Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO9735

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
20-02-2004
Datum publicatie
18-05-2004
Zaaknummer
134286 /CV EXPL 03-4157
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering ziektekostenverzekeraar tot terugbetaling van reeds vergoede nota's.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

VONNIS

134286 /CV EXPL 03-4157

Uitspraak: 20 februari 2004

in de zaak van

de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR U.A.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: Oordijk & Partners,

tegen

[X],

wonende te [woonplaats], [adres],

gedaagde,

procederende in persoon.

OVERWEGINGEN

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen De Friesland, gevorderd om gedaagde partij, hierna te noemen [x], te veroordelen tot betaling van € 4.236,66 met rente en kosten.

De Friesland heeft daarbij twee producties in het geding gebracht.

[x] heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist.

Na repliek (met producties), dupliek (met een productie) en een akte uitlating productie aan de zijde van De Friesland, is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [x] heeft bij De Friesland een particuliere ziektekostenverzekering afgesloten.

[x] heeft de premie voor die particuliere ziektekostenverzekering over de maanden januari 2002 tot 25 juni 2002 voor een bedrag ad € 1.418,74 onbetaald gelaten.

2.2. Sinds eind februari 2002 heeft [x] werkzaamheden in loondienst verricht (via een uitzendbureau).

Het ziekenfonds heeft het aanmeldingsformulier van [x] op 21 juni 2002 ontvangen en [x] met ingang van die datum ingeschreven als ziekenfondsverzekerde.

2.3. Het ziekenfonds heeft de premie voor de particuliere ziektekostenverzekering over de periode 21 tot 25 juni 2002 aan [x] "gerestitueerd".

2.4. [x] is er door het ziekenfonds bij brieven van 26 en 28 juni 2002 op gewezen dat hij eventueel de premie voor de particuliere ziektekostenverzekering over de periode gelegen vóór 21 juni 2002 van het ziekenfonds terug kan krijgen. Een formulier voor het aanvragen hiervan is [x] toegezonden. [x] heeft deze premie (nog) niet teruggevraagd.

2.5. De Friesland heeft nota's (in verband met een gehoorapparaat voor het zoontje van [x]) d.d. 15 maart 2002, 25 april 2002 en 11 juni 2002 ten bedrage van in totaal € 1.815,24 aan [x] vergoed.

De standpunten van partijen

3. De Friesland baseert haar vordering op bovengenoemde feiten. Zij vordert betaling van de achterstallige premie en terugbetaling van de gedane vergoedingen, nu de genoemde nota's - in verband met het in gebreke blijven van de premiebetaling - ten onrechte zijn vergoed. Daarnaast vordert zij rente en buitengerechtelijke incassokosten.

4. [x] heeft ten verwere aangevoerd dat hij in februari 2002 De Friesland telefonisch in kennis gesteld heeft van de wijzigingen. Volgens de medewerkster van De Friesland was het daarmee geregeld. Hij kon te zijner tijd formulieren en een nieuwe ziekenfondskaart verwachten.

[x] vindt het niet terecht dat hij tweemaal premie moet betalen en tevens de kosten van de declaraties terug moet betalen.

De beoordeling

5.1. Het verweer van [x] dat hij telefonisch in februari 2002 de zaak heeft geregeld, gaat niet op. Op grond van de Ziekenfondswet (ZFW) is de verzekering van [x] bij De Friesland geëindigd op het moment dat De Friesland melding krijgt van deelname van [x] aan het ziekenfonds. Nu uit de door [x] overgelegde stukken blijkt dat hij pas op 21 juni 2002 is aangemeld bij het ziekenfonds, eindigt de particuliere ziektekostenverzekering per die datum. Niet is gebleken dat [x] beroep heeft aangetekend tegen de brief van 28 juni 2002 van het ziekenfonds, waarbij hem is meegedeeld dat hij per 21 juni 2002 is ingeschreven als ziekenfondsverzekerde.

5.2. Ook het verweer van [x] dat hij tweemaal premie moet betalen gaat niet op. Zoals het ziekenfonds duidelijk heeft aangegeven kan [x] de premie voor de particuliere ziektekostenverzekering eventueel van het ziekenfonds terug krijgen. De kantonrechter begrijpt niet waarom [x] het aanvraagformulier hiervoor (nog) niet heeft ingevuld en opgestuurd. Het gaat daarbij - anders dan [x] meent - om de premie verschuldigd over de periode vóór 21 juni 2002.

De reeds terug ontvangen premie heeft slechts betrekking op de periode na inschrijving bij het ziekenfonds, aangezien [x] vanaf die datum bij het ziekenfonds was ingeschreven.

5.3. De vordering ter zake de premie over de periode januari 2002 tot 25 juni 2002 acht de kantonrechter dan ook toewijsbaar.

5.4. Ten aanzien van de vordering tot terugbetaling van de nota's die door De Friesland zijn vergoed, acht de kantonrechter het gewenst dat De Friesland de algemene voorwaarden waarop zij zich beroept in het geding brengt.

Daarnaast dient De Friesland nadere informatie te verstrekken met betrekking tot het volgende:

- wanneer heeft [x] de nota's van 15 maart, 25 april en 11 juni 2002 bij de Friesland ingediend;

- wanneer heeft De Friesland voornoemde nota's vergoed;

- wanneer heeft De Friesland (voor het eerst) aan [x] kenbaar gemaakt dat zij in te dienen nota's niet (meer) zou vergoeden;

- wanneer heeft De Friesland (voor het eerst) aan [x] kenbaar gemaakt dat [x] de vergoeding van de nota's van 15 maart, 25 april en 11 juni 2002 terug dient te betalen.

5.5. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 12 maart 2004 voor akte uitlating aan de zijde van De Friesland inzake hetgeen hiervoor is overwogen in rechtsoverweging 5.4.;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A. van der Meer, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41