Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5021

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
18-10-2005
Datum publicatie
26-10-2005
Zaaknummer
05/1649 & 05/1690
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bouwvergunning voor 42 woningen. Geen strijd met bestemmingsplan 'Drachtstervaart'. Beeldkwaliteitsplan stelt geen strikte eisen, maar is wel richtinggevend voor de kleurstelling en de architectonische kwaliteit. Positief advies welstandscommissie terecht overgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

Uitspraak ex artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

Reg.nrs.: 05/1649 & 05/1690

Inzake de gedingen tussen

1. [A] en [B], en

2. [C] en [D],

allen wonende te [E], verzoekers,

gemachtigden: mr. M. van Beelen, advocaat te Leeuwarden, voor verzoekers 1, en

mr. C. Lubben, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, voor verzoekers 2,

en

het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland, verweerder,

gemachtigde: J. Boersma, werkzaam bij verweerders gemeente.

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2005 heeft verweerder aan BAM Vastgoed BV te Zwolle (hierna: BAM Vastgoed) bouwvergunning verleend voor de bouw van 42 woningen op de percelen Kurt Schwitterstraat 2A t/m 16, Theo van Doesburgstraat 3 t/m 25, 2 t/m 4, 18 t/m 28, 38 t/m 48, 68 t/m 78 en 35 t/m 37 in Drachten.

Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaarschriften ingediend. Tevens hebben verzoekers zich bij brieven van respectievelijk 23 september 2005 en 6 oktober 2005 tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van art. 8:81 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van de verleende bouwvergunning.

De verzoeken zijn gevoegd ter zitting behandeld op 11 oktober 2005, waar verzoekers [A], [B] en [C] met hun gemachtigden zijn verschenen. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door bovengenoemde gemachtigde, die werd vergezeld door B.M. Wester. Namens BAM Vastgoed, die op de voet van art. 8:26 Awb als derde-belanghebbende aan het geding heeft deelgenomen, zijn verschenen mr. ing. H.J. Tijsen, bedrijfsjurist, en R. Hannink, projectmanager.

De behandeling van het verzoek is ter zitting geschorst, teneinde aan BAM Vastgoed de gelegenheid te geven nadere informatie te verstrekken over het type woningen dat achter de woningen van verzoekers zou worden gebouwd alsmede de kleuren van die woningen. Bedoelde informatie is op 12 oktober 2005 bij de rechtbank en bij partijen bezorgd. Namens verzoekers zijn op 14 en 17 oktober 2005 reacties ingezonden. Vervolgens hebben alle partijen ingestemd met afdoening van de verzoeken zonder behandeling van de verzoeken op een nadere zitting.

Motivering

Op grond van art. 8:81 lid 1 Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken van beletselen om verzoekers te kunnen ontvangen. Voorts is genoegzaam aangetoond dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening.

Voor zover de beoordeling van het verzoek met zich brengt dat het geschil in de hoofdzaak wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter.

Aan een verzoek als het onderhavige kan in beginsel worden voldaan, indien het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in de hoofdzaak luidt dat het bezwaar tegen het aangevallen besluit gegrond verklaard zal moeten worden.

Het bouwplan waarvoor de in geschil zijnde bouwvergunning is verleend, voorziet in de bouw van 42 geschakelde woningen in het plan "Drachtstervaart", waaronder 8 geschakelde woningen ten zuidoosten van de woningen van verzoekers aan de [straatnaam] te [E].

Verzoekers hebben aangevoerd dat de verleende bouwvergunning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Drachtstervaart", omdat als gevolg van de verleende bouwvergunning het maximum aantal te bouwen woningen in woongebied W1 wordt overschreden. Voorts hebben verzoekers aangevoerd dat het Beeldkwaliteitsplan Drachtstervaart (hierna: het Bkp) in de weg stond aan het verlenen van de bouwvergunning.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

In het bestemmingsplan zijn meerdere woongebieden opgenomen. Verzoekers wonen in woongebied W1. Ten aanzien van dit woongebied is in art. 7 lid a2 sub 2d van het bestemmingsplan het volgende bepaald:

"Op de als zodanig aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat:

tenminste 70 woningen dienen te worden gebouwd en ten hoogte 90 woningen mogen worden gebouwd."

Volgens verzoeker wordt als gevolg van het bouwplan het maximale aantal te realiseren woningen (90) in woongebied W1 overschreden. Verzoekers stellen dat woongebied W1 het gebied omvat dat ook wel wordt aangeduid als de "Archipel", een gebied bestaande uit 8 zogenaamde "lobben". Volgens verweerder bestaat het woongebied W1 uit de 6 meest zuidelijke lobben van de Archipel en wordt het maximum van 90 woningen niet overschreden.

De voorzieningenrechter overweegt dat uit de plankaart, die ter zitting door verweerders gemachtigde is getoond, blijkt dat de grens van woongebied W1 zodanig is getrokken dat alleen de zes zuidelijke lobben van de Archipel hieronder vallen. Dat verzoekers uit de informatieset die zij bij de aankoop van hun kavel hebben ontvangen de indruk hebben gekregen dat woongebied W1 de gehele Archipel betrof, kan hieraan niet afdoen, nu het bestemmingsplan en de hierbij behorende plankaart bepalend zijn voor het antwoord op de vraag hoeveel woningen in dit deel van het plangebied gebouwd mogen worden. Verzoekers hebben voorts bezwaar gemaakt tegen het feit dat verweerder pas ter zitting de originele plankaart heeft getoond en dat verweerder aan verzoekers, ondanks diverse verzoeken, niet eerder een (kleuren)kopie heeft verstrekt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit bezwaar weliswaar terecht aangevoerd, maar doet dit er niet aan af dat in rechte moet worden getoetst aan het bestemmingsplan en de hierbij behorende plankaart.

Gelet op de plankaart en de verkavelingstekening die zich onder de gedingstukken bevindt, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gebleken dat als gevolg van het huidige bouwplan het maximum aantal te bouwen woningen in woongebied W1 niet wordt overschreden. Verzoekers vrees dat in de toekomst, al dan niet met vrijstelling, meer woningen gebouwd zullen worden dan het thans op grond van het bestemmingsplan toegestane maximum, kan hier niet aan afdoen, nu die vrees geen weigeringsgrond voor de bouwvergunning oplevert.

Ten aanzien van de door verzoekers gestelde strijd met het Bkp overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Art. 1 lid 6 van het bestemmingsplan bepaalt:

"Als uitgangspunt geldt dat een woonwijk met een hoge beeldkwaliteit wordt gerealiseerd. Specifieke kwaliteiten zijn met name een duidelijke structuur, een eigen identiteit en een hoge belevingswaarde.

Om een hoge beeldkwaliteit te realiseren zal een beeldkwaliteitsplan door de gemeenteraad worden opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan zal als richtlijn dienen bij de vormgeving van de bebouwing. Op grond van artikel 9.1 lid 2 van de Bouwverordening dienen bouwplannen door de welstandscommissie aan dit beeldkwaliteitsplan te worden getoetst".

Het Bkp is op 5 november 2002 door de gemeenteraad van Smallingerland vastgesteld. In het plan is bepaald dat bouwplannen in het Drachtstervaartproject worden getoetst door de welstandscommissie (Hûs & Hiem) en dat de welstandscommissie het advies mede zal baseren op het Bkp.

Vast staat dat de welstandcommissie Hûs & Hiem het bouwplan aan het Bkp heeft getoetst. Verzoekers zijn bij de vergadering van Hûs & Hiem aanwezig geweest en hebben daar hun bezwaren kenbaar kunnen maken. Vervolgens heeft de welstandscommissie op 8 augustus 2005 positief geadviseerd ten aanzien van het bouwplan. Voorts is door Hûs & Hiem in het kader van de onderhavige procedure bij brief van 6 oktober 2005 een nadere motivering op het positieve welstandsadvies gegeven.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te oordelen dat verweerder het positieve welstandsadvies niet aan zijn besluit tot verlening van de bouwvergunning ten grondslag heeft mogen leggen. Uit de inhoud van het Bkp kan worden afgeleid dat voor het project Drachtstervaart gestreefd wordt naar het realiseren van een wervend en hoogwaardig woonmilieu met een eigentijds karakter, passend bij de ligging aan het water en het bijzondere karakter van het project. Uitgangspunt is dat de architectonische kwaliteit van de woningen en woonomgeving hoog moet zijn. Voor de afzonderlijke deelgebieden, zoals de Archipel, zijn de ruimtelijke uitgangspunten nader gespecificeerd. Hierbij is in het Bkp uitdrukkelijk aangegeven dat bij iedere aanduiding van kleuren, materialen, vormen en dergelijke moet worden gelezen 'overwegend' en dat de referentiebeelden collages zijn die samen uitdrukking geven aan de beoogde sfeer voor de verschillende deelgebieden. Hieruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het Bkp geen strikte eisen stelt, maar wel duidelijk richtinggevend is om te komen tot de voorgestane hoogwaardige architectuur in het Drachtstervaartproject.

De voorzieningenrechter is verder, mede gezien de bouwtekeningen, het type-overzicht van de woningen en de informatie over de exacte kleurstelling van de woningen, van oordeel dat de welstandscommissie een voldoende onderbouwd advies heeft uitgebracht en voorts dat de commissie bij de advisering voldoende betekenis heeft toegekend aan uitgangspunten van het Bkp. Zo heeft Hûs & Hiem de hoofdvorm en de aanzichten van de woningen beoordeeld en overwogen dat met het plan in voldoende mate tegemoet gekomen wordt aan de gevraagde verscheidenheid, kleinschaligheid en individualiteit. Ten aanzien van het materiaal en de kleur is opgemerkt dat de individualiteit van de woningen is terug te vinden in het gekozen kleurenpalet van in totaal 5 tinten metselwerk. Volgens Hûs & Hiem is het merendeel van het metselwerk als lichtgetint en pastelkleurig aan te merken. Ten aanzien van het gebruik van dakkapellen, veranda's en (gevel)omlijstingen is aangegeven dat het gebruik zodanig is dat er een rustig en niet al te overdadig beeld bereikt wordt.

Verzoekers hebben aangevoerd dat voor het onderhavige bouwplan gebruik gemaakt wordt van de kleuren paars, okergeel, maasrood en oranje en dat dit geen lichte pastelkleuren zijn als bedoeld in het Bkp. Ook hebben verzoekers aangevoerd dat in strijd met het Bkp maar twee van de acht woningen zijn voorzien van een veranda. Bij gebreke van een deskundig tegenadvies van verzoekers op dit punt en voorts gelet op het feit dat, zoals hierboven reeds overwogen, het Bkp richtinggevend beoogd te zijn en niet volstrekt dwingend is geformuleerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te oordelen dat verweerder het, mede op deze punten nader gemotiveerde, welstandsadvies niet aan zijn besluit ten grondslag heeft kunnen leggen.

Tenslotte overweegt de voorzieningenrechter dat uit de stukken en ter zitting gebleken is dat verzoekers, gelet op het informatiemateriaal dat zij hebben gekregen bij de aankoop van hun kavels, andere verwachtingen hebben gehad ten aanzien van de bebouwing van de percelen ten zuidoosten van hun woningen. Verzoekers betreuren het met name dat in plaats van de oorspronkelijk geplande drie woningen, nu acht woningen op bedoelde percelen zullen worden gerealiseerd. Hoewel het begrijpelijk is dat verzoekers teleurgesteld zijn, kan de voorzieningenrechter niet anders dan de verleende bouwvergunning toetsen aan de hand van de in art. 44 van de Woningwet limitatief opgesomde weigeringsgronden. Nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan of strijd met redelijke eisen van welstand, dan wel enige andere weigeringsgrond, heeft verweerder de gevraagde bouwvergunning terecht verleend. Met de belangen van verzoekers kan in dit kader geen rekening gehouden worden.

De voorzieningenrechter komt op grond van het vorenstaande tot het voorlopig oordeel dat er geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat het bestreden besluit in de hoofdzaak niet in stand zal kunnen blijven. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Namens verzoekers is gevraagd om veroordeling van verweerder in de proceskosten, nu verweerder pas tijdens de zitting de originele plankaart heeft kunnen tonen. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling, reeds vanwege de omstandigheid dat de vermeende strijd met het bestemmingsplan niet de enige grond is geweest waarop om schorsing van de bouwvergunning is gevraagd.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken af.

Aldus gegeven door mr. C.M. Telman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2005, in tegenwoordigheid van mr. P.R.M. Poiesz als griffier.

w.g. P.R.M. Poiesz

w.g. C.M. Telman

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Schriftelijke uitspraak verzonden op: 21 oktober 2005