Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AT9537

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
21-07-2005
Zaaknummer
04/564
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Algemene bijstandswet. Medische beperkingen voor deelname aan het arbeidsproces. Ontheffing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

Uitspraak ex artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht

Reg.nr.: 04/564 ABW

Inzake het geding tussen

[A], wonende te [B], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, verweerder,

gemachtigde: H.J. Bouland, werkzaam bij verweerders gemeente.

Procesverloop

Bij brief van 5 april 2004 heeft verweerder eiseres mededeling gedaan van een besluit op bezwaar met betrekking tot de toepassing van de Algemene bijstandswet (Abw) en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA).

Tegen dit besluit heeft eiseres op 12 mei 2004 beroep ingesteld.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, enkelvoudige kamer, op 17 februari 2005. Eiseres is in persoon verschenen. Verweerder is verschenen bij bovengenoemde gemachtigde, bijgestaan door de heer B.L. Houis, eveneens werkzaam bij verweerders gemeente.

Ingevolge het bepaalde in art. 8: 64 Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de griffier bij brief van 21 februari 2005 aan partijen kenbaar gemaakt dat de rechtbank heeft besloten tot schorsing van het onderzoek teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen om de resultaten van de REA-toets aan verweerder kenbaar te maken. Bij brief van 21 februari 2005 heeft eiseres de rechtbank bericht dat er geen wettelijk kader bestaat dat haar verplicht om de onderzoeksgegevens van de REA-toets aan verweerder kenbaar te maken.

Met schriftelijke toestemming van partijen is ingevolge art. 8:57 Awb een nadere zitting achterwege gebleven.

Motivering

Eiseres heeft gedurende de periode van december 1991 tot september 2000 een bijstandsuitkering van de gemeente Amsterdam ontvangen.

Eiseres ontvangt vanaf 1 september 2000 een uitkering van de Algemene bijstandswet (Abw) van verweerders gemeente. Verweerder heeft eiseres bij besluit van 16 oktober 2000 tot het eerstvolgende heronderzoek ontheffing verleend van de in art. 113, lid 1 onder a en c tot en met f Abw neergelegde verplichtingen. Bij besluit van 31 mei 2001 heeft verweerder eiseres bericht dat zij binnenkort zal worden uitgenodigd voor een REA-toets. Tot de uitslag is zij ontheven van de arbeidsverplichtingen en daarna zal verder worden bekeken of de ontheffing van de arbeidsverplichtingen al dan niet wordt voortgezet. Bij besluit van 1 oktober 2001 is de ontheffing, in afwachting van de REA-toets, verder voortgezet tot het eerstvolgende heronderzoek in december 2002. Bij besluit van 24 maart 2003 is de ontheffing, in afwachting van de ontwikkelingen inzake het traject, voorlopig verlengd tot het volgend heronderzoek in april 2004.

In verband met een onderzoek van verweerder naar de geschiktheid van eiseres om te kunnen voldoen aan de arbeidsverplichting op grond van art. 113, eerste lid, van de Abw, heeft Agens B.V. (verder te noemen: Agens) te Leeuwarden haar op 14 april 2003 een toets afgenomen in het kader van de Wet op de (re) integratie arbeidsgehandicapten (WET REA). Eiseres heeft vervolgens geweigerd toestemming te verlenen voor het bekendmaken van de resultaten van deze toetsing aan verweerder. Voorts heeft zij wel geweigerd deze gegevens over te leggen. Eiseres heeft vervolgens verweerder verzocht om een beslissing te nemen naar aanleiding van de toets.

Bij besluit van 16 oktober 2003 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat, gelet op het ontbreken van toestemming om de resultaten van de REA-toets aan verweerder kenbaar te maken, het niet duidelijk is of er objectiveerbare beperkingen bij eiseres bestaan, welke belemmerend kunnen werken ten aanzien van de beschikbaarheid van eiseres ten aanzien van de arbeidsinschakeling. Eiseres heeft ook geen gegevens van een deskundige overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat zij niet aan art. 113 Abw zou kunnen voldoen. Nu eiseres weigert medewerking te verlenen aan inzage dient zij volledig te voldoen aan de verplichtingen van artikel 113, eerste lid, van de Abw.

Bij brief van 21 november 2003 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 oktober 2003.

Bij brief van 23 januari 2004 heeft verweerder eiseres in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat er wel degelijk beperkingen zijn waardoor zij geheel of gedeeltelijk zou moeten worden vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen ingevolge art. 113 lid 1 Abw. Verweerder heeft eiseres medegedeeld dat zij hiervoor het door Agens B.V. opgestelde (medisch) rapport kan overhandigen. Daarnaast zou eiseres zelf een onafhankelijk medisch specialist of reïntegratiebureau kunnen inschakelen die haar mogelijkheden en belemmeringen kan toetsen. Verweerder heeft eiseres verzocht voor 30 januari 2004 hierover uitsluitsel te geven.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres -onder verwijzing naar het advies van de commissie voor de bezwaar-en beroepschriften- ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van de kosten afgewezen. Verweerder heeft hiertoe -kort samengevat- overwogen dat de gemeente een toets heeft laten uitvoeren om na te gaan of eiseres in aanmerking komt voor ontheffing van de arbeidsverplichting. Eiseres heeft medewerking verleend aan het onderzoek, maar heeft het onderzoeksbureau geen toestemming gegeven om de resultaten aan de gemeente beschikbaar te stellen. De wetgeving voorzien niet in teruglevering van medische gegevens door reïntegratiebureaus aan gemeenten. Zonder medische gegevens kan niet worden beoordeeld of eiseres vrijgesteld moet worden van de arbeidsverplichtingen ingevolge art. 113 lid 1 Abw. Verweerder draagt de algemene zorg voor de reïntegratie van bijstandsgerechtigden. Het is dan ook aan verweerder om te beoordelen, mede met behulp van het advies van derden (een reïntegratiebureau) of eiseres aan de verplichtingen dient te voldoen die verbonden zijn aan de Abw. Dit gebeurt middels incidentele of periodieke (her)onderzoeken. Gelet op het bepaalde in art. 66 lid 3 en lid 4 Abw is verweerder gerechtigd om deze onderzoeken uit te voeren. Deze onderzoeken worden door derden uitgevoerd en in het geval van eiseres is het onderzoek uitgevoerd door Agens. Zij zijn deskundig op het gebied van reïntegratie op de arbeidsmarkt. Het is verweerder niet gebleken dat Agens niet objectief zou zijn. Eiseres is voorts in de gelegenheid gesteld een second opinion in te brengen maar daarvan heeft zij geen gebruik gemaakt. Uit het feit dat verweerder in het verleden de ontheffing van de arbeidsverplichtingen heeft laten voortduren zonder hieraan een nieuw medisch onderzoek ten grondslag te leggen, mag eiseres niet het vertrouwen aan ontlenen dat de vrijstelling (oneindig) zou blijven voortduren.

In beroep heeft eiseres -kort samengevat- aangevoerd dat zij de bevindingen van het onderzoeksbureau niet heeft overgelegd omdat de bevindingen van de arts volgens haar niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en omdat zij eerst de gespreksbevestiging en de beschikking wilde afwachten. Voorts ging eiseres er vanuit dat het onderzoeksbureau aan verweerder advies zou uitbrengen. Nu dit niet is gebeurd, is eiseres van mening dat sprake is van strijd met het beginsel van behoorlijk bestuur. Verweerder is ten onrechte overgegaan tot het opschorten van haar bijstandsuitkering, terwijl eiseres alle relevante gegevens met betrekking tot het onderzoek tijdig en volledig heeft ingeleverd bij verweerder. Pas op 23 januari 2004 heeft verweerder eiseres de mogelijkheid geboden om zelf een onafhankelijk specialist in te schakelen, terwijl zij de gegevens ten tijde van het onderzoek bij Agens reeds op 14 april 2003 aan de keuringsarts heeft verstrekt. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat zij niet op dit aanbod van verweerder is ingegaan vanwege het kostenaspect, de gegevens van de medisch specialist reeds aan de keuringsarts zijn overhandigd en omdat zij niet in de gelegenheid is gesteld om het rapport te weerspreken omdat er geen advies is uitgebracht. Eiseres houdt verweerder verantwoordelijk voor het functioneren van Agens en voor diens advies en reïntegratie. Voorts heeft eiseres haar twijfels bij de juistheid en objectiviteit van het uitgebrachte advies van het onderzoeksbureau.

In dit geding moet de rechtbank beoordelen of het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Zij overweegt daartoe als volgt.

In art. 107 lid 1 Abw is bepaald dat burgemeester en wethouders kunnen besluiten verplichtingen als bedoeld in dit hoofdstuk niet op te leggen, dan wel van zodanige verplichtingen tijdelijk ontheffing te verlenen, in gevallen waarin daartoe naar hun oordeel aanleiding bestaat om redenen van medische of sociale aard, dan wel om redenen gelegen in de aard en het doel van de bijstand.

In art. 113 lid 1 Abw is bepaald -voor zover hier van belang- dat de belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking verplicht is:

a. naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;

b. ervoor te zorgen dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Centrale organisatie werk en inkomen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

c. passende arbeid te aanvaarden;

d. na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert;

e. mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding en aan een scholing of opleiding, die noodzakelijk wordt geacht;

f. beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de Wet inschakeling werkzoekenden, mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen, daarvan gebruik te maken en daartoe op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen.

Uit de gedingstukken is gebleken dat verweerder, teneinde te beoordelen of er aanleiding bestond om in het geval van eiseres gebruik te maken van zijn bevoegdheid ingevolge art. 107 lid 1 Abw, eiseres op 17 maart 2003 heeft aangemeld bij reïntegratiebureau Agens om een zogeheten REA-toets af te leggen. Voorts is genoegzaam gebleken dat eiseres deze toets op 14 april 2003 heeft afgelegd. De resultaten van deze toets zijn echter nimmer door Agens dan wel eiseres aan verweerder ter hand gesteld, omdat eiseres geen toestemming hiervoor heeft willen geven. De omstandigheid dat Agens geen advies aan verweerder heeft uitgebracht zoals door eiseres gesteld, is derhalve uitsluitend gelegen in de omstandigheid dat eiseres heeft geweigerd toestemming te geven om de resultaten van de toets (en het daarop gebaseerde en daarmee samenhangende advies) aan verweerder te doen toekomen. Voorts is eiseres niet ingegaan op het aanbod van verweerder om zelf een onafhankelijk deskundige of een ander reïntegratiebureau in te schakelen zodat verweerder op basis van deze gegevens zou kunnen beoordelen of er aanleiding zou bestaan eiseres geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van de arbeidsverplichting van art. 113 Abw.

Overigens had eiseres, indien zij het niet eens zou zijn met (de wijze van totstandkoming van) het advies van Agens en een daarop gebaseerd besluit van verweerder, hiertegen bezwaar kunnen maken. In dit bezwaar had eiseres alsdan kunnen aangeven waarom en op welke gronden zij zich hier niet in zou kunnen vinden, al dan niet nader geadstrueerd met andere of nadere (medische) gegevens of onderzoeken.

Nu eiseres dit alles heeft nagelaten, heeft verweerder terecht geoordeeld dat niet is gebleken of vast te stellen dat er in het geval van eiseres redenen zijn om eiseres geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van de arbeidsverplichting. Verweerder heeft daarom in redelijkheid kunnen besluiten van zijn bevoegdheid in art. 107 Abw geen gebruik te maken. Dit betekent tevens, dat aan eiseres onverkort de verplichtingen van art. 113 lid 1 Abw van toepassing zijn.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verweerder aan eiseres in het verleden wel een vrijstelling van de arbeidsplicht is verleend zonder dat hieraan een medisch onderzoek ten grondslag is gelegd, dit niet betekent dat eiseres ook voor de toekomst zonder medisch onderzoek hiervan geheel of gedeeltelijk zou zijn vrijgesteld. De rechtbank vermag niet in te zien dat het verweerder niet vrij zou staan om voor in de toekomst gelegen periodes te beoordelen of er (nog steeds) aanleiding is om gebruik te maken van de bevoegdheid vrijstelling te verlenen van een of meer verplichtingen van hoofdstuk VIII van de Abw.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat door of namens verweerder aan haar ondubbelzinnige, ongeclausuleerde toezeggingen zijn gedaan op grond waarvan bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen zou kunnen zijn gewekt dat de in het verleden verleende ontheffing van de in art. 113 lid 1 Abw neergelegde arbeidsverplichtingen zou blijven voortduren, terwijl ook overigens hiervan niet is gebleken.

Het beroep van eiseres moet daarom ongegrond worden verklaard.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Awb een partij te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. E.M. Visser, rechter, en door haar in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2005 in tegenwoordigheid van mr. F. Aissa als griffier.

w.g. F. Aissa

w.g. E.M. Visser

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht.

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.

Afschrift verzonden op: 1 juli 2005