Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AS3723

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-12-2004
Datum publicatie
02-02-2005
Zaaknummer
62721 HA ZA 04-152
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Aandelenlease - WinstVerDriedubbelaar. Verzetprocedure. Eiseres is tijdig in verzet gekomen tegen verstekvonnis van de rechtbank Leeuwarden van 17-12-2003. Primair is aan de orde het namens [eiseres] opgeworpen bevoegdheidsverweer.

[eiseres] stelt, kort gezegd, dat de overeenkomst op grond waarvan de oorspronkelijke procedure door Dexia is aangespannen, en uit hoofde waarvan zij in de verstekprocedure is veroordeeld, er één is met betrekking tot huurkoop.

De rechtbank is van oordeel dat er in casu sprake is van huurkoop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Uitspraak: 8 december 2004

Zaak-/Rolnummer: 62721 HAZA 04-0152

VONNIS

van de enkelvoudige handelskamer in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

opposante, verweerster in conventie, eiseres in reconventie, verder te noemen [eiseres],

procureur: mr. H.J. Tulp,

tegen

de naamloze vennootschap

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geopposeerde, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, verder te noemen Dexia,

procureur: mr. R.A. Schütz,

advocaat: mr. H. Post te Helmond.

PROCESGANG

Bij verzetdagvaarding van 19 februari 2004 is [eiseres] in verzet gekomen tegen het verstekvonnis van deze rechtbank van 17 december 2003. In de verzetprocedure zijn de volgende processtukken gewisseld:

* conclusie van antwoord in oppositie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte voorwaardelijke wijziging van eis van de zijde van Dexia;

* conclusie van repliek in oppositie tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens akte houdende wijziging van eis in reconventie, van de zijde van [eiseres];

* conclusie van dupliek in reconventie van de zijde van Dexia;

* akte uitlating van de zijde van [eiseres].

Partijen hebben producties overgelegd. Ten slotte is vonnis gevraagd.

RECHTSOVERWEGINGEN

Beoordeling van het geschil

1. De rechtbank stelt voorop dat [eiseres] tijdig in verzet is gekomen, en daarin ontvankelijk is. Dat brengt mee dat thans overgegaan wordt tot de behandeling van der partijen standpunten.

2. Primair is aan de orde het namens [eiseres] opgeworpen bevoegdheidsverweer.

[eiseres] stelt, kort gezegd, dat de overeenkomst op grond waarvan de oorspronkelijke procedure door Dexia is aangespannen, en uit hoofde waarvan zij in de verstekprocedure is veroordeeld, er één is met betrekking tot huurkoop. Dexia bestrijdt dit.

3. De rechtbank is, op basis van voorlopige beoordeling van de stukken, voorshands van oordeel dat er in casu sprake is van huurkoop. Daartoe diene het volgende.

De onderhavige overeenkomst, onder de naam WinstVerDrieDubbelaar, betreft kennelijk lease van aandelen in verzameldepots als bedoeld in de Wet giraal effectenverkeer (Wge). Dergelijke aandelen zijn vermogensrechten in de zin van artikel 3:6 BW. Uit de artikelen 7:47 en 7A:1576 lid 5 BW volgt dat huurkoop (ook) betrekking kan hebben op vermogensrechten. Voorts voldoet de overeenkomst aan de essentialia van de huurkoopovereenkomst, althans heeft deze dezelfde strekking, zodat zij - op de voet van artikel 7A:1576h leden 2 en 3 BW - als huurkoop dient te worden aangemerkt.

Dexia heeft zich verbonden de aandelen in eigendom over te dragen onder de opschortende voorwaarde van algehele betaling van de prijs.

Dit blijkt in de eerste plaats uit artikel 5 van de overeenkomst: "Zodra lessee al datgene aan Legio-Lease heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease-overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden.".

Dit blijkt verder uit artikel 2 van de bijzondere voorwaarden:

"Legio-Lease en lessee komen overeen dat het eigendom van de waarden op lessee overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Teneinde te bewerkstelligen dat lessee alsdan van rechtswege eigenaar van de waarden wordt, worden de in de overeenkomst genoemde waarden voorwaardelijk overgedragen aan lessee en wel onder de opschortende voorwaarde dat lessee aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst heeft voldaan. Deze voorwaardelijke overdracht geschiedt doordat genoemde waarden onverwijld na verkrijging ervan door Legio-Lease ten name van lessee worden bijgeschreven in de administratie van Bank Labouchere, overeenkomstig artikel 17 van de Wge, ter uitvoering van de in de eerste zin van dit artikel omschreven verbintenis tot voorwaardelijke overdracht."

Het bepaalde in artikel 10, eerste volzin, van de bijzondere voorwaarden ("Indien lessee aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan, zullen de waarden aan lessee worden uitgeleverd, tenzij lessee alsdan mededeelt de voorkeur te geven aan de verkoop van de waarden") doet aan het voorgaande niet af. Door voldoening aan al haar verplichtingen uit de overeenkomst werd gedaagde, zoals volgt uit artikel 5 van de overeenkomst en artikel 2 van de bijzondere voorwaarden, van rechtswege eigenaar van de aandelen. Daarmee verkreeg zij de voor verkoop (en levering) nodige beschikkingsbevoegdheid.

Dexia heeft zich verder verbonden de aandelen op een zodanig tijdstip aan [eiseres] af te leveren dat daarna (nog) twee of meer termijnen verschijnen.

Onder aflevering dient, zoals blijkt uit artikel 7A:1576l lid 1 BW, te worden verstaan: verschaffing van de macht over het vermogensrecht. Dit betekent voor aandelen als de onderhavige: verschaffing van het genot daarvan, zoals is bepaald in artikel 7A:1576m lid 1 BW.

Dat Dexia zich heeft verbonden aan gedaagde het genot van de aandelen te verschaffen, blijkt uit de eerste volzin van artikel 3 van de bijzondere voorwaarden, die bepaalt dat alle baten van de aandelen lessee, [eiseres], toekomen, en uit de tweede volzin van artikel 3 van de bijzondere voorwaarden, die bepaalt dat Dexia de dividendbaten zo spoedig mogelijk na betaalbaarstelling daarvan aan lessee zal doen toekomen. Een en ander stemt overeen met het bepaalde in artikel 7A:1576n leden 1 en 2 BW. Gesteld noch gebleken is dat Dexia tot de onvoorwaardelijke eigendomsoverdracht op enigerlei wijze het genot van de aandelen heeft behouden.

Het tijdstip van aflevering is, naar moet worden aangenomen, het tijdstip van de hiervoor bedoelde eigendomsoverdracht onder opschortende voorwaarde.

Lessee ten slotte heeft zich verbonden de prijs te betalen in termijnen, waarvan (nog) twee of meer verschijnen nadat de aandelen aan hem zijn afgeleverd, zo blijkt uit artikel 3 van de overeenkomst.

Ook indien de 36 maandtermijnen rente betreffen dienen deze te worden aangemerkt als termijnen van de koopprijs als bedoeld in artikel 7A:1576 lid 1 BW. Het gaat om de prijs van de lening die [eiseres] is aangegaan om de aandelen te kunnen kopen, en daarmee, althans in economisch opzicht, om een onderdeel van de prijs van de aandelen. Dit is ook op te maken uit de tekst aan de voet van de door Dexia als produktie 4 bij de inleidende dagvaarding in het geding gebrachte eindafrekening.

4. De voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat niet de sector civiel, doch de sector kanton van de rechtbank bevoegd geacht moet worden te oordelen over het geschil tussen partijen. Om deze reden zal de rechtbank het eerder gewezen verstekvonnis vernietigen en de zaak, in de stand waarin zij zich bevindt, verwijzen naar de sector kanton.

BESLISSING

De rechtbank

in conventie en in reconventie

vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank van 17 december 2003;

verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen kennis te nemen;

verwijst de zaak in zoverre naar de rol van 6 januari 2005 om 10.00 uur van de sector kanton, lokatie Heerenveen, van de rechtbank Leeuwarden ter verdere behandeling;

bepaalt dat partijen in persoon of bij gemachtigde kunnen verschijnen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 8 december 2004.