Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AF6198

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
18-03-2003
Datum publicatie
27-03-2003
Zaaknummer
17/086151-02vev
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 18 maart 2003

Parketnummer: 17/086151-02

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 4 maart 2003.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.A. Dronkers, advocaat te Leeuwarden.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 06 mei 2002, te Hurdegaryp, in de gemeente Tytsjerksteradiel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een tractor (van het merk John Deere en type 7810) met daarachter gekoppeld een aanhangwagen, daarmede rijdende in oostelijke richting over de weg, de Wester-Omwei, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

- over de Wester-Omwei te rijden en onvoldoende zijn aandacht te hebben en te houden bij een andere zich ook op de Wester-Omwei bevindende weggebruiker, te weten een fietser, genaamd [slachtoffer], die vóór hem, verdachte, uit tevens in oostelijke richting over De Wester-Omwei reed en

- niet vanuit verdachte gezien naar links uit te wijken teneinde die aldaar rijdende fietser in te kunnen halen, waardoor hij met de voorzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig tegen de achterzijde van die vóór hem uit rijdende fietser, genaamd [slachtoffer] is gereden en/of gebotst en vervolgens over die [slachtoffer] en haar fiets is heengereden,

waardoor die fietser genaamd [slachtoffer] is overleden.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

Primair

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het primair telastegelegde tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich door zijn rijgedrag heeft schuldig gemaakt aan dood door schuld. Hoewel verdachte nog nooit eerder is veroordeeld voor laakbaar rijgedrag en de rechtbank dan ook aanneemt dat hij zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden als tractorchauffeur altijd als een verantwoordelijk bestuurder heeft gedragen, is verdachte, gelet op het bewezenverklaarde in het onderhavige geval, ernstig tekortgeschoten. Verdachte heeft geen verklaring kunnen geven voor het dodelijke ongeval. Vast staat dat verdachte op het slachtoffer is ingereden, terwijl het slachtoffer correct aan de rechterkant van de weg reed. Verdachte heeft het slachtoffer dus volkomen over het hoofd gezien. Dit is een raadselachtige zaak omdat verdachte het slachtoffer ruimschoots op tijd heeft moeten kunnen zien, gelet op de weersomstandigheden en de toestand ter plaatse. Naar het oordeel van de rechtbank rustte er op verdachte nog een extra zware verantwoordelijkheid. Immers, verdachte reed op een tractor met aanhangwagen in een dorpsstraat, derhalve een groot en zwaar gevaarte, zodat naar het oordeel van de rechtbank nog eens extra aandacht aan andere weggebruikers diende te worden geschonken.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte door het ongeval al in behoorlijke mate gestraft is. Hij lijdt onder het gebeurde hetgeen overduidelijk uit het reclasseringsrapport en ook uit de houding van verdachte ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank zal een werkstraf opleggen voor de duur zoals hierna te bepalen. Anders dan de officier van justitie echter is de rechtbank tevens van oordeel dat uit oogpunt van normhandhaving een ontzegging van de rijbevoegdheid dient te volgen. Naar de maatschappij toe moet duidelijk worden gemaakt dat het deelnemen aan het gemotoriseerde verkeer, zeker op een zwaar en breed gevaarte als een landbouwtractor met aanhangwagen van het soort waarmee verdachte reed in een dorpsstraat, een zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt en dat bij het veronachtzamen van die verantwoordelijkheid een sanctie dient te volgen die verdachte direct raakt in zijn hoedanigheid als verkeersdeelnemer. Gelet echter op het feit dat verdachte zijn broodwinning uit werkzaamheden als tractorchauffeur haalt, zal de rechtbank de ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk opleggen, één en ander zoals hierna te bepalen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 (oud) van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van feit 1. primair voorts

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van één jaar.

Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.C. van der Mei en mr. H.R. Bax, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2003.

Mr. Bax is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/086151-02

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 4 maart 2003.

Tegenwoordig:

mr. A.H.M. Dölle, voorzitter,

mr. M.C. van der Mei en mr. H.R. Bax, rechters,

mr. T.M.L. Wolters, officier van justitie en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. F.A. Dronkers, advocaat te Leeuwarden.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 18 maart 2003 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.