Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AT7659

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-06-2005
Datum publicatie
21-06-2005
Zaaknummer
67835
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Behoefte kind. De behoefte van een kind wordt mede bepaald door de andere kinderen die in het gezin verblijven, ook als voor die andere kinderen geen alimentatie wordt verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2005, 72
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling familierecht

Uitspraak: 8 juni 2005

Rekestnummer:05-2095

Zaaknummer: 67835

KINDERALIMENTATIE

BESCHIKKING

van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te Heerenveen,

hierna ook te noemen de vrouw,

procureur: mr. B. Delhaye,

tegen

[verweerder],

wonende te Wolvega,

hierna ook te noemen de man,

procureur: mr. A.A. Scholtmeijer.

PROCESGANG

Bij beschikking van 13 april 2005 is de zaak ter mondelinge behandeling verwezen naar de terechtzitting met gesloten deuren van 24 mei 2005. De zaak is toen ter zitting behandeld.

RECHTSOVERWEGINGEN

Het verzoek van de vrouw betreft de vaststelling van een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun beider minderjarige kind [kind], geboren [geboortedatum] op een bedrag van € 260,00 per maand. Zij stelt dat, nu de man slechts onderhoudsplichtig is voor één kind, de behoefte van dat kind moet worden bepaald aan de hand van de tabel voor gezinnen met één kind, onafhankelijk van de vraag of er meer kinderen in haar gezin zijn.

De man heeft gesteld dat zijn draagkracht betaling van het verzochte bedrag toelaat maar dat de behoefte van het kind ingevolge de NIBUD/CBS-normen niet hoger is dan € 120,00 per maand, nu het opgroeide en opgroeit in een gezin met drie minderjarige kinderen.

De rechtbank beoordeelt dit enige geschilpunt tussen partijen als volgt.

De gebruikelijke NIBUD/CBS-tabellen betreffende de kosten van kinderen en de eigen bijdrage van ouders daarin laten zien dat de kosten van kinderen, gerekend per kind, dalen naarmate er meer kinderen in het gezin zijn. Een en ander wordt toegelicht in het rapport Kosten van kinderen van de Werkgroep Alimentatienormen van de NVvR uit 1994.

In het onderhavige geval staat vast dat het kind opgroeit in een gezin waartoe drie minderjarige kinderen behoren. Nu het kind dus niet het enige kind in het gezin is zijn de aan hem te besteden kosten lager dan het geval zou zijn wanneer hij wel het enige kind in het gezin was. Dit feitelijke verschijnsel staat geheel los van de vraag wie voor elk van de kinderen onderhoudsplichtig is; het gaat hier uitsluitend om de bepaling van de behoefte van een kind. Het is denkbaar dat de behoefte van de andere twee kinderen op een ander bedrag ligt dan die van [naam]; dat hangt (over het algemeen) af van de hoogte het gezinsinkomen ten tijde van het samenwonen van de moeder met de vader(s) van deze kinderen. Op de hoogte van de behoefte van [naam] heeft dit echter geen invloed, nu daarvoor uitsluitend de gezinssituatie met drie kinderen bepalend kan zijn. Daarom moet, nu door de vrouw geen andere behoefteverhogende factoren zijn gesteld en zij niet heeft weersproken dat de behoefte van het kind, indien van een gezin met drie kinderen wordt uitgegaan, niet hoger is dan € 120,00, de door de man te betalen bijdrage op laatstgenoemd bedrag worden bepaald.

BESLISSING

De rechtbank:

bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 4 januari 2005 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [kind], geboren [geboortedatum], voor zover de termijnen nog niet zijn verstreken telkens bij vooruitbetaling, moet uitkeren een bedrag van € 120,00 (zegge: honderd twintig euro) per maand;

veroordeelt de man in de executiekosten voor het geval deze door hem zijn veroorzaakt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. J.D.S.L. Bosch, lid van de kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 juni 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

(c:107)

Van deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u ver-plicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier