Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO6721

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2004
Datum publicatie
01-04-2004
Zaaknummer
130900 /CV EXPL 03-1208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen twee uitgevers in de advertentiebranche over overnemen van advertenties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Heerenveen

Uitspraak: 5 februari 2004

Zaak-/Rolnummer: 130900 /CV EXPL 03-1208

VONNIS

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap

SYPRO MEDIA B.V.,

gevestigd te Zutphen,

2. de naamloze vennootschap

BATENBURG BEHEER N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de besloten vennootschap

PRAXIS DOE-HET-ZELF CENTER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

gemachtigde: mr. M. Colenbrander, werkzaam bij Wernand en Partners Bedrijfsjuristen te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap

M.P. MEDIA & ADVERTISING CONSULTANTS B.V.,

gevestigd te Heerenveen, kantoorhoudende te Groningen,

gedaagde,

gemachtigde: mr. S.H.R. van Heeks, advocaat te Amsterdam.

PROCESGANG

Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna gezamenlijk te noemen Sypro c.s., gevorderd:

1. te bepalen dat gedaagde partij, hierna te noemen MP, onrechtmatig jegens Sypro handelt, daar ten gevolge van de handelwijze van MP afbreuk wordt gedaan aan de goede naam en faam van Sypro en/of sprake is van associatiegevaar tussen de onderneming van MP en Sypro;

2. te bepalen dat MP onrechtmatig jegens Sypro handelt, daar MP inbreuk maakt op het aan Sypro toekomende auteursrecht hetzij ten aanzien van de Politiewijzer als geheel hetzij als maker van het verzamelwerk (de Politiewijzer) ten aanzien van de in het verzamelwerk opgenomen werken (advertenties);

3. te bepalen dat MP onrechtmatig jegens Batenburg handelt, daar MP inbreuk maakt op het aan Batenburg toekomende auteursrecht ten aanzien van haar in de Politiewijzer opgenomen advertentie;

4. te bepalen dat MP onrechtmatig jegens Praxis handelt, daar MP inbreuk maakt op het aan Praxis toekomende auteursrecht ten aanzien van haar in de Politiewijzer opgenomen advertentie;

5. MP te veroordelen haar onrechtmatig handelen en/of haar inbreukmakende activiteiten onmiddellijk te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5000,00 per overtreding en € 1000,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt;

6. MP te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sypro, Batenburg en Praxis te betalen de door hen ten gevolge van de handelwijze van MP geleden schade, welke schade bij staat nader zal worden opgemaakt, doch door Sypro c.s. gezamenlijk wordt gemaximeerd tot € 4000,00;

7. MP te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sypro te betalen de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 1000,00 exclusief BTW;

8. MP te veroordelen in de kosten van het geding.

Sypro c.s. hebben bij de dagvaarding producties overgelegd.

MP heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist. Na repliek (met producties), dupliek (met producties) en een akte zijdens Sypro c.s. is vonnis bepaald op de stukken van het geding, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

1.1. Zowel Sypro als MP houdt zich bezig met het uitgeven van gratis huis-aan-huis-bladen. De uitgave van deze bladen wordt gefinancierd door de daarin opgenomen advertenties. De bladen ontlenen hun rendement uitsluitend aan de opbrengsten van de daarin geplaatste advertenties.

1.2. In samenwerking met de politie Rotterdam-Rijnmond heeft Sypro in 2003 een periodiek uitgegeven, geheten de Politiewijzer 2003. Hierin komen zaken aan de orde die betrekking hebben op de politie in het algemeen en de politie Rotterdam-Rijnmond in het bijzonder. De Politiewijzer heeft een informatief karakter en is bestemd voor de burgers.

In de Politiewijzer zijn diverse advertenties opgenomen. De adverterende ondernemingen, waaronder Batenburg en Praxis, hebben door het betalen van een vergoeding de uitgifte van de Politiewijzer mede mogelijk gemaakt. Er bestaan verschillende -wijk-, district- of regiogebonden- edities van de Politiewijzer. Het informatieve gedeelte van de betreffende editie wordt aan de plaatselijke omstandigheden aangepast. Het periodiek wordt in het betrokken gebied gratis, huis aan huis, verspreid.

1.3. De advertenties worden door de opdrachtgevers "panklaar" aan Sypro aangeleverd. Ter zake van inhoud, lay-out en opmaak van de advertenties heeft Sypro derhalve geen enkele bemoeiing. Haar taak beperkt zich tot het plaatsen van de aangeleverde advertentie in de Politiewijzer.

In de Politiewijzer staat met betrekking tot het copyright het volgende vermeld:

'Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.'

1.4. MP heeft adverteerders uit de Politiewijzer, waaronder Batenburg en Praxis, benaderd om een advertentie te plaatsen in de -door haar uit te geven- Voorlichtingsgids Hulp bij Ongelukken, welke een oplage van 1000 stuks kent. In dat kader heeft MP aan diverse adverteerders uit de Politiewijzer een offerte toegezonden, vergezeld van een advertentievoorbeeld, die een kopie bleek te zijn van de bewuste -derhalve van hun eigen-advertentie uit de Politiewijzer.

1.5. Nadat Batenburg en Praxis alsook de andere adverteerders hadden aangegeven geen advertentie in de door MP uitgegeven Voorlichtingsgids Hulp bij Ongelukken te willen plaatsen heeft MP daarvan afgezien. Tot feitelijke plaatsing in eerdergenoemde gids is het nooit gekomen.

1.6. Over eerdergenoemde handelwijze van MP heeft Sypro van enkele van haar adverteerders opmerkingen ontvangen.

De gemachtigde van Sypro c.s. heeft MP herhaaldelijk gesommeerd om haar -volgens Sypro c.s.- inbreukmakende activiteiten te staken en gestaakt te houden. MP heeft geen gehoor gegeven aan deze sommaties.

2. Het standpunt van Sypro c.s.

2.1. Sypro c.s. baseren hun vordering op de hiervoor vermelde vaststaande feiten en hebben voorts het navolgende aangevoerd.

2.2. MP heeft de op haar offertes weergegeven advertentievoorbeelden verkregen door deze uit de Politiewijzer te kopiëren of op andere wijze te verveelvoudigen. Deze handelwijze van MP heeft geleid tot klachten van adverteerders bij Sypro. Deze adverteerders verkeerden in de veronderstelling dat Sypro de advertenties aan een derde, in casu MP, had doorgespeeld. Hierdoor is -ten onrechte- de associatie gewekt dat Sypro enige bemoeienis met MP zou hebben. Dit alles heeft volgens Sypro haar eigen goede naam en faam geschaad.

2.3. De Politiewijzer is volgens Sypro een werk in de zin van artikel 10 lid 1 sub 1 van de Auteurswet. MP heeft inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Sypro door zonder toestemming delen van de Politiewijzer (advertenties) over te nemen.

2.4. De Politiewijzer is tevens een verzamelwerk in de zin van artikel 5 lid 1 van de Auteurswet. Dit verzamelwerk is onder leiding van Sypro tot stand gebracht. Sypro heeft daarom als maker van het ganse werk te gelden. Nu MP zonder toestemming een afzonderlijk werk (advertenties) uit het ganse werk (de Politiewijzer) heeft overgenomen, heeft zij inbreuk op Sypro's auteursrecht terzake van het ganse werk gepleegd.

2.5. De afzonderlijke advertenties die in de Politiewijzer zijn opgenomen, zijn op zichzelf bezien auteursrechtelijk beschermde werken in de zin van artikel 1 juncto 10 lid 1 sub 1 van de Auteurswet. Dit geldt in casu onder meer voor de advertenties van Batenburg en Praxis. Nu MP zonder toestemming van Batenburg en Praxis deze advertenties heeft overgenomen, heeft MP tevens inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Batenburg en Praxis.

2.6. De omstandigheid dat MP de adverteerders uit de Politiewijzer toestemming heeft gevraagd om een advertentie te plaatsen in de Voorlichtingsgids Hulp bij Ongelukken laat onverlet dat MP zonder toestemming van de auteursrechthebbende op de in de Politiewijzer opgenomen advertenties de betreffende advertenties heeft verveelvoudigd (gekopieerd) en aldus inbreuk heeft gemaakt op de desbetreffende auteursrechten.

2.7. De door Sypro c.s. geleden schade dient te worden opgemaakt bij staat, doch wordt door hen in het kader van dit geding gemaximeerd op een bedrag van € 4000,00.

3. Het standpunt van MP

3.1. MP heeft de vordering van Sypro c.s. betwist, waartoe zij het volgende heeft aangevoerd.

3.2. MP betwist dat de Politiewijzer een werk is in de zin van artikel 10 lid 1 sub 1 Auteurswet. De Politiewijzer is volgens MP slechts een advertentieblaadje dat huis-aan-huis kosteloos en ongevraagd wordt verspreid.

3.3. MP erkent dat zij een kopie van de advertenties uit de Politiewijzer aan adverteerders als Batenburg en Praxis heeft toegezonden. Verder stelt MP dat zij Batenburg en Praxis heeft benaderd, omdat laatstgenoemden eigenaars zijn van hun in de Politiewijzer opgenomen advertenties. Batenburg en Praxis konden vervolgens aangeven of zij de advertentie uit de Politiewijzer ook in de Voorlichtingsgids Hulp bij Ongelukken geplaatst wilden zien. Nu Batenburg en Praxis niet op het verzoek van MP zijn ingegaan, heeft MP ook geen advertenties van hen geplaatst. De werkwijze van MP richting Batenburg en Praxis is in de advertentie-acquisitiebranche volstrekt normaal. Het is daar schering en inslag dat een acquisiteur adverteerders uit andere bladen benadert. Zou deze werkwijze niet worden toegestaan, dan kan MP haar onderneming maar beter sluiten.

Door na het uitblijven van toestemming van de zijde van Batenburg en Praxis niet over te gaan tot het plaatsen van de hen geoffreerde advertenties, heeft MP correct gehandeld jegens Batenburg en Praxis en kan MP geen onrechtmatig handelen worden verweten. Voor zover er wel sprake zou zijn van een schending van auteursrecht, hebben alleen Batenburg en Praxis een vordering op MP.

3.4. MP stelt voorts dat er geen sprake is van schade bij Batenburg en Praxis. De geoffreerde advertenties zijn immers niet geplaatst en aan Batenburg en Praxis zijn geen kosten in rekening gebracht.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. De kantonrechter zal bij de beoordeling van het onderhavige geschil -in de navolgende overwegingen- de door Sypro c.s. in de dagvaarding ingestelde vorderingen één voor één langsgaan.

Het gevorderde sub 1

4.2. Sypro en MP opereren als concurrenten in dezelfde branche en zijn voor het rendement van de door hen uitgegeven bladen volledig afhankelijk van door hen in deze bladen te plaatsen advertenties. Tegen een -in de advertentiebranche gebruikelijke- pittige concurrentie bestaat op zich geen bezwaar en daarover kan Sypro zich ook moeilijk beklagen.

Dit is slechts anders wanneer de concurrent, in dit geval MP, jegens Sypro onzorgvuldig heeft gehandeld.

Naar de mening van de kantonrechter is dit niet het geval. In feite heeft MP zich beperkt tot toezending aan enkele van Sypro's opdrachtgevers van een kopie van hun eigen advertentie

-waarvan zij zelf het auteursrecht hadden- met het verzoek deze in haar eigen uitgave te mogen plaatsen.

Toen toestemming uitbleef heeft MP -volstrekt terecht overigens- van plaatsing afgezien.

Hoewel niet uitgesloten is dat een en ander tot enige verwarring bij de opdrachtgevers van Sypro kan hebben geleid, blijkt dit uit de overgelegde brieven onvoldoende. Met name kan op grond van de inhoud van die brieven niet worden geconcludeerd dat de betreffende opdrachtgevers van Sypro haar onjuist, onzorgvuldig handelen verwijten of dat het incident bij hen anderszins tot een negatieve beeldvorming van Sypro heeft geleid.

De kantonrechter acht het dan ook niet, althans onvoldoende, aangetoond, dan wel aannemelijk gemaakt, dat de goede naam en faam van Sypro bij deze adverteerders is geschaad. Dit betekent dat het gevorderde sub 1 zal worden afgewezen.

Het gevorderde sub 2

4.2.1. Vooropgesteld wordt dat -voor zover de Politiewijzer als een brochure in de zin van artikel 10 lid 1 sub 1 van de Auteurswet moet worden aangemerkt- dit slechts het redactionele gedeelte van de uitgave betreft, maar niet de daarin opgenomen advertenties.

De in de Politiewijzer opgenomen advertenties gezamenlijk kunnen -anders dan Sypro meent- niet worden aangemerkt als een verzamelwerk in de zin van artikel 5 lid 1 van de Auteurswet. Een verzamelwerk kan naar het oordeel van de kantonrechter slechts voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen, indien de verzameling het resultaat is van een selectie die de persoonlijke visie van de maker tot uitdrukking brengt. Sypro heeft de in de Politiewijzer opgenomen advertenties kant en klaar aangeleverd gekregen van de adverteerders, die de advertenties hadden samengesteld, en hoefde vervolgens slechts voor plaatsing in de Politiewijzer zorg te dragen.

Onder die omstandigheden kan bezwaarlijk worden geoordeeld dat de verzameling advertenties in de Politiewijzer de persoonlijke visie van Sypro als maker tot uitdrukking brengen.

4.2.2. Maar ook al was dit anders, andere redenen staan toewijzing van de vordering ook in de weg, aangezien er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is geweest van openbaarmaking in de zin van de Auteurswet.

MP heeft de uit de Politiewijzer gekopieerde advertenties immers alleen toegezonden aan de desbetreffende -ter zake auteursgerechtigde- adverteerders en heeft deze, toen toestemming tot plaatsing uitbleef, niet in de Voorlichtingsgids Hulp bij Ongelukken geplaatst.

De advertentie-uitingen zijn derhalve niet openbaar gemaakt of op enige wijze voor het publiek ter beschikking gekomen.

4.2.3. Tenslotte is de kantonrechter van oordeel dat de handelwijze van MP geen inbreuk op het exclusieve verveelvoudigingsrecht van Sypro oplevert.

Niet gebleken is namelijk dat MP meer dan één kopie van de afzonderlijke advertenties heeft gemaakt. Een dergelijke zeer beperkte wijze van verveelvoudiging is als zakelijk eigen gebruik in de zin van artikel 16b lid 1 van de Auteurswet aan te merken.

4.2.4. Het gevorderde sub 2 zal gezien het vorenstaande worden afgewezen.

Het gevorderde sub 3 en 4

4.3. Voor zover advertenties al als auteursrechtelijke werken moeten en kunnen worden beschouwd -in artikel 10 Auteurswet worden ze niet met name genoemd doch wellicht vallen dergelijke uitingen onder het begrip 'alle andere geschriften'- dan leidt dat nog niet tot toewijzing van de vorderingen van -de in dat geval als auteursgerechtigden aan te merken adverteerders- Batenburg en Praxis.

Immers, op grond van dezelfde overwegingen, als hiervoor weergegeven onder de rechtsoverwegingen 4.2.2. en 4.2.3. is, meent de kantonrechter dat er geen sprake is van ongeoorloofde openbaarmaking dan wel verveelvoudiging door MP, en is er mitsdien geen sprake van enige inbreuk op het aan Batenburg en Praxis (eventueel) toekomende auteursrecht op hun advertenties.

Het gevorderde sub 3 en 4 zal dan ook worden afgewezen.

Het gevorderde sub 5 en 6

4.4. Nu niet gebleken is van enig onrechtmatig handelen van MP jegens Sypro c.s., dienen de vorderingen sub 5 (staken van onrechtmatig handelen op straffe van verbeurte van een dwangsom) en sub 6 (schadevergoeding gebaseerd op onrechtmatig handelen van MP) te worden afgewezen.

Het gevorderde sub 7

4.5. Nu alle hoofdvorderingen van Sypro c.s. worden afgewezen, kunnen Sypro c.s. vanzelfsprekend ook geen aanspraak maken op vergoeding van de door hen gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Ook dit deel van het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.

De kosten van het geding

4.6. Sypro c.s. zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst alle vorderingen van Sypro c.s. af;

veroordeelt Sypro c.s. in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van MP begroot op € 540,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Varekamp-Vos, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119/128