Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO5428

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
09-03-2004
Datum publicatie
11-03-2004
Zaaknummer
142025 /CV EXPL 04-365
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beeindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de betrokken werknemer, alsmede dat werkgever niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht naar de vraag of de werknemer daadwerkelijk vrijwillig wenste in te stemmen met het einde van de arbeidsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

Uitspraak: 9 maart 2004

Kort-geding-nummer: 142025 /CV EXPL 04-365

VONNIS EX ARTIKEL 254 LID 4 RV

van de kantonrechter te Leeuwarden, in het kort geding van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. A. Ludwig-Hendriks, advocaat te Maarssen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAFE SYSTEMS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde,

hierna te noemen: Safe Systems,

gemachtigde: mr. W.A. van Sambeek, advocaat te Volendam.

PROCESGANG

[eiser] heeft Safe Systems in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 24 februari 2004.

[eiser] heeft toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis - zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - Safe Systems veroordeelt:

a. om uiterlijk twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser], tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen -wegens achterstallig en opeisbaar loon over de periode 6 november 2003 tot en met 31 januari 2004- een bedrag van € 7899,33 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ad € 3949,67 bruto, zijnde in totaal een bedrag van € 11.849,00 bruto, welk bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid van voornoemde aanspraken tot aan de dag der algehele voldoening;

b. om uiterlijk twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van bruto € 1265,00 per maand als vast salaris, alsmede een bedrag van € 1368,11 per maand als gemiddeld variabel salaris, voor iedere maand vanaf 1 februari 2004 tot aan het moment waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal eindigen, vermeerderd met de tussentijdse verhogingen waarop [eiser] op grond van zijn arbeidsovereenkomst en de van toepassing zijnde wettelijke en/of CAO-bepalingen recht verkrijgt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat het loon betaalbaar had dienen te worden gesteld;

c. om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1500,00 exclusief BTW ten titel van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

d. tot betaling van de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun gemachtigden, waarbij de gemachtigde van Safe Systems mede aan de hand van pleitnotities het woord heeft gevoerd, en waarbij Safe Systems heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De kantonrechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. [eiser], geboren op [geboortedatum], is met ingang van 3 december 2001 bij Safe Systems in dienst getreden, in de functie van commercieel buitendienstmedewerker, tegen een salaris van laatstelijk € 1265,00 bruto per maand. Daarnaast heeft [eiser] recht op 8% vakantiebijslag en ontvangt hij maandelijks een variabel salaris, waarvan het gemiddelde over 2003 per maand € 1368,11 heeft bedragen. Op de arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van de Verordening Arbeidsvoorwaarden Detailhandel van toepassing.

1.2. Safe Systems houdt zich bezig met de verkoop van alarmsystemen voor de beveiliging van woonhuizen. In zijn functie houdt [eiser] zich bezig met de verkoop en advisering op het gebied van beveiliging.

1.3. [eiser] is op 31 oktober 2003 door Safe Systems uitgenodigd voor een gesprek op 5 november 2003 met directeur [x] en verkoopleider [y].

1.4. Naar aanleiding van het gesprek van 5 november 2003 heeft Safe Systems een brief opgesteld, die door [eiser] voor akkoord is ondertekend, en die luidt als volgt:

'Geachte heer [eiser],

Hierbij willen wij op basis van een vertrouwensbreuk met ingang van heden, (5 november 2003) ons arbeidscontract na overleg met U en met instemming van U verbreken.

Al hetgeen we contractueel en anderszins met u hebben afgesproken aangaande salaris, provisies, bonussen, etc, zullen conform deze afspraken door ons worden nagekomen. Wij als Safe Systems Nederland BV en [voornaam] [eiser] zullen afzien van verdere wederzijdse rechten en plichten.

Uiteraard blijven de overige afspraken met U gemaakt eveneens van kracht.

We benadrukken dat U ons hebt mede gedeeld dat U bovenstaande beslissing hebt genomen na ruime overweging en in goede geestelijke en lichamelijke gezondheid.'

1.5. Bij schrijven van 5 november 2003 heeft [eiser] Safe Systems -voor zover ten deze van belang- het volgende medegedeeld:

'Hierbij zend ik u deze aangetekende brief naar aanleiding van het gesprek van 5 november 2003. In het gesprek was ik door emoties overrompeld door alles wat ik te horen heb gekregen. Bij ondertekening van de door u voorbereide brief heeft u mij niet gewezen op de consequenties die deze ondertekening met zich mee zouden gaan brengen. Toen ik begon te beseffen wat er gaande was, ben ik gaan bellen naar de ontslaglijn. (….)

Ik voel mij in het gesprek dusdanig onder druk gezet om te tekenen, waarbij jullie dreigden met rechtszaken en ik geen andere uitweg zag dan te ondertekenen. Het ondertekenen van de brief heb ik gedaan in een vlaag van verstandverbijstering en een gevoel van onderdrukking en onmacht. Ik sta dan ook niet achter deze beslissing en wil per direct mijn werkzaamheden hervatten.

In uw brief geeft u in de laatste alinea aan dat ik na ruime overweging deze beslissing heb genomen. In het korte gesprek met u en dhr. [y] heb ik geen kans gehad om de situatie te overzien en te overwegen. Daarom herroep ik mijn ondertekening van de brief.'

1.6. Safe Systems heeft bij brief van 6 november 2003 gereageerd en daarbij onder meer het volgende gemeld:

'In het gesprek dat wij op 5 november 2003 met u hebben gevoerd, hebben wij duidelijk met u doorgenomen wat onze beweegredenen voor deze beslissing zijn. Dit was niet het eerste gesprek dat wij met u voerden aangaande uw prestaties en benadering van onze (potentiële klanten) en de stroom klachten welke wij over uw handelen ontvangen.

U heeft dit in al deze gesprekken beaamd en ook gisteren hebben we in een rustig gesprek met u in wederzijds overleg besproken wat de beste oplossing zou zijn. Juist op uw verzoek is er niet gekozen om de rechterlijke of andere macht in te schakelen. (..)

Er is geen enkele druk van onze zijde geweest, sterker nog wij wilden ons eigenlijk over de verder te nemen stappen beramen, maar juist u drong aan op een snelle en correcte afhandeling. De situatie is u uitgelegd en door u bevestigd als zijnde begrepen en als zijnde overeenstemmende met uw wensen dienaangaande. (..)

Uw eenzijdige herroeping van de brief en de talrijke gesprekken, kunnen we niet aanvaarden.'

1.7. Namens [eiser] heeft zijn gemachtigde bij brief van 27 november 2003 de nietigheid van het ontslag ingeroepen, en is aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon. Ook heeft [eiser] verklaard beschikbaar te zijn voor het verrichten van werkzaamheden. Safe Systems heeft bij brief aan de gemachtigde van [eiser] d.d. 10 december 2003 aangegeven vast te houden aan de overeengekomen beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2. Het standpunt van [eiser]

2.1. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat er van zijn kant geen sprake is geweest van een duidelijke en ondubbelzinnige instemming met beëindiging van het dienstverband. [eiser] stelt daartoe dat hij in het gesprek van 5 november 2003 op ongeoorloofde wijze door Safe Systems onder druk is gezet om de beëindigingsovereenkomst voor akkoord te ondertekenen. [eiser] werd in voormeld gesprek volkomen overrompeld door de opstelling van Safe Systems en heeft onder druk zijn handtekening geplaatst op een tevoren opgestelde brief, waarvan de inhoud nauwelijks tot hem is doorgedrongen. Het gesprek tussen partijen vond bovendien in een bedreigende sfeer plaats, waarbij over rechtszaken en het doen van aangifte bij de politie werd gesproken. Het is echter nooit daadwerkelijk de wens van [eiser] geweest om de arbeidsovereenkomst van partijen vrijwillig te beëindigen.

2.2. Volgens [eiser] heeft Safe Systems, door hem onder druk de beëindigingsovereenkomst te laten tekenen zonder hem adequaat te informeren over de consequenties van een en ander en zonder hem bedenktijd te gunnen, zeer onzorgvuldig gehandeld en mocht zij er dan ook niet van uit gaan dat [eiser] een einde aan de arbeidsovereenkomst wenste.

2.3. Gelet op het vorenstaande stelt [eiser] dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet op een rechtsgeldige wijze is beëindigd en dat deze dan ook nog steeds voortduurt, zodat Safe Systems gehouden is om ook na 5 november 2003 het salaris van [eiser] te voldoen.

3. Het standpunt van Safe Systems

3.1. Safe Systems heeft de vordering van [eiser] betwist, waartoe zij het volgende heeft aangevoerd.

3.2. Safe Systems stelt dat [eiser] al geruime tijd niet naar behoren functioneerde. Zo heeft [eiser] klanten geïntimideerd, heeft hij stelselmatig valse beloftes gedaan, heeft hij herhaaldelijk werkgeversinstructies geschonden en heeft hij met documenten geknoeid.

Het knoeien met documenten door [eiser] is voor Safe Systems de druppel geweest, die de emmer heeft doen overlopen, en zij heeft dan ook stappen jegens hem willen ondernemen. Op uitdrukkelijk verzoek van [eiser] is daarvan afgezien en heeft [eiser] in het gesprek van 5 november 2003 -dat overigens in een emotionele sfeer plaatsvond- zelf een beëindigingsovereenkomst aangeboden, die door Safe Systems is aanvaard. Het is volgens Safe Systems aan [eiser] om aannemelijk te maken dat de gesloten beëindigingsovereenkomst vernietigbaar is wegens een wilsgebrek. Enig wilsgebrek is door [eiser] echter niet aannemelijk gemaakt, zodat zijn vordering geen kans van slagen heeft in een bodemprocedure. Gezien zijn gebrekkige functioneren verdient [eiser] ook geen arbeidsrechtelijke bescherming in deze. De arbeidsovereenkomst moet dan ook worden geacht met wederzijds goedvinden te zijn geëindigd per 5 november 2003.

3.3. Safe Systems betwist dat [eiser] aanspraak kan maken op het variabele deel van zijn salaris, nu dit deel van de vordering onbepaalbaar is. Ook zal Safe Systems teveel betaalde provisie van [eiser] terugvorderen. Voorts betwist Safe Systems de verschuldigdheid van de gevorderde wettelijke verhoging en de buitengerechtelijke incassokosten.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. De kantonrechter merkt allereerst op dat zijn overwegingen en zijn hierna te nemen beslissing overeenkomstig het karakter van deze procedure een voorlopig karakter dragen.

4.2. Het spoedeisend belang voor [eiser] bij de door hem gevorderde salaris(door)betaling wordt voldoende aanwezig geacht, nu [eiser] onweersproken heeft gesteld dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van het door hem te ontvangen salaris en dat hij sinds 5 november 2003 geen salaris meer van Safe Systems heeft ontvangen.

4.3. In deze procedure staat de vraag centraal of de arbeidsovereenkomst tussen partijen geacht moet worden met wederzijds goedvinden te zijn geëindigd per 5 november 2003. Te dien aanzien overweegt de kantonrechter het volgende. Volgens vaste jurisprudentie mag instemming van een werknemer met beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst -gezien de ernstige gevolgen die instemming met vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor een werknemer kan hebben- slechts worden aangenomen op grond van verklaringen en/of gedragingen van de werknemer, waaruit deze instemming duidelijk en ondubbelzinnig blijkt. Daarnaast dient de werkgever zich met redelijke zorgvuldigheid er van te vergewissen of de werknemer vrijwillig instemt met beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen.

De bewijslast dat de werknemer duidelijk en ondubbelzinnig heeft ingestemd met vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, alsmede dat de werkgever heeft voldaan aan zijn zojuist genoemde onderzoeksplicht, rust op de werkgever.

4.4. Voor een rechtsgeldige beëindiging van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden moeten de wil en de verklaring van de werknemer met elkaar overeenstemmen. Stemt de verklaring van de werknemer niet overeen met diens wil, hetgeen door [eiser] is gesteld, dan doet zich de situatie van wilsontbreken voor. Het gaat in casu dan ook niet, zoals Safe Systems heeft betoogd, om een wilsgebrek. Hierbij stemmen wil en verklaring wel overeen, doch de wil is gebrekkig tot stand is gekomen. [eiser] behoeft dan ook niet aannemelijk te maken dat de beëindigingsovereenkomst onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen.

4.5. Het gesprek van 5 november 2003 heeft blijkens de stellingen van beide partijen in een emotionele sfeer plaatsgehad. In datzelfde emotionele gesprek is ook nog eens meteen een beëindigingsovereenkomst door partijen ondertekend. Onder emotionele omstandigheden zeggen of doen mensen soms dingen, die zij niet daadwerkelijk menen/beogen en waar zij door de wederpartij dan ook niet te snel aan gehouden mogen worden. Vertaald naar het arbeidsrecht betekent dit naar het oordeel van de kantonrechter dat een werkgever na een emotioneel gesprek, waarin tussen werkgever en werknemer over beëindiging van het dienstverband is gesproken, niet te snel aan mag nemen dat een werknemer vrijwillig instemt met beëindiging van zijn dienstverband.

[eiser] is reeds bij brief van 5 november 2003 teruggekomen op zijn eerder die dag ter gelegenheid van voormeld gesprek schriftelijk gegeven instemming met de beëindiging van het dienstverband tussen partijen en heeft nadien in dit standpunt volhard. Onder die omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat [eiser] duidelijk en ondubbelzinnig heeft ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen.

Safe Systems heeft voorts onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat [eiser] duidelijk en ondubbelzinnig instemde met de vrijwillige beëindiging van zijn dienstverband bij Safe Systems.

4.6. De kantonrechter is verder van oordeel dat Safe Systems niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting om te onderzoeken of [eiser] vrijwillig instemde met beëindiging van zijn dienstverband. Mede gezien het emotionele karakter van het gesprek van 5 november 2003, had het uit een oogpunt van goed werkgeverschap op de weg van Safe Systems gelegen om na dit gesprek een 'time-out' in te lassen en [eiser] in de gelegenheid te stellen om zich enige tijd te beraden of hij daadwerkelijk wenste in te stemmen met een vrijwillige beëindiging van zijn dienstverband. Gesteld noch gebleken is dat Safe Systems [eiser] een dergelijke bedenktijd heeft gegund. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat Safe Systems [eiser] heeft gewezen op de (ernstige) consequenties die een vrijwillige beëindiging van de arbeidsrelatie voor hem zou kunnen hebben; in dat verband heeft Safe Systems ter zitting bijvoorbeeld toegegeven dat zij [eiser] niet heeft gewezen op een mogelijk verlies van de aanspraak op een WW-uitkering. Het enige dat Safe Systems na het gesprek van 5 november 2003 in de richting van [eiser] heeft gedaan, is volharden in haar standpunt dat de arbeidsverhouding met wederzijds goedvinden was geëindigd.

4.7. Nu niet gebleken is van een duidelijke en ondubbelzinnige instemming van [eiser] met vrijwillige beëindiging van het dienstverband per 5 november 2003, en voorts is gebleken dat Safe Systems in onvoldoende mate heeft voldaan aan de op haar rustende onderzoeksplicht naar de instemming van [eiser] met vrijwillige beëindiging van het dienstverband, moet er van worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet op 5 november 2003 tot een einde is gekomen. Hieruit vloeit voort dat Safe Systems ook na 5 november 2003 gehouden was om het salaris van [eiser] door te betalen. Het daarop betrekking hebbende deel van de vordering van [eiser] is dan ook toewijsbaar. Dit geldt zowel voor het vaste salaris ad 1265,00 bruto per maand als voor het variabele salaris. Ten aanzien van de variabele salariscomponent acht de kantonrechter het redelijk dat ook deze wordt meegerekend bij de bepaling van het toe te wijzen salaris, nu gezien de overgelegde stukken voldoende aannemelijk is dat het hier om een structurele salariscomponent gaat. De kantonrechter acht het voorts redelijk dat [eiser] bij de bepaling van de hoogte van het verschuldigde variabele salaris is uitgegaan van het gemiddelde over 2003, welk gemiddelde door Safe Systems niet (gemotiveerd) is betwist.

Voor zover Safe Systems van mening is dat [eiser] in het verleden teveel provisie heeft ontvangen, zal de kantonrechter dit verweer passeren, nu Safe Systems aan dit verweer geen zelfstandige -voor dit geding van belang zijnde- conclusie heeft verbonden en het verweer ook overigens onvoldoende heeft onderbouwd.

4.8. De kantonrechter acht termen aanwezig om de gevorderde wettelijke verhoging te beperken tot 25% en zal hierna dienovereenkomstig beslissen.

De gevorderde wettelijke rente over salaris en wettelijke verhoging zal als onbetwist worden toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke rente na 1 februari 2004 slechts zal worden toegewezen over de vanaf dat moment tot op heden vervallen zijnde loontermijnen.

4.9. Nu de gevorderde loon(door)betaling toewijsbaar is en niet is betwist dat er buitengerechtelijke werkzaamheden door de gemachtigde van [eiser] zijn verricht, kunnen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, met dien verstande dat deze als bovenmatig -naar redelijkheid en billijkheid- zullen worden gematigd tot een bedrag van € 781,00. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, nu [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze kosten reeds aan zijn gemachtigde heeft voldaan.

4.10. Safe Systems zal als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

veroordeelt Safe Systems om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen -wegens achterstallig loon over de periode 6 november 2003 tot en met 31 januari 2004 een bedrag van bruto € 7899,33 (zegge: zevenduizend achthonderd negenennegentig euro en drieëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, te bepalen op 25%, zijnde een bedrag van bruto € 1974,83 (zegge: eenduizend negenhonderd vierenzeventig euro en drieëntachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf de datum van opeisbaarheid van deze bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Safe Systems om aan [eiser] te betalen een bedrag van bruto € 1265,00 per maand aan vast salaris, te vermeerderen met een bedrag van bruto € 1368,11 per maand als gemiddeld variabel salaris, vanaf 1 februari 2004 tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de tussentijdse verhogingen, waarop [eiser] op grond van zijn arbeidsovereenkomst en de van toepassing zijnde wettelijke en/of CAO-bepalingen recht verkrijgt, vermeerderd met de wettelijke rente over de vanaf 1 februari 2004 vervallen loontermijnen, vanaf de vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Safe Systems om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 781,00 exclusief BTW, ten titel van buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt Safe Systems in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 245,78 aan verschotten en € 500,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van der Meer, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2004 in aanwezigheid van de griffier.

c 119