Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AR3285

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
01-10-2004
Datum publicatie
06-10-2004
Zaaknummer
66234 KG ZA 04-266
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beslag. CAO. VUT-aanspraken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 601
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 1 oktober 2004

Kort-geding-nummer: 66234 / KG ZA 04-266

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

de besloten vennootschap

ENNA AEROSOLS B.V.,

gevestigd te Dokkum,

eiseres,

hierna te noemen: Enna Aerosols,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. J.G.N. Zincken te Amsterdam,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CNV BEDRIJVENBOND,

zetelend en kantoorhoudend te Houten,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FNV BONDGENOTEN,

zetelend te Amsterdam, kantoorhoudend te Utrecht,

3. de stichting

STICHTING VRIJWILLIGE VERVROEGDE UITTREDING WERKNEMERS ENNA AEROSOLS,

gevestigd te Dokkum,

gedaagden,

hierna te noemen: CNV c.s.,

procureur: mr. P. Tuinman,

advocaat: mr. drs. H. Aydemir te Utrecht.

PROCESGANG

Enna Aerosols heeft CNV c.s. in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 1 oktober 2004.

Enna Aerosols heeft toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren, zo mogelijk terstond mondeling te wijzen dan wel op het audiƫntieblad:

I. het conservatoir beslag dat CNV c.s. hebben doen leggen op de handelsvoorraden bij Enna Aerosols opheft;

II. CNV c.s. verbiedt opnieuw conservatoir beslag te doen leggen op handelsvoorraden van Enna Aerosols;

III. CNV c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander in zoverre zal zijn gekweten, in de kosten van het geding veroordeelt.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaten, waarbij de advocaat van CNV c.s. mede aan de hand van pleitnotities het woord heeft gevoerd, en waarbij CNV c.s. hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van Enna Aerosols, met veroordeling van Enna Aerosols in de kosten van het geding.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De voorzieningenrechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. In het jaar 1996 is er een regeling vrijwillig vervroegd uittreden opgenomen in de bij Enna Aerosols geldende ondernemings-CAO, in artikel 17B jo. Bijlage V CAO. Deze regeling diende te worden uitgevoerd door het VUT-fonds Enna Aerosols. De premie bedroeg 2% van het maandinkomen inclusief vakantietoeslag en extra uitkering. De werknemersbijdrage bedroeg 50% (van voormelde 2%) en werd in maandelijkse termijnen op het salaris ingehouden. De werkgever was op grond van artikel 8 bijlage V CAO degene die de werknemersbijdrage inhield op de salarissen en samen met de werkgeversbijdrage zou moeten afdragen aan het VUT-fonds Enna Aerosols.

1.2. Enna Aerosols heeft vanaf 1996 geld opzijgezet voor de VUT-aanspraken van haar werknemers. Hiermee werden de VUT-gerechtigden voldaan en nam de verplichting jegens toekomstige VUT-gerechtigden toe. De betaling van de VUT-uitkeringen kwam in mindering op de door Enna Aerosols getroffen voorziening.

Het door Enna Aerosols voor de VUT-aanspraken opzijgezette bedrag is echter niet -zoals de CAO voorschreef- op een rekening van het VUT-fonds terechtgekomen, maar op een depositorekening van Enna Aerosols bij de ABN AMRO Bank, met rekeningnummer 45.57.29.336. Enna Aerosols heeft het geld op vorenstaande rekening in 2003 gebruikt om een deel van de kosten van de reorganisatie van de in dat jaar binnen de onderneming doorgevoerde reorganisatie te betalen.

1.3. De voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden heeft op 28 september 2004 aan CNV c.s. toestemming gegeven voor het leggen van beslag onder de ABN AMRO Bank, op een onroerende zaak aan de Holwerderweg 11 te Dokkum en op alle zich daar bevindende roerende zaken. Het beslag heeft betrekking op een vordering ter grootte van 400.000,- euro.

1.4. CNV c.s. hebben vervolgens -eveneens op 28 september 2004- conservatoir beslag doen leggen onder de ABN AMRO Bank te Dokkum en Leeuwarden, op het bedrijfsgebouw van Enna Aerosols aan de Holwerderweg 11 te Dokkum, kadastraal bekend als Dokkum C1452, alsmede op alle roerende zaken die zich bevinden bij Enna Aerosols aan het adres Holwerderweg 11 te Dokkum.

1.5. Onder het door CNV c.s. gelegde conservatoir beslag vallen de bij Enna Aerosols aanwezige handelsvoorraden.

1.6. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft in het andere tussen partijen aanhangige kort geding (bekend onder het zaaknummer 65673 / KG ZA 04-236) bij vonnis van heden Enna Aerosols veroordeeld om aan de stichting VUT een bedrag van 367.000,- euro te betalen.

2. Het standpunt van Enna Aerosols

2.1. Enna Aerosols vordert opheffing van het gelegde conservatoir beslag, voor zover dit ziet op de handelsvoorraden. Beslaglegging op de handelsvoorraden, waarop een pandrecht van de bank rust, legt de bedrijfsvoering volledig lam. Door het beslag op de handelsvoorraden is Enna Aerosols niet meer in staat om haar contractuele verplichtingen jegens klanten na te komen, waardoor zij geen verdere inkomsten kan genereren en zij boetes verschuldigd zal worden wegens niet-tijdige levering.

2.2. Het onderhavige conservatoir beslag heeft bij Enna Aerosols tevens gereed product, te weten afgevulde spuitbussen, getroffen. Op grond van de bedrijfsvergunning en geldende voorschriften van de brandweer en de gemeente is het Enna Aerosols verboden om meer dan een kleine hoeveelheid gereed product op het terrein opgeslagen te houden. Door de beslaglegging wordt Enna Aerosols derhalve gedwongen om de productie stil te leggen om de hoeveelheid gereed product niet te groot te laten worden. Indien de voorraad gereed product te groot zou worden, zou dat een overtreding van de bedrijfsvergunning opleveren, en brand- en explosiegevaar voor Enna Aerosols zelf en de directe (woon)omgeving.

2.3. Gezien het vorenstaande dient het conservatoir beslag op de handelsvoorraden volgens Enna Aerosols als vexatoir te worden aangemerkt. De handelsvoorraden zijn verpand aan de bank en benodigd voor de bedrijfsvoering. Enna Aerosols kan haar verplichtingen jegens de klanten niet meer nakomen en zal de productie stil moeten leggen om de voorwaarden van de bedrijfsvergunning en van brandweer en gemeente niet te overtreden. Op deze gronden en tegen de achtergrond van de overige beslagen, die voldoende zekerheid voor verhaal bieden, dient het beslag op de handelsvoorraden van Enna Aerosols geen enkel redelijk doel.

3. Het standpunt van CNV c.s.

3.1. CNV c.s. stellen dat het beslist niet hun doel is om de bedrijfsvoering bij Enna Aerosols lam te leggen. Zij willen het beslag wel opheffen, mits er vervangende zekerheid komt van de kant van Enna Aerosols, in de vorm van een bankgarantie of storting van de ontvangen gelden in het kader van verkoop van goederen op de bankrekening van de advocaat van CNV c.s. CNV c.s. wijzen er op dat het de eigen keus is van Enna Aerosols om de bedrijfsvoering stil te leggen. CNV c.s. hebben zich steeds bereid verklaard om met Enna Aerosols in gesprek te gaan over een oplossing, maar Enna Aerosols is daar niet op ingegaan.

3.2. CNV c.s. betwisten het gestelde pandrecht op de handelsvoorraden, nu Enna Aerosols geen bewijs heeft overgelegd van het bestaan van een dergelijk pandrecht.

3.3. CNV c.s. stellen voorts dat Enna Aerosols op geen enkele wijze heeft aangetoond dat de gelegde conservatoire beslagen op de onroerende goederen en de bankrekeningen voldoende zekerheid bieden. Met betrekking tot de bankrekeningen heeft de heer Trost, bestuurder van Enna Aerosols, aan de deurwaarder medegedeeld dat er niet meer dan een bedrag van ? 25.000,- op deze rekeningen staat. Verder kunnen CNV c.s. niet beoordelen wat de overwaarde van de onroerende goederen is. Het is aan Enna Aerosols om aannemelijk te maken dat deze overwaarde minstens ? 400.000,- bedraagt. Dit heeft zij echter nagelaten. Ook heeft Enna Aerosols geen bewijs overgelegd van de voorwaarden die de bedrijfsvergunning, de gemeente en de brandweer haar stellen.

In het licht van het voorgaande kan volgens CNV c.s. niet worden geconcludeerd dat het beslag op de handelsvoorraden geen enkel redelijk doel dient.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen wordt voldoende aanwezig geacht.

4.2. Volgens artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient het beslag onder meer te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de kort-geding-procedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. In dit geding heeft Enna Aerosols zich echter niet beroepen op deze grond voor opheffing van het beslag, en bovendien heeft de voorzieningenrechter bij vonnis van heden in het andere tussen partijen aanhangige kort geding de vordering waarvoor beslag is gelegd toegewezen. Vooralsnog moet dan ook worden uitgegaan van de deugdelijkheid van de vordering van CNV c.s.

4.3. Enna Aerosols heeft aan de gevorderde opheffing van het conservatoir beslag op de handelsvoorraden ten grondslag gelegd dat dit beslag als vexatoir moet worden aangemerkt. De vraag of het leggen van een conservatoir beslag als een vexatoir en daarom onrechtmatig beslag moet worden aangemerkt, dient (volgens de Hoge Raad 24 november 1995, NJ 1996, 161) in beginsel te worden beantwoord aan de hand van de concrete omstandigheden ten tijde van de beslaglegging, waaronder de hoogte van de te verhalen vordering, de waarde van de beslagen goederen en de eventueel onevenredig zware wijze waarop de schuldenaar door het beslag op een van die goederen in zijn belangen wordt getroffen.

4.3.1. Voor zover Enna Aerosols ter adstructie van haar stelling dat het beslag als vexatoir moet worden aangemerkt heeft verwezen naar een pandrecht van de bank op de handelsvoorraden, zal de voorzieningenrechter hieraan voorbijgaan, nu Enna Aerosols, tegenover de betwisting van het pandrecht door CNV c.s., het bestaan van het pandrecht in dit geding niet aannemelijk heeft weten te maken. Het terzake gedane bewijsaanbod wordt gelet op het karakter van het onderhavige kort geding buiten beschouwing gelaten.

4.3.2. Door Enna Aerosols is voorts niet aannemelijk gemaakt dat de onroerende zaken en de saldi van de bankrekeningen van het bedrijf voldoende zekerheid bieden voor verhaal van de vordering van CNV c.s. Enna Aerosols heeft namelijk, mede gelet op de betwisting hiervan van de zijde van CNV c.s., niet aangetoond dat de onroerende goederen een overwaarde bezitten, terwijl op grond van de gedane mededelingen omtrent de saldi op de bankrekeningen voldoende aannemelijk is dat deze onvoldoende zekerheid bieden voor verhaal.

4.3.3. Nu in dit geding niet aannemelijk is geworden dat de onroerende zaken en de saldi van de bankrekeningen van Enna Aerosols voldoende verhaalsmogelijkheden bieden voor CNV c.s., dient het gelegde conservatoir beslag op de handelsvoorraden van Enna Aerosols een redelijk doel.

4.4. Niettemin kan de voorzieningenrechter in het kader van een belangenafweging het beslag opheffen, indien de schuldenaar door het beslag op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen. Zulks is evenwel in dit geding onvoldoende aannemelijk geworden. Enna Aerosols heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende geconcretiseerd dat zij op dit moment niet in staat is om concrete verplichtingen aan klanten niet na te komen, terwijl evenmin voldoende aannemelijk gemaakt is dat de voorraad gereed product op dit moment niet meer op een adequate wijze kan worden opgeslagen.

4.5. De slotsom is dat er vooralsnog onvoldoende grond bestaat voor opheffing van het gelegde conservatoir beslag op de handelsvoorraden. Derhalve zullen de gevraagde voorzieningen worden geweigerd.

4.6. Enna Aerosols zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

BESLISSING

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:

weigert de gevraagde voorzieningen;

veroordeelt Enna Aerosols in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van CNV c.s. begroot op 241,00 euro aan verschotten en 705,00 euro aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.G. Leijten, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2004.