Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AF5943

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-02-2003
Datum publicatie
21-03-2003
Zaaknummer
17/080141-02vev
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 157, geldigheid: 2003-02-06
Wetboek van Strafrecht 157, geldigheid: 2003-02-06
Wetboek van Strafrecht 350, geldigheid: 2003-02-06
Wetboek van Strafrecht 159, geldigheid: 2003-02-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 6 februari 2003

Parketnummer: 17/080141-02

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in HvB Doetinchem (PI De Kruisberg), te Doetinchem.

De rechtbank heeft gelet op de ter terechtzitting gehouden onderzoeken van 13 december 2002 en van 31 januari 2003.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Kauling-Leeftink, advocaat te Oosterwolde.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 2 september 2002, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, opzettelijk brand heeft gesticht en een ontploffing heeft teweeggebracht in de berging/kelderbox van een flatgebouw gelegen aan de [A-straat] aldaar, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een groot stuk landbouwplastic voor een in de berging/kelderbox van dat flatgebouw aanwezige kast gelegd en meerdere spuitbussen met een brandbare en/of vluchtige en/of ontplofbare inhoud op dat stuk landbouwplastic gelegd/gegooid en dat stuk landbouwplastic met ammoniak overgoten/besprenkeld en vervolgens een brandende lucifer in aanraking gebracht met dat stuk landbouwplastic, ten gevolge waarvan dat landbouwplastic en die/een in die berging/kelderbox aanwezige kast geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand en die meerdere spuitbussen zijn ontploft,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die berging/kelderbox en de rest van dat flatgebouw en de overige zich in dat flatgebouw aanwezige inventarisgoederen en woningen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te weten de bewoner(s) van de in dat flatgebouw aanwezige woningen en de belendende, althans nabij gelegen (flat)woning(en), te duchten was;

2.

hij op 2 september 2002 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een trappenhuis van een flatgebouw gelegen aan of bij de [A-straat], toebehorende aan de Woningbouwvereniging Smallingerland, heeft vernield;

3.

hij op 2 september 2002, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, in en/of bij en/of aan een flatgebouw aan of bij de [A-straat], zulks terwijl toen aldaar in dat flatgebouw een brand woedde, opzettelijk de blussing van brand in dat flatgebouw heeft belemmerd, door opzettelijk

- secondelijm in het slot van de toegangsdeur van dat flatgebouw aan te brengen en

- een electriciteitsdraad van het electrische slot van de toegangsdeur van dat flatgebouw voor het automatisch openen van die deur door bewoners door te knippen en

- meerdere lege bierflesjes vanuit zijn flatwoning naar de aldaar aanwezige brandweer en politie te gooien.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

1.

Opzettelijk brand stichten en opzettelijk een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

2.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

3.

Opzettelijk op enige wijze de blussing van brand belemmeren.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het maatregelrapport van de Dr. Kuno van Dijk Stichting, het rapport van psycholoog Warnaar en het rapport van psychiater Van Beek;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1, 2 en 3 telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden en TBS met voorwaarden met als voorwaarden behandeling door de FPK en verplicht reclasseringstoezicht.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan opzettelijke brandstichting, het belemmeren van brandblussing en vernieling. Het gaat hier bij om ernstige feiten. Volgens het rapport van de psychiater bestaat er bij verdachte een ziekelijke stoornis der geestvermogens in de vorm van een schizofrene ontwikkeling, een sociale fobie, alcoholmisbruik en een stoornis in de impulsbeheersing. De psycholoog stelt vast dat verdachte lijdt aan een agressieregulatiestoornis, een sociale fobie verslavingsproblematiek en een psychotische kwetsbaarheid. Beide deskundigen komen tot de conclusie dat verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar is en dat een terbeschikkingstelling met voorwaarden geïndiceerd is. De rechtbank neemt dit advies over en zal de maatregel op leggen onder de hierna aan te geven voorwaarden.

Nu verdachte niet geheel ontoerekeningsvatbaar wordt geacht, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een vrijheidsstraf op zijn plaats is.

De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op de rapporten van de deskundigen, met name gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid, de toestand van verdachte ter terechtzitting en de uit de rapporten van de deskundigen gebleken noodzaak van de behandeling, dat de vrijheidsstraf beperkt dient te blijven. De officier van justitie heeft echter ter gelegenheid van het voortgezette onderzoek ter terechtzitting zijn eis verhoogd daarbij aangevend dat gezien de bij gebreke van een opnamemogelijkheid binnen afzienbare tijd, de gevangenisstraf van aanmerkelijk langere duur dient te zijn dan de aanvankelijke eis. De rechtbank deelt het standpunt van de officier van justitie niet. Weliswaar dient de maatschappij beschermd te worden tegen verdere delicten te plegen door verdachte maar het gaat niet aan dat, nu de maatschappij blijkbaar niet in staat is om tijdige plaatsingsmogelijkheden te creëren of in stand te houden voor personen als verdachte die lijden aan een ziekelijke stoornis der geestvermogens, dergelijke personen alleen om die reden in detentie te houden terwijl een kortere vrijheidsstraf, gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid aangewezen is. In de fase tussen detentie en opname volgens de hierna te bepalen voorwaarden bij de terbeschikkingstelling, kan de Wet BOPZ wellicht - voorlopig - een dam opwerpen tegen het gevaar.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 38, 57, 157, 159 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1, 2 en 3 telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

1. Een gevangenisstraf voor de duur van 163 dagen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

2. Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

- dat verdachte zich klinisch zal laten behandelen in de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen of in enig andere vergelijkbare kliniek, vanaf het moment dat de reclassering aangeeft dat die behandeling een aanvang kan nemen, waarbij verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de behandelaars aldaar;

- dat verdachte zich, binnen 3 dagen na invrijheidstelling, meldt bij de Dr. Kuno van Dijk Stichting te Leeuwarden;

- dat verdachte ervoor zorgt dat hij bereikbaar is voor genoemde reclasseringsinstelling;

- dat verdachte zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. G. Bracht en mr. K. Post, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2003.

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/080141-02

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 31 januari 2003.

Tegenwoordig:

mr. A.H.M. Dölle, voorzitter,

mr. G. Bracht en mr. K. Post, rechters,

mr. T.M.L. Wolters, officier van justitie en

mr. P.T.M. van der Lelie, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in HvB Doetinchem (PI De Kruisberg), te Doetinchem.

Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. A. Kauling-Leeftink, advocaat te Oosterwolde.

Tevens is de heer E. Leyder Havenstroom, namens de Dr. Kuno van Dijk Stichting, ter terechtzitting aanwezig.

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 13 februari 2003 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.