Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AT7230

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
31-05-2005
Datum publicatie
10-06-2005
Zaaknummer
169432 /VZ VERZ 05-66
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Wet Gelijke Behandeling op grond van Leeftijd bij de arbeid. Vergoedingssysteem Sociaal Plan leidt tot leeftijdsdiscriminatie van oudere werknemers. Geen objectieve rechtvaardigingsgrond aanwezig voor maken leeftijdsonderscheid. Hogere vergoeding toegekend dan uit Sociaal Plan zou volgen.

Wetsverwijzingen
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid 3
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2005/264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Sneek

BESCHIKKING EX ARTIKEL 7: 685 BW

169432 \ VZ VERZ 05-66

Uitspraak: 31 mei 2005

in de zaak van

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CPS COLOR SNEEK B.V.,

gevestigd te Sneek,

verzoekster,

gemachtigde: mr. E.H. Deur, advocaat te Amsterdam,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. F.J. Landstra van FNV Bondgenoten te Groningen.

OVERWEGINGEN

ten aanzien van het procesverloop

1. CPS heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 april 2005, verzocht de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.

Het verweerschrift van [verweerder] is binnengekomen op 10 mei 2005.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 mei 2005. De gemachtigde van CPS heeft pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt die bij de processtukken zijn gevoegd.

De beslissing is bepaald op heden.

ten aanzien van de motivering

2. In deze procedure kan van de navolgende feiten worden uitgegaan.

2.1. [verweerder] is sedert 6 augustus 1962 in dienst bij CPS, laatstelijk in de functie van employee quality control, tegen een bruto salaris van € 2.275,37 per maand. [verweerder] is geboren op 10 december 1945 en thans 59 jaren oud.

2.2. CPS is een onderneming die kleurmengsystemen produceert en in de handel brengt. CPS is een belangrijke toeleverancier aan Akzo Nobel Coatings. CPS heeft in oktober 2001 de Sneker vestiging van Akzo overgenomen. Daarbij zijn alle 50 werknemers overgenomen, hoewel er voor de productie 30 nodig waren, en aan hen is een werkgelegenheidsgarantie gegeven tot 1 oktober 2004.

2.3. CPS heeft haar ondernemingsraad op 5 november 2004 om schriftelijk advies gevraagd over haar voorgenomen besluit tot reorganisatie. De ondernemingsraad heeft op 23 december 2004 een voorlopig advies gegeven.

2.4. Op 7 februari 2005 heeft CPS met haar ondernemingsraad en de vakbonden CNV en FNV een principeakkoord gesloten over de reorganisatie. Tevens is die dag een Sociaal Plan (met de status van CAO) vastgesteld tussen CPS en genoemde vakbonden.

2.5. Het Sociaal Plan regelt de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband van alle bij de reorganisatie betrokken 13 werknemers, van de in totaal 49 werknemers van CPS.

2.6. In het Sociaal Plan is onder meer in artikel 4 een ontslagvergoeding opgenomen. Voor werknemers jonger dan 57,5 jaren op de datum van de beëindiging van het dienstverband, geldt daarbij de kantonrechtersformule, waarbij de factor C op 1 is bepaald, de zogenaamde neutrale variant. Voor werknemers ouder dan 57,5 jaren geldt artikel 4.3 van het Sociaal Plan. Zij kunnen aanspraak maken op een aanvulling van de WW- of IOAW-uitkering tot 80% van het laatstverdiende salaris tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, de kosten van voortzetting van de pensioenverzekering (behoudens het werknemersdeel en een eventuele bijdrage op grond van de FVP regeling) en doorbetaling van het werkgeversdeel in de premie van de ziektekostenverzekering.

2.7. Vier van de 13 voor ontslag voorgedragen werknemers vallen in de groep werknemers ouder dan 57,5 jaren. Zij zijn respectievelijk 35 (2), 40 en 42 jaren in dienst.

3. CPS heeft gesteld dat de functie van [verweerder] tengevolge van de reorganisatie is vervallen en dat voor [verweerder] binnen het bedrijf geen andere passende functie beschikbaar is. Op grond van deze omstandigheden heeft CPS verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden, waarbij wordt aangeboden [verweerder] een vergoeding te betalen volgens het Sociaal Plan.

De reorganisatie wordt ingegeven door een veranderende verfmarkt en negatieve bedrijfseconomische omstandigheden in Nederland en Europa. Akzo is niet in staat gebleken de hoeveelheden af te nemen van CPS als bij de overname in oktober 2001 afgesproken. In verband met de afgegeven werkgelegenheidsgarantie heeft CPS werkzaamheden vanuit haar vestiging te Sittard overgeheveld naar Sneek; een zeer kostbare maatregel. Om de relatie met Akzo te kunnen continueren en om opdrachten van derden te verkrijgen, is het noodzakelijk de kostprijs te verlagen. Hiervoor moeten 13 werknemers worden ontslagen, waaronder [verweerder]

[verweerder] is, zoals ook steeds op zijn salarisstrook heeft gestaan, werkzaam als kwaliteitscontroleur B en deze functie komt te vervallen. [verweerder] komt niet in aanmerking voor de hogere functie van kwaliteitscontroleur A.

Volgens het Sociaal Plan heeft [verweerder] recht op een ontslagvergoeding van € 24.283,00 bruto. De regeling in het Sociaal Plan voor de groep werknemers ouder dan 57,5 jaren is een voortvloeisel uit de onderhandelingen met Akzo over de overname in oktober 2001. CPS wilde toen weten wat de financiële consequenties zouden zijn, gelet op enkele lange dienstverbanden, wanneer het in de toekomst toch tot ontslagen zou moeten komen. Om die reden is destijds in het convenant met Akzo opgenomen:

Indien vóór 1 januari 2006 werknemers van CPS Color om bedrijfseconomische redenen worden ontslagen, dan zal door CPS Color aan degenen die op het moment van ontslag 57,5 jaar of ouder zijn, minimaal een wachtgeldregeling conform de sociale regels van Akzo Nobel worden aangeboden.

Het Sociaal Plan is tot stand gekomen, in overeenstemming met het convenant uit 2001, in overleg met representatieve vakbonden. Een stemming vervolgens onder alle werknemers is positief uitgevallen.

Het Sociaal Plan kan slechts marginaal getoetst worden en enkel wanneer toepassing van het Sociaal Plan leidt tot evident onbillijke uitkomsten, kan er reden zijn het Sociaal Plan niet toe te passen. Van evident onbillijke uitkomsten is geen sprake omdat de ontslagvergoeding volgens het Sociaal Plan samen met de overige financiële tegemoetkomingen volgens het sociaal Plan, de eventueel toe te kennen vergoeding wegens inkomensschade op grond van de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters, benadert.

4. [verweerder] heeft verweer gevoerd. [verweerder] stelt daarbij dat hem van de ontstane situatie – voor zover deze al is komen vast te staan – in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt.

[verweerder] heeft aangevoerd dat het anciënniteitsbeginsel door CPS niet goed wordt toegepast. De drie achterblijvende kwaliteitscontroleurs zijn korter in dienst dan [verweerder]. Het onderscheid A en B is nooit gemaakt terwijl [verweerder] ook niet op een ander, lager, niveau werkzaamheden verricht dan de kwaliteitscontroleurs A verrichten.

Verder heeft [verweerder] gesteld dat het onderscheid in het Sociaal Plan tussen de groep werknemers jonger dan 57,5 jaren en de groep werknemers ouder dan 57,5 jaren, leeftijdsdiscriminatie oplevert. Er is geen objectief te rechtvaardigen grond voor het onderscheid. Toepassing van het Sociaal Plan leidt tot een evident onbillijke uitkomst. Bij toepassing van de regeling voor de groep werknemers jonger dan 57,5 jaren, zou [verweerder] aanspraak kunnen maken op € 153.086,00 bruto.

5. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

6. Hetgeen CPS omtrent de noodzakelijke reorganisatie heeft aangevoerd, levert naar het oordeel van de kantonrechter een verandering in de omstandigheden op, die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. De verzochte ontbinding zal worden toegewezen. Met name gelet op hetgeen ter zitting is aangevoerd over het verschil in werkzaamheden en het verschil in opleiding van de employee quality control A respectievelijk B en de daartoe overgelegde bewijsstukken, is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] terecht voor ontslag wordt voorgedragen. Hij is de enige werknemer in zijn functiegroep en is door de bedrijfseconomische situatie boventallig.

7. Omdat [verweerder] van de gewijzigde omstandigheden geen verwijt valt te maken, zal een vergoeding ten laste van CPS worden toegekend. In dat verband dient het Sociaal Plan te worden beoordeeld. In beginsel gebeurt dat wanneer het de inhoud betreft, marginaal. In de onderhavige zaak moet echter ook getoetst worden aan de Wet Gelijke Behandeling op grond van Leeftijd bij de Arbeid (hierna: WGBL), waar een uitdrukkelijk beroep op is gedaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is het evident dat in het Sociaal Plan een leeftijdsonderscheid wordt gemaakt en dat dat onderscheid gevolgen heeft. [verweerder] is 59 jaren oud en 42 jaren in dienst en heeft recht op een ontslagvergoeding van € 24.283,00. Corbier en Aardema, werknemers uit de andere, jongere, groep die respectievelijk 54 en 52 jaren oud zijn en 26 en 34 jaren in dienst hebben op grond van hetzelfde plan recht op ontslagvergoedingen van respectievelijk € 97.789 en € 102.026,00. In beginsel is op grond van artikel 3, aanhef, sub c en e WGBL het maken van een dergelijk leeftijdsonderscheid verboden. Dat kan anders zijn wanneer er een objectieve rechtvaardigingsgrond is, als bedoeld in artikel 7 lid 1, aanhef, sub c WGBL. Als de kantonrechter het goed begrijpt is CPS de mening toegedaan dat die objectieve rechtvaardigingsgrond is gelegen in het in oktober 2001 tussen CPS en Akzo tot stand gekomen convenant. Zij komt er op neer dat CPS toen heeft mogen laten vastleggen wat voor haar de financiële consequenties zouden zijn, voor het geval het voor 1 januari 2006 tot ontslagen mocht komen.

8. De kantonrechter is van oordeel dat het hierboven in rechtsoverweging 3 aangehaalde deel uit het convenant, voor de groep werknemers ouder dan 57,5 jaren een minimum beëindigingsvergoeding stipuleert. Dat gedeelte uit het convenant brengt beslist niet mee dat die groep niet meer dan dat minimum mag, en onder omstandigheden wellicht moet, krijgen. Meer in het bijzonder is in het convenant geen rechtvaardiging gelegen dat de jongere groep een hogere vergoeding krijgt dan de oudere. Algemeen bekend is dat het juist de oudere werknemer is, die wanneer hij wordt ontslagen, problemen zal ondervinden op de arbeidsmarkt en die -onder meer om die reden- meer beschermd moet worden dan de jongere.

9. De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat de beperking van de financiële consequenties van ontslagen en daarmee het verkrijgen van financiële zekerheid, een te rechtvaardigen objectief doel voor CPS vormen. Daarbij kan echter, gelet op hetgeen in de rechtsoverwegingen 7 en 8 is overwogen, het door CPS gebruikte middel de toets der kritiek niet doorstaan en moet dat middel voor wat [verweerder] betreft, buiten toepassing blijven. Als alternatief voor de door CPS in het Sociaal Plan neergelegde ontslagvergoedingen, was te verdedigen geweest, bijvoorbeeld, een op solidariteit gebaseerde mindere vergoeding voor de jongere werknemers ten gunste van de oudere groep of, opnieuw bijvoorbeeld, een over de hele linie lagere ontslagvergoeding. Daarbij mag overigens bedacht worden dat werknemers op grond van de Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters in beginsel niet een hogere vergoeding behoeven te krijgen dan die ter hoogte van de door hen te lijden inkomensschade.

10. Gezien het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] een ontslagvergoeding toekomt welke hem 100% van zijn laatstverdiende salaris tot zijn 65ste verjaardag garandeert en overigens volgens artikel 4.3 van het Sociaal Plan. Als de kantonrechter het goed ziet kan het percentage 80 in artikel 4.3 worden vervangen door 100. Gelet op deze hogere vergoeding dan door CPS aangeboden zal aan CPS een termijn worden gegund om het verzoek in te trekken.

11. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2005, tenzij het verzoek door CPS wordt ingetrokken uiterlijk op dinsdag 7 juni 2005 ;

kent aan [verweerder] ten laste van CPS ter gelegenheid van voornoemde ontbinding een vergoeding toe zoals is overwogen in rechtsoverweging 10;

compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Sneek en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2005 door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.