Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AF8843

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
15-05-2003
Datum publicatie
19-05-2003
Zaaknummer
17/085003-03vev
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 272, geldigheid: 2003-05-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 15 mei 2003

Parketnummer: 17/085003-03

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 1 mei 2003.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Marie, advocaat te Zoetermeer.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BERAADSLAGING

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting, onder meer, aangevoerd dat de in de telastelegging genoemde telefoongesprekken, ingesproken voicemailberichten en overhandigde brieven, geen geheimen inhouden zoals bedoeld in artikel 272 Wetboek van Strafrecht. Dit artikel heeft volgens de raadsvrouw tot doel het beschermen van het privacybelang van de informatieverschaffer; in casu gaat het om het op verzoek van de informatieverschaffer overbrengen van een boodschap aan een door hem met name genoemde persoon, en het op verzoek van diezelfde persoon overbrengen van twee brieven.

De rechtbank is van oordeel dat de norm van artikel 272 Wetboek van Strafrecht niet betrekking heeft op schending van vertrouwen gegeven door de informatieverschaffer maar op schending van de verplichting het geheim te bewaren. De door [betrokkene a] verstrekte gegevens en mededelingen, betrekking hebbende op de strafzaak van deze [betrokkene a], ontving verdachte uit hoofde van zijn beroep als reclasseringsmedewerker, in de relatie tot zijn cliënt [betrokkene a]. Daar verdachte uit hoofde van zijn beroep deze gegevens en mededelingen ontving, had hij een plicht tot zwijgen; het feit dat [betrokkene a] verdachte vroeg de gegevens en mededelingen naar buiten te brengen doet daar niet aan af. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsvrouw.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

dat hij te Leeuwarden, in de periode van 31 mei 2002 tot en met 1 juli 2002, enig geheim, waarvan hij wist dat hij uit hoofde van beroep verplicht was dit te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, immers heeft hij als reclasseringsmedewerker werkzaam bij de Stichting Reclassering Nederland in het arrondissement Leeuwarden en als zodanig beëdigd door de rechtbank alhier op 10 juni 1998, terwijl [betrokkene a] op 28 mei 2002 ter zake onder meer poging moord/doodslag c.q. wederrechtelijke vrijheidsberoving door de regiopolitie Friesland was aangehouden en krachtens bevel van de rechter commissaris in beperkende maatregelen verbleef welke gedetineerde hij, verdachte vanaf 31 mei 2002 als reclasseringsmedewerker meermalen bezocht en van wiens beperkende maatregelen hij, verdachte wist, dan wel redelijkerwijs had moeten weten, in genoemde periode de door [betrokkene a] aan verdachte verstrekte gegevens of mededelingen die betrekking hebben op de strafzaak van die [betrokkene a], opzettelijk aan derden heeft doorgegeven,

- immers heeft verdachte aan [derde a] doorgegeven (zakelijk weergeven) dat hij, verdachte, net bij [betrokkene a] was geweest en dat [betrokkene a] een boodschap voor [derde a] had. [derde a] moest naar [derde b] gaan om met [derde b] te praten om zijn aanklacht in te trekken. Doordat [derde b] die aanklacht had gedaan zit [betrokkene a] met veel problemen. Als [derde b] zijn aanklacht kan intrekken, hebben ze geen problemen meer; (inhoud van voice-mail bericht van 1 juni 2002, 11.48 uur) en

- heeft verdachte aan [derde a] doorgegeven (zakelijk weergegeven) dat [betrokkene a] aan hem, verdachte, heeft gevraagd of hij aan [derde a] wilde vragen dat [derde a] met [derde b] zou gaan praten en om te vragen wat er precies is gebeurd en om te vragen of [derde b] zijn aangifte wil gaan intrekken. Voorts heeft verdachte medegedeeld dat [betrokkene a] tegen hem heeft gezegd dat er door zijn raam was geschoten en dat hij er van verdacht werd dat hij dat heeft gedaan en dat hij weg wil omdat hij niks heeft gedaan en heeft verdachte tegen [derde a] gezegd dat hij niet moet vergeten om bij [derde b] langs te gaan; (inhoud telefoongesprek van 1 juni 2002, 13.27 uur) en

- heeft verdachte aan [derde a] doorgegeven dat hij net bij [betrokkene a] is geweest en dat [betrokkene a] een boodschap voor hem, [derde a], heeft. Hij wil dat [derde a] naar [derde b] gaat. (inhoud voice-mail bericht van 3 juni 2002, 15.15 uur) en

heeft verdachte aan [derde a] doorgegeven (vlak nadat hij aan een tweetal rechercheurs had verklaard te weten dat [betrokkene a] in de beperkingen zat): "En nu wordt zijn naam gekoppeld, dat hij het heeft gedaan, hij heeft alleen gezegd van nou ik heb [betrokkene a] bij mijn deur gezien, ik zat op de stoel, heeft ie tegen de politie gezegd, later is iets door het raam gekomen,

- het heeft niks te maken met de kogel, dat probeer ik [derde b] te vertellen en [betrokkene a] ook. Dit heeft daar niets mee te maken.

- ze hebben geen bewijs en daarom zoeken ze hem, maar het is geen bewijs, maar ze houden hem nog voor iets en dat kan alleen dan ik denk en dat wil ik met [derde c] praten,

- hij vraagt mij om jou te bellen om duidelijkheid dat [derde c] terug is of niet,

- en ik denk waarom dat ze hem daar houdt is misschien voor de ontvoering en gezegd met pistool, daar gaat het om, maar niet zozeer dat hij met [derde b] een kogel door de ramen....." (inhoud telefoongesprek van 4 juni 2002, 15.40 uur) en

- heeft verdachte een tweetal brieven geschreven door [betrokkene a], bestemd voor zijn vriendin [derde d], welke brieven door verdachte in ontvangst zijn genomen van [betrokkene a] en vervolgens zijn afgegeven aan [derde d], in welke brieven [betrokkene a] onder meer schrijft over zijn aanhouding en het strafbare feit waarvoor hij is aangehouden;

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

Opzettelijke schending van een beroepsgeheim.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het telastegelegde tot werkstraf voor de duur van 200 uren.

[verdachte] is een reclasseringwerker, die uit hoofde van zijn functie de mogelijkheid had een verdachte te bezoeken aan wie in het kader van het onderzoek dat er tegen hem liep beperkende maatregelen betreffende zijn communicatie met de buitenwereld waren opgelegd. Het moge duidelijk zijn dat dergelijke maatregelen slechts worden uitgevaardigd wanneer deze volstrekt noodzakelijk zijn in een lopend onderzoek om te voorkomen dat er informatie bij derden terechtkomt, waardoor het onderzoek zou kunnen worden geschaad. [verdachte] heeft gegevens en mededelingen, die betrekking hadden op de strafzaak van deze verdachte aan derden doorgegeven en daarmee zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Een dergelijke obstructie van de rechtsgang dient naar het oordeel van de rechtbank in beginsel met een vrijheidsstraf te worden berecht, echter de volgende overwegingen over de persoon van verdachte doen de rechtbank anders besluiten.

[verdachte] lijkt dit niet te hebben gedaan uit enig persoonlijk gewin, maar uit betrokkenheid bij de door hem bezochte verdachte en zijn familie en zijn wil hen te helpen om hun problemen op te lossen. Dat hij daarbij volledig de van hem verwachte professionele instelling verloor, moet hem ernstig worden toegerekend. Echter daar staat tegenover dat [verdachte], een first offender, in het rapport van de reclassering een uitstekende en zeer gedreven werker wordt genoemd, die als geen ander grip heeft op een zeer moeilijke allochtone doelgroep. Ook vermeldt het rapport dat [verdachte] aantoonbaar goede beoordelingen heeft gehad, ondanks het feit dat hij nauwelijks aanspreekbaar was op zijn methodieken inzake zijn doelgroep. Hij heeft zich onaantastbaar en autonoom gewaand en zich daarbij zo geïnvolveerd in zijn allochtone cliëntenpopulatie, dat hij zich niet bewust was van het feit dat hij door deze houding kwetsbaar werd.

In het reclasseringsrapport is eveneens opgenomen dat een vorm van recidive vrijwel uitgesloten lijkt. [verdachte] realiseert zich nu volledig waar hij heeft gefaald, de onderkenning van dit falen ziet hij als een les in nederigheid. Hij is zijn baan als reclasseringswerker kwijt geraakt en daardoor in de financiële problemen gekomen.

Verdachte heeft ter zitting niet de mogelijkheid geboden hem nader te leren kennen. De rechtbank zal bij de strafoplegging geheel afgaan op de beschrijving van de reclassering. Deze leidt er mede toe dat de in beginsel passend geachte vrijheidsstraf niet zal worden opgelegd en de rechtbank een werkstraf zal bepalen van de omvang als de officier van justitie vorderde.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 272 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 200 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Daan-van Brink, voorzitter, mr. H.G. Aaldriks en mr. G.A.M. Peper, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Troost, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 mei 2003.

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/085003-03

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 1 mei 2003.

Tegenwoordig:

mr. C.E.M. Daan-van Brink, voorzitter,

mr. H.G. Aaldriks en mr. G.A.M. Peper, rechters,

mr. O.F. Brouwer, officier van justitie en

mr. E.M. Troost, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. P. Marie, advocaat te Zoetermeer.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 15 mei 2003 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.