Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AL9037

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-10-2003
Datum publicatie
17-10-2003
Zaaknummer
59070 03-1205
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onbetrouwbare papieren uit Nigeria niet doorslaggevend voor de vraag of al dan niet een huwelijk kan

plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

sector civiel recht

afdeling familierecht

Uitspraak: 8 oktober 2003

Rekestnummer: 03-1025

Zaaknummer: 59070

VERZOEKSCHRIFT ex art. 1:27 BW

BESCHIKKING

van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

1. [verzoeker],

en

2. [verzoekster],

beiden wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de verzoekers,

procureur mr.V.M.J. Both,

advocaat mr S.S. Jangali te Amsterdam,

tegen

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen,

zetelend te Heerenveen,

hierna ook te noemen verweerder

PROCESGANG

Bij de rechtbank is een verzoek binnengekomen daartoe strekkende dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen zal worden gelast tot het opmaken van een akte van huwelijksaangifte.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 12 september 2003.

RECHTSOVERWEGINGEN

Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld en op de inhoud van het dossier, overweegt de rechtbank het volgende.

Verzoekers hebben verzocht de ambtenaar te gelasten om een akte van ondertrouw tussen hen op te maken.

In april 2003 hebben verzoekers bij de ambtenaar dit verzoek gedaan. De ambtenaar heeft geweigerd de akte op te maken, omdat op basis van de overgelegde stukken onvoldoende vastgesteld kan worden wat de burgerlijke staat van de vrouw is, mede tengevolge van het feit dat haar geboortedatum niet geverifieerd kan worden en onvoldoende vaststaat. De door verzoekers aan de ambtenaar overgelegde stukken komen niet voor legalisatie en verificatie in aanmerking en zijn hierdoor niet geschikt voor gebruik binnen de Nederlandse rechtsorde.

Verzoekers stellen dat de identiteit van verzoekster en haar burgerlijke staat voldoende vaststaan, zodat zij tot het afleggen van de eed als bedoeld in art. 1:45 BW behoort te worden toegelaten. In elk geval behoort een huwelijk tussen partijen gesloten te kunnen worden.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen partijen daarover hebben aangevoerd en overgelegd, het niet aannemelijk is dat partijen op enig moment over objectieve gegevens zullen kunnen beschikken.

De formele problemen van verzoekers zijn dan ook niet oplosbaar. Het zal derhalve niet mogelijk zijn om de papieren impasse te doorbreken. De rechtbank acht het resultaat tot nu toe daarvan, te weten dat in feite als gevolg van onduidelijkheid over de geboortedatum van verzoekster verzoekers niet in het huwelijk kunnen treden, niet aanvaardbaar. Wanneer er van mag worden uitgegaan dat er geen inhoudelijke huwelijksbeletselen bestaan - en dat mag wanneer er geen concrete aanwijzingen van het tegendeel bestaan - behoren verzoekers met elkaar te kunnen huwen.

De ambtenaar heeft ter zitting gesteld dat hij niet kan beoordelen of er inhoudelijke huwelijksbeletselen zijn, omdat hij niet over betrouwbare gegevens beschikt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt daarmee teveel vastgehouden aan de formele vereisten van legalisatie en verificatie van de papieren van verzoekster. In plaats daarvan dient te worden beoordeeld of de belangen van verzoekster (om te kunnen huwen) moeten prevaleren boven die, gediend met het stellen van de eis van verificatie en legalisatie. Nu de ambtenaar die afweging niet gemaakt heeft zal de rechtbank die maken.

Uit de stukken is voor de rechtbank in voldoende mate aannemelijk geworden dat verzoekster, zoals hierboven al overwogen, niet aan een reguliere geboorteakte zal kunnen komen, alleen al omdat dergelijke akten ten tijde van haar geboorte in Nigeria niet werden opgemaakt (zie o.m. de overgelegde verklaring van de National Population Commission). Evenzeer is aannemelijk dat verzoekster is geboren op de door haar gestelde datum, althans in het door haar gestelde jaar, en dat zij niet gehuwd is; de rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van de daaromtrent overgelegde onderzoeksgegevens te twijfelen. Nu de rechtbank op grond hiervan tot de conclusie komt dat het onaannemelijk is dat er sprake is van inhoudelijke huwelijksbeletsels moet het belang van verzoekster om te kunnen huwen prevaleren boven de belangen die gediend zijn met de eis van verificatie en legalisatie van haar papieren. De rechtbank zal de ambtenaar dan ook gelasten als hierna te melden. Daarbij zal de rechtbank de ambtenaar de vrijheid vergunnen te verlangen dat verzoekster de eed als bedoeld in art. 1:45 BW aflegt, nu dit ook door verzoekster is aangeboden te doen.

Nu de ambtenaar in het ongelijk wordt gesteld zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESLISSING

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen over te gaan tot het opmaken van een akte van huwelijksaangifte van verzoekers als bedoeld in art. 1:43 BW, zonder daarbij de eis te stellen dat voldaan is aan het voorschrift van art. 1:44 lid 1 onder a en d voorzover betrekking hebbende op verzoekster, een en ander al dan niet nadat verzoekster de beëdigde verklaring als bedoeld in art. 1:45 lid 3 BW zal hebben afgelegd;

veroordeelt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen in de kosten aan de zijde van verzoekers begroot op € 162,-- aan verschotten en € 780,-- aan salaris procureur;

veroordeelt mitsdien de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Heerenveen tot betaling aan:

A. de griffier van de rechtbank voor:

* het in debet gesteld vast recht € 121,50

* salaris procureur € 780,--

derhalve in totaal € 901,50

met welk bedrag de griffier zal dienen te handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 234 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

B. verzoekers

* voor het niet in debet gestelde vast recht € 40,50.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. J.D.S.L. Bosch, lid van de kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 8 oktober 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van de einduitspraak in deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier.