranoïde en schizotypische kenmerken. Verdachte wordt deels verantwoordelijk geacht voor zijn gedrag; volgens de deskundigen is hij verminderd toerekeningsvatbaar. Het is niet te verwachten dat verdachte zich ooit in de toekomst in de maatschappij behoorlijk zal gedragen. Psychiatrische klinische behandeling kan een verbetering bewerkstelligen. Vermoedelijk moet dit levenslang. Zonder behandeling of zonder specifieke doelgroepbegeleiding is de recidiefkans heel groot. Tot zover deelt de rechtbank de conclusies van de deskundigen en maakt die tot de hare.

De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting en de persoonsrapportage de indruk gekregen dat verdachte een psychiatrisch patiënt is met een ernstige geestelijke stoornis die hem tot zijn daden brengt. Weliswaar kunnen deze daden hem worden toegerekend, zij het in verminderde mate, maar het is juist het beschreven ziektebeeld dat oorzaak is van zijn wangedrag. De persoon van verdachte, zijn stoornis en het daaruit voortvloeiend gedrag maken het noodzakelijk dat verdachte wordt behandeld, bij voorkeur in een kliniek. Naar het oordeel van de rechtbank dient verdachte te worden opgenomen en behandeld in een instelling die ressorteert onder de geestelijke volksgezondheid. Als verdachte daaraan niet meewerkt, ligt het voor de hand een gedwongen opname op grond van de Wet-BOPZ te bevorderen. Het is de rechtbank bekend dat deze mogelijkheid eerder is beproefd, maar voortijdig tot een eind is gekomen. Dat betekent echter niet dat niet een nieuwe poging moet worden gedaan. Voor het opleggen van de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging ziet de rechtbank, in afwijking van het advies van de deskundigen, geen ruimte. De omstandigheid dat de reguliere psychiatrie geen maatregel of continuïteit kan garanderen betekent op zichzelf niet dat moet worden uitgeweken naar de TBS. Ook de aard van de bewezenverklaarde delicten biedt geen steun voor het opleggen van deze maatregel. De rechtbank overweegt hierbij dat TBS een buitengewone zware vrijheidsbenemende maatregel is met een strenger regime dan in een psychiatrisch ziekenhuis en - in beginsel - een in tijdsduur onbeperkte verlengingsmogelijkheid. Deze maatregel behoort gereserveerd te blijven voor die gevallen waarin sprake is van gemeengevaarlijke delicten met een groot risico voor de samenleving, als de dader niet langdurig wordt verpleegd. Van dergelijke delicten is echter hier geen sprake. Voor wat de bewezenverklaarde bedreigingen betreft houdt de rechtbank rekening met de landelijke oriëntatiepunten, die uitgaan van 6 weken gevangenisstraf per bedreiging. Omdat verdachte al eerder voor een agressief delict is veroordeeld en omdat het gaat om een zestiental delicten acht de rechtbank een gevangenisstraf van 8 maanden een passende sanctie.

INBESLAGGENOMEN GOEDEREN

De rechtbank acht de inbeslaggenomen moersleutel (Bahco) vatbaar voor verbeurdverklaring nu het in de zaak met parketnummer 17/044174-04 onder 1. en 2. telastegelegde en bewezenverklaarde hiermee is begaan en deze toebehoort aan verdachte.

BENADEELDE PARTIJEN

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 1. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen. De rechtbank acht namelijk de gevorderde immateriële schade niet aannemelijk geworden. Weliswaar is sprake geweest van een voor de benadeelde partij bedreigende situatie, maar het werk van een politieagent brengt mee het risico te worden geconfronteerd met agressieve personen. Tot zijn opleiding behoort het leren omgaan met dit soort situaties. In zoverre maakt de mogelijke confrontatie met dit soort personen, dan ook deel uit van zijn dagelijkse werk. In het onderhavige geval waarin geen sprake is van letsel of materiële schade is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een op geld waardeerbaar nadeel en derhalve zal de vordering worden afgewezen.

[slachtoffer 3] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 3. en 4. telastegelegde en bewezenverklaarde feiten alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde immateriële schade tot een bedrag van ? 150,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank zal de vordering dan ook in zoverre, bij wijze van voorschot, toewijzen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

De benadeelde partij zal ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard nu dit onvoldoende is onderbouwd, wordt betwist door verdachte en diens raadsman en derhalve niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in het strafgeding.

[slachtoffer 11] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 4. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering, die wordt betwist, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Uit de stukken blijkt namelijk niet dat er sprake is geweest van een lease-overeenkomst tussen het slachtoffer [slachtoffer 5] en [slachtoffer 11] De benadeelde partij zal derhalve niet ontvankelijk worden verklaard.

[slachtoffer 8] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 4. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

[slachtoffer 4] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 4. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

[slachtoffer 7] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 4. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde schade heeft geleden, tot -in ieder geval- een bedrag van ? 500,00 en dat deze schade in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank zal de vordering dan ook in zoverre, bij wijze van voorschot, toewijzen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

De benadeelde partij zal ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard nu niet is komen vast te staan wat de werkelijke schade is geweest, de vordering wordt betwist door verdachte en diens raadsman en de vordering derhalve niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in het strafgeding.

[slachtoffer 9] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/044174-04 onder 1. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde schade heeft geleden, tot -in ieder geval- een bedrag van ? 500,00 en dat deze schade in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank zal de vordering dan ook in zoverre, bij wijze van voorschot, toewijzen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

De benadeelde partij zal ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard nu onduidelijk is gebleven wat de werkelijke schade is geweest, de vordering door verdachte en diens raadsman wordt betwist en derhalve niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 57, 266, 267, 285 (oud), 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het in de zaak met parketnummer 17/781120-05 onder 1., 2., 3. en 4. en het in de zaak met parketnummer 17/044174-04 onder 1., 2. en 3. telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen moersleutel (Bahco).

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

BENADEELDE PARTIJEN

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1], af.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 3], wonende te [adres 3], toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij -bij wijze van voorschot- van een bedrag van ? 150,00 (zegge: honderdvijftig euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van het deel van de vordering, betrekking hebbende op de meer gevorderde immateriële schade en de materiële schade, niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 3], te betalen een som geld ten bedrage van ? 150,00 (zegge: honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van ? 150,00 ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 3], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij, [slachtoffer 11], niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 8], wonende te [adres 8], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van ? 121,38 (zegge: honderdenentwintig euro en achtendertig eurocent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 8], te betalen een som geld ten bedrage van ? 121,38 (zegge: honderdenentwintig euro en achtendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van ? 121,38 ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 8], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 4], wonende te [adres 4], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van ? 39,69 (zegge: negenendertig euro en negenenzestig eurocent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 4], te betalen een som geld ten bedrage van ? 39,69 (zegge: negenendertig euro en negenenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van ? 39,69 ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 4], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 7], wonende te [adres 7], toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij -bij wijze van voorschot- van een bedrag van ? 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 7], te betalen een som geld ten bedrage van ? 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van ? 500,00 ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 7], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 9], wonende te [adres 9], toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij -bij wijze van voorschot- van een bedrag van ? 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 9], te betalen een som geld ten bedrage van ? 500,00 (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van ? 500,00 ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 9], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. H.R. Bax, rechters, bijgestaan door G.T. Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 december 2005.

Mr. Bax is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.