Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AO3411

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-10-2003
Datum publicatie
12-02-2004
Zaaknummer
134509 / VZ EZ 03-62
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

4:149 BW: kantonrechter ontheft executeur-testamentair van diens functie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

BESCHIKKING EX ARTIKEL 4: 149 BW

134509 /EZ VERZ 03-62

Uitspraak: 10 oktober 2003

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde: mr. V.Th.E. Kuijpers,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

procederende in persoon.

OVERWEGINGEN

ten aanzien van het procesverloop

[verzoeker] heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 september 2003, verzocht:

a) [verweerder] met onmiddellijke ingang, althans op een nader te bepalen tijdstip, te ontheffen uit zijn functie van executeur, met bepaling dat hij rekening en verantwoording aflegt met betrekking tot onder andere de door hem aangegane verplichtingen, de door hem gedane betalingen, de openstaande schulden en onder opgave van alle uit de panden weggenomen en (eventueel) vernietigde goederen met hun bestemming en uit de kluizen en andere bergplaatsen weggenomen goederen en waardepapieren met hun bestemming, over de periode dat hij executeur is geweest binnen veertien dagen na betekening van deze uitspraak;

b) [verweerder] met onmiddellijke ingang, althans op een nader te bepalen tijdstip, te veroordelen alle toegangssleutels van de panden te Franeker, alle (waarde)papieren, waaronder de eigendomsbewijzen van de panden te Franeker, en alle overige financiële bescheiden (zoals de rekeningboekjes) te overhandigen aan een door de Rechtbank aan te wijzen notaris;

c) [verweerder] met onmiddellijke ingang, althans op een nader te bepalen tijdstip, te veroordelen mee te werken aan het nakomen van alle betalingsverplichtingen die op de boedel rusten, waaronder met de hoogste prioriteit de aflossing van de hypotheek aan de Friesland Bank uit de banktegoeden die zich in de nalatenschappen bevinden, een en ander voor zover de medewerking van hem hiervoor noodzakelijk is, binnen een termijn van tien dagen na betekening van deze uitspraak, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans voor een nader in goede justitie te bepalen bedrag en voor iedere dag dat [verweerder] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

d) [verweerder] te veroordelen tot medewerking aan het komen tot een verdeling van de nalatenschappen, met, indien [verweerder] het niet eens is over de keuze van de notaris, benoeming van een notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden der verdeling zullen plaatsvinden op de door deze of de gekozen notaris te bepalen tijd en plaats en met benoeming van een onzijdige persoon voor het geval hij niet meewerkt aan de bevolen verdeling, een en ander voor zover de medewerking van hem hiervoor noodzakelijk is, zulks onder verbeurte van een dwangsom van

€ 1.000,00 per dag, althans voor een nader in goede justitie te bepalen bedrag, en voor iedere dag dat [verweerder] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

e) [verweerder] te veroordelen in de kosten van dit geding, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen en met bepaling dat hij de wettelijke rente verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na betekening van deze uitspraak tot aan de dag der algehele voldoening.

[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.

Van [zus a] zijn - voorafgaand aan de terechtzitting - schriftelijke stukken ontvangen. [zus b] heeft - eveneens voorafgaand aan de zitting - telefonisch haar standpunt aan de griffier meegedeeld.

De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2003. Beide partijen zijn verschenen. Door de gemachtigde van [verzoeker] zijn pleitnotities overgelegd. Van het verhandelde zijn aantekeningen gemaakt door de griffier, welke bij de stukken zijn gevoegd. Ter zitting is het verzoek aangevuld met het verzoek om, ex artikel 4:142 BW, een vervanger voor [verweerder] als executeur-testamentair te benoemen.

De beschikking is op heden bepaald.

ten aanzien van de motivering

De feiten

1.1. Op 2 mei 2000 is de moeder van de erven [familienaam] overleden. In haar testament van 23 februari 1994 heeft zij [verweerder] onterfd en hem daarnaast aangewezen als executeur-testamentair. Het testament vermeldt (voor zover van belang):

Ik benoem tot uitvoerder van mijn uiterste wilsbeschikkingen, beredderaar van

mijn nalatenschap, met het recht tot inbezitneming van mijn nalatenschap voor

de tijd die daarvan nodig zal blijken te zijn, mijn zoon [verzoeker].

1.2. De afhandeling van het testament is aan notaris [x] opgedragen. In opdracht van [verweerder] heeft deze echter op 3 augustus 2001 de afhandeling van de erfenis gestaakt.

1.3. Na het overlijden van [voornaam] [familienaam] (de vader van de erfgenamen) op 26 november 1989 zijn tussen de erfgenamen geschillen ontstaan, welke er toe hebben geleid dat de erfgenamen thans verdeeld zijn in twee groepen, namelijk groep A (waartoe thans behoren [verweerder] en [zus a] en groep B (bestaande uit de overige erfgenamen, met uitzondering van [broer a] [familienaam]). Er heeft tot op heden geen verdeling plaatsgevonden van de nalatenschap van de vader. Ook de nalatenschap van de moeder is - als gevolg van de tussen de erfgenamen ontstane geschillen - tot op heden onverdeeld gebleven.

Het standpunt van [verzoeker]

2.1. [verzoeker] heeft gesteld dat [verweerder] zijn taken als executeur-testamentair niet (correct) uitvoert en bovendien zijn positie misbruikt met het oogmerk [verzoeker] en de overige erfgenamen te schaden. [verweerder] weigert te communiceren, handelt geheel eigenmachtig en verstrekt de overige erfgenamen geen informatie of verstrekt deze niet tijdig.

2.2. [verweerder] heeft de nalatenschappen niet als "goed huisvader" beheerd door achterstanden in betalingen op te laten lopen. Bovendien dult [verweerder] geen enkele inspraak van de overige erfgenamen ten aanzien van zijn handelen. [verweerder] streeft een alleenheerschappij met betrekking tot het beheer van de nalatenschappen na, waarbij hij eigenmachtig bestedingen doet en prioriteiten stelt zonder zich hiervoor te verantwoorden.

2.3. Ten slotte heeft [verzoeker] gesteld dat [verweerder] niet meewerkt aan het komen tot een verdeling van de nalatenschappen door telkens eisen te stellen waaraan door de erfgenamen van groep B niet voldaan kan worden.

Het standpunt van [verweerder]

3.1. [verweerder] heeft betwist dat hij weigerachtig is te komen tot een verdeling van de nalatenschap. [verweerder] heeft gesteld dat hij zijn taken als executeur-testamentair niet kan uitoefenen, aangezien de erfgenamen van Groep B niet bereid zijn mee te werken aan de afgifte van een verklaring van erfrecht. Een dergelijke verklaring is vereist voor het deblokkeren van de ervenrekening(en). Die rekening(en) is/zijn door [verzoeker] geblokkeerd.

3.2. Voorts heeft [verweerder] de stelling betwist dat hij zichzelf gelden zou hebben toegeëigend. [verweerder] heeft in eerste instantie alle rekeningen betreffende de nalatenschap voldaan. Later heeft hij de rekeningen doorgestuurd naar de andere erfgenamen, die de rekeningen vervolgens hebben teruggezonden naar [verweerder].

De beoordeling van het verzoek

4.1. De kantonrechter zal in de eerste plaats ingaan op de stelling van N. [familienaam], ter zitting gedaan, dat [verweerder] niet kan worden beschouwd als executeur-testamentair omdat hij niet het recht van executele heeft. De kantonrechter is van oordeel dat aan deze stelling voorbij moet worden gegaan. Vooropgesteld wordt dat de benoeming van de executeur-testamentair - gelet op artikel 133 Overgangswet NBW - moet worden beoordeeld naar oud recht. Artikel 4:1052 (oud) BW bepaalde dat het mogelijk is dat een erflater bij testament een executeur-testamentair benoemt (en daarmee het recht van executele wordt toegekend). Deze benoeming heeft zoals is gebleken uit de stukken op de voorgeschreven wijze plaatsgevonden en is derhalve geldig. De benoeming - zijnde een testamentaire beschikking - is weliswaar herroepelijk, maar in deze procedure is niet gebleken dat de benoeming op enig moment is herroepen. Daarnaast is niet gebleken dat de hoedanigheid van [verweerder] als executeur-testamentair op andere wijze is geëindigd. De kantonrechter gaat er derhalve van uit dat [verweerder] als executeur-testamentair moet worden beschouwd.

4.2. Vervolgens zal de kantonrechter een oordeel geven over het verzoek tot ontheffing van [verweerder] uit zijn functie van executeur-testamentair. Dit verzoek dient ingevolge artikel 133 Overgangswet NBW te worden beoordeeld naar nieuw recht. Dat artikel bepaalt dat afdeling 4.5.6 van toepassing is, voorzover aan de executeur-testamentair het bezit is toegekend en geen andersluidende bepalingen in de uiterste wil zijn opgenomen. Aan beide voorwaarden is blijkens het overgelegde testament voldaan.

4.3. Op grond van artikel 4:149 lid 2 BW kan aan de executeur-testamentair ontslag worden verleend indien er sprake is van gewichtige redenen. Naar het oordeel van de kantonrechter is in deze procedure gebleken dat er tussen [verweerder] en de erfgenamen een zodanig gebrek aan vertrouwen is ontstaan, dat laatstgenoemde daardoor niet (langer) kan functioneren in zijn hoedanigheid als executeur-testamentair. Zo heeft [verzoeker] ter zitting gesteld niet bereid te zijn mee te werken de aan afgifte van een verklaring van erfrecht die [verweerder] nodig heeft om over de gelden op de ervenrekening(en) te kunnen beschikken. Voorts zijn de - ter zitting gebleken - moeilijkheden met betrekking tot het beschikbaar maken van gelden van de ervenrekening(en) teneinde de hypothecaire schuld af te lossen en een dreigende executoriale verkoop van de tot de nalatenschap behorende onroerende zaken af te wenden, illustratief voor het tussen de erfgenamen bestaande wantrouwen. De kantonrechter is van oordeel dat het gebrek aan vertrouwen over en weer heeft geleid tot een impasse welke de vervulling van de functie door [verweerder], op een wijze die van hem in redelijkheid kan worden verlangd, belemmert. Het vorenstaande levert naar het oordeel van de kantonrechter een gewichtige reden op in de zin van artikel 4:149 lid 2 BW, zodat het verzoek van [verzoeker] voor toewijzing vatbaar is. De kantonrechter is van oordeel dat het gebrek aan vertrouwen dermate ernstig is gebleken, dat ontheffing met onmiddellijke ingang geboden is.

4.4. Met betrekking tot het verzoek tot benoeming van een vervanger voor [verweerder] als executeur-testamentair overweegt de kantonrechter als volgt. In weerwil van hetgeen ter terechtzitting is besproken, is de kantonrechter gebleken dat op grond van artikel 4:142, eerste lid, BW dit verzoek slechts kan worden toegewezen indien in het testament door de erflater is beschikt dat de kantonrechter bevoegd is op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen. Aangezien in de uiterste wilsbeschikking een dergelijke beschikking niet voorkomt, is de kantonrechter niet bevoegd een vervanger te benoemen en dient het verzoek mitsdien te worden afgewezen.

4.5. Door [verzoeker] is voorts verzocht dat door [verweerder] rekening en verantwoording wordt afgelegd met betrekking tot het door hem gevoerde beheer over de nalatenschap. De kantonrechter is van oordeel dat - nu aan [verweerder] ontslag als executeur-testamentair zal worden verleend - dit verzoek gelet op de artikelen 4:151 in verbinding met 4:161 BW dient te worden toegewezen. Deze beide artikelen - in onderling verband beschouwd - schrijven (imperatief) voor dat, zodra de bevoegdheid van de executeur-testamentair tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, rekening en verantwoording wordt afgelegd aan degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap bevoegd is. Deze beide artikelen bieden echter geen grondslag om de wijze van het afleggen van rekening en verantwoording te concretiseren op de wijze als onder punt a van het petitum.

4.6. Ten aanzien van de verzoeken onder b, c en d acht de kantonrechter zich niet bevoegd. Ingevolge artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering neemt de kantonrechter kennis van vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 5.000,00. Naar het oordeel van de kantonrechter is echter voldoende aannemelijk dat de vorderingen het belang van € 5.000,00 te boven (zullen) gaan, zodat deze vorderingen ter behandeling naar de Rechtbank, sector Civiel zullen (moeten) worden verwezen. De kantonrechter wijst partijen er op dat voor behandeling door voornoemde sector procureurstelling vereist is. Daarnaast wijst de kantonrechter partijen er op dat de onder b, c en d vermelde verzoeken bij exploit van dagvaarding aanhangig zullen moeten worden gemaakt.

4.7. Nu partijen over en weer deels in het (on)gelijk zijn gesteld acht de kantonrechter termen aanwezig de proceskosten op na te melden wijze te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontheft [verweerder] met onmiddellijke ingang uit zijn functie van executeur-testamentair;

bepaalt dat door [verweerder] - binnen veertien dagen na na betekening van deze beschikking - rekening en verantwoording wordt afgelegd aan degene die na hem tot beheer van de nalatenschap bevoegd is;

verwijst de procedure - in de stand waain deze zich thans bevindt - ten aanzien van de onder b, c en d vermelde verzoeken ter verdere behandeling naar de Rechtbank Leeuwarden, sector Civiel;

compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen, aan deze procedure verbonden kosten, draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2003 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.