Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AU0576

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
09-08-2005
Datum publicatie
10-08-2005
Zaaknummer
165509 /CV EXPL 05-194
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurkoopovereenkomst. Indien deze valt onder de werkingssfeer van de Wet op het Consumentenkrediet is een vordering wegens buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Opsterland

Uitspraak: 9 augustus 2005

Zaak-/Rolnummer: 165509 /CV EXPL 05-194

VONNIS

in de zaak van:

de vennootschap naar het recht van de staat Delaware (Verenigde Staten)

WESTMINSTER RENTAL B.V., h.o.d.n. Rental Lease,

gevestigd te Lewes, Delaware (Verenigde Staten), mede kantoorhoudende te

's-Gravenhage,

eiseres,

hierna te noemen: Rental Lease,

gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Van der Meijde te 's-Gravenhage,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederende met toevoeging,

gemachtigde: mr. M.J. Buitenhuis, advocaat te Leeuwarden.

PROCESGANG

Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Rental Lease gevorderd:

- de tussen partijen bestaande huurkoopovereenkomst op grond van wanprestatie zijdens [gedaagde] te ontbinden;

- en om [gedaagde] te veroordelen:

a. de in huurkoop overgedragen zaak binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis in behoorlijke staat en met alle toebehoren aan Rental Lease terug te geven, met machtiging van Rental Lease om, indien [gedaagde] in gebreke mocht blijven om aan dit bevel te voldoen, dit vonnis zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, ongeacht waar de huurkoopzaak zich mocht bevinden, zulks op kosten van [gedaagde];

b. aan Rental Lease te vergoeden een bedrag van € 9047,83 aan huurkooptermijnen en incassokosten verschuldigd bij dagvaarding, vermeerderd met wettelijke rente, waarop na teruggave van de in huurkoop overgedragen zaak in mindering kan strekken de geldswaarde van deze zaak;

c. in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft bij antwoord de vordering betwist. Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken van het geding, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

1.1. [gedaagde] heeft gedurende viereneenhalf jaar een affectieve relatie gehad met de heer [a].

1.2. Gedurende voormelde relatie is op 11 januari 2003 tussen Rental Lease als huurverkoper en [gedaagde] en [a] als huurkopers een huurkoopovereenkomst gesloten met betrekking tot een Mercedes Benz met bouwjaar 1988, type 190D, gekentekend TJ-97-NB.

1.3. De koopprijs van de auto bedroeg € 10.512,01, waarop door [gedaagde] en [a] bij ondertekening van de overeenkomst een aanbetaling van € 1924,29 diende te worden voldaan. Voorts dienden [gedaagde] en [a] een bedrag van € 8487,72 in 36 maandelijkse termijnen van € 235,77 te voldoen, waarvan de eerste termijn verviel op 11 februari 2003 en de laatste op 11 februari 2006. Ten slotte dienden zij na betaling van de laatste termijn nog een slotbetaling van € 100,00 te doen. Over het uitstaande bedrag waren [gedaagde] en [a] een rentevergoeding van 1,54% per maand verschuldigd.

1.4. [gedaagde] en [a] hebben een vooruitbetaling van € 1508,46 gedaan en hebben aan maandelijkse termijnen in totaal een bedrag van € 707,31 betaald. Het voorts nog verschuldigde hebben zij tot dusverre onbetaald gelaten.

1.5. Voormelde huurkoopovereenkomst bevat -voor zover van belang- onder meer de volgende bepalingen:

'Het eigendom van het object zoals dat hiervoor omschreven werd, blijft bij huurverkoper totdat de slottermijn door huurkoper aan huurverkoper wordt voldaan.

(…)

h. ontbinding van deze huurkoopovereenkomst en/of teruggave van het huurkoopobject kan door huurverkoper in of buiten rechte worden ingeroepen/gevorderd indien en zodra huurkoper na in gebreke te zijn gesteld verder nalatig blijft in de nakoming van de door hem/haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

(…)

i. De terugname van het object door huurverkoper geschiedt te allen tijde voor rekening en risico van de huurkoper. De kosten van terughalen van het object worden te dezen gesteld op ten minste € 226,89. In of aan het object achtergebleven roerende zaken van huurverkoper blijven voor diens risico. Huurkoper kan terzake geen beroep doen op de vergoeding van zulke zaken door huurverkoper.

(…)

j. Na terugname van het object zal huurverkoper dit doen taxeren door een door hem aangewezen expertisebureau op kosten van huurkoper. Een eventueel batig saldo te berekenen na verkoop van het object en met verrekening van alle kosten, vallende op de terugname en verkoop, komt aan huurkoper ten goede. Een eventueel voor huurkoper nadelig saldo zal door deze na opgave door huurverkoper daarvan, aan deze onmiddellijk worden voldaan. De terugname van het object houdt niet vanzelfsprekend in dat de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden. Behoudens het recht van huurkoper om binnen 14 dagen na de terugname volgens de wettelijke regels zijn wanprestaties te zuiveren, heeft huurverkoper het recht de overeenkomst al dan niet ontbonden te verklaren.'.

1.6. In de van de huurkoopovereenkomst onderwerp zijnde Mercedes werd gereden door [a]. [gedaagde] heeft geen rijbewijs.

1.7. Na het einde van de affectieve relatie tussen [gedaagde] en [a] heeft laatstgenoemde de Mercedes meegenomen. De huidige verblijfplaats van [a] is onbekend.

1.8. Rental Lease heeft [gedaagde] en [a] op 11 februari 2004 een eindafrekening met betrekking tot de huurkoopovereenkomst doen toekomen. Op basis van deze eindafrekening zijn [gedaagde] en [a] nog een bedrag van € 8258,86 verschuldigd.

Het standpunt van Rental Lease

2. Rental Lease legt het volgende aan haar vordering ten grondslag.

2.1. [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de huurkoopovereenkomst door in gebreke te blijven met de betaling van een groot deel van de -in termijnen te betalen- restantkoopprijs. Deze wanprestatie van [gedaagde] rechtvaardigt de ontbinding van de huurkoopovereenkomst en teruggave van de in huurkoop overgedragen zaak. Op basis van de eindafrekening dient zij voorts nog een bedrag van

€ 8258,86 te voldoen, vermeerderd met rente en incassokosten.

2.2. De omstandigheid dat [gedaagde] geen contact meer heeft met haar ex-partner [a] en daardoor niet meer kan beschikken over de in huurkoop overgedragen zaak welke zij aan Rental Lease dient te retourneren, is een omstandigheid die voor rekening en risico van [gedaagde] komt en die niet aan Rental Lease kan worden tegengeworpen. Rental Lease staat buiten de kwestie van wie van de huurkopers de feitelijke macht heeft over de Mercedes.

2.3. In geval van het niet retourneren van de in huurkoop overgedragen zaak vordert Rental Lease betaling van het geheel verschuldigde bedrag zonder dat daarop de resterende waarde van voormelde zaak in mindering zal kunnen strekken.

Het standpunt van [gedaagde]

3. Het verweer van [gedaagde] komt op het volgende neer.

[a] heeft na het einde van de relatie met haar de Mercedes meegenomen. [gedaagde] heeft geen idee waar [a] zich sedertdien bevindt. Zij heeft getracht om te achterhalen waar de Mercedes is, hetgeen niet is gelukt. Ook heeft [gedaagde] tevergeefs getracht om de auto van haar naam af te krijgen. Gezien het vorenstaande is het evident dat [gedaagde] niet in staat is om de in huurkoop overgedragen zaak aan Rental Lease terug te geven. Rental Lease zal zich met haar vordering tot [a] moeten wenden.

De beoordeling van het geschil

4. De overeenkomst van partijen dient te worden bechouwd als een huurkoopovereenkomst als bedoeld in artikel 7A:1576h BW; partijen zijn immers overeengekomen dat de verkochte zaak niet door aflevering in eigendom is overgegaan op [a] en [gedaagde], maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van hetgeen zij uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd zijn. De tussen partijen gesloten huurkoopovereenkomst valt onder de werkingssfeer van de Wet op het Consumentenkrediet (hierna te noemen: WCK), aangezien er sprake is van kredietverlening aan natuurlijke personen, waarbij de kredietsom niet meer dan € 40.000,- bedraagt.

5. Op grond van artikel 71 WCK gelden voor een huurkoopovereenkomst die onder de WCK valt slechts een beperkt aantal bepalingen uit Boek 7A titel 5A van het Burgerlijk Wetboek. Alleen de artikelen 7A:1576a, 7A:1576h, 7A:1576 k-n, 7A:1576r, 7A:1576u, 7A:1576w en 7A:1576x BW zijn van toepassing.

6. Op grond van artikel 44 WCK kan een huurkoopovereenkomst die onder de werkingssfeer van de WCK valt in beginsel slechts door rechterlijke tussenkomst worden ontbonden. Hierop gelden enkele uitzonderingen, doch deze doen in casu niet terzake. De kantonrechter dient thans te beoordelen of er grond is voor ontbinding van de huurkoopovereenkomst van partijen. Hiervoor is ten deze bepalend:

a) of [gedaagde] en [a] tekortgeschoten zijn in de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de huurkoopovereenkomst

en

b) of zij vervolgens door Rental Lease in gebreke zijn gesteld en nadien nalatig zijn gebleven om hun verplichtingen na te komen.

7. In casu staat vast dat [gedaagde] en [a] vele maandtermijnen onbetaald hebben gelaten, waarmee er sprake is van een ernstige tekortkoming hunnerzijds in de nakoming van de huurkoopovereenkomst. [gedaagde] heeft niet betwist de stelling van Rental Lease dat zij wegens de niet tijdige betaling van de maandtermijnen meerdere malen in gebreke is gesteld. In dat kader heeft Rental Lease onder meer de eindafrekening van 11 februari 2004 nog overgelegd, waarbij aan [gedaagde] en [a] een laatste mogelijkheid is gegeven om alsnog de vordering te voldoen. Vast staat dat [gedaagde] en [a] in weerwil van voormelde ingebrekestellingen nalatig zijn gebleven om de verschuldigde termijnen aan Rental Lase te voldoen, waarmee zij in verzuim zijn geraakt. Een en ander brengt met zich mee dat ontbinding van de huurkoopovereenkomst gerechtvaardigd is. De daartoe strekkende vordering is dan ook toewijsbaar, met dien verstande echter dat de uit te spreken ontbinding alleen werkt jegens [gedaagde], nu [a] niet in rechte is betrokken door Rental Lease. De huurkoopovereenkomst blijft jegens [a] dan ook in stand.

8. Uit artikel 41 van de WCK volgt dat afgifte van een in huurkoop (onder eigendomsvoorbehoud) overgedragen zaak slechts kan worden gevorderd in de gevallen bedoeld in artikel 33 sub c 1 tot en met 6 van de WCK. De onderhavige casus valt hieronder, gelet op het in de vorige rechtsoverweging vastgestelde verzuim van [gedaagde] en [a]. Rental Lease heeft jegens [gedaagde] en [a] dan ook recht heeft op teruggave van de in huurkoop overgedragen zaak. Laatstgenoemden zijn (ieder voor zich) verplicht om deze zaak aan Rental Lease terug te geven. De in dit geding van [gedaagde] gevorderde teruggave is dan ook toewijsbaar. Hierbij is niet van belang wie van gedaagden de zaak thans feitelijk onder zich heeft. Wel merkt de kantonrechter nog het volgende op. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat [a] na het einde van hun relatie de in huurkoop overgedragen zaak onder zich heeft genomen en dat de zaak vanaf dat moment niet meer in haar feitelijke macht is geweest. Zolang [gedaagde] de feitelijke macht over de zaak niet heeft, kan de veroordeling tot teruggave niet tegen haar ten uitvoer kan worden gelegd. De termijn voor teruggave van de zaak zal overigens worden gesteld op een week na betekening van dit vonnis.

9. De hoogte van de door Rental Lease genoemde restantschuld -€ 8258,86- is door [gedaagde] niet weersproken, zodat de kantonrechter van dit bedrag zal uitgaan. Vervolgens komt aan de orde de vraag of [gedaagde] zelf voor dit gehele bedrag jegens Rental Lease aansprakelijk is. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. De onderhavige huurkoopovereenkomst is aan de koperskant door twee personen aangegaan, [gedaagde] en haar ex-partner [a]. Op grond van artikel 6:6 BW brengt dit in beginsel aansprakelijkheid voor gelijke delen met zich mee, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat [gedaagde] en [a] voor ongelijke delen of hoofdelijk verbonden zijn. Deze uitzondering doet zich in casu echter niet voor, zodat [gedaagde] en [a] voor gelijke delen aansprakelijk zijn voor de restantschuld aan Rental Lease. [gedaagde] is mitsdien voor de helft van de restantschuld, derhalve een bedrag van

€ 4129,43, aansprakelijk jegens Rental Lease. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.

10. De gevorderde rente is door [gedaagde] niet afzonderlijk betwist, zodat dit gedeelte van de vordering toewijsbaar is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarentegen worden afgewezen, en wel onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis van artikel 34 WCK (bijl. Handelingen II 1986/1987, 19 785, p. 89). Hier wordt aangaande een vordering terzake buitengerechtelijke incassokosten het volgende gemeld:

'Evenals artikel 41 WCGK verbiedt artikel 34 WCK de kredietgever andere vergoedingen, hoe ook genaamd, in rekening te brengen aan de kredietnemer. Omdat in het tarief een factor incassokosten zal zijn opgenomen, is het de kredietgever bijvoorbeeld niet toegestaan buitengerechtelijke kosten in rekening te brengen. Ook het uit handen geven aan een derde van de invordering mag niet gepaard gaan met het in rekening brengen van kosten, ook niet door de derde.'

11. [gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt per heden de huurkoopovereenkomst van 11 januari 2003, doch alleen voor zover deze is aangegaan door [gedaagde];

verstaat dat de huurkoopovereenkomst tussen Rental Lease en [a] in stand blijft;

veroordeelt [gedaagde] om de in huurkoop overgedragen zaak binnen een week na betekening van dit vonnis in behoorlijke staat en met alle toebehoren aan Rental Lease terug te geven, met machtiging van Rental Lease om, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan de veroordeling tot teruggave te voldoen, dit vonnis zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, ongeacht waar de huurkoopzaak zich mocht bevinden, zulks op kosten van [gedaagde];

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Rental Lease van een bedrag groot € 4129,43 (zegge: vierduizend honderd negenentwintig euro en drieënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over € 4129,43 vanaf 31 januari 2005, zijnde de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, waarop na teruggave van de in huurkoop overgedragen zaak in mindering kan strekken de geldswaarde van deze zaak;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Rental Lease begroot op € 279,87 aan verschotten, waarin zijn begrepen de gevorderde informatiekosten, en € 450,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Schulting, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119