Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AF9397

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
20-05-2003
Datum publicatie
03-06-2003
Zaaknummer
112471 /CV EXPL 02-3101
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

VONNIS

Uitspraak: 20 mei 2003

112471 /CV EXPL 02-3101

in de zaak van

de besloten vennootschap AMEX LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

hierna te noemen Amex,

procesgemachtigde: mr. W.Y. Hofstra, werkzaam bij Bosveld gerechtsdeurwaarders & incasso te Amersfoort,

rolgemachtigde: NGC gerechtsdeurwaarders & incasso te Buitenpost,

tegen

[gedaagde],

wonende en zaakdoende te Drogeham,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

hierna te noemen [gedaagde],

gemachtigde: mr. O.A. van Oorschot, advocaat te Leeuwarden.

OVERWEGINGEN

Procesverloop in conventie en in reconventie

1.1. Op de bij dagvaarding (met producties) vermelde gronden heeft Amex gevorderd om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van euro €772,40, te vermeerderen met rente en kosten.

1.2. [gedaagde] heeft bij antwoord (met producties) de vordering betwist en op de daarbij vermelde gronden in reconventie ondermeer gevorderd Amex te veroordelen tot betaling van euro € 5.000,-- met rente en kosten.

1.3. Na repliek in conventie tevens antwoord in reconventie, dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, alsmede houdende akte rectificatie en akte wijziging eis (met producties), en dupliek in reconventie, is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De feiten in conventie en in reconventie

2.1. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.2. Op 16 oktober 2001 heeft Amex in opdracht en voor rekening van [gedaagde] broedeieren vervoerd. Amex heeft hiervoor op 23 oktober 2001 een bedrag in rekening gebracht van euro€ 648,--, welke rekening [gedaagde] onbetaald heeft gelaten.

2.3. Medio 2000 heeft [gedaagde] eveneens opdrachten tot transport aan Amex verstrekt inhoudende het tot vijf maal toe vervoeren van een bepaalde hoeveelheid dozen met broedeieren van het laadadres Foucaucourt en Santerre te Frankrijk via Maarsen te Nederland, alwaar de overslag plaatsvond, naar Aulan Attikis te Griekenland naar een afnemer van [gedaagde], met als afleverdata 10, 17, 24, 31 juli en 7 augustus 2000. Deze transporten heeft Amex niet zelf uitgevoerd, maar uitbesteed aan Van Heezik Maarssen B.V. (hierna te noemen Van Heezik) Op de transportopdracht staat vermeld dat de temperatuur tijdens het vervoer van de eieren +18° C dient te zijn. Naar aanleiding van deze verleende diensten heeft Amex op 7, 14, 21, 28 juli en 8 augustus 2000 facturen verstuurd ten bedrage van totaal ƒ 14.421,37, welke facturen door [gedaagde] zijn voldaan.

2.4. Op 11 augustus 2000 heeft [gedaagde] klachten van zijn afnemer in Griekenland ontvangen met betrekking tot de opbrengst van de eieren die aanmerkelijk lager lag dan normaliter. [gedaagde] heeft op 19 augustus 2000 een gesprek met Amex gehad, waarbij [gedaagde] gewag heeft gemaakt van de ontstane problemen met de afgeleverde eieren. [gedaagde] is op 23 augustus 2000 aansprakelijk gesteld door zijn afnemer, waarop [gedaagde] Amex bij brief van 26 augustus 2000 aansprakelijk heeft gesteld. [gedaagde] stelt in deze brief dat 'de schade bestaat uit lagere uitkomsten van kuikens. De oorzaak is condensvorming op de eieren. Dit kan uitsluitend ontstaan zijn wegens een te groot temperatuurverschil.' De omvang van de schade, te weten €euro 8.089,39, heeft [gedaagde] op 6 oktober 2000 aan Amex kenbaar gemaakt.

2.5. Amex heeft op 29 september 2000 Van Heezik bij fax gevraagd om een uitdraai van de temperatuur tijdens de transporten. Dit, omdat geconstateerd zou zijn door één van haar medewerkers en bevestigd door een medewerker van Van Heezik dat er grote temperatuurverschillen tijdens het transport zijn geweest. Op 5 oktober 2000 antwoordt Van Heezik aan Amex 'dat van te voren aangegeven was dat de eieren op een temperatuur van +5° C vervoerd zouden gaan worden, hetgeen volgens Amex geen probleem was'.

2.6. In een op 26 juni 2001 op verzoek van Amex opgemaakt expertiserapport staat het volgende. 'In alle gevallen zijn de goederen vanuit Frankrijk naar Maarssen vervoerd. Aldaar zijn de goederen overgeladen in al dan niet geconditioneerde vrachtwagens. Door het blootstellen aan wisselende temperaturen, verlading op +18° C, vervoer tot Nederland op +5° C, opslag te Maarssen bij circa +18° C, vervoer naar Griekenland niet geconditioneerd, ontstond door de wisselende temperaturen condens. Het gevolg was dat de lading ten gevolge van condensatie beschadigd raakte.'

2.7. Bij brief van 23 januari 2002 stelt Amex zich op het standpunt 'dat haar verzekeraar tot de conclusie is gekomen dat Amex niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de geleden schade'.

Het standpunt van Amex in conventie en in reconventie

3.1. Amex stelt zich op het standpunt dat zij een vordering op [gedaagde] heeft, nu zij op 16 oktober 2001 in opdracht en voor rekening van [gedaagde] broedeieren heeft vervoerd.

3.2. Amex betwist de reconventionele vordering en stelt zich daarbij op het standpunt dat tijdens de uitvoering van de transporten geen schade aan de zendingen eieren is ontstaan. Amex betwist dat de eieren bij een te lage temperatuur zijn vervoerd. Doordat de eieren waren verpakt in dozen welke op pallets waren gestapeld en omgeven door folie, kon de goede (innerlijke) staat ervan bij aanvang van het vervoer niet door de vervoerder worden gecontroleerd. Een gebrekkige verpakking en de schade die daar eventueel uit voortvloeit is een omstandigheid welke voor rekening en risico van [gedaagde] dient te komen conform artikel 17 lid 4 sub b van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (hierna te noemen CMR Verdrag)

3.3 Voorts stelt Amex dat de vordering van [gedaagde] verjaard is op bij de beoordeling nader te bespreken gronden. Amex stelt dat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan en dat haar verantwoordelijkheid voor de eieren reeds op 7 augustus 2000, de laatste afleverdatum, is beëindigd.

Het standpunt van [gedaagde] in conventie en in reconventie

4.1. [gedaagde] betwist niet de verschuldigdheid van de door Amex aan hem verzonden factuur van 23 oktober 2001 ad €euro 648,--. Evenwel stelt [gedaagde] dat hij een vordering op Amex heeft, welke vordering hij deels wenst te verrekenen met de vordering die Amex op hem heeft. De vordering in conventie dient dan ook afgewezen te worden.

4.2. [gedaagde] stelt dat hij schade heeft geleden ten bedrage van €euro 8.089,49, welke hij in verband met de bevoegdheid van de kantonrechter wenst te beperken tot €euro 5.000,--, als gevolg van een aan Amex toerekenbare tekortkoming. Amex heeft namelijk de medio 2000 vervoerde eieren niet bij een constante temperatuur van +18° C vervoerd, maar in een koelauto bij een lagere temperatuur. Nu de eieren bij een te lage temperatuur zijn vervoerd is er condensvorming ontstaan, hetgeen tot een beduidend lagere uitkomst van kuikens heeft geleid. Hierdoor heeft [gedaagde] zijn afnemer schadeloos moeten stellen, welke schade [gedaagde] nu wenst te verhalen op Amex.

4.3. [gedaagde] meent dat van verjaring geen sprake kan zijn op bij de beoordeling nader te bespreken gronden. Artikel 30 van het CMR Verdrag dient volgens [gedaagde] ruim uitgelegd te worden.

De beoordeling van het geschil

In conventie

5. Vast staat dat Amex in opdracht en voor rekening van [gedaagde] op 16

oktober 2001 werkzaamheden heeft verricht waarvoor Amex een bedrag in rekening heeft gebracht van €euro 648,-- , waarvan de verschuldigheid niet door [gedaagde] wordt betwist. Evenwel stelt [gedaagde] dat de vordering afgewezen dient te worden, nu hij een vordering op Amex heeft, welke vordering hij wenst te verrekenen met de vordering die Amex op hem heeft. Amex daarentegen stelt zich op het standpunt dat de vordering van [gedaagde] - voor zover zou komen vast te staan dat hiervoor een rechtsgrond bestaat - niet voor verrekening in aanmerking kan komen nu enige samenhang tussen beide vorderingen ontbreekt. Naar het oordeel van de kantonrechter dient dit verweer te falen. Immers, voor verrekening ex artikel 6:127 BW geldt niet dat er voldaan moet worden aan het criterium "voldoende samenhang" Lid 2 bepaalt dat een schuldenaar de bevoegdheid heeft tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering. Wat het onderhavige geval betreft: Amex en [gedaagde] zijn elkaars wederkerige schuldenaren. De prestatie die [gedaagde] vordert, een geldbedrag, beantwoordt aan zijn schuld, eveneens een geldbedrag. [gedaagde] is mitsdien in beginsel bevoegd tot verrekening.

6. [gedaagde] stelt dat hij schade heeft geleden als gevolg van een aan Amex

toerekenbare tekortkoming, welke schade [gedaagde] wenst te verhalen op Amex. Amex stelt zich evenwel op het standpunt dat de vordering verjaard is. Daartoe stelt zij dat [gedaagde] de vermeende schades niet conform artikel 30 van het CMR Verdrag binnen zeven dagen heeft gemeld bij de vervoerder.

Naar het oordeel van de kantonrechter dient dit verweer te falen. Artikel 30 lid 1 van het CMR Verdrag bepaalt dat indien de geadresseerde de goederen in ontvangst heeft genomen zonder dat hij, indien het onzichtbare beschadigingen betreft, binnen zeven dagen na de aflevering, voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, waarin de algemene aard van de beschadiging is aangegeven, hij behoudens tegenbewijs geacht wordt de goederen te hebben ontvangen in de staat als omschreven in de vrachtbrief. Dit artikel dient ter bescherming van de vervoerder. Mocht evenwel nadien blijken dat er sprake is van een beschadiging, die zich bij aflevering dan wel niet binnen zeven dagen heeft geopenbaard, dan is het aan de geadresseerde om aan te tonen dat de beschadigingen het gevolg zijn van een verkeerd transport, dan wel dat de schade voor rekening van de vervoerder dient te komen. Beoordeeld dient daarom te worden of [gedaagde] voldoende tegenbewijs heeft ingebracht.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] hierin geslaagd is en overweegt hiertoe het volgende. [gedaagde] heeft gesteld dat de broedeieren bij een te lage casu quo te wisselende temperatuur zijn vervoerd en/of opgeslagen, hetgeen tot condensvorming heeft geleid. Door het condenseren is vervolgens het eivlies beschadigd. Deze beschadiging heeft weer tot gevolg gehad dat de opbrengst aanmerkelijk lager was dan normaliter. [gedaagde] heeft ter ondersteuning van zijn stelling een expertiserapport overgelegd, waaruit de juistheid van zijn stelling blijkt. De inhoud van het rapport is niet door Amex betwist. Ook uit de door [gedaagde] overgelegde brief van 5 oktober 2000 van Van Heezik blijkt dat de eieren bij een temperatuur van +5° C zijn vervoerd. Dit, terwijl blijkens de transportopdracht aangegeven was dat de broedeieren bij een temperatuur van +18° C vervoerd dienden te worden. De onvoldoende gemotiveerde betwisting van Amex dat de eieren bij een te lage temperatuur zouden zijn vervoerd, kan gezien het bovenstaande dan ook geen stand houden. De kantonrechter acht het dan ook aannemelijk dat tijdens de uitvoering van de transporten schade aan de zendingen is ontstaan.

7. Voorts heeft Amex gesteld dat de eieren waren verpakt in dozen welke op pallets waren gestapeld en omgeven door folie, waardoor de goede (innerlijke) staat van de eieren bij aanvang van het vervoer niet door de vervoerder kon worden gecontroleerd. Het is de kantonrechter niet duidelijk kunnen worden hoe de innerlijke staat van de eieren wel vastgesteld had kunnen worden, indien zij anders waren verpakt. Overigens heeft Amex ook niet gesteld dat de schade is ontstaan als gevolg van de in haar ogen slechte verpakking. Evenmin heeft Amex gesteld dat de schade voorkomen had kunnen worden indien [gedaagde] de eieren anders had verpakt. Wat hiervan ook zij: niet gesteld of gebleken is dat Amex een voorbehoud heeft gemaakt, waardoor dit door Amex ingenomen standpunt niet in stand kan blijven. Een beroep op artikel 17 lid 4 sub b van het CMR Verdrag dient dan ook te falen.

8. Tot slot heeft Amex gesteld dat de vordering is verjaard, nu de brief van [gedaagde] van 26 augustus 2000 naar haar mening geen vordering behelst. De verjaringstermijn is dan ook volgens Amex door deze brief niet geschorst. De kantonrechter daarentegen is van oordeel dat in de brief van [gedaagde] van 26 augustus 2000 duidelijk een schriftelijke vordering zijdens [gedaagde] besloten ligt, waarbij aanspraak wordt gemaakt op vergoeding van de schade. De kantonrechter overweegt dat de schriftelijke vordering een zo duidelijk mogelijke omschrijving van de aard en de omvang van de schade dient in te houden, een aansprakelijkstelling van de vervoerder, alsmede de gronden waarop het beweerde vorderingsrecht van de rechthebbende berust. Wat onderhavige zaak betreft: [gedaagde] heeft bij brief van 26 augustus 2000 laten weten dat hij vervoerder Amex aansprakelijk stelt voor de schade, welke is voortgevloeid uit het transport van broedeieren, zijnde de grond waarop [gedaagde] meent een vorderingsrecht te hebben. Hierbij heeft [gedaagde] aangegeven wat de aard en de oorzaak van de schade is. Dat de schade in een later stadium nader is geconcretiseerd, doet hier niet aan af. Amex moet de brief van 26 augustus 2000 ook zo hebben opgevat. Hoe valt anders te verklaren dat Amex zich tot haar verzekeraar en tot Van Heezik heeft gewend? De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat door de brief van 26 augustus 2000 de verjaring is geschorst ex artikel 32 lid 2 van het CMR Verdrag. De schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van [gedaagde] is naar het oordeel van de kantonrechter blijven duren tot het moment waarop door Amex de aansprakelijkheid wordt afgewezen, zijnde 23 januari 2002. Dat Amex de aansprakelijkheid volgens eigen zeggen reeds op of omstreeks 12 september 2001 heeft afgewezen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Wat hier ook van zij: de reconventionele vordering is op 10 september 2002 ingesteld. Derhalve binnen de verjaringstermijn van één jaar. Gelet hierop hoeft het verweer van [gedaagde] dat de verjaringstermijn in casu drie jaren bedraagt, geen bespreking.

9. Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] zich terecht op verrekening ex artikel 6:127 BW heeft beroepen. De vordering van Amex zal dan ook worden afgewezen.

10. Amex zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in conventie worden veroordeeld.

In reconventie

11. Nu [gedaagde] bij dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, alsmede houdende akte rectificatie en akte wijziging eis zijn vordering heeft beperkt tot euro€ 5.000,-- en hij nadrukkelijk afstand heeft gedaan van het meerdere boven het bedrag van €euro 5.000,--, is de kantonrechter bevoegd over deze zaak te oordelen.

12. [gedaagde] heeft in reconventie een bedrag van €euro 5.000,-- gevorderd als gevolg van de door hem geleden schade. De kantonrechter acht het aannemelijk gemaakt dat de schade is veroorzaakt door het niet op de juiste wijze transporteren van de broedeieren. De omvang van de gestelde schade is ook niet voldoende betwist door Amex. Zo heeft Amex bijvoorbeeld nagelaten te stellen dat [gedaagde] op onterechte gronden is overgegaan tot het vergoeden van de schade aan zijn Griekse afnemer. Evenmin heeft Amex gesteld dat [gedaagde] zijn afnemer om bewijs had moeten vragen waaruit blijkt dat de lagere uitkomst van de broedeieren daadwerkelijk is veroorzaakt door condensvorming welke weer het gevolg is geweest van te lage temperatuur dan wel te afwisselende temperatuurverschillen tijdens het transport van de eieren.

13. Het bovenstaande brengt met zich mee dat de vordering van [gedaagde] zal worden toegewezen. Nu [gedaagde] enkel euro€ 5.000,-- heeft gevorderd en heeft nagelaten de wettelijke rente te vorderen vanaf de datum der reconventionele vordering, zal de kantonrechter deze derhalve niet toewijzen.

14. Amex zal als in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in reconventie worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt Amex in de kosten van het geding in conventie, tot op heden aan de zijde van Amex begroot op €euro 180,-- wegens salaris;

in reconventie:

veroordeelt Amex tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag groot €euro 5.000,-- (zegge: vijfduizend euro);

veroordeelt Amex in de kosten van het geding in reconventie, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op €euro 540,-- wegens salaris.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

C 151