Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO2490

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-01-2004
Datum publicatie
28-01-2004
Zaaknummer
126541 /CV EXPL 03-1769
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afsluiten elektriciteit in woning door Nuon in verband met vermoeden van hennepteelt. Eiseres stelt hierdoor forse materiele en immateriele schade te hebben geleden. Nuon heeft door af te gaan op slechts een vermoeden, onrechtmatig gehandeld.

De vorderingen van eiseres zijn nochtans niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

VONNIS

126541 /CV EXPL 03-1769

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie

procederende met voorwaardelijke toevoeging,

gemachtigde: mr. M.D. Kalmijn,

tegen

de naamloze vennootschap N.V. NUON CUSTOMER CARE CENTER,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. K.M. Kole.

OVERWEGINGEN

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen [eiseres], gevorderd om gedaagde partij, hierna te noemen Nuon, te veroordelen tot betaling van € 5.544,-- met rente en kosten. [eiseres] heeft daarbij producties in het geding gebracht.

Nuon heeft bij antwoord, onder overlegging van een productie de vordering betwist en op de daarbij vermelde gronden in reconventie gevorderd [eiseres] te veroordelen tot betaling van € 686,12 met rente en kosten.

Na repliek in conventie tevens antwoord in reconventie tevens akte vermindering van eis, waarbij [eiseres] haar vordering heeft verminderd tot een bedrag van € 5.000,-- met rente en kosten, dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, dupliek in reconventie (met producties) en een akte uitlating producties aan de zijde van Nuon, is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

in conventie

2.1. [eiseres] is sedert medio juni 2001 huurder van de huurwoning aan de [adres] te [woonplaats].

Nuon heeft op 5 maart 2002, in het kader van een onderzoek door de politie in de woning naar een hennepkwekerij, de elektriciteit van de woning afgesloten en de elektriciteitsmeter verwijderd.

Nadat Nuon daartoe op 19 juni 2002 bij verstek in kort geding door de rechtbank te Leeuwarden was veroordeeld, heeft Nuon de elektriciteitsleveranties met betrekking tot de woning hersteld.

2.2. Partijen verschillen van mening over de vraag of er op 5 maart 2002 reeds een overeenkomst bestond tussen Nuon en [eiseres].

in reconventie

2.3. Voor de factuur 10000684824 (vervaldatum 2/12/2002) ad € 408,17 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen. [eiseres] heeft ingevolge die betalingsregeling op 4 februari 2003 en op 13 maart 2003 telkens een bedrag van € 68,-- betaald.

Het standpunt van [eiseres]

in conventie

3.1. [eiseres] stelt dat Nuon tekortgeschoten is danwel onrechtmatig heeft gehandeld door de elektriciteitsvoorziening af te sluiten. Zij betwist bij gebrek aan bewijs dat het zegel van de meter was verbroken en het "shuntje" beschadigd was. In ieder geval heeft zij niet gefraudeerd.

[eiseres] heeft door het handelen van Nuon schade geleden, welke zij heeft begroot op

€ 7.308,58.

Blijkens een productie bij de dagvaarding is dit bedrag als volgt opgebouwd:

- € 499,16 voor de vissen en planten in het aquarium (die zijn doodgedaan);

- € 306,30 voor de etenswaren uit de koelkast en vriezer (die ze weg kon doen);

- € 1.021,01 ter zake kostgeld aan derden;

- € 520,08 die ze aan huur heeft moeten betalen zonder het huurgenot te hebben;

- € 4.900,83 ter zake emotionele schade;

- € 61,-- eigen bijdrage voor de advocaatkosten.

Naar aanleiding van het verweer van Nuon heeft [eiseres] nog het volgende aangevoerd:

- Het aquarium heeft ze niet verplaatst aangezien zij in eerste instantie stroom heeft afgenomen bij een buurman. Het aquarium kon daarnaast niet even eenvoudig verplaatst worden.

- Nuon heeft haar het woongenot onmogelijk gemaakt en is derhalve aansprakelijk voor de huur over de maanden waarin het huurgenot door Nuon onmogelijk is gemaakt.

- Evident is dat iemand die door het machtige monopolistische Nuon wordt gechanteerd, onder druk wordt gezet en gedwongen wordt de woning te verlaten immateriële schade lijdt.

[eiseres] heeft haar vordering beperkt tot € 5.000,-- en afgezien van haar recht op het meerdere.

in reconventie

3.2. Met betrekking tot de reconventionele vordering stelt [eiseres] dat - voor zover er nog sprake is van achterstallige termijnen - zij hiervoor met Nuon een betalingsregeling overeengekomen is. Voor zover zij mogelijk een termijn van de betalingsregeling niet zou hebben betaald, is dat te wijten aan Nuon, die maandelijks acceptgirokaarten zou sturen.

Daarnaast zijn de incassokosten ten onrechte in rekening gebracht.

Subsidiair beroept [eiseres] zich op verrekening met haar conventionele vordering.

Het standpunt van Nuon

in conventie

4.1. Nuon stelt dat zij gerechtigd was de energieleveranties van de woning van [eiseres] stop te zetten. Nuon heeft daartoe aangevoerd dat zij, in verband met het vermoeden van een hennepkwekerij, de meetinrichting van de woning heeft onderzocht. Daarbij is geconstateerd dat de zegeldraad los was van de zegel, dat de zegel was verbroken, dat de schroeven van het zogenaamd shuntje waren beschadigd en dat het shuntje op meerdere plaatsen was beschadigd. Door het opzij schuiven van het shuntje wordt de elektriciteitsmeter stil gezet. Hieruit en uit het lage verbruik in de periode 12 september 2001 tot en met 5 maart 2002 (935 kWh) blijkt volgens Nuon dat er is gefraudeerd.

In verband met die fraude heeft Nuon op grond van artikel 6: 52 BW de leveranties opgeschort tot [eiseres] de door Nuon geleden schade zou hebben vergoed, althans tot het moment dat duidelijk zou zijn dat [eiseres] zich niet schuldig zou hebben gemaakt aan de fraude en daar ook niet van op de hoogte was. Ten tijde van de afsluiting door Nuon op 5 maart 2002 mocht Nuon er van uitgaan dat zij door de fraude van [eiseres] een (aanzienlijke) vordering had op [eiseres].

4.2. Voorts betwist Nuon dat [eiseres] schade heeft geleden, althans stelt zij dat een deugdelijke onderbouwing van de gestelde schade ontbreekt.

4.2.1. Met betrekking tot het aquarium heeft Nuon aangevoerd dat het erg onwaarschijnlijk is dat [eiseres] voor een dergelijk hoog bedrag aan vissen en planten heeft gehad. Bovendien had het op de weg van [eiseres] gelegen schadebeperkende maatregelen te treffen.

4.2.2. Met betrekking tot de inhoud van de koelkast heeft Nuon aangevoerd dat het erg onwaarschijnlijk is dat [eiseres] voor een dergelijk bedrag aan levensmiddelen in de koelkast bewaarde. Dit geldt te meer omdat [eiseres] moet rondkomen van een bijstandsuitkering. Bovendien had [eiseres] ook in dit kader schadebeperkende maatregelen moeten treffen.

4.2.3. Ten aanzien van het kostgeld heeft Nuon aangevoerd dat [eiseres] dient te bewijzen dat zij dit heeft moeten betalen en waarvoor dat geld bestemd was. Voor zover dat geld tevens bestemd was ter vergoeding van maaltijden, kan dat deel niet als schadepost worden aangemerkt.

4.2.4. De gevorderde huurpenningen komen volgens Nuon zonder meer niet voor vergoeding in aanmerking omdat [eiseres] deze kosten ook zou hebben gehad indien de levering van stroom niet zou zijn gestaakt.

4.2.5. De gevorderde immateriële schade komt ingevolge artikel 6: 106 BW niet voor vergoeding in aanmerking.

4.2.6. De gevorderde kosten van rechtsbijstand heeft Nuon reeds in het kader van de voldoening aan het tussen partijen op 19 juni 2002 bij verstek gewezen kort geding vonnis voldaan.

in reconventie

4.4. In reconventie vordert Nuon een bedrag van € 686,12 wegens een betalingsachterstand, inclusief een bedrag van € 140,-- aan incassokosten. Nuon heeft een overzicht daarvan in het geding gebracht.

Naar aanleiding van het verweer van [eiseres] heeft Nuon gesteld dat [eiseres] het tweede termijnbedrag te laat heeft voldaan, waardoor de betalingsregeling is vervallen.

Nuon heeft [eiseres] een sommatiebrief verzonden met daarin het verzoek het verschuldigde bedrag te voldoen. [eiseres] heeft daaraan geen gehoor gegeven. Nuon was derhalve genoodzaakt de desbetreffende incassokosten te maken.

De beoordeling

in conventie

5.1. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of Nuon gerechtigd was de elektriciteitsleveranties te staken. Nuon stelt dat zij hiertoe gerechtigd was omdat haar een opschortingsrecht toekwam. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer niet opgaat. Een opschortingsbevoegdheid is een verweermiddel dat de schuldenaar in verband met een opeisbare tegenvordering op zijn schuldeiser heeft. Dat Nuon een opeisbare tegenvordering op [eiseres] heeft, is echter niet gesteld of gebleken. Nuon heeft slechts gesteld dat er een ernstig vermoeden bestaat dat [eiseres] bemoeienis heeft gehad met een hennepkwekerij en/of met frauduleuze handelingen aan de meetinrichting. Hieruit volgt echter niet zonder meer dat er sprake is van een opeisbare tegenvordering op [eiseres] op grond waarvan Nuon gerechtigd was de levering van elektriciteit op te schorten. Nuon dient zich te realiseren dat er een deugdelijke rechtsgrond dient te zijn voor het treffen van een zo ver strekkende maatregel als het staken van de levering van de elektriciteit.

Nu Nuon niet op grond van een opschortingsrecht gerechtigd was de elektriciteitslevering te staken en niet is gebleken op grond waarvan Nuon hiertoe wel gerechtigd zou zijn, geldt in deze procedure als vaststaand dat Nuon onrechtmatig heeft gehandeld door wel tot afsluiting van de elektriciteit over te gaan.

5.2. Het bovenstaande betekent dat indien [eiseres] door de afsluiting schade heeft geleden, Nuon deze schade dient te vergoeden. Het is echter aan [eiseres] om gemotiveerd te stellen - en bij betwisting te bewijzen - dat zij schade heeft geleden en wat de omvang van die schade is.

Het aquarium, de etenswaren en het kostgeld

5.2.1. De kantonrechter komt tot het oordeel dat [eiseres] in ieder geval met betrekking tot de door haar gevorderde bedragen voor het aquarium, de etenswaren en het kostgeld onvoldoende aan haar stelplicht heeft voldaan, nu zij - ondanks de betwisting van de zijde van Nuon - niet gemotiveerd onderbouwd heeft dat zij de gestelde schade daadwerkelijk heeft geleden. Bovendien had [eiseres] voor de begroting van de schade toch enige indicatie moeten geven van de factoren die daarvoor van belang zijn. [eiseres] heeft dat op geen enkele wijze gedaan. Bovendien is - ondanks het verweer van Nuon - niet gebleken dat [eiseres] voldaan heeft aan haar verplichting om haar schade zoveel mogelijk te beperken.

Nu [eiseres] heeft volstaan met het noemen van niet nader onderbouwde bedragen zal dit deel van de vordering als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd worden afgewezen. Aangezien [eiseres] dienaangaande niet aan haar stelplicht heeft voldaan, kan aan bewijslevering niet worden toegekomen.

De huur

5.2.2. [eiseres] vordert een bedrag ad € 520,08 wegens gederfd huurgenot. Nuon heeft naar het oordeel van de kantonrechter terecht gesteld dat dit geen schade is omdat [eiseres] de huur ook had moeten betalen indien Nuon de levering van de elektriciteit niet zou hebben gestaakt. Nu [eiseres] niet nader onderbouwd heeft dat zij hierdoor schade heeft geleden, zal ook dit deel van de vordering als ongegrond worden afgewezen.

Emotionele schade

5.2.3. De mogelijkheid van vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade is geregeld in artikel 6: 106 BW. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gesteld of gebleken dat één van de in dat artikelen genoemde gevallen aan de orde is. De gevorderde immateriële schade zal dan ook als ongegrond worden afgewezen.

Eigen bijdrage

5.2.4. In de kort geding procedure is een beslissing gegeven over de proceskosten. De door [eiseres] gemaakte kosten bestaande uit de eigen bijdrage komt niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.3. De kantonrechter gaat er van uit dat [eiseres], in verband met de bevoegdheidsgrens van de kantonrechter, niet langer de buitengerechtelijke incassokosten vordert. Voor het geval dit wel zo is, acht de kantonrechter deze kosten niet toewijsbaar nu [eiseres] met toevoeging procedeert.

5.4. Nu geen van de door [eiseres] aangevoerde schadeposten voor vergoeding in aanmerking komt, zal de vordering van [eiseres] worden afgewezen, waarbij [eiseres] zal worden verwezen in de proceskosten van het geding in conventie.

in reconventie

5.5. Nu [eiseres] het door Nuon gevorderde bedrag, zoals opgenomen in het door Nuon overgelegde overzicht, niet gemotiveerd heeft betwist, acht de kantonrechter dit bedrag toewijsbaar. [eiseres] heeft zich voor een deel van dat bedrag weliswaar beroepen op een getroffen betalingsregeling, doch uit de door haarzelf overgelegde stukken blijkt dat zij deze regeling niet correct is nagekomen. Tevens blijkt uit de door haar overgelegde stukken dat bij te laat betalen van een betalingstermijn, deze regeling zou vervallen. Het verweer van [eiseres] dat zij een betalingsregeling heeft getroffen kan haar dan ook niet baten.

5.6. De daarbij door Nuon gevorderde incassokosten acht de kantonrechter niet toewijsbaar, nu Nuon onvoldoende gemotiveerd onderbouwd heeft waarom [eiseres] deze kosten verschuldigd zou zijn.

5.7. Het in reconventie toe te wijzen bedrag bedraagt derhalve € 686,12 - € 140,-- = € 546,12, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de verschillende vervaldata.

5.8. [eiseres] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden verwezen in de kosten van het geding in reconventie.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering van [eiseres] af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in reconventie, tot op heden aan de zijde van Nuon begroot op € 540,-- wegens salaris;

in reconventie

veroordeelt [eiseres] tot betaling aan Nuon van een bedrag groot € 546,12 (zegge: vijfhonderdzesenveertig euro en twaalf eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de verschillende vervaldata;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in reconventie, tot op heden aan de zijde van Nuon begroot op € 180,-- wegens salaris;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41