Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2005:AS9135

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
09-02-2005
Datum publicatie
09-03-2005
Zaaknummer
68221
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Postume adoptie

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 227
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Wet conflictenrecht adoptie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2005, 86
FJR 2006, 18 met annotatie van P. Dorhout
FJR 2005, 55
JPF 2005/33 met annotatie van P. Vlaardingerbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling familierecht

Uitspraak: 9 februari 2005

Rekestnummer: FA RK 05-120

Zaaknummer: 68221

ADOPTIE

BESCHIKKING

van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen verzoekster,

procureur: mr. R.A. Schütz,

advocaat: M. Koomen, advocaat te Alkmaar.

PROCESGANG

Verzoekster heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoekschrift, ertoe strekkende dat de adoptie zal worden uitgesproken van de minderjarige [kind], geboren op 31 januari 2003 te Taipei, Taiwan, als zoon van [moeder] door verzoekster en haar overleden echtgenoot [echtgenoot].

RECHTSOVERWEGINGEN

Gelet op de aanwezige bescheiden, overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank dient eerst te beoordelen of de door verzoekster verzochte, zogeheten postume adoptie past binnen het Nederlandse recht.

Bij de herziening van de wettelijke regeling betreffende adoptie, die per 1 april 1998 van kracht is geworden, is de postume adoptie komen te vervallen en vervangen door de mogelijkheid van éénouderadoptie. De achtergrond van de wijziging van de wettelijke regeling was de mogelijkheden tot adoptie te verruimen. In een geval als het onderhavige heeft de nieuwe wettelijke regeling, indien die naar de letter wordt toegepast, echter het omgekeerde effect. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat dit de bedoeling is geweest. Hier komt bij dat bij iedere adoptie het belang van het kind centraal moet staan, zoals ook uit de memorie van toelichting op de thans geldende wettelijke regeling naar voren komt. Ook het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) stelt in artikel 3 dit uitgangspunt bij alle maatregelen betreffende kinderen voorop; in artikel 21 van het verdrag wordt dit beginsel met name op adopties toegespitst.

De rechtbank acht een zwaarwegend belang van een kind dat het een vader en een moeder heeft, niet alleen in praktische maar ook in juridische zin. Het was de bedoeling van verzoekster en haar overleden echtgenoot om dit ten aanzien van [kind] door de adoptie te realiseren. Naar het recht van Taiwan is dit ook gebeurd, en indien de daar uitgesproken adoptie in 2004 was uitgesproken zou deze naar alle waarschijnlijkheid in Nederland erkend zijn met het beoogde resultaat naar Nederlands recht tot effect. Ook in feite heeft [kind] in de persoon van verzoekster en haar echtgenoot een vader en een moeder gehad totdat verzoeksters echtgenoot overleed. De rechtbank is van oordeel dat het belang van [kind] in deze situatie moet meebrengen dat zij twee adoptief-ouders heeft; de rechtbank ziet niet in waarom het overlijden van de adoptief-vader dat anders zou maken. De Staat dient dan ook door middel van wetgeving postume adoptie niet onmogelijk te maken, nu daarvoor, gelet op het bovenstaande, een objectieve grond ontbreekt. Mede gelet op bovengenoemde verdragsartikelen zal de rechtbank het verzoek dan ook ontvankelijk achten.

Mede in dat licht beoordeeld is aan de voorwaarden voor adoptie, gesteld door artikel 1:227 en 1:228 BW, naar het oordeel van de rechtbank voldaan.

De rechtbank houdt het ervoor dat de adoptie in het belang van de minderjarige is, nu niet is gebleken van feiten of omstandigheden waaruit anderszins blijkt.

Bij de stukken bevindt zich geen overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door de daartoe bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte van voornoemde minderjarige, zodat de rechtbank deze bij afzonderlijke beschikking zal vaststellen.

Verzoekster heeft middels een door haar ondertekende schriftelijke verklaring kenbaar gemaakt dat zij wenst dat de minderjarige voortaan de geslachtsnaam [A] zal hebben. Nu verzoekster en haar overleden echtgenoot reeds een kind hebben dat deze achternaam draagt zal de rechtbank hierover, gelet op artikel 1:5 lid 8 BW, geen vermelding in deze beschikking opnemen; bedoelde achternaam zal van rechtswege vaststaan.

De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen als verzocht.

BESLISSING

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van de minderjarige [kind], geboren op 31 januari 2003 te Taipei, Taiwan door [verzoekster], wonende te [woonplaats], en [echtgenoot], overleden, laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats].

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. J.D.S.L. Bosch, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 9 februari 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

(c: 354)

Van deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u ver-plicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier