Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO2458

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
20-01-2004
Datum publicatie
27-01-2004
Zaaknummer
129592 /CV EXPL 03-2673
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuur horecagelegenheid bij zwembad: verhuurder niet aansprakelijk voor omzetverlies exploitant horecagelegenheid ten gevolge van tijdelijke sluiting zwembad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

VONNIS

129592 /CV EXPL 03-2673

Uitspraak: 20 januari 2004

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

hierna te noemen [eiser],

gemachtigde: mr. L.T. den Hollander,

tegen

GEMEENTE LEEUWARDEN,

zetelend te Leeuwarden,

gedaagde,

hierna te noemen de gemeente,

gemachtigde: mr. W.H.R. van Boetzelaer.

OVERWEGINGEN

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen [eiser], gevorderd om het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leeuwarden te veroordelen tot betaling van € 10.591,65 met rente en kosten.

[eiser] heeft daarbij zeven producties in het geding gebracht.

De gemeente heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek, dupliek (met twee producties) en een akte uitlating producties aan de zijde van [eiser], is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De procespartijen

2. [eiser] heeft gedagvaard het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leeuwarden. Het College van Burgemeester en Wethouders is echter geen rechtspersoon. Nu door de gemeente Leeuwarden is geconcludeerd voor antwoord en ook in de overige processtukken de gemeente Leeuwarden door beide partijen is aangeduid als de gedaagde partij, gaat de kantonrechter er van uit dat de gemeente Leeuwarden (hierna aan te duiden als de gemeente) heeft te gelden als procespartij.

De feiten

3. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

3.1. [eiser] en de gemeente hebben op 10 juni 1992 een overeenkomst van verhuur en huur gesloten.

Artikel 1 van de huurovereenkomst bepaalt:

"Omschrijving van het verhuurde/gehuurde.

1. Verhuurder verhuurt aan huurder, die in huur aanneemt, een gedeelte van het sport- en recreatiebad De Blauwe Golf, staande en gelegen te Leeuwarden, te weten:

de horecavoorziening als omschreven in de bij deze overeenkomst behorende "verdere informatie".

2. Het gehuurde is bestemd om te worden ingericht en gebruikt als bedrijfsruimte voor een horecavoorziening.".

Artikel 5 bepaalt onder meer:

"Verplichtingen van de verhuurder.

1. Verhuurder is verplicht het gehuurde aan huurder te leveren en hem gedurende de huurtijd het rustig genot van het gehuurde te verschaffen, waaronder mede wordt begrepen het alleenrecht van verkoop van de consumptieartikelen en dranken in het sport- en recreatiebad en op de daarbij behorende parkeerruimte.

5. Verhuurder heft alle gebreken op, die het gebruik van het gehuurde verminderen of ernstig belemmeren, ook al kende hij deze niet bij de aanvang van de huur.

…".

Artikel 7 lid 2 van de huurovereenkomst luidt:

"Indien tijdens de huurperiode het gehuurde, als gevolg van storingen, overmacht of anderszins, dan wel als gevolg van stagnatie in de tot het gehuurde behorende apparatuur, installaties, e.d. tijdelijk niet naar zijn bestemming kan worden gebruikt, ziet huurder ervan af om daaraan enig recht op schadevergoeding door verhuurder te ontlenen.".

3.2. In 2001 is in het zwembad van Steenwijk een luchtbehandelings-kanaal/ventilatiekanaal naar beneden gekomen.

Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente in 2001 onderzoek laten doen door een ingenieursbureau of de ophangconstructies in de Blauwe Golf ook waren aangetast. Vervolgens zijn de roestvrijstalen onderdelen van de ophangconstructie vervangen door gegalvaniseerde onderdelen.

3.3. In de nacht van 13 op 14 mei 2002 is een ventilatiekanaal, waarvan de ophangconstructie niet vervangen was, neergestort en in het recreatiebad gevallen.

Vanaf 14 mei 2002 is het recreatiebad in verband met het verrichten van een onderzoek naar het ongeval en het herstellen van de schade vier weken gesloten geweest. Het wedstrijdbad en het instructiebad zijn niet gesloten geweest.

[eiser] heeft gedurende deze periode omzetverlies geleden.

Het standpunt van [eiser]

4.1. [eiser] vordert betaling van een bedrag ad € 8.738,-- wegens geleden omzetschade. Daarnaast vordert h

ij rente en buitengerechtelijke incassokosten.

4.2.1. [eiser] baseert zijn vordering primair op een toerekenbare tekortkoming van de gemeente in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst.

Op grond van artikel 5 lid 1 van de huurovereenkomst dient te gemeente [eiser] het rustig en ongestoord huurgenot te verschaffen. Op grond van artikel 5 lid 5 dient de gemeente alle gebreken op te heffen die het gebruik van het gehuurde verminderen of ernstig belemmeren.

De voorziening van het zwembad is onlosmakelijk verbonden met het zich in het gehuurde bevindende horecabedrijf. Doordat de gemeente onvoldoende onderhoud heeft gepleegd is in het recreatiebad een ventilatiekanaal naar beneden gekomen tengevolge waarvan dit bad enige tijd gesloten is geweest. Sluiting van het zwembad is een omstandigheid die het gebruik van het door [eiser] gehuurde gedeelte ernstig belemmert: er zijn minder bezoekers/gasten geweest. Hierdoor heeft [eiser] schade geleden.

4.2.2. Voorts heeft [eiser] aangevoerd dat de gemeente niet met succes een beroep kan doen op de exoneratieclausule in de huurovereenkomst omdat er sprake is van grove schuld aan de zijde van de gemeente. De gemeente heeft nagelaten een deugdelijk onderzoek te verrichten naar de toestand van de ophangconstructie van het luchtbehandelingskanaal/ventilatiekanaal.

4.3. Subsidiair baseert [eiser] zijn vordering op een onrechtmatige daad van de gemeente jegens hem.

4.4. Volgens [eiser] had de gemeente, gezien het gebeurde in Steenwijk, kunnen voorzien dat er zich problemen zouden kunnen voordoen met de ophangconstructie van het luchtbehandelingssysteem.

Het standpunt van de gemeente

5.1.1. De gemeente betwist dat er sprake is van wanprestatie.

De gemeente heeft daartoe aangevoerd dat [eiser] uitsluitend de onroerende zaak huurt, zoals gedefinieerd in de huurovereenkomst. De gemeente heeft geen omzetgarantie gegeven, noch heeft zij zich jegens [eiser] verbonden met betrekking tot de exploitatie. Ten aanzien van het gebruik van deze onroerende zaak heeft zich geen verstoring voorgedaan. Door het naar beneden komen van een ventilatiekanaal in een aangrenzende ruimte is [eiser] niet in zijn huurgenot geschaad. Dat het recreatiebad wegens reparatie gesloten is geweest heeft wellicht invloed op [eiser] in zijn hoedanigheid van ondernemer, maar dat is geen huurdersbelang.

5.1.2. Voorts heeft de gemeente aangevoerd dat haar geen verwijt kan worden gemaakt van het naar beneden komen van het ventilatiekanaal. De ophangconstructie van het in de nacht van 13 op 14 mei 2002 naar beneden gekomen ventilatiekanaal bleek verscholen/geïntegreerd te zijn in een mantelbuisconstructie van gegalvaniseerd staal. De kern van de ophangconstructie bleek naderhand wel van roestvrij staal. Vanwege het feit dat de kern van de ophangconstructie was verborgen, kon het ingenieursbureau in 2001 niet constateren dat er een ophangconstructie van roestvrij staal was.

5.1.3. Voor het geval er sprake zou zijn van wanprestatie, beroept de gemeente zich op artikel 7 lid 2 van de huurovereenkomst. Ingevolge dit artikel kan [eiser] geen schadevergoeding van de gemeente vorderen voor het tijdens de huurperiode tijdelijk niet kunnen gebruik van het gehuurde als horecagelegenheid. De gemeente betwist dat er sprake is van grove schuld.

5.2. Voorts betwist de gemeente dat er sprake is van een onrechtmatige daad. De gemeente heeft daartoe aangevoerd dat zij er alles aan gedaan heeft - na bekendheid met eventuele problemen aan het ophangsysteem - om ongevallen te voorkomen. Voor het geval er wel sprake is van een onrechtmatige daad, kan deze niet aan de gemeente worden toegerekend.

5.3. Tenslotte betwist de gemeente de hoogte van de gevorderde schade.

De beoordeling

6.1. De verplichtingen van de gemeente als verhuurder hebben betrekking op de door [eiser] gehuurde ruimte. Uiteraard heeft de gemeente ook de verplichting om de ventilatiekanalen in het zwembad goed te onderhouden, maar dat is geen verplichting die zij op grond van de huurovereenkomst jegens [eiser] heeft. Dat er in de ruimte gelegen naast de door [eiser] gehuurde ruimte iets is gebeurd, waardoor er minder bezoekers/gasten geweest zijn, staat dan ook los van de huurovereenkomst en de verplichtingen van de gemeente als verhuurder. Dat er een functionele relatie bestaat tussen het zwembad en de horecagelegenheid maakt zulks naar het oordeel van de kantonrechter niet anders. [eiser] heeft het gehuurde gedurende de periode dat het recreatiebad gesloten is geweest nog kunnen gebruiken overeenkomstig de bestemming van die ruimte, te weten het gebruik als horecavoorziening. Voldoende bezoekers is een voorwaarde voor een rendabele exploitatie. Wanneer er minder bezoekers komen, betekent dit echter niet dat het huurgenot van [eiser] is aangetast. [eiser] is naar het oordeel van de kantonrechter door de tijdelijke sluiting van het recreatiebad dan ook niet gestoord in zijn huurgenot. Er is dan ook geen sprake van wanprestatie aan de zijde van de gemeente.

6.2. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser], oftewel of het gedrag van de gemeente onbehoorlijk is geweest ten opzichte van [eiser]. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. De gemeente dient er zorg voor te dragen dat een voor het publiek toegankelijke gelegenheid als een zwembad voldoet aan de veiligheidseisen die daaraan in het maatschappelijk verkeer gesteld kunnen worden. Voldoet zij hier niet aan, dan kan dat onrechtmatig zijn jegens degene wiens veiligheid en/of gezondheid hierdoor in het gedrang komt. Het is echter niet onrechtmatig jegens degene die hierdoor minder omzet kan genereren. Het gestelde nalaten c.q. handelen van de gemeente kan dan ook niet als maatschappelijk onzorgvuldig jegens [eiser] worden gekwalificeerd.

6.3. De vordering van [eiser] zal dan ook worden afgewezen, waarbij [eiser] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van de procedure zal worden verwezen.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 540,-- wegens salaris;

Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 41