Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AO1396

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
17-12-2003
Datum publicatie
22-01-2004
Zaaknummer
59908
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nigeriaanse vrouw en Nederlandse man willen trouwen. Vrouw beschikt niet over geverifieerde en gelegaliseerde geboorteakte en bewijs van huwelijksbevoegdheid. Ambtenaar burgerlijke stand acht stukken ongenoegzaam en weigert akte huwelijksaangifte op te maken.

Rechtbank: mede gelet op het in opdracht van de Nederlandse ambassade te Nigeria verrichte onderzoek, waaruit niet is gebleken van contra-indicaties terzake, is voldoende aannemelijk dat de door de vrouw aangereikte geboortegegevens correct zijn en dat zij ongehuwd is. Er is dan ook geen redelijke grond om het zwaarwegende recht van verzoekers, ex art. 12 EVRM, om te huwen, terzijde te schuiven. Niet valt in te zien hoe de door art. 1:44 BW bewaakte belangen daarmee wezenlijk zouden worden gediend. De vrouw dient te worden toegelaten het ontbreken van een genoegzame geboorteakte te verhelpen door het afleggen van een beëdigde verklaring als bedoeld in art. 1:45 lid 3 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

sector civiel recht

afdeling familierecht

Uitspraak: 17 december 2003

Rekestnummer: 1315/03

Zaaknummer: 59908

art. 1:27 BW

BESCHIKKING

van de rechtbank te Leeuwarden, meervoudige familiekamer, in de zaak van:

1. [verzoeker],

hierna ook te noemen [verzoeker],

2. [verzoekster]

hierna ook te noemen [verzoekster]

beiden wonende te Heerenveen,

verzoekers,

procureur mr. P. van der Sluis,

advocaat mr. M.M. Menheere te Den Haag,

tegen

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND

van de gemeente Heerenveen,

zetelend te Heerenveen,

hierna ook te noemen de ABS,

advocaat mr. M.J. van Pomeren te Amsterdam.

PROCESGANG

De ABS heeft verzoekers bij brief van 21 juli 2003 meegedeeld dat hij weigert medewerking te verlenen aan het opmaken van een akte van huwelijksaangifte, betreffende het voorgenomen huwelijk van verzoekers.

Verzoekers hebben zich tot de rechtbank gewend met een verzoekschrift, ertoe strekkende dat zal worden bepaald dat de weigering van de ABS ongegrond is en te bepalen en/of te gelasten dat [verzoekster] wordt toegelaten tot het afleggen van een verklaring ex artikel 1:45 lid 3 BW en dat alsnog een akte van huwelijksaangifte dient te worden op gemaakt en dat het huwelijk tussen verzoekers dient te worden voltrokken, althans te bepalen dat de door de ABS aangevoerde omstandigheden niet in de weg mogen staan aan het opmaken van de akte van huwelijksaangifte en de voltrekking van het huwelijk.

De ABS heeft een verweerschrift ingediend.

Behandeling vond plaats ter terechtzitting met gesloten deuren van de meervoudige kamer van deze rechtbank op 4 november 2003.

RECHTSOVERWEGINGEN

Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld en op de inhoud van het dossier, overweegt de rechtbank het volgende.

1. [verzoekster] is sinds mei 2000 in Nederland. Uit haar relatie met [verzoeker] zijn inmiddels, respectievelijk op 6 juni 2002 en 4 augustus 2003, twee kinderen geboren.Verzoekers wensen met elkaar te huwen. Daaraan staat in de weg de weigering van de ABS om een akte van huwelijksaangifte op te maken. De ABS heeft zijn weigering gebaseerd op de omstandigheid dat [verzoekster] niet in staat is een geboorteakte en een bewijs van ongehuwd zijn over te leggen, geverifieerd en gelegaliseerd door het Nederlandse ambassadekantoor te Lagos, Nigeria.

Daaromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

2. Verzoekers hebben aangevoerd dat er ten tijde van de geboorte van [verzoekster] in Nigeria geen sprake was van verplichte geboorteregistratie en dat in verband daarmee haar geboorte niet is geregistreerd. Zij stellen op dit punt dat [verzoekster] is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Nigeria. Voorts stellen zij dat [verzoekster] ongehuwd is. Ten bewijze hiervan hebben zij verklaringen hieromtrent overgelegd van de moeder van [verzoekster] van 30 april 2002, almede de volgende documenten:

-een ‘National Birth Certificate’ d.d. 2 mei 2002;

-een ‘non-certificate of marriage’ d.d. 30 april 2002,

welke documenten zijn afgegeven door de daartoe bevoegde Nigeriaanse autoriteiten.

[verzoekster] heeft genoemde documenten ter legalisatie afgegeven aan de Nederlandse Ambassade te Nigeria. Omdat Nigeria vanaf 1 april 1996 geldt als probleemland op het gebied van schriftelijke bewijsstukken, is ten aanzien van de afgegeven documenten inhoudelijke controle –in de vorm van een verificatie-onderzoek- gevolgd, in opdracht van de Nederlandse vertegenwoordiging in Nigeria. In het kader van dat onderzoek is niet komen vast te staan dat de in opgemelde documenten en verklaringen opgenomen gegevens waarheidsgetrouw zijn. Op grond hiervan is besloten legalisatie te weigeren. Het tegen dit besluit gerichte bezwaarschrift is vervolgens ongegrond verklaard.

3. De ABS heeft geweigerd een akte van aangifte van het door verzoekers voorgenomen huwelijk op te maken. Aan hem zijn namelijk niet alle in art. 1:44 BW bedoelde stukken overgelegd, terwijl hij de in plaats van de ontbrekende stukken aan hem overgelegde bescheiden –de hierboven reeds genoemde documenten- ongenoegzaam heeft geacht.

Naar het oordeel van de rechtbank behoorde de ABS bedoelde bescheiden ook ongenoegzaam te oordelen, omdat de weigering van de Nederlandse overheid om deze te legaliseren feitelijk het oordeel behelst dat deze bescheiden geen bewijs kunnen opleveren van de daarin opgenomen gegevens en dat deze als zodanig binnen de Nederlandse rechtsorde geen zelfstandige rol kunnen vervullen.

Het verzoek te bepalen dat genoemde weigering van de ABS ongegrond is, zal dan ook worden afgewezen.

4. Thans moet worden geconstateerd dat [verzoekster] in de onmogelijkheid verkeert om een geboorteakte over te leggen die voldoet aan de binnen de Nederlandse rechtsorde daaraan te stellen eisen, noch een toereikend bewijsstuk kan tonen betreffende haar huwelijksbevoegdheid. Opgemerkt zij dat er geen aanwijzingen zijn dat [verzoekster] zoals de ABS heeft geopperd, ten behoeve van het verificatie-onderzoek meer informatiebronnen had kunnen aandragen dan zij heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden geconcludeerd dat [verzoekster] daartoe niet het nodige heeft ondernomen.

4.1 Hoewel meergenoemd verificatie-onderzoek de juistheid van de gegevens, opgenomen in de overgelegde ‘National Birth Certificate’ en ‘non-certificate of marriage’ niet heeft kunnen bevestigen, blijkt daaruit ook niet van contra-indicaties terzake of van de onjuistheid van die gegevens.

4.2 Gelet hierop zijn er geen aanwijzingen dat [verzoekster] was gehuwd toen zij naar Nederland kwam. Er is dan ook geen aanleiding aan te nemen dat er sprake is van een huwelijksbeletsel in verband met de huwelijksbevoegdheid van [verzoekster].

4.3 Voorts blijkt wèl uit dat onderzoek dat [verzoekster] in 1979 is ingeschreven op de ‘[school]. Gelet op dit laatste acht de rechtbank het waarschijnlijk dat [verzoekster] is geboren te Urora, op of omstreeks de door haar genoemde geboortedatum. Dit rechtvaardigt in ieder geval de conclusie dat ook in de leeftijd of de afkomst van [verzoekster] geen huwelijksbeletsel ligt besloten.

5. Gezien het hierboven overwogene kan naar het oordeel van de rechtbank in het enkele ontbreken van (toereikende) bewijsstukken betreffende de geboorte en de huwelijksbevoegdheid van [verzoekster] geen redelijke grond worden gevonden om het krachtens artikel 12 EVRM aan verzoekers toekomende, zwaarwegende recht elkander te huwen terzijde te schuiven, temeer nu niet valt in te zien hoe de belangen die artikel 1:44 BW beoogt te bewaken in deze zaak met dit terzijde schuiven wezenlijk worden gediend.

5.1 Wat betreft de vraag naar de huwelijksbevoegdheid dient, gelet hierop, in deze zaak thans te worden voorbijgegaan aan het vereiste van overlegging van bewijsstukken als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub d BW.

5.2 Wat betreft de vraag naar de geboortegegevens geldt dat artikel 1:45 lid 3 BW de mogelijkheid biedt, het gemis van een geboorteakte als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub a BW te verhelpen. Nu die mogelijkheid er is, is er naar het oordeel van de rechtbank aanleiding deze te benutten. Opgemerkt zij dat de door [verzoekster] geproduceerde Nigeriaanse geboorteakte (‘National Birth Certificate’) niet kan worden aangemerkt als een geboorteakte als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub a BW, nu legalisatie daarvan is geweigerd en deze dus ontoereikend is bevonden om als een zodanige akte te kunnen gelden. Voor zover de ABS heeft willen betogen dat er geen ruimte is voor het laten afleggen van een beëdigde verklaring als bedoeld, omdat er wèl –zij het ontoereikende- geboortebescheiden in de zin van artikel 1:44 lid 1 sub a BW zijn overgelegd, legt de rechtbank dit betoog als onbegrijpelijk naast zich neer.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank het verzoek te gelasten dat [verzoekster] zal worden toegelaten tot het afleggen van een verklaring ex artikel 1:45 lid 3 BW toewijsbaar.

6. Op grond van het bovenstaande zal de rechtbank met betrekking tot het verzoek te gelasten dat alsnog een akte van huwelijksaangifte dient te worden opgemaakt beslissen als na te melden.

6.1 Aangezien een verklaring van de korpschef als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub k BW eerst wordt aangevraagd als aan de overige vereisten van genoemd artikel is voldaan, zal op dit punt een voorbehoud worden gemaakt.

7. De rechtbank zal de ABS thans niet gelasten het huwelijk tussen verzoekers te voltrekken, omdat zij op dit moment niet kan inschatten of er (voor het overige) nog huwelijksbeletselen aan het licht zullen treden.

8. Nu beide partijen ten dele in het gelijk zijn gesteld ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als na te melden.

BESLISSING

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen over te gaan tot het opmaken van een akte van huwelijksaangifte van [verzoeker] en [verzoekster] waarbij [verzoekster] zal worden toegelaten tot het afleggen van een beëdigde verklaring als bedoeld in artikel 1:45 lid 3 BW en waarbij voorbij zal worden gegaan aan het vereiste bewijsstukken over te leggen als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub d BW, voor zover [verzoekster] betreffende, één en ander onder voorbehoud dat een verklaring als bedoeld in artikel 1:44 lid 1 sub k BW zal worden overgelegd;

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, en mrs. A.E. Olthuis en A. Nijland, rechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 17 december 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.

(cc: 18)

Van de einduitspraak in deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden inge-steld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier.