Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO7028

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
26-03-2004
Datum publicatie
06-04-2004
Zaaknummer
61984 HA RK 04-3
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van een verzoek van de Koninklijke Vereniging "Het Friesch Paarden-Stamboek" strekkende tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Geen "feiten of rechten die men wil bewijzen" als bedoeld in artikel 187 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Uitspraak: 26 maart 2004

Rekestnummer: 61984 HA RK 04-3

BESCHIKKING

van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige handelskamer, op het verzoek van:

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

KONINKLIJKE VERENIGING "HET FRIESCH PAARDEN-STAMBOEK",

gevestigd te Leeuwarden,

en haar bestuursleden:

2. [bestuurders sub 2 tot en met 8],

verzoekers,

procureur: mr. H. Doornbosch,

tegen

1. de besloten vennootschap GRASBAAL B.V.,

gevestigd te Wieringermeer,

en haar bestuurder:

2. [S.],

wonende te [woonplaats],

verweerders,

advocaat: mr. M.M. Kroone te Alkmaar.

PROCESGANG

Bij verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 7 januari 2004, hebben verzoekers de rechtbank verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Een mondelinge behandeling van de zaak heeft op 5 februari 2004 plaatsgevonden.

Daarbij waren aanwezig verzoeker sub 4 namens verzoekers, bijgestaan door mr. Doornbosch, en verweerder sub 2 namens verweerders, bijgestaan door mr. Kroone.

Mr. Kroone heeft bij die gelegenheid een verweerschrift ingediend, strekkende tot afwijzing van het verzoek.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Verzoekers hebben aan het verzoek, kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.

Verweerder sub 1 onderhoudt een website met daaraan gekoppeld een forum onder de naam www.onsfrieschepaard.nl. Derden kunnen op voormeld forum berichten posten. Een zevental personen heeft op dat forum mededelingen over verzoekers geplaatst die volgens verzoekers als smaad, laster danwel als eenvoudige belediging en derhalve als onrechtmatig jegens hen moeten worden gekwalificeerd. Verzoekers willen die personen in rechte betrekken, maar zij beschikken niet over de namen en adressen van bedoelde gebruikers omdat dezen zich op het forum van een schuilnaam bedienen.

Verweerders hebben als webmaster de beschikking over de IP-adressen van bedoelde zeven gebruikers en kunnen dus hun identiteit achterhalen danwel bekend maken.

Gelet daarop hebben zij, verzoekers, er belang bij dat verweerder sub 2 in het kader van het te bevelen voorlopig getuigenverhoor als getuige de vraag beantwoordt welke de namen en adressen zijn van vorenbedoelde gebruikers van die website.

2. Voormeld verzoek komt naar het oordeel van de rechtbank niet voor toewijzing in aanmerking.

Blijkens het verzoekschrift staat voor verzoekers de feitelijke (en juridische) grondslag voor hun in te stellen vordering reeds genoegzaam vast en zij hebben -dan ook- niet aangegeven dat zij de te horen getuige (verweerder sub 2) dienaangaande willen horen.

Evenmin is voor verzoekers onzeker wie wederpartij zou zijn in het te voeren geding, want dat zijn, blijkens het verzoekschrift, de betreffende zeven gebruikers.

Het enige dat verzoekers met het verzoek beogen is om achter de namen en adressen van die gebruikers te komen, maar voor onderzoek naar -alléén- die feiten leent het voorlopig getuigenverhoor zich niet c.q. is het voorlopig getuigenverhoor niet bedoeld.

Bedoelde feiten zijn immers geen "feiten of rechten die men wil bewijzen" als bedoeld in artikel 187 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Van dat laatste zou wel sprake (kunnen) zijn indien verzoekers door het horen van verweerder sub 2 zouden willen onderzoeken of hun vermoeden, dat bepaalde (wel met naam en adres bekende) personen achter de in het verzoekschrift vermelde namen/IP-adressen schuilgaan al of niet juist is en voor verzoekers aldus (beter) duidelijk kan worden tegen welke (van die) personen men de vordering zou moeten instellen. Van een dergelijk (beoogd) onderzoek is blijkens het verzoekschrift echter evenmin sprake.

Het voorgaande leidt derhalve tot de volgende beslissing.

BESLISSING

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven te Leeuwarden op 26 maart 2004 door mr. J. de Vroome, rechter.

294.