Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AH8959

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
01-07-2003
Datum publicatie
01-07-2003
Zaaknummer
17/081175-02vev
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft iemand van het leven beroofd door zijn schedelbeenderen te verbrijzelen en hij heeft vervolgens het lijk weg gemaakt. Deskundigen zijn van oordeel dat deze feiten hem volledig toe te rekenen zijn. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 12 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 151, geldigheid: 2003-07-01
Wetboek van Strafrecht 287, geldigheid: 2003-07-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 1 juli 2003

Parketnummer: 17/081175-02

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI De Grittenborgh te Hoogeveen.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 17 juni 2003.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. van Rooij, advocaat te Leeuwarden.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder 1 en 2 telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 18 september 2002 tot en met 19 september 2002, te Burgum, in de gemeente Tytsjerksteradiel, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer], van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet door het toepassen van uitwendig stomp en/of klievend geweld op het hoofd van die [slachtoffer], de schedelbeenderen van die [slachtoffer] verbrijzeld waardoor het hersenweefsel van die [slachtoffer] werd beschadigd en er bloeduitstortingen in de hersenen van die [slachtoffer] ontstonden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

2.

hij in de periode van 18 september 2002 tot en met 28 september 2002, te Burgum, in de gemeente Tytsjerksteradiel, een lijk te weten het lichaam van de overleden [slachtoffer] heeft weggevoerd en weggemaakt, met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden (zoals omschreven in het hiervoren tenlastegelegde feit 1) te verhelen, immers heeft hij, verdachte,

- (in een vertrek van [nummer] op het AZC aldaar) de benen van dat lijk gescheiden van de romp, door de weke delen van het lijk ter plaatse van de heupen door te nemen/snijden en de dijbenen uit de heupkommen te lichten en

- de polsen van het lijk op de rug bijeengebonden met tape en

- de benen en de romp separaat gewikkeld en verpakt in (onder meer) dekens en/of lakens en plastic zakken en repen stof en vervolgens

- het pakket inhoudende de romp verzwaard met stenen en vervolgens

- voornoemde pakketten getransporteerd (vanuit [nummer] op het AZC aldaar) naar enige andere locatie (langs/aan een water uitmondende in en/of grenzend aan en/of deeluitmakend van het Prinses Margrietkanaal en/of (vervolgens) het/de pakket(ten) in dat water gegooid) en zich aldus van het lijk ontdaan.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

1.

Doodslag.

2.

Het een lijk wegvoeren en wegmaken met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhelen.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het rapport opgemaakt door het Pieter Baan Centrum;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1 en 2 telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag door op gruwelijke wijze het slachtoffer van het leven te beroven. Daarmee heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op het hoogste te beschermen rechtsgoed, te weten het menselijk leven. Verdachte heeft door zijn handelen de rechtsorde ernstig geschokt.

Het leven is het slachtoffer op gruwelijke wijze ontnomen, terwijl verdachte op nagenoeg chirurgische wijze de benen van de romp heeft gescheiden. Aannemelijk is dat dit laatste is gebeurd om het vervoersprobleem van het stoffelijk overschot in zijn geheel op te lossen. Verdachte heeft immers het stoffelijk overschot, verpakt in twee pakketten, elders gedumpt.

Uit de rapportage van het Pieter Baan Centrum blijkt dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en maakt die tot de hare.

Alles overwegende acht de rechtbank de hierna te melden straf passend.

INBESLAGGENOMEN GOEDEREN

In het dossier bevinden zich diverse lijsten waarop in beslag genomen goederen vermeld staan. De officier van justitie heeft ter terechtzitting geen vordering met betrekking tot de in beslag genomen goederen gedaan. De raadsman heeft om de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen goederen verzocht. De rechtbank heeft het verzoek van de raadsman aldus begrepen dat de goederen die onder verdachte persoonlijk in beslag genomen zijn, terug gegeven dienen te worden aan verdachte.

De rechtbank acht deze goederen vatbaar voor teruggave aan verdachte nu het belang van strafvordering zich hiertegen niet verzet, met uitzondering van de prenten met oosterse afbeeldingen. Deze prenten dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 151 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1 en 2 telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van TWAALF (12) JAAR.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van: 1 zwarte riem; 1 GSM telefoon; 1 sleutel met label; 1 losse sleutel; een W document; 1 Rabobank pas; 1 NS reis pas; 4 telefoonkaarten; 1 bankbiljet van 20 euro; 3 bankbiljetten van 10 euro; 1 bankbiljet van 5 euro; 1 goudkleurige halsketting; 1 afschrift bankautomaat; 6 strippenkaarten; 1 isk planner; 1 rugzak (Merk STAX) inhoudende goederen; plastic Hema tas.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de prenten met oosterse afbeeldingen.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Kuizenga, voorzitter, mr. K. Post en mr. M.R. de Vries, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juli 2003.

Mr. De Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/081175-02

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 17 juni 2003.

Tegenwoordig:

mr. B. Kuizenga, voorzitter,

mr. K. Post en mr. M.R. de Vries, rechters,

mr. R.G. de Graaf, officier van justitie en

mr. P.T.M. van der Lelie, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

Het onderzoek vindt plaats met bijstand van mevrouw G.S. Nie, domicilie kiezende te Leeuwarden, tolk in de Mandarijnse taal, nu verdachte heeft aangegeven de Nederlandse taal onvoldoende te beheersen. De tolk legt in handen van de voorzitter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed af haar taak als tolk naar haar geweten te zullen vervullen. Het ter terechtzitting gesprokene is vertolkt.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI De Grittenborgh te Hoogeveen.

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.J. van Rooij, advocaat te Leeuwarden.

De zitting is meermalen onderbroken voor een korte rustpauze.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 1 juli 2003 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.