Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2004:AO2148

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
22-01-2004
Datum publicatie
22-01-2004
Zaaknummer
17/080114-03
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2269
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

12 jaar gevangenisstraf en TBS wegens -onder meer- het medeplegen van moord

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 22 januari 2004

Parketnummer: 17/080114-03

Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/040237-02.

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei, te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 9 januari 2004.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.C. Poiesz en mr. D.M. Leutenegger, beiden advocaat te Sneek.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder 1. primair, 2., 3. primair, 4. primair en 5. primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair:

hij op 1 juni 2003 te Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een pistool

kogels op die [slachtoffer 1] heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 20 juni 2003 te Leeuwarden, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op/nabij de Nieuwestad, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], welk geweld bestond uit het (met kracht) slaan en schoppen tegen lichaamsdelen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3];

3. primair:

dat [A] in de periode van 21 juni 2003 tot en met 22 juni 2003 te Leeuwarden, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedach-ten rade [B] en [C] en [D] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een pistool met gestrekte arm op die [B] en [C] en [D] heeft gericht, zulks terwijl deze personen zich op enige afstand van die [A] bevonden en heeft die [A] vervolgens kogels op die [B] en [C] en [D] afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot het plegen van welk feit verdachte toen aldaar, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een middel heeft verschaft, immers hebben verdachte en verdachtes mededader een pistool aan die [A] verstrekt;

4. primair:

hij op 26 juni 2003 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een pistool kogels in het hoofd van die [slachtoffer 4] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

5. primair:

hij op 26 juni 2003 te Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 5] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een pistool kogels in het hoofd van die [slachtoffer 5] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. primair: Poging tot doodslag.

2. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

3. primair: Medeplegen van medeplichtigheid tot poging tot moord.

4. primair: Medeplegen van moord.

5. primair: Medeplegen van poging tot moord.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, en het voorlichtingsrapport, de psychiatrische rapportage en de psychologische rapportage.

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1. primair, 2., 3. meer subsidiair, 4. primair en 5. primair telastegelegde tot twaalf jaren gevangenisstraf alsmede terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Verdachte is binnen enkele maanden betrokken geweest bij in elk geval een vijftal zeer ernstige geweldsmisdrijven. Daarbij zijn steeds mannen beschoten met een wapen dat ver-dachte samen met zijn mededader voortdurend onder handbereik had. Als gevolg daarvan vielen twee licht gewonden, twee zwaar gewonden en een dode te betreuren. Aannemelijk is dat de twee zwaargewonden blijvend ernstige gevolgen van hun letsel zullen ondervinden.

Zoals reeds uit de terzake opgemaakte processen-verbaal, alsook bij de behandeling ter terecht-zitting, kon blijken is verdachte daarbij, samen met zijn mededader, steeds zonder enige emotie te werk gegaan. Uiteindelijk hebben zij [slachtoffer 4], zoals tevoren afgesproken, met het vuurwapen meedogenloos vermoord, omdat zij vermoedden dat hij voornemens zou zijn een verklaring bij de politie af te leggen omtrent hun rol in een vorige zaak. Ook ten aanzien van [slachtoffer 5] was door verdachte en zijn mededader afgesproken dat hij zou worden gedood. Reden hiervoor was dat [slachtoffer 5], om de enkele reden dat was besloten om [slachtoffer 4] in het huis van [slachtoffer 5] te doden, getuige was van de moord op [slachtoffer 4]. Met betrek-king tot laatstgemelde twee feiten was het verdachte die het wapen heeft gehanteerd.

De deskundigen hebben zich in hun rapportages eenduidig uitgelaten omtrent hun conclusies en advies. Er is volgens hen geen sprake van een ziekelijke storing der geestvermogens, doch wel van een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens, een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, borderline en antisociale trekken. Deze stoornis is dusdanig ernstig dat verdachte weliswaar in staat was om het ongeoorloofde van het hem ten laste gelegde in te zien, doch onvoldoende in staat was om naar dit inzicht te kunnen handelen. Verdachte heeft dusdanig weinig contact met zijn angsten en gevoelens van onmacht dat hij zich te gemakkelijk en kritiekloos laat leiden door anderen die een schijnzekerheid bieden. Verdachte is daardoor volgens de deskundigen beïnvloedbaar en is daarom verminderd toerekeningsvatbaar. Deskundigen achten de kans groot dat verdachte zal recidiveren met soortgelijke delicten.

De psychiater stelt hieromtrent: "De gebrekkige ontwikkeling is te ernstig dat niet verwacht kan worden dat deze op korte termijn dusdanig beïnvloed kan worden dat het risico op herhaling binnen aanvaardbare grenzen komt. De intensiteit van de angsten is te groot om te bewerken binnen een ambulante behandeling. Een klinische behandeling is noodzakelijk en mogelijk om de persoonlijkheidsstoornis dusdanig te beïnvloeden dat de delictgevaarlijkheid binnen aanvaardbare grenzen komt."

De deskundigen adviseren verdachte ter beschikking te stellen met verpleging van overheids-wege. De rechtbank kan zich verenigen met die conclusies en dat advies en maakt die tot de hare. In tegenstelling tot hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, acht de rechtbank voornoem-de rapportages voldoende basis voor de te nemen beslissing nu de in die rapportages genoem-de gronden de conclusies kunnen dragen.

De psycholoog stelt nog in het rapport dat verdachte nog jong is en over groeipotentieel beschikt en het de moeite waard is om in hem te investeren. De deskundige verwacht dat verdachte kan profiteren van een behandeling, terwijl bij een lange gevangenis-straf het gevaar bestaat dat hij zich gaat pantseren.

De rechtbank heeft bij de beslissing meegewogen de buitengewone ernst van de bewezen-verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en heeft rekening gehouden ook met de omstandigheid dat verdachte op 24 januari 2003 terzake van vuurwapenbezit al eerder is veroordeeld. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Verdachte dient op grond van het voorgaande tot een vrijheidsstraf van aanmerkelijke duur te worden veroordeeld met terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

INBESLAGGENOMEN GOEDEREN

De rechtbank acht het inbeslaggenomen pistool, en de daarbij behorende munitie, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu met behulp van dit goed de onder 3. primair, 4.primair en 5. primair bewezenverklaarde feiten zijn begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet.

Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen zal de rechtbank gelasten dat deze aan de rechthebbende zullen worden teruggegeven, zoals nader in het dictum omschreven.

BENADEELDE PARTIJEN

1. [slachtoffer 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Nu de rechtbank tot het oordeel komt dat de gestelde schade niet rechtstreeks het gevolg is van het aan deze verdachte onder 2. bewezenverklaarde feit, dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering te worden verklaard.

2. [slachtoffer 3] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Nu de rechtbank tot het oordeel komt dat de gestelde schade niet rechtstreeks het gevolg is van het aan deze verdachte onder 2. bewezenverklaarde feit, dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering te worden verklaard.

3. [slachtoffer 5] heeft zich tijdens het onderzoek ter terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van het mondeling indienen van een vordering tot vergoe-ding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 5. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet danwel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

VORDERING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 24 januari 2003, gewezen door de politierechter in de rechtbank te Leeuwarden, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 8 februari 2003. Bij vordering d.d. 3 oktober 2003 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaarde-lijk opgelegde straf.

De hiervoor bewezenverklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. De rechtbank zal op grond daarvan de tenuitvoerlegging gelasten van voornoemde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 45, 47, 48, 57, 141, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1. primair, 2., 3. primair, 4. primair en 5. primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen pistool, merk Astra (oorspronkelijk een gaspistool merk Tanfoglio), model GT, kaliber 6.35 alsmede een doosje met 6.35 patronen, merk Browning.

Gelast de teruggave aan [E], thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei, te Leeuwarden, van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven plastic zakje met daarin bescheiden op naam van [E], van een brief, afzender [E] en van een proces-verbaal HTM d.d. 26/06/2003 te 17:20 uur te Den Haag op naam van [E].

Gelast de teruggave aan [F], adres onbekend, van een pasje van het Friesland College, OV nr. 1830225904.

Gelast de teruggave aan verdachte van de overige inbeslaggenomen, en nog niet teruggegeven goederen, te weten:

- een bivakmuts, merk Fila, kleur zwart

- een GSM, merk Nokia, kleur blauw

- een giropas op naam van [verdachte], pasnr. 047Z652

- een pet, kleur wit

- een jas, kleuren blauw, grijs en wit

- een GSM, merk Samsung, inclusief lader

- twee fotorolletjes, merk Fujifilm

- een adres/telefoonboekje

- een agenda ABVO, 1996, kleur blauw

- een zwart jack

- een baseball shirt, kleur wit/groen

- twee witte t-shirts en een wit jack, merk Kani, opschrift Brooklyn

- een A-4tje waarop tarieven vlucht KLM op Bonaire

- een stofzuigerzak

- drie grote zakken met diverse kledingstukken, uit slaapkamer II

- een Nederlands paspoort op naam van [verdachte]

- schoenen, Nike Air, maat 42 ½, kleur grijs

- schoenen, Adidas, maat 42, artikel nr. 148448

- schoenen, suede, halfhoog, maat 42, lichtbruin

- schoenen (nieuw) merk K-Swiss, maat 42, kleur wit

- schoenen, Nike Cross Training, maat 42, kleur grijs

- een grote zak diverse kledingstukken uit gangkast

- een lege schoenendoos, K-Swiss, met aankoopbon 02/07/2003

- een shirt, kleur blauw.

Benadeelde partijen:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk is in de vordering.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk is in de vordering. Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5], p/a mr. A.J. de Boer, advocatenkantoor Winnips & Schütz, Postbus 2662, 8901 AD Leeuwarden, toe bij wijze van voorschot en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], te betalen een som geld ten bedrage van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 235 dagen dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 20.000,00 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

17/040237-03:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden d.d. 24 januari 2003, te weten: drie maanden gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Bracht, voorzitter, mr. M.C. Fuhler en mr. G.A.M. Peper, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2004.

w.g. Bracht VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Fuhler de griffier van de rechtbank

Peper te Leeuwarden,

Komrij