Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AT3878

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
14-04-2005
Datum publicatie
14-04-2005
Zaaknummer
69501 KG ZA 05-80
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Statuten vereniging. Bijeenroepen vergadering. Redelijkheid en billijkheid.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2005/143 met annotatie van J.M. Blanco Fernández
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 14 april 2005

Kort-geding-nummer: 69501 KG ZA 05-80

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

de vereniging

KONINKLIJKE VERENIGING "HET FRIESCH PAARDEN-STAMBOEK",

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

procureur: mr. S.A. Roodhof,

advocaat: mr. E.H.M.G. Rademakers te Rotterdam,

tegen

[89 gedaagden]

PROCESGANG

De vereniging heeft gedaagden in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 13 april 2005. De vereniging heeft toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de rechter bij vonnis -zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - gedaagden zal bevelen de door hen tegen 25 april 2005 bijeengeroepen vergadering te Wolvega af te gelasten en hiervan binnen één dag na dagtekening van dit vonnis aankondiging te doen in zowel een landelijk verspreid dagblad als in de Leeuwarder Courant, op straffe van verbeurte van een van ieder van gedaagden hoofdelijk opeisbare dwangsom van 25.000,00 euro voor iedere dag dat gedaagden in gebreke blijven hieraan te voldoen, met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

Een aantal -in de kop met "niet in rechte verschenen" aangegeven- gedaagden is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet verschenen. Tegen deze gedaagden is verstek verleend.

De vereniging heeft ter zitting haar vordering tegen gedaagden 12 ([...]), 17 ([...]), 22 ([...]), 26 ([...]), 42 ([...]), 52 ([...]), 55 ( [...]) en 64 ([...]) -die overigens geen van allen verschenen waren- ingetrokken.

Vervolgens hebben de vereniging en de verschenen gedaagden hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaten, die beiden mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd. De verschenen gedaagden hebben daarbij geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van de vereniging, met veroordeling van de vereniging in de kosten van het geding.

De vereniging en de verschenen gedaagden hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. De vereniging is een vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid, opgericht in 1879. Het doel van de vereniging is de bevordering van de fokkerij van het Friese paardenras. Hiertoe houdt zij -onder meer- een stamregister aan van aan haar leden toebehorende paarden, voor zover deze tot het Friese paardenras behoren.

1.2. De vereniging heeft thans ongeveer 12.000 leden in binnen- en buitenland, zowel natuurlijke- als rechtspersonen.

1.3. Krachtens de statuten van de vereniging bestaat het bestuur van de vereniging uit zeven personen, zijnde leden van de vereniging, dan wel bestuurder van een lid-rechtspersoon.

1.4. Op 21 februari 2005 hebben vijf van de zeven toenmalige bestuurders van de vereniging hun functie neergelegd. De twee overgebleven bestuursleden zijn [O.] en [D.].

1.5. De statuten van de vereniging luiden -voor zover hier van belang- als volgt:

(...)

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 13

(...)

2. Indien het aantal bestuursleden beneden zeven is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

(...)

ALGEMENE VERGADERINGEN

(...)

Artikel 16

(...)

4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen, of op schriftelijk verzoek van tien leden, indien dit aantal minder is dan bedoelde tien procent, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.

1.5. Bij faxbericht van 11 maart 2005 hebben 89 leden van de vereniging het bestuur op grond van artikel 16 lid 4 van de statuten van de vereniging verzocht om een algemene vergadering bijeen te roepen op een termijn van niet langer dan vier weken, waarbij met name aan de orde dient te komen het ontslag van de bestuursleden [O.] en [D.], alsmede benoeming tot bestuurslid van een aantal door deze 89 leden in hun faxbericht genoemde leden, te weten gedaagden sub 1, 2, 3, 4, 5, 6 alsmede [E. te M.].

1.6. Bij brief van 22 maart 2005 heeft het bestuur de leden van de vereniging opgeroepen voor een Algemene Ledenvergadering op 29 april 2005 in het "Euretco Expo Center" te Houten. Op de agenda staan onder meer een "voorstel tot terugtrekking van mevrouw dr. [O.] en de heer [D.]" alsmede een bestuursverkiezing.

1.7. [M.] (gedaagde sub 1) heeft namens gedaagden -behoudens de gedaagden tegen wie de vordering ter zitting is ingetrokken- in de Leeuwarder Courant van 25 maart 2005 een advertentie doen plaatsen met de volgende inhoud:

OPROEPING

Oproep krachtens artikel 16 lid 4 van de statuten voor een Algemene Ledenvergadering (ALV) van de Koninklijke Vereniging "Het Friesch Paarden-Stamboek" te houden op maandag 25 april 2005, aanvang 20.00 uur. Plaats der vergadering: Wolvega, locatie Drafcentrum, Drafsportlaan 20, Nederland.

AGENDA

1. Opening

2. Ontslag bestuursleden, mevrouw dr. [O.] en de heer [D.].

3. Benoeming tot bestuurslid van het KFPS, de leden:

[M. te B.],

[F. te A.],

[B. te O.],

[B. te E.],

[D. te K.],

[B. te N.] en

[E. te M.] (DLD)

4. Wijziging van de statuten*

5. Sluiting

*Een afschrift van de voorgestelde wijzigingen in de statuten zal tien (10) dagen voor de ALV ten kantore van het KFPS (Oprijlaan 1 te Drachten) worden neergelegd.

1.8. Inmiddels is [D.] met onmiddellijke ingang afgetreden, zodat [O.] het enige overgebleven bestuurslid van de vereniging is.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. De vordering strekt tot het afgelasten van de door gedaagden bijeengeroepen Algemene Ledenvergadering van 25 april 2005 te Wolvega.

3. De rechter stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat zowel de bijeenroeping door de vereniging van een Algemene Ledenvergadering tegen 29 april 2005 te Houten als de bijeenroeping door gedaagden tegen 25 april 2005 te Wolvega naar de letter van de statuten geldig heeft plaatsgevonden. Het bestuur van de vereniging was (uiteraard) bevoegd -en gelet op de omstandigheid dat het aantal bestuursleden beneden zeven was gedaald op grond van artikel 13 van de statuten zelfs verplicht- om een Algemene Ledenvergadering te beleggen. Ook gedaagden waren echter op grond van artikel 16 lid 4 van de statuten bevoegd om zelf tot bijeenroeping over te gaan. Het bestuur van de vereniging heeft na het verzoek van gedaagden van 11 maart 2005 om tot bijeenroeping van een Algemene Ledenvergadering over te gaan op een termijn van niet langer dan vier weken weliswaar op 22 maart 2005 een Algemene Ledenvergadering bijeengeroepen, maar zij heeft zich daarbij niet gehouden aan de in artikel 16 lid 4 van de statuten genoemde termijn van vier weken na indiening van vorenbedoeld verzoek. De leden zijn door haar immers opgeroepen tegen 29 april 2005. Door zich niet te houden aan de in de statuten neergelegde termijn van vier weken waren gedaagden bevoegd om zelf tot bijeenroeping over te gaan.

4. Hoewel zowel de vereniging als gedaagden in het onderhavige geval naar de letter van de statuten bevoegd waren om tot bijeenroeping van een Algemene Ledenvergadering over te gaan, is daarmee nog niet gezegd dat beide vergaderingen doorgang dienen te vinden. Afgezien van de statuten spelen in de relatie tussen partijen op grond van artikel 2:8 Burgerlijk Wetboek ook de redelijkheid en de billijkheid een belangrijke rol. Naar het oordeel van de rechter is het verenigingsbelang erbij gediend dat het thans aanwezige langdurige en scherpe conflict in en om het bestuur zo spoedig mogelijk tot een einde komt. Een beslissing omtrent toe -of afwijzen van de vordering wordt dan ook mede bepaald door het effect van die beslissing op de duur en scherpte van het conflict. Naar het oordeel van de rechter is het twee maal kort na elkaar houden van een Algemene Ledenvergadering waarin scherpe tegenstellingen bestaan en die verdere escalaties tot gevolg kunnen hebben, niet bevorderlijk voor het hiervoor bedoelde doel. Een dergelijke situatie dient dan ook voorkomen te worden.

5. Gelet op de motivering van beide partijen omtrent het belang bij het wel/niet doorgaan van de door gedaagden bijeengeroepen vergadering van 25 april te Wolvega is relevant waarom de vereniging in afwijking van een 123-jarige traditie de jaarvergadering in het centrum van het land heeft gepland in plaats van in Friesland, waar de vereniging gevestigd is. De vereniging heeft ter zitting aangegeven dat zij, met name nu het een belangrijke vergadering betreft waarin een geheel bestuur gekozen dient te worden, streeft naar een optimaal democratische vergadering waarin de aanwezige leden zo goed mogelijk een -ook geografische- afspiegeling vormen van het ledenbestand. De vereniging heeft onweersproken aangevoerd dat van de Nederlandse leden slechts 30% in Friesland woonachtig is en 70% buiten Friesland. Naar het oordeel van de rechter is de keuze van de locatie Houten daarom goed verdedigbaar en rechtens te respecteren. De vereniging heeft dan ook niet onredelijk gehandeld bij haar keuze voor de locatie Houten. Overigens heeft de vereniging onweersproken gesteld dat een Algemene Ledenvergadering ook al eens eerder -te weten in het jaar 2003- buiten Friesland heeft plaatsgevonden en wel op een moment waarop de vereniging in moeilijkheden verkeerde, evenals thans het geval is. Het puur traditionele argument dat door de verschenen gedaagden hiertegen is ingebracht, weegt hier onder de huidige omstandigheden niet tegen op.

6. Voorts is van belang welk rechtens te respecteren belang gedaagden hebben bij een vergadering die slechts vier dagen eerder plaatsvindt dan de door de vereniging bijeengeroepen vergadering. Een dergelijk belang -laat staan een zwaarwegend belang- is gesteld noch gebleken.

7. Gelet op het voorgaande zal de rechter gedaagden -behoudens gedaagden sub 12, 17, 22, 26, 42, 52, 55 en 64 tegen wie de vordering ter zitting is ingetrokken- bevelen de door hen bijeengeroepen Algemene Ledenvergadering op 25 april 2005 te Wolvega af te gelasten. Weliswaar kan aan hen worden toegegeven dat de vereniging op grond van de statuten gehouden was op een eerder moment dan 29 april 2005 -welke datum in een eerder stadium al (voorlopig) was vastgesteld door de vereniging- een Algemene Ledenvergadering te beleggen, maar gelet op hetgeen hiervoor is overwogen hebben gedaagden in strijd met de redelijkheid en de billijkheid gehandeld door na de bijeenroeping van een Algemene Ledenvergadering door de vereniging zelf ook over te gaan tot een bijeenroeping van een Algemene Ledenvergadering, die maar vier dagen eerder zou worden gehouden.

8. Het verweer van de verschenen gedaagden, inhoudende dat een bevel om de door haar bijeengeroepen Algemene Ledenvergadering niet mogelijk is in kort geding omdat dat een declaratoir vonnis zou impliceren, zal worden verworpen. De vordering strekt tot het treffen van een ordemaatregel, waartoe de kort-geding-rechter bij uitstek bevoegd is. Omdat er kennelijk tussen groepen leden scherpe tegenstellingen bestaan kunnen twee vergaderingen kort na elkaar een escalatie teweeg brengen, waardoor bestaande conflicten onbeheersbaar kunnen worden, hetgeen volstrekt in strijd zou zijn met het belang van de vereniging.

9. In redelijkheid zal worden bepaald dat de aankondiging van het afgelasten van de algemene ledenvergadering van 25 april 2005 te Wolvega binnen vier dagen na betekening van dit vonnis -in plaats van binnen één dag na dagtekening van dit vonnis, zoals door de vereniging is gevorderd- dient plaats te vinden. Deze aankondiging behoeft slechts plaats te vinden in de Leeuwarder Courant. De rechtbank ziet geen aanleiding om te bepalen dat deze aankondiging tevens in een landelijk verspreid dagblad dient plaats te vinden; de oproeping door gedaagden voor de algemene ledenvergadering heeft ook slechts plaats gevonden in de Leeuwarder Courant.

10. De oplegging van dwangsommen zal worden toegewezen zoals in het dictum te melden. De rechter zal een maximum aan de te verbeuren dwangsommen verbinden. Dit laat uiteraard onverlet, dat bij voortgaande overtreding van dit kort-geding-vonnis oplegging van hogere dwangsommen kan worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen.

Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staat in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.

11. Gedaagden -behoudens gedaagden sub 12, 17, 22, 26, 42, 52, 55 en 64 tegen wie de vordering ter zitting is ingetrokken- zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. beveelt gedaagden -behoudens gedaagden sub 12, 17, 22, 26, 42, 52, 55 en 64 tegen wie de vordering ter zitting is ingetrokken- de door hen tegen 25 april 2005 bijeengeroepen vergadering te Wolvega af te gelasten en hiervan binnen vier dagen na betekening van dit vonnis in de Leeuwarder Courant aankondiging te doen;

2. bepaalt dat gedaagden -behoudens gedaagden sub 12, 17, 22, 26, 42, 52, 55 en 64 tegen wie de vordering ter zitting is ingetrokken- hoofdelijk een dwangsom zullen verbeuren van 25.000,00 euro voor iedere dag dat zij in gebreke blijven aan het sub 1 bedoelde bevel te voldoen;

3. verbindt aan de aldus sub 2 te verbeuren dwangsommen een maximum van 150.000,00 euro;

4. veroordeelt gedaagden -behoudens gedaagden sub 12, 17, 22, 26, 42, 52, 55 en 64 tegen wie de vordering ter zitting is ingetrokken- in de kosten van het geding, aan de zijde van de vereniging begroot op 6.645,77 euro aan verschotten en op 816,00 euro aan salaris procureur;

5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2005.

fn 82