Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AU1586

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
12-05-2004
Datum publicatie
26-08-2005
Zaaknummer
54952 HA ZA 02-771
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benadeling van schuldeisers in faillissement? Artikelen 42 en 47 Fw en 3:246 lid 5 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Uitspraak: 12 mei 2004

Zaak-/Rolnummer: 54952 HA/ZA 02-771

VONNIS

van de enkelvoudige handelskamer in de zaak van:

Mr R. S. VAN DER SPEK, in zijn hoedanigheid van

curator in het faillissement van de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid B.V. De Handelsdrukkerij van 1874,

wonende te Olterterp, kantoorhoudende te Leeuwarden,

eiser in de hoofdzaak,

hierna ook te noemen: de curator,

procureur mr R.S. van der Spek,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GRAPHIC LEASE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

hierna ook te noemen: Graphic Lease,

procureur:mr P.H. Redeker,

advocaat mr P.J. Soest te Amsterdam.

VERDERE PROCESGANG

Nadat bij vonnis van deze rechtbank van 23 april 2003 de vordering van Graphic Lease in het bevoegdheidsincident was afgewezen en de hoofdzaak naar de rol was verwezen voor verder procederen, heeft Graphic Lease in de hoofdzaak voor antwoord geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van dan wel ontzegging aan de curator van diens vordering, kosten rechtens. Daarna heeft de curator gerepliceerd en Graphic Lease gedupliceerd. Vervolgens heeft de curator nog een akte genomen, waarna partijen vonnis hebben gevraagd.

Uitspraak is bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vordering in de hoofdzaak

De vordering van de curator strekt ertoe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

(1) de sale en lease back overeenkomst van 21 november 2000, en, zo nodig, de verrekening van de betaling van het bedrag van DM 600.000,-- omstreeks 24 november 2000 vernietigt op grond van artikel 42 e.v. Faillissementswet;

(2) voor recht verklaart dat de Handelsdrukkerij jegens Graphic Lease een onverschuldigde betaling heeft verricht door mee te werken aan de overdracht/levering van de achtkleurenpers en Graphic Lease derhalve gehouden is de achtkleurenpers terug te leveren en, nu zij hiertoe niet in staat is, gehouden is schadevergoeding te betalen;

(3) voor recht verklaart dat Graphic Lease jegens de Handelsdrukkerij (en daarmee haar gezamenlijke schuldeisers) onrechtmatig heeft gehandeld aangezien zij een zaak welke haar niet toebehoorde heeft vervreemd aan een derde althans heeft verkocht als ware het haar eigendom en aldus een inbreuk heeft gemaakt op het (voorwaardelijke) eigendomsrecht van de Handelsdrukkerij;

(4) Graphic Lease veroordeelt tot vergoeding van de door de boedel respectievelijk de gezamenlijke crediteuren geleden schade, te weten 2.045.187,40 euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2000, en voor het overige de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2003;

(5) Graphic Lease veroordeelt in de kosten van deze procedure met inbegrip van de kosten voor het gehouden voorlopig getuigenverhoor.

Graphic Lease heeft tegen voormelde vorderingen verweer gevoerd, met conclusie dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de curator niet ontvankelijk verklaart in die vorderingen dan wel die vorderingen afwijst, met veroordeling van de curator in de kosten van de procedure, te voldoen binnen 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis en onder de bepaling dat indien bedoelde kosten niet binnen voormelde termijn zijn voldaan, daarover vanaf de 14de dag tot aan de dag er algehele voldoening wettelijke rente verschuldigd is.

2. Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van producties onder meer het volgende vast:

(a) Op 9 december 1999 heeft B.V. de Handelsdrukkerij van 1874, verder te noemen: de Handelsdrukkerij, een schriftelijke overeenkomst gesloten met de in Duitsland gevestigde vennootschap Koenig & Bauer Aktiengesellschaft AG, hierna te noemen: KBA, met betrekking tot de bouw, levering en installatie door KBA van een achtkleurendrukpers, zulks tegen een koopprijs van in totaal DM 4.000.000,-, te betalen in vier termijnen waarvan de voorlaatste termijn bij afsluiting van de installatie en de laatste termijn drie maanden "nach Inbetriebnahme" van de drukpers. In de koopovereenkomst heeft KBA zich de eigendom van drukpers voorbehouden totdat de volledige koopprijs is voldaan. In het contract is als "Liefertermin" vermeld "mei 2000".

(b) In verband met de aanschaf door de Handelsdrukkerij van vorenbedoelde achtkleurendrukpers, verder aan te duiden als de drukpers, heeft de besloten vennootschap Giethoorn Beheer B.V., met welke vennootschap de Handelsdrukkerij tot de "Giethoorn groep" behoorde, Graphic Lease verzocht een financieringsvoorstel uit te brengen.

Met haar offerte van 16 maart 2000 heeft Graphic Lease aan Giethoorn Beheer B.V. een zogenoemde "sale & operational lease back" met betrekking tot de drukpers aangeboden, kort gezegd hierop neerkomend dat de Handelsdrukkerij na aflevering aan haar de drukpers in eigendom overdraagt aan Graphic Lease en vervolgens die machine tegen betaling van (72) maandelijkse leasetermijnen in gebruik (in lease) krijgt van Graphic Lease met het recht de drukpers aan het einde van de leaseperiode te kopen. Als leasebedrag is in de offerte vermeld een bedrag van fl. 4.506.956,13.

Met voormelde offerte heeft Graphic Lease ook aangeboden de aan KBA te verrichten deelbetalingen voor te financieren tot een maximumbedrag van fl. 3.950.000,--, zulks tegen voldoening door de Handelsdrukkerij van de in de offerte vermelde rente en onder de voorwaarden dat Giethoorn Beheer B.V. en de N.V. Noord Nederlandse Drukkerij Holding zich naast de Handelsdrukkerij als hoofdelijke medeschuldenaren jegens Graphic Lease zullen verbinden én KBA ten behoeve van Graphic Lease een -aflopende- terugkoopverklaring tot de einddatum van het leasecontract zal afgeven.

c) Voormelde aanbieding van Graphic Lease is door Giethoorn Beheer B.V. op 20 maart 2000 voor akkoord ondertekend. In aansluiting daarop is in mei 2000 tussen Graphic Lease en de Handelsdrukkerij een schriftelijke overeenkomst van "voorfinanciering met verpanding" gesloten, en hebben Giethoorn Beheer B.V. en haar voornoemde dochtervennootschap N.V. Noord-Nederlandse Drukkerij Holding, welke laatstgenoemde vennootschap bestuurder en enig aandeelhouder van de Handelsdrukkerij was, zich bij "akte van hoofdelijk medeschuldenaarstelling" hoofdelijk aansprakelijk gesteld jegens Graphic Lease voor de terugbetaling van de schulden van de Handelsdrukkerij aan Graphic Lease.

Tevens is in mei 2000 door KBA, de Handelsdrukkerij en Graphic Lease een "Rückkaufsvereinbarung" getekend, waarbij KBA zich, voor de duur van de tussen de Handelsdrukkerij en Graphic Lease gesloten lease-overeenkomst, heeft verplicht op de in die terugkoopovereenkomst vermelde voorwaarden en tegen de daarin vermelde prijs/prijzen de betreffende drukpers terug te kopen van Graphic Lease.

d) In voormelde overeenkomst van "voorfinanciering met verpanding", waarin de Handelsdrukkerij als "lessee" is aangeduid en Graphic Lease als "GL", zijn, onder meer, de volgende bepalingen opgenomen:

" 2. Indien en zodra de lessee voor het verrichten van enigerlei deelbetaling door de leverancier is gefactureerd kan de lessee te dier zake aan GL om betaling daarvan verzoeken. GL zal eerst tot betaling van de factuur overgaan nadat de desbetreffende factuur door de lessee is goedgekeurd en door hem voor akkoord is afgetekend. De betalingsverplichting van GL krachtens deze overeenkomst gaat niet eerder in dan op een termijn van acht dagen na goedkeuringsdatum van de factuur door de lessee, ongeacht de vraag of de lessee tegenover de leverancier tot eerdere betaling is gehouden of niet; betaling door GL vindt plaats namens de lessee en rechtstreeks naar de door de leverancier aangegeven rekening.

(...)

4. GL zal terzake van de door haar aan de leverancier betaalde termijnbedragen aan de lessee maandelijks rentenota's toezenden. De voorfinancieringsrente is gelijk aan de ING basisrente te vermeerderen met een opslag van 1,375 %.

Gezien het vorenstaande is de lessee tijdens de periode van de voorfinanciering tegenover GL tot niet meer verplicht dan tot betaling van de periodiek op het saldo van de kredietlijn verschuldigde debetrente. Betaling van de rentenota's vindt plaats op een termijn van tien dagen na dagtekening daarvan op de rekening van GL.

(...)

6. Tot zekerheid voor de nakoming door de lessee van diens verplichtingen tegenover GL krachtens deze overeenkomst geeft de lessee aan GL de rechten in pand die de lessee uit het contract tegenover de leverancier heeft of zal verkrijgen daaronder begrepen het recht van de lessee tot oplevering en eigendomsverkrijging van het object krachtens het contract. GL aanvaardt deze verpanding. (...)

(...)

8. De lessee verbindt zich reeds nu voor alsdan onherroepelijk en onvoorwaardelijk om bij aflevering van het object door de leverancier en goedkeuring van die aflevering door de lessee met GL de lease-overeenkomst aan te gaan. De voorwaarden daarvan zijn vastgelegd in de door beide partijen getekende offerte die bijlage 2 bij deze overeenkomst vormt. De lessee aanvaardt reeds nu voor alsdan dat de lease-overeenkomst zal worden gesloten op de voet van de model-tekst conform bijlage 3 bij deze overeenkomst.

(....) ".

In de in voormeld artikel 8 bedoelde modeltekst van de lease-overeenkomst is in artikel 1.1 bepaald: "De lesse verklaart dat het in dit lid omschreven object ten tijde van de ondertekening van deze overeenkomst zijn volledig, onbezwaard en onbeslagen eigendom is en dat ter zake van het object geen eigendomsvoorbehoud of het recht op levering van een derde geldt".

e) De drukpers is in de periode van 17 mei 2000 tot 6 juli 2000 door KBA bij de Handelsdrukkerij geïnstalleerd. Op of omstreeks 6 juli 2000 heeft Graphic Lease op verzoek van de Handelsdrukkerij de derde termijn van de koopsom aan KBA voldaan.

f) Bij brief van 3 november 2000 heeft Graphic Lease aan Giethoorn Beheer B.V. en aan N.V. Noord Nederlandse Drukkerij Holding B.V. meegedeeld dat de Handelsdrukkerij de uit hoofde van de voorfinancieringsovereenkomst vanaf juli 2000 aan haar in rekening gebrachte rente, in totaal een bedrag van fl. 75.694,46, ondanks meerdere toezeggingen niet heeft voldaan en heeft zij voorts bericht dat de Handelsdrukkerij nog tot 13 november 2000 in de gelegenheid wordt gesteld aan haar betalingsverplichting te voldoen, onder gelijktijdige ingebrekestelling van de Handelsdrukkerij en voornoemde vennootschappen tegen voormelde datum.

In voormelde brief heeft Graphic Lease ook aangegeven dat bij haar ernstige twijfels zijn gerezen omtrent de continuïteit en betaalcapaciteit van de Handelsdrukkerij en heeft zij de vraag opgeworpen "of het zinvol is een leasecontract te sluiten als bij voorbaat niet is vastgesteld dat de verplichtingen uit hoofde van het bedoelde contract nagekomen kunnen worden". In reactie daarop heeft Giethoorn Beheer B.V. bij brief van 8 november 2000 aan Graphic Lease meegedeeld dat opdracht is gegeven tot betaling van voormeld rentebedrag.

g) Op 14 november 2000 hebben KBA en de Handelsdrukkerij met betrekking tot de drukpers een "Übernahme-protokoll" ("Bill of Acceptance") getekend. In de aan deze verklaring gehechte bijlage is vermeld welke (technische) problemen zich -op dat moment nog- voordeden.

h) Bij een op 20 november 2000 gevoerde bespreking hebben vertegenwoordigers van de "Giethoorn Groep" de Rabobank, de ABN Amrobank en Graphic Lease ingelicht over de slechte financiële situatie van de Handelsdrukkerij en meegedeeld dat een faillissement van de Handelsdrukkerij onafwendbaar zou zijn wanneer geen aanvullend krediet ter beschikking zou komen. Bij dat overleg hebben genoemde banken aanvullende financiering geweigerd.

De daaropvolgende dag, 21 november 2000, hebben vertegenwoordigers van Graphic Lease zich vervoegd op het kantoor van de Handelsdrukkerij en bij die gelegenheid aangedrongen op ondertekening door de Handelsdrukkerij van de hiervoor onder 2b bedoelde "sale and operational lease back" overeenkomst. De Handelsdrukkerij heeft daarop de betreffende lease-overeenkomst getekend. Artikel 1.1 daarvan luidt als volgt: "1.1 De lessee verklaart dat het in dit lid omschreven object ten tijde van de ondertekening van deze overeenkomst zijn volledig, onbezwaard en onbeslagen eigendom is en dat terzake van het object geen recht op levering aan een derde, doch nog slechts een eigendomsvoorbehoud ter waarde van DEM 600.000,00 ten behoeve van A. Koenig & Bauer AG Planeta-Bogenoffsetmaschinen te Radebeul geldt. (....)".

i) Op 22 november 2000 heeft Graphic Lease de hiervoor onder 2b vermelde overeenkomst van voorfinanciering met verpanding, met bijbehorende bijlagen, ter registratie aangeboden bij de Belastingdienst/Registratie en successie Rijswijk.

j) Bij brief van 23 november 2000 heeft Graphic Lease aan Giethoorn Beheer B.V. en de N.V. Noord Nederlandse Drukkerij Holding B.V. meegedeeld dat de Handelsdrukkerij uit hoofde van het voorfinancieringscontract nog een bedrag aan rente verschuldigd is van

fl. 32.217,43, zulks gerekend tot 21 november 2000, en dat de betalingstermijn van voormeld bedrag loopt tot -uiterlijk- 7 december 2000. Verder heeft Graphic Lease in die brief aangegeven dat het in haar eerdere brief van 3 november 2000 vermelde bedrag aan nog niet betaalde rente niet juist was en dat zij ten onrechte op betaling daarvan had aangedrongen.

k) Op of omstreeks 24 november 2000 heeft Graphic Lease jegens KBA een beroep gedaan op de door laatstgenoemde afgegeven, hierboven onder 2c gememoreerde terug-koopverklaring en KBA heeft aan die terugkoopverplichting gevolg geven door in de daaropvolgende dagen de drukpers bij de Handelsdrukkerij te verwijderen en de in verband met de terugkoop verschuldigde (terugkoop-)prijs van DM 350.000,-- aan Graphic Lease te voldoen, zulks met verrekening van de nog openstaande laatste termijn (van DM 600.000,--) uit hoofde van de overeenkomst van KBA met de Handelsdrukkerij. KBA heeft de drukpers vervolgens aan een derde (door-)verkocht.

l) De Handelsdrukkerij is bij vonnis van deze rechtbank van 28 november 2000 (op eigen verzoek) in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr R.S. van der Spek tot curator.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. De curator heeft aan zijn vorderingen in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat het door de Handelsdrukkerij op 21 november 2000 ondertekenen van de sale en lease backovereenkomst een onverplicht verrichte handeling betrof als bedoeld in artikel 42 van de Faillissementswet (Fw.), waardoor haar schuldeisers zijn benadeeld. Volgens de curator wisten de Handelsdrukkerij en Graphic Lease bij het verrichten van die handeling dat voormelde benadeling daarvan het gevolg zou zijn en derhalve dient de betreffende rechtshandeling vernietigd te worden.

Voorzover het aangaan van de lease-overeenkomst als een verplichte rechtshandeling moet worden aangemerkt, moet de rechtshandeling volgens de curator op grond van artikel 47 Fw. vernietigd worden omdat deze het gevolg was van het in voornoemd wetsartikel bedoelde overleg tussen de Handelsdrukkerij en Graphic Lease dat ten doel had laatstgenoemde te begunstigen boven andere schuldeisers.

Afgezien van het voorgaande geldt volgens de curator dat Graphic Lease onrechtmatig jegens de gezamenlijke schuldeisers van de Handelsdrukkerij heeft gehandeld door de drukpers na het tekenen van de lease-overeenkomst te verkopen aan KBA. Volgens de curator was Graphic Lease daartoe niet gerechtigd omdat niet Graphic Lease maar de Handelsdrukkerij (voorwaardelijk) eigenaar van de drukpers was.

De benadeling van c.q. de schade voor de schuldeisers is er, aldus de curator, in gelegen dat, indien voormelde handelingen achterwege zouden zijn gebleven, de curator door betaling aan KBA van de laatste termijn van de koopprijs uit de overeenkomst van KBA met de Handelsdrukkerij had kunnen bewerkstelligen dat de drukpers zonder enige beperking in de boedel was gevallen waardoor de waarde (of opbrengst) daarvan aan de schuldeisers gezamenlijk ten goede zou zijn gekomen. Door het verrichten van laatstbedoelde betaling zou in de visie van de curator zowel het eigendomsvoorbehoud van KBA als het pandrecht van Graphic Lease vervallen zijn.

3.2. Graphic Lease heeft daartegenover aangevoerd dat de Handelsdrukkerij al geruime tijd vóór de datum van het faillissement verplicht was de lease-overeenkomst te tekenen, omdat de drukpers reeds in mei 2000 aan de Handelsdrukkerij was afgeleverd, de drukpers sinds juli 2000 (al) bij de Handelsdrukkerij in gebruik was en de drukpers blijkens het op14 november 2000 door KBA en de Handelsdrukkerij getekende "Übernahme-protokoll" ook daadwerkelijk door de Handelsdrukkerij was goedgekeurd en aanvaard.

Verder heeft Graphic Lease betwist dat de gezamenlijke schuldeisers benadeeld zijn of schade hebben geleden door het tekenen van de lease-overeenkomst. Ook indien de ondertekening van de lease-overeenkomst en de daarop gevolgde (terug)verkoop aan KBA niet zou hebben plaatsgevonden, zou volgens Graphic Lease de drukpers niet in het vermogen van de Handelsdrukkerij zijn gevallen gelet op het eigendomsvoorbehoud van KBA ten aanzien van de drukpers èn het pandrecht van Graphic Lease op alle rechten uit de tussen KBA en de Handelsdrukkerij gesloten koopovereenkomst.

Van wetenschap van benadeling dan wel overleg als bedoeld in artikel 47 Fw. is, aldus Graphic Lease verder, ook geen sprake en evenmin heeft zij, Graphic Lease, jegens de gezamenlijke schuldeisers onrechtmatig gehandeld.

3.3. Eén van de belangrijkste geschilpunten van partijen is wat de (juridische) situatie geweest zou zijn wanneer de Handelsdrukkerij niet de ten processe bedoelde lease-overeenkomst zou hebben getekend en Graphic Lease de drukpers in aansluiting daarop niet zou hebben (terug-)verkocht aan KBA. Volgens de curator zou hij alsdan door betaling van de nog resterende termijn van DM 600.000,-- aan KBA hebben kunnen bewerkstelligen dat de drukpers in de boedel was gevallen en zou Graphic Lease geen aanspraken (meer) hebben kunnen doen gelden uit hoofde van het aan haar in het kader van de voorfinancieringsovereenkomst verleende pandrecht op alle rechten uit de koopovereenkomst tussen KBA en de Handelsdrukkerij.

Graphic Lease heeft die stellingname van de curator naar het oordeel van de rechtbank terecht betwist. In een geval als het onderhavige, waarbij door de koper van een roerende zaak, die nog niet door hem is verkregen, een pandrecht is gevestigd op alle rechten uit die koopovereenkomst, waaronder de vordering tot levering en de vordering om de (onvoorwaardelijke) eigendom te verkrijgen, moet naar het oordeel van de rechtbank rechtens (en zulks met name op de voet van artikel 3: 246 lid 5 Burgerlijk Wetboek) aangenomen worden dat die zaak, nadat deze door de koper is verkregen, van rechtswege belast is met een pandrecht dat in de plaats treedt van het pandrecht op voormelde vorderingen. De rechtbank verwijst in dat verband ook naar het proefschrift van mr W.H.M. Reehuis "Stille verpanding", nr. 408, bladzijde 249.

Het voorgaande brengt met zich dat een eventuele betaling door de curator van vorenbedoelde laatste termijn aan KBA weliswaar tot gevolg zou hebben gehad dat de -inmiddels in staat van faillissement verkerende- Handelsdrukkerij de eigendom van de drukpers zou hebben verkregen, maar tevens dat de drukpers gelijktijdig en van rechtswege belast zou zijn met een pandrecht ten behoeve van Graphic Lease. Graphic Lease zou in die situatie de haar toekomende rechten en bevoegdheden als pandhouder tegenover de boedel ten volle hebben kunnen uitoefenen.

In dat licht bezien kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet gesproken worden van de voor toepassing van de artikel 42 en 47 Fw. vereiste benadeling van de gezamenlijke schuldeisers.

Gelet daarop behoeven de -tussen partijen eveneens in geschil zijnde- vragen of er ten deze sprake is van een onverplicht dan wel verplicht verrichte handeling en/of er sprake is van wetenschap van benadeling dan wel overleg tot benadeling, verder geen bespreking meer.

3.4. Met het voorgaande is evenzeer gegeven dat niet gezegd kan worden dat de gezamenlijke schuldeisers in het faillissement van de Handelsdrukkerij schade hebben geleden door de door de curator bestreden handelwijze van Graphic Lease (en de Handelsdrukkerij) voorafgaande aan het faillissement. Overigens acht de rechtbank de stellingname van de curator dat Graphic Lease na de totstandkoming van de lease-overeenkomst met de Handelsdrukkerij niet bevoegd was de drukpers aan KBA (terug) te verkopen (ook) niet juist. Weliswaar was de Handelsdrukkerij ten tijde van het ondertekenen van de lease-overeenkomst nog geen onvoorwaardelijk eigenaar van de drukpers en kon zij aan Graphic Lease dus ook niet het onvoorwaardelijk eigendomsrecht daarvan overdragen, hetgeen voor Graphic Lease bij de daarna gevolgde (terug)verkoop aan KBA evenzeer gold, maar zulks neemt niet weg dat de Handelsdrukkerij bevoegd te achten was om over de drukpers onder dezelfde opschortende voorwaarde te beschikken als waaronder zij de drukpers overgedragen had gekregen, hetgeen voor Graphic Lease in de verhouding tot KBA evenzeer gold. Of de Handelsdrukkerij, Graphic Lease en KBA vervolgens (ooit) -achtereenvolgende- onvoorwaardelijke eigenaren zouden worden hing af van de vervulling van de voorwaarde, in dit geval de betaling van meergenoemde laatste termijn. Ten deze is die voorwaarde vervuld door middel van de verrekening die op of omstreeks 24 november 2000 heeft plaatsgevonden en als uitvloeisel daarvan zijn de Handelsdrukkerij, Graphic Lease en KBA uiteindelijk van verkrijgers en vervreemders onder opschortende voorwaarde (dan wel onder eigendomsvoorbehoud) "opgeklommen" tot (achtereenvolgende) eigenaren. In het midden gelaten of de Handelsdrukkerij rechtens verplicht was de lease-overeenkomst op 21 november 2000 aan te gaan, is voormelde gang van zaken op zich zelf naar het oordeel van de rechtbank niet als onrechtmatig te duiden.

3.5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van de curator niet voor toe-wijzing in aanmerking komen. De curator zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De rechtbank ziet geen grond daarbij te bepalen dat indien de curator niet binnen veertien dagen vorenbedoelde kosten aan Graphic Lease heeft voldaan, vanaf de 14de dag daarover wettelijke rente verschuldigd is. Uit het systeem van de wet volgt dat voor het geval de bij vonnis veroordeelde partij niet, ook niet na betekening van het vonnis, aan de veroordeling voldoet, de andere partij genoodzaakt wordt tot executie over te gaan, waarvoor een geheel nieuwe procesgang geldt, welke eigen regels kent omtrent de kosten. De door de curator voorgeschoten kosten van het voorlopig getuigenverhoor zullen voor rekening van de curator dienen te blijven.

Een en ander leidt tot de volgende beslissingen.

BESLISSING

De rechtbank:

Wijst de vorderingen van de curator af;

Veroordeelt de curator in de kosten van deze procedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van Graphic Lease begroot op 3632,-- euro aan verschotten en op 4.447,04 euro aan salaris procureur;

Verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Bepaalt dat de kosten van het voorlopig getuigenverhoor voor rekening van de curator blijven.

Dit vonnis is gewezen door mr J. de Vroome, rechter, en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 12 mei 2004.