Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO2325

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
14-01-2004
Datum publicatie
26-01-2004
Zaaknummer
57645 HA ZA 03-248
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Curator dient een tweetal klachten in tegen een notaris bij de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden. De klachten worden ongegrond verklaard. Volgens de notaris zijn de klachten lichtvaardig ingediend en heeft de curator dus misbruik gemaakt van de bevoegdheid om vrijelijk een procedure te entameren. De notaris vordert schadevergoeding van de curator. De rechtbank wijst de vordering van de notaris af. Volgens de rechtbank is van misbruik van de bevoegdheid om een procedure te beginnen slechts onder bijzondere omstandigheden sprake. Hiervoor is onvoldoende dat een te entameren procedure van te voren weinig kans van slagen lijkt te hebben. In dit geval zijn er geen bijzondere omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat de curator misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om een procedure aan te vangen, aldus de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Uitspraak: 14 januari 2004

Zaak-/Rolnummer: 57645 / HA ZA 03-248

VONNIS

van de enkelvoudige handelskamer in de zaak van:

mr. [K.],

wonende te [woonplaats] en kantoorhoudende te [plaats],

eiser,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. P.E. Mazel te Groningen,

tegen

mr. [R.], zowel pro se als in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [D.] BV,

kantoorhoudende te [plaats],

gedaagde,

procureur: mr. A.J.H. Geense.

PROCESGANG

De zaak is bij dagvaarding van 21 maart 2003 aanhangig gemaakt. In de procedure zijn de volgende processtukken gewisseld:

* conclusie van antwoord van de zijde van gedaagde (voor zover geen onderscheid wordt gemaakt tussen mr. [R.] q.q. en mr. [R.] pro se hierna: mr. [R.]);

* conclusie van repliek, tevens verduidelijking van eis van de zijde van eiser (hierna:

mr. [K.]);

* conclusie van dupliek van de zijde van mr. [R.].

Partijen hebben producties overgelegd. Ten slotte is door partijen vonnis gevraagd.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vordering

De vordering van mr. [K.] strekt er -na wijziging van eis- toe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. mr. [R.] q.q. dan wel pro se veroordeelt tot betaling aan mr. [K.] van een bedrag groot 9.123,15 euro te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te berekenen vanaf 18 juni 2002 tot en met de dag der algehele voldoening;

2. mr. [R.] q.q. dan wel pro se veroordeelt tot betaling aan mr. [K.] van een

bedrag groot 681,50 euro te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te berekenen vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag der algehele voldoening;

3. mr. [R.] gebiedt op eerste verzoek van LAR aan LAR te betalen het honorarium c.a., voor zover redelijk, als door LAR aan mr. Tuinman betaald;

4. mr. [R.] q.q. dan wel pro se veroordeelt in de kosten van dit geding.

Mr. [R.] heeft tegen de vordering verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing van de vordering en tot veroordeling van mr. [K.] in de kosten van het geding.

2. Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

2.1. Op 1 december 2000 heeft mr. [K.] in opdracht van [D.] BV een aantal notariële akten verleden ten behoeve van de overdracht van de activa van [D.] BV aan derden.

2.2. [D.] BV is op 21 december 2000 in staat van faillissement verklaard, waarbij mr. [R.] is aangesteld als curator.

2.3. Bij faxbericht van 22 december 2000 heeft mr. [R.] mr. [K.] verzocht om afschriften van de op 1 december 2000 gepasseerde notariële akten. Mr. [K.] heeft dit bij brief van gelijke datum geweigerd met een beroep op zijn ambtsgeheim. Nadat de directeuren van [D.] BV schriftelijk toestemming hebben verleend tot inzage van de stukken door mr. [R.], heeft mr. [K.] de gewenste stukken op 28 december 2000 aan mr. [R.] gezonden.

2.4. Bij brief van 12 januari 2001 heeft mr. [R.] de vernietiging van de op 1 december 2000 verrichte rechtshandelingen ingeroepen op de grond dat de crediteuren van [D.] BV door deze transacties zijn benadeeld voor een bedrag van f 290.000,-.

Mr. [R.] is vervolgens met de kopers in overleg getreden, hetgeen ertoe heeft geleid dat de activa -inclusief een orderportefeuille die bij de vernietigde rechtshandelingen niet was overgedragen- aan dezelfde kopers zijn verkocht voor f 100.000,- meer dan het oorspronkelijke bedrag.

2.5. Mr. [R.] heeft tegen mr. [K.] twee klachten ingediend bij de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden. Deze klachten houden in dat mr. [K.] de afschriften van de akten niet op eerste verzoek aan mr. [R.] heeft afgegeven en dat mr. [K.] -wetende dat een faillissement aanstaande was en dat de activa voor een lagere waarde dan de getaxeerde onderhandse verkoopwaarde werden overgedragen- geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de crediteuren van [D.] BV door de transacties benadeeld zouden worden. Mr. [K.] is bij de mondelinge behandeling van de klacht bijgestaan door de advocaat mr. P. Tuinman.

2.6. Bij uitspraak van 12 maart 2002 heeft de Kamer van Toezicht de klachten van

mr. [R.] ongegrond verklaard.

2.7. Mr. [K.] heeft bij declaratie van 13 juni 2002 een bedrag van 9.123,15 euro aan

mr. [R.] in rekening gebracht. Dit bedrag bestaat -onder meer- uit 4.895,41 euro terzake van verrichte werkzaamheden voortvloeiende uit de door mr. [R.] ingediende klachten bij de Kamer van Toezicht, 165,- euro terzake van werkzaamheden in de maand december 2000 als gevolg van het verzoek tot afgifte van diverse kopieën en 2.975,- euro terzake van kosten die door notaris mr. Holtman aan mr. [K.] in rekening zijn gebracht voor een advies met betrekking tot de klachtprocedure.

2.8. Het honorarium van mr. Tuinman is op grond van een door mr. [K.] afgesloten overeenkomst van rechtsbijstandverzekering door LAR Rechtsbijstand betaald.

Standpunt van mr. [K.]

3.1. Mr. [R.] heeft de twee klachten lichtvaardig ingediend en heeft daardoor misbruik gemaakt van de bevoegdheid om vrijelijk een procedure te entameren. Hiermee heeft mr. [R.] onrechtmatig jegens mr. [K.] gehandeld.

3.2. De klachten waren van aanvang aan gedoemd te mislukken. Mr. [R.] had dit ook moeten weten, nu hij -als advocaat werkzaam bij een kantoor, waaraan ook notarissen zijn verbonden- op eenvoudige wijze kan beschikken over specifieke kennis over hetgeen van een notaris mag worden verwacht.

3.3. Bij de eerste klacht had mr. [R.] geen belang, nu hij de gewenste stukken binnen drie werkdagen heeft ontvangen en mr. [K.] in die periode steeds snel en zorgvuldig heeft gehandeld. Ten aanzien van de tweede klacht geldt hetzelfde. Ook meer in het algemeen kan worden afgevraagd wat het belang van mr. [R.] bij het voeren van de procedure is geweest. Vóór de uitspraak van de Kamer van Toezicht stond immers al vast dat er geen civiele vordering tegen mr. [K.] zou worden ingediend. Het belang van het goede functioneren van het notariaat in zijn geheel is niet een door de curator te behartigen belang. Mr. [R.] wilde alleen maar zijn gram halen.

3.4. De schade die mr. [K.] als gevolg van deze onrechtmatige daad heeft geleden dient mr. [R.] te vergoeden. De schade bestaat uit de kosten die mr. [K.] in verband met de behandeling van de klachten heeft gemaakt, zoals gespecificeerd in de declaratie van 13 juni 2002.

Standpunt van mr. [R.]

4.1. De klachten waren niet evident ongegrond. Van te voren heeft mr. [R.] op zijn kantoor collegiaal overleg gehad over eventuele klachten tegen mr. [K.]. De rechter-commissaris heeft ook ingestemd met het indienen van de klachten. Indien de zaak zo simpel was, had mr. [K.] geen rechtsbijstand behoeven in te roepen van mr. Tuinman en geen advies behoeven in te winnen bij notaris mr. [H.]. Mr. [R.] houdt zijn klachten ook nog steeds voor juist.

4.2. Dat mr. [R.] niet voornemens was een civiele vordering tegen mr. [K.] in te stellen, heeft niet tot gevolg dat hij misbruik heeft gemaakt van het recht een procedure aan te vangen. Het tuchtrecht dient immers niet om bewijs te vergaren voor een vermogens-rechtelijke claim, maar beoogt de stand van een bepaalde beroepsgroep op zeker professioneel en ethisch niveau te houden. Mr. [R.] behoeft derhalve niet persoonlijk of in zijn hoedanigheid van curator een belang bij de klachten te hebben.

4.3. Belang had mr. [R.] overigens wel bij het indienen van de klachten. Als curator heeft hij er belang bij dat hij voor het inzien van stukken niet afhankelijk is van toestemming van de directie tegen wie hij een verdenking van paulianeus handelen koestert. Ook heeft hij er belang bij dat een notaris, indien een faillissement van zijn cliënt in zicht is, zonodig zijn ministerie weigert, zodat de curator niet voor voldongen feiten wordt gesteld.

4.4. De (omvang van de) schade wordt betwist.

Het geschil en de beoordeling daarvan

5. Nu mr. [R.] dat gemotiveerd heeft gesteld en mr. [K.] het niet gemotiveerd heeft betwist, neemt de rechtbank als tussen partijen vaststaand aan dat mr. [R.] steeds heeft gehandeld als curator. Voor zover de vordering is gericht tegen

mr. [R.] pro se moet deze dus worden afgewezen.

6. Partijen twisten over de beantwoording van de vraag of mr. [R.] q.q. onrechtmatig jegens mr. [K.] heeft gehandeld en wel door misbruik te maken van de bevoegdheid vrijelijk een procedure aan te vangen.

7.1. Bij de beantwoording van deze vraag stelt de rechtbank voorop dat -gelet op de aard van de in beginsel aan een ieder toekomende bevoegdheid een procedure te beginnen- misbruik van deze bevoegdheid slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden aangenomen. Hiervoor is onvoldoende dat een te entameren procedure van te voren weinig kans van slagen lijkt te hebben. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding uitvoerig in te gaan op de vraag in hoeverre mr. [R.] q.q. had moeten weten dat zijn standpunt ten aanzien van de klachten juridisch onhoudbaar was, waarbij de rechtbank overweegt dat de klachten in ieder geval niet zo evident ongegrond waren dat deze bij voorbaat als kansloos moesten worden aangemerkt. Dat de klachten wellicht weinig kansrijk waren, had mr. [R.] q.q. er niet van behoeven te weerhouden om -na daartoe toestemming van de rechter-commissaris te hebben verkregen- een klachtprocedure te entameren.

7.2. Voor zover mr. [K.] heeft aangevoerd dat mr. [R.] q.q. geen belang had bij de klachtprocedure omdat al vóór de uitspraak van de Kamer van Toezicht vaststond dat er geen civiele vordering tegen mr. [K.] zou worden ingesteld, miskent hij het doel van de tuchtrechtspraak. Het doel hiervan is immers gelegen in het bevorderen van een juiste wijze van beroepsuitoefening en niet in het vergaren van bewijs voor een civielrechtelijke procedure tegen de notaris. Ook zonder dat mr. [R.] q.q. voornemens was mr. [K.] civielrechtelijk aansprakelijk te stellen, was het algemeen belang ermee gediend dat het -door mr. [R.] q.q. ter discussie gestelde- handelen van mr. [K.] aan de Kamer van Toezicht ter beoordeling werd voorgelegd. Dit geldt ook ten aanzien van de klacht dat mr. [K.] niet op eerste verzoek van de curator afschriften van de notariële akten heeft toegezonden. Weliswaar had mr. [K.] binnen drie werkdagen na het verzoek de gewenste stukken aan mr. [R.] q.q. opgestuurd, maar dit was pas nadat de directeuren van [D.] BV daartoe toestemming hadden gegeven. Het eigenlijke geschil over de vraag of mr. [K.] onjuist heeft gehandeld door eerst deze toestemming af te wachten, was dus blijven bestaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan een curator evenals iedere andere belanghebbende die zich op het standpunt stelt dat een notaris niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk notaris betaamt, ten dienste van het algemeen belang een klacht bij de Kamer van Toezicht indienen. De rechtbank zal dan ook voorbij gaan aan hetgeen mr. [K.] heeft betoogd omtrent de door een curator te behartigen belangen. Dat mr. [R.] geen enkel belang had bij het voeren van de klachtprocedure en alleen maar zijn gram heeft willen halen, is al met al onvoldoende gebleken.

7.3. Het voorgaande brengt mee dat uit hetgeen mr. [K.] heeft aangevoerd niet kan volgen dat sprake is van bijzondere omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat mr. [R.] q.q. misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid een procedure aan te vangen.

Het door mr. [K.] gestelde onrechtmatig handelen van mr. [R.] q.q. is derhalve niet komen vast te staan.

8. Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat de vordering, ook voor zover deze is gericht tegen mr. [R.] q.q., moet worden afgewezen.

9. Mr. [K.] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De rechtbank

wijst de vordering af;

veroordeelt mr. [K.] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van mr. [R.] q.q. begroot op 2€45,00 euro aan verschotten en op 660,00 euro aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 14 januari 2004.

fn 394