Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AM3009

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-10-2003
Datum publicatie
24-10-2003
Zaaknummer
134023 /VZ VERZ 03-622
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Friesland Bank verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomsten met tientallen werknemers. Zes werknemers verzetten zich tegen het ontslag. Drie verzoeken worden toegewezen. Drie verzoeken worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2004, 6181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

BESCHIKKING EX ARTIKEL 7:685 BW

134023 /VZ VERZ 03-622

Uitspraak: 24 oktober 2003

in de zaak van

de naamloze vennootschap FRIESLAND BANK N.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

verzoekster,

hierna te noemen Friesland Bank,

gemachtigde: mr. W.M. Veldjesgraaf, advocaat te Leeuwarden,

tegen

[y],

wonende te [woonplaats},

verweerster,

hierna te noemen [y],

gemachtigde: mr. V.M.J. Both, advocaat te Leeuwarden.

OVERWEGINGEN

Het procesverloop

1.1. Friesland Bank heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 september 2003, verzocht om de tussen haar en [y] gesloten arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7:685 BW.

1.2. Het verweerschrift van [y] is binnengekomen op 3 oktober 2003.

1.3. De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2003. Van het verhandelde zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. Vervolgens is de beschikking op heden bepaald.

De feiten

2.1. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.2. [y] is op 1 april 1989 in dienst getreden bij Friesland Bank en was

laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker relaties en rekeningen tegen een bruto salaris van € 1.869,99 per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en 8,33% eindejaarsuitkering.

2.3. In 2002 heeft Friesland Bank besloten tot invoering van een nieuw bancair systeem ter vervanging van het overgrote deel van de technisch en economisch verouderde systemen. Deze invoering heeft tot gevolg dat er bij de werkeenheden Operations en ICT alsook in de kantorenorganisatie en bij de staf- en ondersteunende afdelingen verlies van arbeidsplaatsen zal optreden. In dat kader ziet Friesland Bank zich genoodzaakt om de arbeidsovereenkomsten met circa 50 medewerkers te beëindigen. Na overleg met de vakbonden over de sociale gevolgen en het verlies van arbeidsplaatsen is een sociaal plan tot stand gekomen, dat op 6 juni 2003 in werking is getreden.

2.4. Friesland Bank heeft in juni 2003 conform de in de CAO vastgelegde procedures vastgesteld welke functies zullen worden geraakt door de invoering van het nieuw bancair systeem. Vervolgens is door matchingcommissies bepaald wie van de betrokken werknemers binnen de betreffende werkeenheid kunnen worden herplaatst. Voor die medewerkers die niet voor herplaatsing in de werkeenheid in aanmerking komen, is conform het sociaal plan gedurende een periode van tien maanden een intern en extern herplaatsingstraject ingezet. Het traject is per 1 juli 2003 gestart.

2.5. In overleg met de vakbonden is ten aanzien van de bepalingen van

boventalligheid afgesproken dat deze kan plaatsvinden op basis van geschiktheid en vervolgens op anciënniteit, zulks om te waarborgen dat de medewerkers die zich gaan bezighouden met het nieuwe systeem in voldoende mate geschikt zijn.

2.6. De werkeenheid Operations, die circa 104 voltijd formatieplaatsen telt, bestaat uit zeven teams, te weten:

I. financieringen administratie

II. relaties en rekeningen

III. effectenbeheer

IV. betalingsverkeer

V. documentverwerking

VI. chartale diensten

VII. procesmanagement

Vanaf haar indiensttreding tot begin 2001 heeft [y] op de afdeling documentenverwerking gewerkt: thans is zij werkzaam op de afdeling relaties en rekeningen.

Het nieuw bancair systeem leidt tot boventalligheid van 23 medewerkers in drie van de zeven teams van de werkeenheid Operations. Bij het team relaties en rekeningen verdwijnen tien van de twaalf voltijd formatieplaatsen. Als gevolg van deeltijdbanen komt dat neer op dertien boventalligen van de vijftien medewerkers. Friesland Bank heeft twee medewerkers herplaatst: één op grond van niet-uitwisselbaarheid van functies en één op grond van de meeste anciënniteit. Bij team financieringen administratie en team betalingsverkeer verdwijnen eveneens medewerkers als gevolg van boventalligheid. Bij de overige vier teams is geen sprake van boventalligheid.

2.7. Friesland Bank heeft in het op 23 juni 2003 gevoerde "aanzeggesprek" aan [y] medegedeeld dat zij boventalig is geworden.

2.8. Op 2 juli 2003 heeft [y] zich tot de Toetsingscommissie Sociaal Plan gewend met een bezwaar casu quo klacht over de toepassing van het sociaal plan, in het bijzonder de inspanningsverplichting gedurende de herplaatsingsperiode van Friesland Bank om een passende functie aan te bieden, nu Friesland Bank volgens [y] aan haar heeft medegedeeld dat zij niet in aanmerking kwam voor herplaatsing. De Toetsingscommissie heeft het bezwaar op 25 augustus 2003 behandeld. De commissie heeft vastgesteld 'dat het management afstand heeft genomen van de gewraakte uitspraak waartegen het bezwaar is gericht' en heeft voorts overwogen 'dat het management op grond van het anciënniteitbeginsel in redelijkheid heeft kunnen besluiten de functie van [y] te laten vervallen'.

Het standpunt van Friesland Bank

3.1. Friesland Bank heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met [y] te ontbinden omdat er sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden, dat een beëindiging van het dienstverband noodzakelijk moet worden geacht. De arbeidsplaats van [y] komt als gevolg van de invoering van het nieuw bancair systeem te vervallen. Friesland Bank voert aan dat van de huidige vaste medewerkers relaties en rekeningen er slechts twee herplaatst kunnen worden, waarvan er één herplaatst wordt op grond van niet-uitwisselbaarheid van functies, nu deze medewerker zich bezighoudt met het specifieke onderdeel van de administratie Cards. Op grond van anciënniteit is een andere medewerker dan [y] in aanmerking gekomen voor de dan nog overblijvende functie.

3.2. Friesland Bank verzoekt de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2004 te ontbinden, indien zal blijken dat het niet mogelijk blijkt te zijn om [y] in het kader van het herplaatsingstraject te herplaatsen, onder toekenning van een vergoeding overeenkomstig het sociaal plan. Deze datum houdt verband met de met de vakbonden overeengekomen herplaatsingstermijn. Mocht zich binnen de herplaatsingstermijn alsnog een mogelijkheid voordoen om [y] te herplaatsen, dan zal Friesland Bank geen gebruik maken van de in deze kwestie te wijzen beschikking.

3.3. Begin 2001, toen [y] vanuit haar oude functie bij team documentenverwerking solliciteerde naar haar huidige functie, was bij Friesland Bank nog niet bekend dat de afdeling relaties en rekeningen zo goed als opgeheven zou worden. Het besluit tot invoering van het nieuw bancair systeem is pas in de loop van 2002 genomen en de concrete personele gevolgen zijn eerst in mei 2003 vastgesteld. Dat [y] voorheen werkzaam is geweest op de afdeling documentverwerking, impliceert nog niet dat daarmee haar oude functie uitwisselbaar zou zijn met haar huidige functie.

3.4. Friesland Bank betwist dat zij zich tot op heden niet of nauwelijks heeft ingespannen om [y] intern dan wel extern te herplaatsen. Ter adstructie heeft zij een aantal door haar verrichte inspanningen genoemd.

Het standpunt van [y]

4.1. [y] heeft zich verzet tegen het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, hoewel zij de noodzaak tot reorganiseren niet betwist heeft. [y] stelt dat zij, mede omdat Friesland Bank dat stimuleerde, destijds heeft gesolliciteerd naar haar huidige functie. Bij haar sollicitatie en daarna is aan [y] nimmer medegedeeld dat de afdeling relaties en rekeningen zo goed als opgeheven zou worden. [y] is van oordeel dat Friesland Bank door haar weigering om [y] terug te plaatsen naar haar oude functie op de afdeling documentenverwerking in strijd met het goed werkgeversschap handelt.

4.2. Voorts stelt [y] dat een verzoek om beëindiging van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:685 BW enkel kan indien de beëindiging "op korte termijn" zal plaatsvinden. Nu Friesland Bank verzoekt om per 1 mei 2004 te ontbinden, wordt aan "het korte termijn vereiste" niet voldaan. Aan de toezegging van Friesland Bank dat zij geen gebruik zal maken van de beschikking, hecht [y] geen waarde gelet op de voorgeschiedenis en de houding van Friesland Bank.

4.3. [y] voert aan dat Friesland Bank tot 25 augustus 2003 geen enkele inspanning heeft verricht om [y] te herplaatsen. De termijn van 10 maanden kan dan ook op zijn vroegst per die datum ingaan, waarmee een eventuele ontbinding van de arbeidsovereenkomst eerst na 25 juni 2004 aan de orde kan zijn.

4.4. Vervolgens meent [y] dat Friesland Bank zich niet aan haar inspanningsverplichting zoals bepaald in het sociaal plan heeft gehouden. Dat Friesland Bank deze verplichting niet serieus neemt, blijkt ook uit de afwijzing van een door [y] ondernomen sollicitatiepoging naar de functie medewerker documentenverwerking: een passende functie die [y] voor haar huidige functie gedurende elf en een half jaar naar tevredenheid heeft uitgeoefend.

4.5. Tot slot betwist [y] dat zij op grond van haar anciënniteit boventallig is althans dat haar anciënniteit aan interne herplaatsing in de weg staat.

De beoordeling

5. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

6. Er met Friesland Bank van uitgaande, dat de invoering van het nieuw bancair systeem van groot belang is omdat zij anders de aansluiting met andere banken dreigt te verliezen, waar het gaat om continuïteit, efficiency, flexibiliteit, kwaliteit, en, meer concreet ten aanzien van het rendement van de kernactiviteiten, zodat ter ondersteuning van de versterking van de concurrentiepositie van de onderneming een reorganisatie geboden is, die onder meer meebrengt, dat personeel dient af te vloeien, dient de kantonrechter de vraag te beantwoorden of getoetst aan de concrete feiten en het recht, ook het dienstverband met [y] moet worden beëindigd, zoals Friesland bank thans bepleit.

7. Vast is komen te staan dat de werkeenheid Operations uit zeven teams bestaat,

waaronder team relaties en rekeningen alwaar [y] werkzaam is. Voorts is komen vast te staan dat Friesland Bank de anciënniteit van haar medewerkers per team heeft bepaald en deze vaststelling niet "Operation-breed" heeft verricht. De kantonrechter acht het niet onaannemelijk dat indien Friesland Bank zulks wel had gedaan, de anciënniteit van [y] een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de weg zou staan. De kantonrechter kan dit evenwel niet met zekerheid vaststellen nu Friesland Bank enkel een lijst heeft overgelegd met daarop de vijftien werknemers van de afdeling relaties en rekeningen. Van enige noodzaak om de anciënniteit per team te bepalen is de kantonrechter niet gebleken.

Dat de per team verschillende functies niet uitwisselbaar zouden zijn - zoals door Friesland Bank betoogd - dan wel dat medewerkers niet geacht moeten worden zich binnen een korte termijn de vaardigheden behorend bij een nieuwe functie op een andere afdeling eigen te kunnen maken, is naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog niet komen vast te staan.

8. Met betrekking tot de herplaatsing van de korter-in-dienst-zijnde collega van [y] als gevolg van vermeende niet uitwisselbaarheid overweegt de kantonrechter het volgende. Ten opzichte van deze wel herplaatste medewerker neemt [y] qua anciënniteit een sterkere positie in. De kantonrechter overweegt echter dat een ondernemer binnen bepaalde grenzen de bevoegdheid heeft om in voorkomende gevallen de selectie van werknemers te laten plaatsvinden op basis van bijzondere kennis, bekwaamheden of competenties. Een afwijking van het anciënniteitsbeginsel is in dat kader mogelijk. Echter, in casu heeft Friesland Bank niet althans onvoldoende aannemelijk weten te maken dat de functies van [y] en haar collega werkelijk verschillen. Anders dan Friesland Bank is de kantonrechter van oordeel dat het salarisverschil daarvoor niet doorslaggevend dan wel medebepalend is, nu het verschil tussen de bezoldiging van beide medewerkers minimaal is: slechts één schaal. Ook hier is niet gebleken dat [y] zich de vaardigheden van het specifieke onderdeel administratie Cards, niet (binnen kort tijdsbestek) eigen zou kunnen maken. De kantonrechter overweegt dat met betrekking tot deze functies onvoldoende informatie is overgelegd die de stelling van Friesland Bank dat de functies niet uitwisselbaar zijn dan wel dat [y] niet in staat moet worden geacht deze werkzaamheden te kunnen uitoefenen, onderbouwen dan wel bevestigen.

9. Nu gesteld noch gebleken is, dat van de functies die niet komen te vervallen binnen de werkeenheid Operations er één of meer in het kader van reorganisatie zullen verdwijnen en evenmin, dat [y], die een relatief lange loopbaan in het bankwezen achter de rug heeft, niet voor arbeid op een van de genoemde afdelingen in aanmerking mag worden gebracht, komt de kantonrechter tot het oordeel dat het verzoek als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd moet worden afgewezen. Het eerder door [y] vermelde en door Friesland Bank niet betwiste beleidsvoornemen het personeel zoveel mogelijk op verschillende posities inzetbaar te maken, draagt tot dat oordeel bij.

10. Nu de kantonrechter van oordeel is dat Friesland Bank niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de hiervoor bedoelde wijziging in de omstandigheden rechtvaardigt dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve (op korte termijn) eindigt, behoeven de overige verweren van [y] geen bespreking.

11. Friesland Bank zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek van Friesland Bank af;

veroordeelt Friesland Bank in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [y] begroot op € 450,-- wegens salaris;

Aldus gegeven te Leeuwarden door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2003 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

C 151