Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AI1069

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
05-08-2003
Datum publicatie
14-08-2003
Zaaknummer
17/080151-02vev
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5352
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is schuldig verklaard aan medeplichtigheid aan moord. Door een medeverdachte is de ex-vriend van verdachte met een mes om het leven gebracht. Verdachte heeft daarbij inlichtingen verstrekt zonder welke de medeverdachte niet in staat was geweest het feit te plegen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 5 augustus 2003

Parketnummer: 17/080151-02

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 22 juli 2003.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K.J. Meijer, advocaat te Sint Annaparochie.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

PARTIËLE VRIJSPRAAK

De verdachte moet van het primair en subsidiair telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet bewezen acht.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het meer subsidiair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

[medeverdachte a] in de nacht van 7 op 8 september 2002 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft [medeverdachte a] met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen met een mes in de borst, in elk geval het lichaam, gestoken, waardoor onder meer de lichaamsslagader van die voornoemde [slachtoffer] is beschadigd, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode omvattende de dagen 7 september 2002 en 8 september 2002 te Drachten, in de gemeente Smallingerland en/of te Burgum, in de gemeente Tytsjerksteradiel, opzettelijk inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door opzettelijk zich, zulks nadat die [medeverdachte a] aan haar verdachte het voornemen kenbaar had gemaakt dat die [slachtoffer] maar eens moest worden opgezocht om verhaal te halen en dat die [slachtoffer] tikken moest hebben, althans woorden van gelijke aard of strekking, en zulks terwijl verdachte met dat voornemen instemde en die [medeverdachte a] de woorden heeft toegevoegd: "Eindelijk iemand die er iets aan doet", althans woorden van gelijke aard of strekking, toen aldaar tezamen met een ander ([medeverdachte b]) en die [medeverdachte a] in een auto naar de woning van die [slachtoffer] te laten vervoeren en dat verdachte vervolgens aanwijzingen heeft gegeven aan de chauffeur van die auto omtrent de woonplaats en het adres van die [slachtoffer] en vervolgens die [medeverdachte a] en die ander kenbaar heeft gemaakt in welke flatwoning die [slachtoffer] woonachtig was en die [medeverdachte a] en die ander de woorden toe te voegen "Dit is [slachtoffer] zijn woning", althans woorden van gelijke aard of strekking, en vervolgens bij de flatwoning van die [slachtoffer] heeft aangebeld en vervolgens die [slachtoffer] heeft aangesproken.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

meer subsidiair:

Medeplichtigheid aan moord

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het meer subsidiair telastegelegde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van het voorarrest alsmede toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tevens heeft de officier van justitie de gevangenneming van verdachte bij een veroordeling gevorderd.

Verdachte is schuldig verklaard aan medeplichtigheid aan moord. Door een [medeverdachte a] is de ex-vriend van verdachte met een mes om het leven gebracht. Daaraan voorafgaand is een telefonische woordenstrijd met het slachtoffer gevoerd, waarbij zowel het slachtoffer, de [medeverdachte a] als verdachte [verdachte] zich niet onbetuigd hebben gelaten. Door de [medeverdachte a] is vervolgens de beslissing genomen het slachtoffer te gaan opzoeken met de fatale steekpartij als gevolg. Verdachte is met de [medeverdachte a] meegegaan naar de woning van het slachtoffer. Verdachte heeft daarbij inlichtingen verstrekt zonder welke de [medeverdachte a] niet in staat was geweest het feit te plegen. Door aldus te handelen heeft verdachte een cruciale rol gespeeld bij het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zij - onder invloed van alcohol - aldus handelende een stimulerende invloed heeft gehad op de [medeverdachte a]. Dat niet bewezen is geacht dat verdachte zelf de opzet heeft gehad op het doden van het slachtoffer doet niet af aan haar inbreng bij het plegen van het feit, doch de rechtbank zal daarmee wel rekening houden bij het bepalen van de strafmaat.

De rechtbank maakt zich daarnaast zorgen over het alcoholgebruik van verdachte. De invloed van alcohol op het gepleegde feit is dominant geweest en de vrees van de rapporteur van de Reclassering Nederland dat verdachte zelf niet in staat is professionele hulp te zoeken voor haar probleem bleek ter terechtzitting bewaarheid. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de op te leggen straf verdachte doet realiseren dat de alcohol een blijvend probleem vormt indien verdachte zelf geen stappen onderneemt daaraan iets te doen.

Alles overwegende acht de rechtbank de na te noemen straf passend.

BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte meer subsidiair telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en haar raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal de vordering hoofdelijk opleggen.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 48 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het meer subsidiair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van TWEE JAREN.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te [adres], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.513,19 (zegge: tweeduizend vijfhonderddertien euro en negentien eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], te betalen een som geld ten bedrage van € 2.513,19 (zegge: tweeduizend vijfhonderddertien euro en negentien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.513,19 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Kuizenga, voorzitter, mr. H.G. Aaldriks en mr. J.J. Beswerda, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2003.

Mr. Beswerda is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/080151-02

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 22 juli 2003.

Tegenwoordig:

mr. B. Kuizenga, voorzitter,

mr. H.G. Aaldriks en mr. J.J. Beswerda, rechters,

mr. G. Veurink, officier van justitie en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. K.J. Meijer, advocaat te Sint Annaparochie.

Ter terechtzitting is tevens verschenen [benadeelde partij] als benadeelde partij.

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 5 augustus 2003 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.