Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AU7723

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
30-11-2005
Datum publicatie
09-12-2005
Zaaknummer
73062/KG ZA 05-303
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering: terugkeer als lid van de ledenraad van een woningbouwvereniging, omdat ontslag niet rechtsgeldig zou zijn. Vordering afgewezen: geen spoedeisend belang. Nevenvordering tot schorsing van de besluiten van de ledenraad eveneens afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 30 november 2005

Kort-geding-nummer: 73062 / KG ZA 05-303

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

1. [A],

2. [B],

3. [C],

allen wonende te [D],

eisers,

procureur: mr. A.H. Punt-Koopmans,

tegen

de vereniging WONINGBOUWVERENIGING SMALLINGERLAND,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

advocaat: mr. F.C. Kollen te Hilversum.

PROCESGANG

[A], [B] en [C] hebben de woningbouwvereniging Smallingerland in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 24 november 2005.

[A], [B] en [C] hebben toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de rechter bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

1. de woningbouwvereniging Smallingerland gebiedt [A], [B] en [C] weer toe te laten als lid van de ledenraad;

2. alle besluiten van de ledenraad van de woningbouwvereniging Smallingerland van 27 juni 2005, 19 september 2005, 17 oktober 2005 schorst;

3. de woningbouwvereniging Smallingerland verbiedt om besluiten te nemen zolang de leden van de ledenraad niet op rechtsgeldige wijze zijn benoemd, dan wel ontslagen;

1. tot en met 3. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat de woningbouwvereniging Smallingerland in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,00 dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom, althans de dwangsom en het maximum bedrag te matigen tot een in goede justitie te bepalen bedrag, indien de woningbouwvereniging Smallingerland zich niet zal houden aan dit vonnis;

4. de woningbouwvereniging Smallingerland veroordeelt in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun raadslieden, die beiden mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd, waarbij de woningbouwvereniging Smallingerland heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [A], [B] en [C], met veroordeling van [A], [B] en [C] in de proceskosten.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft een jaarlijkse ledenvergadering, bestaande uit alle leden van de vereniging. Daarnaast heeft de woningbouwvereniging Smallingerland een ledenraad. De leden van de ledenraad worden door de jaarlijkse ledenvergadering benoemd. De algemene vergadering van de vereniging wordt gevormd door de ledenraad. [A], [B] en [C] waren lid van de ledenraad.

1.2. De woningbouwvereniging Smallingerland maakt deel uit van een samenwerkingsverband met drie andere woningbouwcorporaties in Friesland, te weten Arqin, Haskerland en Patrimonium. Deze drie corporaties en de woningbouwvereniging Smallingerland hebben op 14 maart 2003 een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is geregeld dat de vier corporaties in het kader van hun intensieve samenwerking hun organisaties en werkzaamheden zoveel mogelijk op elkaar zullen aansluiten, onder ander door hun statuten op elkaar af te stemmen.

1.3. In de vergadering van de ledenraad van 3 mei 2004 is gestemd over fusie van de corporaties, en over de daarvoor nodige omzetting van de rechtsvorm van de vereniging in die van een stichting. Vier van de 22 leden van de ledenraad hebben tegen gestemd, waarmee niet was voldaan aan de vereiste meerderheid van 90%. Preihak, [B] en [C] waren drie van de vier tegenstemmende leden. [E] was het vierde tegenstemmende lid.

1.4. In de vergadering van de ledenraad van 11 oktober 2004 heeft de ledenraad besloten het aantal leden van de ledenraad te verminderen van minimaal elf en maximaal vijftien leden, en heeft de ledenraad ter uitvoering van dat besluit, na interne stemming, besloten aan zeven leden eervol ontslag te verlenen, waaronder aan Preihak, [B] en [E].

1.5. Bij brief van 16 maart 2005 is door de minister van VROM goedkeuring verleend aan de statutenwijziging van de woningbouwvereniging Smallingerland waaronder die tot wijziging van het aantal leden van de ledenraad naar minimaal elf en maximaal vijftien leden.

1.6. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft Preihak, [B] en [E] met ingang van 1 april 2005 eervol ontslag verleend als lid van de ledenraad.

1.7. In een tussen [E] als eiser en de woningbouwvereniging Smallingerland als gedaagde op 8 juni 2005 gewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in kort geding heeft de voorzieningenrechter de woningbouwvereniging Smallingerland geboden om binnen twee dagen na betekening van dat vonnis [E] weer toe te laten als lid van de ledenraad, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De voorzieningenrechter had daartoe -onder meer- overwogen:

4. [E] vordert (ten tweede) om te worden toegelaten als lid van de ledenraad. [E] meent dat zijn ontslag niet rechtsgeldig is. De rechter stelt vast dat, nu ook volgens de woningbouwvereniging geen sprake is van een (oneervol) ontslag als bedoeld in artikel 14 van de statuten, de statuten niet voorzien in de situatie waarin de vereniging na de statutair gewijzigde reductie van het aantal leden van de ledenraad kwam te verkeren. Ingevolge het bepaalde in artikel 2:40 lid 1 BW is de ledenraad bevoegd een overgangsregeling vast te stellen. De overgangsregeling die de ledenraad -naar de rechter begrijpt met instemming van de directie, die zich volgens [E] vóór de onderhavig procedure ter zake op artikel 29 van de statuten heeft beroepen- heeft vastgesteld, bestaat daaruit dat de ledenraad zelf heeft gekozen wie van hen de leden zou blijven vertegenwoordigen in de ledenraad. De rechter is van oordeel dat deze door de ledenraad vastgestelde overgangsregeling in strijd is met (het systeem van) de statuten en met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Ingevolge artikel 13 van de statuten zijn het de verenigingsleden die de leden van de ledenraad kiezen. Dit ligt ook voor de hand omdat de verenigingsleden vertegenwoordigd worden door de ledenraad. Dit brengt mee dat in een situatie, waarin tengevolge van een vermindering van het aantal leden van de ledenraad moet worden beslist wie van hen deel uit blijven maken van de ledenraad en wie niet, het ook de verenigingsleden behoren te zijn die dat uitmaken en niet, zoals is gebeurd, de ledenraad zelf. Dit democratisch essentiële element ontbreekt in de door de ledenraad vastgestelde regeling. Daarom is het onderhavige, op die overgangsregeling gebaseerde, aan [E] gegeven ontslag niet rechtsgeldig. Op grond hiervan moet de vordering sub 2 worden toegewezen, met dien verstande dat de rechter daarbij een termijn van twee dagen na betekening van dit vonnis, redelijk voorkomt. De rechter zal de gevorderde dwangsommen matigen en aan een maximum verbinden. Het ligt daarbij, in de lijn van hetgeen hiervoor werd overwogen, op de weg van de woningbouwvereniging Smallingerland haar verenigingsleden te raadplegen over de samenstelling van de ledenraad. Terzijde merkt de rechter nog op dat in dit kort geding onduidelijk is gebleven op welke datum in 2005 op grond van lid 3 aanhef en sub d van artikel 14 van de statuten het lidmaatschap van leden van de ledenraad (onder wie van [E]) zal eindigen door het rooster van aftreden, en hoeveel en welke leden dit betreft.

De woningbouwvereniging Smallingerland is van dit vonnis in hoger beroep gegaan. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft [E] toegelaten als lid van de ledenraad.

1.8. De ledenraad heeft in haar vergadering van 19 september 2005 besloten (onder meer) dat [C] geen deel meer uitmaakt van de ledenraad op de grond dat hij al twee keer herbenoemd was en ingevolge het rooster van aftreden op 1 januari 2005 had moeten aftreden. Verder is in die ledenraadvergadering een nieuw huishoudelijk reglement vastgesteld met ten opzichte van het vorige huishoudelijk reglement andere (procedure)voorschriften met betrekking tot de benoeming van leden van de ledenraad.

1.9. De woningbouwvereniging Smallingerland heeft op 30 september 2005 een vergadering van de ledenraad bijeengeroepen voor 17 oktober 2005 met als onderwerp de omzetting van de vereniging in een stichting en wijziging van de statuten.

1.10. Preihak, [B] en [C] hebben bij brief van 12 oktober 2005 terugkeer als lid van de ledenraad geëist, welke eis de woningbouwvereniging Smallingerland niet heeft gehonoreerd op de grond dat er meer gegadigden zijn voor dat lidmaatschap, waarmee de ledenraad bovendien boven het statutair gestelde maximum van vijftien leden uit zou komen.

1.11. De ledenraad heeft in haar vergadering van 17 oktober 2005 besloten tot omzetting van de vereniging in een stichting en wijziging van de statuten.

1.12. Op 19 december 2005 zal een algemene ledenvergadering worden gehouden, met als agendapunt het opnieuw samenstellen van de ledenraad. De woningbouwvereniging Smallingerland is vanaf juni 2005 bezig met de voorbereiding daarvan.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. [A], [B] en [C] vorderen ten eerste te worden toegelaten als lid van de ledenraad. Zij stellen dat hun ontslag niet rechtsgeldig is omdat de ledenraad in haar vergadering van 11 oktober 2004 -op basis van een overgangsregeling- zelf heeft bepaald wie uit haar midden de verenigingsleden zouden blijven vertegenwoordigen, terwijl het aan de verenigingsleden is om dat uit te maken, zoals de voorzieningenrechter ook heeft geoordeeld in het door [E] tegen de woningbouwvereniging Smallingerland aangespannen kort geding. De rechter oordeelt evenwel dat de situatie thans wezenlijk verschilt van die van medio 2005 omdat de woningbouwvereniging Smallingerland inmiddels voor 19 december 2005 een algemene ledenvergadering heeft uitgeschreven, waarin de leden van de ledenraad door de verenigingsleden zullen worden gekozen, zulks in lijn met de statuten van de woningbouwvereniging Smallingerland en met het vonnis van 8 juni 2005. Omdat vóór de algemene ledenvergadering van 19 december 2005 geen vergaderingen van de ledenraad meer zullen plaatsvinden, hebben [A], [B] en [C] geen (spoedeisend) belang bij dit deel van hun vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

3. Vast staat dat de ledenraad vanaf 11 oktober 2004 allerlei meer en minder verstrekkende besluiten heeft genomen. [A], [B] en [C] vorderen (ten tweede) dat de rechter alle besluiten van de ledenraad van 27 juni 2005, 19 september 2005 en 17 oktober 2005 schorst, en ook (ten derde) alle besluiten van de woningbouwvereniging Smallingerland schorst, totdat de ledenraad op rechtsgeldige wijze is samengesteld.

4. Hoewel de ledenraad vanaf 11 oktober 2004 op onjuiste wijze is samengesteld omdat het niet aan de ledenvergadering zelf was om, bij wijze van overgangsregeling, uit te maken wie mocht blijven en wie niet, terwijl de verenigingsleden hierover hadden moeten worden geraadpleegd, betekent dit nog niet automatisch dat alle sindsdien door de ledenraad genomen besluiten niet rechtsgeldig zouden zijn, en al helemaal niet dat sindsdien genomen besluiten van de woningbouwvereniging Smallingerland niet rechtsgeldig zouden zijn. De visie van [A], [B] en [C] op dit punt is te formeel. Voldoende is dat de woningbouwvereniging Smallingerland het democratisch tekort waarmee de overgangsregeling was behept, binnen een acceptabele termijn heeft gerepareerd met het uitschrijven van de algemene ledenvergadering voor 19 december 2005 waarin de verenigingsleden de leden van de ledenraad zullen kiezen. Het standpunt van [A], [B] en [C] strookt ook niet met de redelijkheid en de billijkheid, omdat zij wel hun lidmaatschap van die ledenraad in kort geding willen afdwingen, maar zij niet, althans niet onvoorwaardelijk, bereid zijn om zich voor de ledenraad kandidaat te stellen in het kader van de verkiezingen van 19 december 2005. Ook de tweede en derde vordering van [A], [B] en [C] moeten dus worden afgewezen.

5. [A], [B] en [C] moeten als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. weigert de gevraagde voorzieningen;

2. veroordeelt [A], [B] en [C] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van woningbouwvereniging Smallingerland begroot op € 244,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2005.