Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AI0492

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-07-2003
Datum publicatie
28-07-2003
Zaaknummer
118179 /CV EXPL 02-1887
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Accountant is niet tekortgeschoten bij de uitoefening van de hem opgedragen werkzaamheden. Hij heeft dan ook recht op betaling voor deze werkzaamheden. Tegenvordering van gedaagde, gebaseerd op tekortschieten van de accountant, wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Heerenveen

Uitspraak: 24 juli 2003

Zaak-/Rolnummer: 118179 /CV EXPL 02-1887

VONNIS

in de zaak van:

de besloten vennootschap

DE JAGER ACCOUNTANCY B.V.,

gevestigd te Sneek,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: De Jager & De Veen, gerechtsdeurwaarders,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[x],

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procederende bij gedaagde sub 2.

PROCESGANG

Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen De Jager, gevorderd om gedaagde partij, hierna gezamenlijk te noemen [gedaagde], hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag groot €euro 4088,43, met rente en kosten.

Bij de dagvaarding heeft De Jager producties in het geding gebracht.

[gedaagde] heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist en heeft in reconventie, op daarbij vermelde gronden, gevorderd om De Jager te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met kosten.

Na repliek in conventie tevens antwoord in reconventie, dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, en dupliek in reconventie, is vonnis bepaald op de stukken van het geding, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten

1.1. Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

1.2. Tussen De Jager als opdrachtneemster en [gedaagde] als opdrachtgeefster is in maart 2001 een overeenkomst tot stand gekomen, waarbij [gedaagde] De Jager heeft opgedragen om werkzaamheden op accountancygebied te verrichten. Bij brief van 5 maart 2001 heeft De Jager de aan haar verstrekte opdracht bevestigd. In de opdrachtbevestiging wordt van de zijde van De Jager onder meer het volgende opgemerkt:

U heeft ons verzocht de volgende werkzaamheden te verrichten:

§ het begeleiden van uw financiële administratie

§ het samenstellen van een jaarrekening van uw onderneming

§ het samenstellen van uw aangifte inkomstenbelasting

§ het geven van adviezen in de ruimste zin van het woord

Op basis van de door u te verstrekken gegevens zullen wij de jaarrekening van uw onderneming over 2000 en daarna samenstellen. De opdracht duurt tot op het moment dat u of wij kenbaar maakt of maken dat de opdracht niet wordt gecontinueerd. (..…)

Voorts merken wij op dat u verantwoordelijk bent voor zowel de juistheid als de volledigheid van de aan ons ter beschikking gestelde informatie en de verantwoordelijkheid ten opzichte van de gebruikers van de door ons samengestelde informatie draagt.

Deze verantwoordelijkheid strekt zich ook uit tot de inrichting van een toereikende administratie en maatregelen van interne controle alsmede tot de keuze en het toepassen van juiste waarderingsgrondslagen. (..)

Deze opdrachtbevestiging blijft voor de komende jaren van kracht voor zover deze niet wordt ingetrokken, aangevuld of vervangen.

Wij verzoeken u vriendelijk de ingesloten kopie van deze brief te dateren, te ondertekenen en te retourneren als blijk van uw instemming met de opdrachtvoorwaarden inzake de door ons te verrichten samenstellingswerkzaamheden.

1.3. [gedaagde] heeft de opdrachtbevestiging op 8 maart 2001 ondertekend en vervolgens geretourneerd aan De Jager.

1.4. De jaarrekening over het jaar 2001 is door De Jager op 3 juni 2002 in concept aan [gedaagde] toegezonden.

1.5. De Jager heeft [gedaagde] bij voorschotnota van 5 juni 2002 in verband met het opstellen van de jaarrekening over 2001 een bedrag van €euro 2380,00 in rekening gebracht. Bij factuur van 1 augustus 2002 heeft De Jager nog een bedrag van €euro 1090,64 aan [gedaagde] in rekening gebracht. Beide facturen zijn tot op heden niet voldaan door [gedaagde].

1.6. [gedaagde] heeft bij brief van 16 oktober 2002 de aan De Jager verstrekte opdracht ingetrokken en voorts De Jager aansprakelijk gesteld voor geleden schade.

2. Het standpunt van De Jager in conventie

2.1. De Jager baseert haar vordering op de hiervoor vermelde vaststaande feiten en vordert betaling van de twee aan [gedaagde] toegezonden facturen, daartoe stellende dat zij de aan haar verstrekte opdracht naar behoren heeft uitgevoerd. De verrichte werkzaamheden dienen te worden getoetst aan de offerte van De Jager van 5 maart 2001. De Jager heeft geheel conform deze offerte haar werkzaamheden ten behoeve van [gedaagde] verricht. Er is dan ook geen sprake van enige tekortkoming aan de zijde van De Jager.

2.2. De Jager heeft in reactie op het verweer van [gedaagde] naar voren gebracht dat zij [gedaagde] zou begeleiden bij het voeren van de financiële administratie van het bedrijf, waarbij het uit kostenoogpunt de bedoeling was dat [gedaagde] steeds meer taken zelfstandig zou uitvoeren. Hiertoe zou De Jager het personeel van [gedaagde] opleiden. Om een en ander in goede banen te leiden, verscheen De Jager's medewerker [a] op afroep bij [gedaagde]. Het is beslist niet zo dat partijen zijn overeengekomen dat De Jager de (gehele) boekhouding voor [gedaagde] zou verrichten. Zo staat het ook niet in de opdrachtbevestiging omschreven en bovendien zouden er dan veel meer kosten in rekening zijn gebracht door De Jager.

2.3. De Jager stelt zich verder op het standpunt dat de boekhouding bij [gedaagde] niet deugdelijk was, omdat de projectadministratie en de financiële administratie bij [gedaagde] niet op elkaar aansloten. Wel draaide [gedaagde] periodiek saldilijsten uit, die slechts een indicatie gaven van uitgaande en inkomende facturen. Gelet op de gebrekkige projectadministratie was er dan ook geen reëel beeld van het bedrijfsresultaat. De Jager heeft [gedaagde] meermalen op dit probleem gewezen. Ook heeft De Jager [gedaagde] vaak genoeg anderszins van advies gediend.

2.4. De Jager is voorts van mening dat zij de haar opgedragen werkzaamheden steeds binnen een redelijke termijn heeft uitgevoerd. De jaarrekening over het jaar 2001 is dan ook niet op een te laat tijdstip aan [gedaagde] toegezonden.

3. Het standpunt van [gedaagde] in conventie

3.1. [gedaagde] heeft de vordering van De Jager betwist, onder aanvoering van het navolgende.

3.2. [gedaagde] stelt dat zij van De Jager verwachtte dat zij als deskundige de financiële situatie van [gedaagde] strikt in het oog zou houden en adviezen in de ruimste zin van het woord zou geven. In dat kader zou De Jager de boekhouding van [gedaagde] verzorgen, waarmee De Jager de verantwoordelijkheid aanvaardde voor de juistheid en volledigheid van de boekhouding van [gedaagde]. De Jager is volgens [gedaagde] echter toerekenbaar tekortgeschoten bij de nakoming van de haar opgedragen werkzaamheden. Op 6 november 2001 heeft [gedaagde] aan De Jager te kennen gegeven niet tevreden te zijn met de uitgevoerde werkzaamheden, omdat de bedrijfsresultaten van [gedaagde] niet inzichtelijk genoeg waren. De Jager zou een stappenplan gaan opstellen om het gebruik van het boekhoudprogramma te verbeteren, maar dat heeft zij nagelaten. Ook heeft De Jager nimmer een deugdelijk overzicht van de bedrijfsresultaten geproduceerd, heeft zij niet een toegezegde managementletter opgesteld en is zij in gebreke gebleven met het verstrekken van adviezen, als genoemd in de opdrachtbevestiging.

[gedaagde] betwist verder dat zij haar projectadministratie niet op orde had, zoals door De Jager gesteld is.

3.3. [gedaagde] is voorts van mening dat De Jager de jaarrekening over het jaar 2001 veel te laat aan [gedaagde] heeft toegezonden, pas in juni 2002, terwijl dat maanden eerder al had gekund omdat zij toen al alle cijfers betreffende het boekjaar 2001 ter beschikking had. De Jager beschouwde [gedaagde] echter als derderangs klant en heeft derhalve opzettelijk het opstellen van de jaarrekening uitgesteld. Uit de jaarrekening bleek dat er over 2001 een behoorlijk verlies was geleden door [gedaagde], daar waar [gedaagde] een paar maanden eerder nog op een kleine winst leek af te koersen. Deze discrepantie is veroorzaakt doordat De Jager ten onrechte geen rekening had gehouden met afschrijvingen bij het opstellen van de boekhouding. Het veel te laat opstellen van de jaarrekening heeft ertoe geleid dat [gedaagde] veel te laat achter haar slechte financiële situatie kwam. Deze fout komt voor rekening en risico van De Jager.

3.4. Voorts betwist [gedaagde] het door De Jager in rekening gebrachte aantal uren. De door De Jager feitelijk uitgevoerde werkzaamheden kunnen nooit zoveel tijd hebben gekost als de uren die door De Jager in rekening worden gebracht. Ook heeft De Jager uren in rekening gebracht die zijn besteed aan het bespreken van klachten van de zijde van [gedaagde], hetgeen volgens [gedaagde] in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

4. De beoordeling van het geschil in conventie

4.1. Uitgangspunt bij de beoordeling van dit geschil is de opdrachtbevestiging van 5 maart 2001. Deze opdrachtbevestiging vermeldt de door De Jager ten behoeve van [gedaagde] te verrichten werkzaamheden en is door [gedaagde] voor akkoord ondertekend op 8 maart 2003, waarmee [gedaagde] heeft aanvaard dat de aan De Jager verstrekte opdracht uit genoemde werkzaamheden zou bestaan.

4.2. Krachtens de opdrachtbevestiging bestaan de aan De Jager opgedragen werkzaamheden uit vier componenten:

a. het begeleiden van de financiële administratie van [gedaagde]

b. het samenstellen van een jaarrekening van [gedaagde]

c. het samenstellen van een aangifte inkomstenbelasting

d. het geven van adviezen in de ruimste zin van het woord

De opdrachtbevestiging geeft voorts in duidelijke bewoordingen dat de jaarrekening zal worden opgesteld aan de hand van door [gedaagde] te leveren gegevens, en dat [gedaagde] verantwoordelijk is en blijft voor de juistheid en de volledigheid van de aan De Jager ter beschikking gestelde informatie, welke verantwoordelijkheid zich onder meer uitstrekt tot het inrichten van een toereikende administratie.

Nu [gedaagde] gezien het vorenstaande uitdrukkelijk akkoord is gegaan met een duidelijke afbakening van de door De Jager te verrichten accountancywerkzaamheden en er voorts een duidelijke eigen verantwoordelijkheid voor [gedaagde] met betrekking tot het voeren van een eigen administratie alsmede het aanleveren van gegevens aan De Jager in de opdrachtbevestiging wordt vermeld, kan [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter met de beste wil van de wereld niet volhouden dat De Jager de boekhouding voor [gedaagde] zou doen. Dit ligt ook niet echt voor de hand. De taak van een accountant is immers gelegen in het toezicht houden op de financiële gang van zaken binnen een onderneming. Het doen van de boekhouding valt onder de verantwoordelijkheid van de onderneming zelf, hetgeen -zij het in iets andere bewoordingen- ook in de onderhavige opdrachtbevestiging vermeld wordt, zodat [gedaagde] wist waar zij op dat punt aan toe was. Zou het wel de taak van De Jager zijn geweest om de gehele boekhouding van [gedaagde] te verzorgen, dan had het naar het oordeel van de kantonrechter voor de hand gelegen dat partijen daaromtrent een uitdrukkelijke schriftelijke afspraak hadden gemaakt. Voorts zouden er in dat geval zeer waarschijnlijk veel meer uren zijn gemaakt dan het aantal dat in de factuur van 1 augustus 2002 genoemd wordt en zou er daardoor een aanzienlijk hoger bedrag aan kosten aan [gedaagde] in rekening zijn gebracht door De Jager dan thans is geschied.

4.3. Voor zover de administratie/boekhouding van [gedaagde] niet deugdelijk functioneerde, waardoor zij onvoldoende zicht had op haar bedrijfsresultaten, meer in het bijzonder de post afschrijvingen, is dit een omstandigheid die in de risicosfeer van [gedaagde] zelf valt. Van een normale onderneming mag namelijk verwacht worden dat zij haar eigen financiële positie in het oog houdt middels het bijhouden van een deugdelijke administratie/boekhouding. [gedaagde] kan De Jager dan ook niet tegenwerpen dat het aan De Jager te verwijten valt dat [gedaagde] onvoldoende zicht had op haar (negatieve) bedrijfsresultaten. De taak van De Jager was blijkens de opdrachtbevestiging immers beperkt tot het begeleiden van (de medewerkers van) [gedaagde] bij het doen van de administratie. Hiermee viel de administratie/boekhouding vanzelfsprekend niet onder de verantwoordelijkheid van De Jager, zoals [gedaagde] heeft betoogd.

4.4. De door De Jager in haar factuur d.d. 1 augustus 2002 genoemde posten komen overeen met de in de opdrachtbevestiging genoemde opgedragen werkzaamheden. Ten aanzien van de diverse factuurposten oordeelt de kantonrechter als volgt:

a. belastingen

[gedaagde] heeft met betrekking tot deze factuurpost geen verweer naar voren gebracht, zodat ervan moet worden uitgegaan dat De Jager de dienaangaande verrichte werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd. [gedaagde] dient dan ook voor deze werkzaamheden te betalen, zodat dit deel van de factuur voor toewijzing vatbaar is.

b. administratie

Zoals hiervoor reeds is overwogen onder rechtsoverweging 4.3., viel het doen van de administratie/boekhouding van [gedaagde] onder de volledige verantwoordelijkheid van [gedaagde] zelf en had De Jager hier slechts een begeleidende taak. Eventuele onvolkomenheden in de administratie/boekhouding komen dan ook voor rekening en risico van [gedaagde]. Wil er sprake zijn van een tekortkoming van De Jager bij de in de factuur genoemde en door haar verrichte specifieke werkzaamheden terzake van de administratie/boekhouding van [gedaagde], dan dient [gedaagde] concreet aan te geven wat er met deze specifieke werkzaamheden niet in de haak is. [gedaagde] heeft echter niet, althans onvoldoende, concreet aangegeven wat er met deze specifieke werkzaamheden mis was. De gestelde tekortkoming is daarmee onvoldoende onderbouwd, zodat de kantonrechter deze zal passeren. Derhalve is ook de post administratie voor toewijzing vatbaar.

c. jaarrekening 2001

Tussen partijen is niet in geding dat De Jager de jaarrekening voor het jaar 2001 heeft opgesteld en dat de jaarrekening op zich naar behoren is opgesteld. [gedaagde] zou in beginsel dan ook voor deze factuurpost dienen te betalen. [gedaagde] is echter van mening dat De Jager bij het opstellen van de jaarrekening in ernstige mate tekortgeschoten is door deze veel te laat op te stellen, waardoor [gedaagde] pas laat inzicht verkreeg in haar slechte financiële positie en zij aanzienlijke financiële schade heeft geleden. Dit verweer zal worden verworpen. Hiertoe overweegt de kantonrechter, het zij nog maar eens herhaald, dat nu de administratie/boekhouding onder de verantwoordelijkheid van [gedaagde] zelf viel, zij zelf verantwoordelijk was voor het verkrijgen van een duidelijk inzicht in de bedrijfsresultaten in het jaar 2001, in afwachting van een definitieve jaarrekening over het jaar 2001. De omstandigheid dat [gedaagde] de slechte bedrijfsresultaten pas middels de jaarrekening vernam, komt dan ook voor haar eigen rekening en risico. Verder is de kantonrechter van oordeel dat de door De Jager gehanteerde termijn voor het opstellen van een jaarrekening, ruim vijf maanden na het verstrijken van het boekjaar 2001, niet onredelijk lang kan worden genoemd.

Nu niet kan worden geoordeeld dat De Jager de jaarrekening van [gedaagde] te laat heeft opgesteld, en ook niet is gebleken van enige andere tekortkoming van De Jager bij het opstellen van de jaarrekening, is [gedaagde] gehouden voor de dienaangaande verrichte werkzaamheden te betalen.

4.5. Het verweer van [gedaagde] dat de door De Jager uitgevoerde werkzaamheden nooit zoveel uren kunnen hebben gekost als er door De Jager zijn gedeclareerd, zal eveneens worden verworpen. De Jager heeft concreet aangegeven hoeveel uren zij aan de respectievelijke werkzaamheden heeft besteed. In het licht daarvan kan [gedaagde] niet volstaan met het enkel stellen dat er teveel uren in rekening zijn gebracht, maar had zij concreet en specifiek dienen aan te geven op welke punten het aantal in rekening gebrachte uren niet correct is. Dit heeft [gedaagde] echter nagelaten, waarmee zij haar verweer tegen het aantal gedeclareerde uren onvoldoende heeft onderbouwd en de kantonrechter van de juistheid van het aantal gedeclareerde uren zal uitgaan. Verder verzetten de eisen van redelijkheid en billijkheid zich er niet tegen dat De Jager de door haar aan de afhandeling van -onterecht gebleken- klachten van [gedaagde] bestede uren in rekening mag brengen bij [gedaagde].

4.6. Daar waar [gedaagde] nog heeft gesteld dat zij te weinig adviezen van de zijde van [gedaagde] heeft gekregen, merkt de kantonrechter op dat deze stelling door De Jager gemotiveerd is weersproken, waarna [gedaagde] haar stelling niet nader heeft onderbouwd, zodat de kantonrechter deze stelling zal passeren.

4.7. Resumerend komt de kantonrechter tot het eindoordeel dat er geen sprake is van enig tekortschieten van De Jager jegens [gedaagde] en dat derhalve de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen. Nu de facturen van De Jager niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn betaald, is [gedaagde] in verzuim geraakt en is zij contractuele rente aan De Jager verschuldigd geworden. De gevorderde rente kan derhalve worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de gevorderde incassokosten, nu De Jager door het ten onrechte niet betalen van de facturen genoodzaakt was om haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. Dit rechtvaardigt dat [gedaagde] de aan de incasso verbonden kosten dient te voldoen.

4.8. [gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van de procedure in conventie worden veroordeeld.

5. Het standpunt van [gedaagde] in reconventie

[gedaagde] vordert in reconventie een nog nader vast te stellen schadevergoeding van De Jager. [gedaagde] voert daartoe aan dat zij als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten van De Jager bij de vervulling van de aan laatstgenoemde verstrekte opdracht, aanzienlijke financiële schade heeft geleden. De Jager heeft als gevolg van de gebrekkige vervulling van de opdracht een verkeerde voorstelling van de financiële stand van zaken binnen de onderneming aan [gedaagde] gegeven, waardoor allerlei onjuiste beslissingen door [gedaagde] zijn genomen, met de nadelige financiële consequenties van dien.

De geleden schade is volgens [gedaagde] niet op eenvoudige wijze vast te stellen, zodat zij om de benoeming van een deskundige verzoekt.

6. Het standpunt van De Jager in reconventie

6.1. De Jager heeft allereerst aangevoerd dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de tegenvordering van [gedaagde] kennis te nemen, nu deze van onbepaalde waarde is en daarmee mogelijk de competentiegrens van de kantonrechter overstijgt.

6.2. Voor zover de kantonrechter zich wel bevoegd acht om over de vordering van [gedaagde] te oordelen, wijst De Jager erop dat als er in de administratie van [gedaagde] geen post afschrijvingen te vinden was, zulks onder de verantwoordelijkheid van [gedaagde] zelf valt. Iedere ondernemer behoort te weten dat een dergelijke post in een administratie thuishoort. Bovendien is iedere ondernemer zelf verantwoordelijk voor zijn bedrijfsvoering en kan hij een eventueel verlies niet aan zijn accountant tegenwerpen.

7. De beoordeling van het geschil in reconventie

7.1. Hoewel de reconventionele vordering van onbepaalde waarde is, acht de kantonrechter zich op grond van het bepaalde in artikel 97 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, gelet op de evidente samenhang tussen de vordering in conventie en die in reconventie, toch bevoegd om van de vordering van [gedaagde] kennis te nemen.

7.2. Nu in conventie reeds is geoordeeld dat er geen sprake is van een tekortkoming van De Jager jegens [gedaagde], dient de op die rechtsgrond gebaseerde reconventionele vordering van [gedaagde] als ongegrond te worden afgewezen.

7.3. [gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van de procedure in reconventie worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt [gedaagde] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, tegen kwijting aan De Jager te betalen een bedrag groot €euro 4088,43 (zegge: vierduizend achtentachtig euro en drieënveertig eurocent, vermeerderd met contractuele rente ad 0,58% per maand over euro€ 3470,64 vanaf 8 november 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde], eveneens hoofdelijk, in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Jager begroot op euro€ 66,95 aan verschotten, waarin zijn begrepen de gevorderde informatiekosten, en €euro 450,- aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

wijst de vordering van [gedaagde] af;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van De Jager begroot op euro€ 225,- wegens salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Varekamp-Vos, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juli 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119