Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO8910

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-05-2004
Datum publicatie
06-05-2004
Zaaknummer
17/080006-04 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

grafschennis, diefstal, veroordeling

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 311, geldigheid: 2004-05-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 6 mei 2004

Parketnummer: 17/080006-04

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei, Leeuwarden

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 22 april 2004.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C. Grondsma, advocaat te Leeuwarden.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 12 januari 2004 tot en met 16 januari 2004 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen telkens een hoeveelheid koperen hekjes en/of buizen en/of kransen en/of bollen, afkomstig van graven van

de Noorderbegraafplaats te Leeuwarden, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, het voorlichtingsrapport van het Leger des Heils, d.d. 14 april 2004, en het aanvullend rapport van het Leger des Heils, d.d. 21 april 2004;

- het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 130 dagen waarvan 33 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht;

- het pleidooi van de raadsvrouw.

Verdachte heeft zich gedurende een week meermalen begeven naar de Noorderbegraafplaats te Leeuwarden om aldaar samen met een ander van tientallen graven hoeveelheden koper weg te nemen. Voor het plegen van dergelijke diefstallen, in die frequentie, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van een aantal maanden in beginsel passend.

Als strafverzwarende omstandigheid weegt de rechtbank mee:

- de door verdachte toegebrachte emotionele schade aan de nabestaanden is groot.

Als strafverminderende omstandigheid weegt de rechtbank mee:

- verdachte is bereid hulp te aanvaarden.

Ter terechtzitting van 22 april 2004 is het bevel tot voorlopige hechtenis geschorst teneinde verdachte bij de Dr. Kuno van Dijk Stichting een traject te laten volgen voor zijn alcoholverslaving, waarbij verdachte onderdak heeft gekregen bij de Stichting Maatschappelijk Opvang De Terp. Blijkens het rapport van het Leger des Heils wordt door het volgen van voornoemd traject en het verblijf bij De Terp de kans op recidive minder geacht, nu verdachte de onderhavige diefstallen heeft gepleegd om zijn alcoholverslaving te kunnen bekostigen en omdat hij voorheen thuis- en dakloos was.

In het voorlichtingsrapport is geadviseerd verdachte een verplicht reclasseringstoezicht op te leggen, uitgevoerd door de reclassering van het Leger des Heils, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de Dr. Kuno van Dijk Stichting en de Stichting Maatschappelijke Opvang De Terp te Leeuwarden. De rechtbank neemt dit advies over en zal een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen waaraan de bijzondere voorwaarde zoals door de reclassering geadviseerd zal worden gekoppeld.

Voorts zal de rechtbank wat betreft het onvoorwaardelijke deel volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf welke qua duur gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest, zodat verdachte het reeds ingezette traject bij de Dr. Kuno van Dijk Stichting kan voortzetten.

BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet danwel onvoldoende door verdachte en diens raadsvrouw is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij 3], heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door gemeente Leeuwarden geleden schade ten gevolge van het aan verdachte telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering, die wordt betwist, niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, zodat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 130 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 33 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij (de reclassering van)het Leger des Heils;

- ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor genoemde reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling, de Dr. Kuno van Dijk Stichting en de Stichting Maatschappelijke Opvang De Terp te Leeuwarden.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling (het Leger des Heils) op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], wonende te [adres benadeelde partij 1], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 250 (zegge: tweehonderd en vijftig euro), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 250 (zegge: tweehonderd en vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 250 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], wonende te [adres benadeelde partij 2], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 75 (zegge: vijfenzeventig euro), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2], te betalen een som geld ten bedrage van € 75 (zegge: vijfenzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van een dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 75 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3], niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.R. de Vries en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Martini, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2004.

Mr. De Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.