Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AF5497

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
07-03-2003
Datum publicatie
11-03-2003
Zaaknummer
56747 KG ZA 03-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 7 maart 2003

Kort-geding-nummer: 56747 KG ZA 03-40

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [eiser sub 1],

2. de besloten vennootschap

RENTMEESTERKANTOOR FRIESLAND B.V., h.o.d.n. [W.] Rentmeesters en Agrarische Taxateurs,

gevestigd te [B.],

hierna te noemen: Rentmeesterkantoor Friesland,

eisers,

procureur: mr. H. de Jong,

tegen

[gedaagde].,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde],

procureur: mr. A.H. van der Wal.

PROCESGANG

[eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland hebben [gedaagde] in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 21 februari 2003.

Ter zitting hebben [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland hun -ten opzichte van de aankondiging in de dagvaarding gewijzigde- eis aldus geformuleerd dat de rechter bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] zal veroordelen tot het rectificeren van de eerder verzonden mail door de navolgende tekst te verzenden aan alle betrokken NVM- LMV- en VBO- makelaars alsmede de notarissen in Fryslân binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van 100.000,00 euro:

Geachte lezer,

Wij zonden u d.d. 30 december jl. een e-mailbericht. Ten onrechte hebben wij daarmiddels getracht afbreuk te doen aan integriteit, eer en goede naam van zowel Dhr. [V.] alsook [W.] Makelaars, Rentmeesters & Taxateurs te [B.] en de heer Ir. W.J. Ebbert RT. Bij ons is thans het inzicht gerezen dat er andere wegen voorradig zijn om meningsverschillen te beslechten. Tevens rees het inzicht dat een dergelijk e-mailbericht nimmer volledig kan zijn met betrekking tot de inhoud van het meningsverschil. Wij bieden de heer [V.], [W.] Makelaars, Rentmeesters & Taxateurs en de heer [eiser sub 1] excuses aan voor ons handelen. Wij distantiëren ons thans van gemeld e-mailbericht en verzoeken u het als niet verzonden te beschouwen.

[gedaagde] makelaar o.g.

dan wel op enige andere wijze als de voorzieningenrechter juist oordeelt.

2. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun procureurs, die beiden mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd. [gedaagde] heeft daarbij geconcludeerd [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering, althans hen deze te ontzeggen, met veroordeling van [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland in de kosten van het geding.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. [eiser sub 1] en [gedaagde] zijn rentmeesters. Zij zijn betrokken bij een grondtransactie betreffende percelen aan de Easterein 11 te Garyp. In opdracht van de eigenaar van deze percelen -[V.]- biedt [eiser sub 1] deze percelen thans te koop aan. Volgens de opdrachtgever van [gedaagde] -[B.]- wordt hiermee in strijd gehandeld met zijn recht van eerste koop op deze percelen.

1.2. Op 30 december 2002 heeft [gedaagde] het volgende e-mailbericht verzonden aan de NVM, LMV en VBO makelaarskantoren, alsmede de notariskantoren in Fryslân:

(...)

Betreft: Object Easterein 11 te Garijp

Geachte lezer,

Namens opdrachtgever willen wij u op het volgende attent maken.

Door [eiser sub 1] van makelaarskantoor [W.] te [B.] wordt te koop aangeboden het object Easterein 11 te Garijp. In de akte van levering is opgenomen een recht van koop ten gunste van de voormalige eigenaar. Ondanks herhaaldelijke verzoeken tot nakoming van deze verplichting wordt door de heer [eiser sub 1] alsmede de huidige eigenaar W. [V.] hieraan geen gehoor gegeven.

Plezierig vinden wij het niet, maar het is noodzakelijk u van deze niet-passende handelswijze van makelaar [eiser sub 1] op de hoogte te stellen. Aan u het verzoek deze brief onder uw kantoormedewerkers te verspreiden en hiervan kennis te laten nemen.

Hoogachtend,

[gedaagde]

Beëdigd makelaar en rentmeester

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland hebben aangevoerd dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld door het verzenden van het sub 1.2. genoemde e-mailbericht. [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland voelen zich ernstig gegriefd en in hun eer aangetast. Zij wensen rectificatie van het e-mailbericht.

3.1. [gedaagde] heeft allereerst aangevoerd, dat [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering. Indien het sub 1.2 genoemde

e-mailbericht al onrechtmatig zou zijn, is sprake van een onrechtmatige daad van de opdrachtgever van [gedaagde] ([B.]) en niet van [gedaagde], aldus [gedaagde]. [gedaagde] heeft dit

e-mailbericht namelijk verzonden in opdracht van [B.], hetgeen ook blijkt uit de tekst van dit e-mailbericht.

3.2. [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland hebben erkend, dat [gedaagde] het onderhavige e-mailbericht inderdaad heeft verzonden in opdracht van [B.]. De rechter is echter van oordeel, dat voor zover de inhoud van dit e-mailbericht al onrechtmatig zou zijn jegens [eiser sub 1] en/of Rentmeesterkantoor Friesland -waarop hierna zal worden ingegaan- ook [gedaagde] als verzender van dit e-mailbericht onrechtmatig jegens [eiser sub 1] en/of Rentmeesterkantoor Friesland handelt. [gedaagde] heeft in zoverre een eigen verantwoordelijkheid. Een opdracht tot het verzenden van een e-mailbericht dat als onrechtmatig dient te worden aangemerkt, had [gedaagde] dienen te weigeren.

4.1. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd, dat Rentmeesterkantoor Friesland niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat zij niet genoemd wordt in de sub 1.2 genoemde e-mail. Het in het e-mailbericht genoemde makelaarskantoor [W.] is een aparte besloten vennootschap, welke geen partij is in de onderhavige procedure.

4.2. De rechter constateert dat Rentmeesterkantoor Friesland niet genoemd wordt in het sub 1.2 genoemde e-mailbericht. Omdat [eiser sub 1] en Rentmeesterkantoor Friesland voorts niet hebben betwist dat het in het e-mailbericht genoemde makelaarskantoor [W.] een aparte besloten vennootschap is en derhalve los staat van Rentmeesterkantoor Friesland, zal Rentmeesterkantoor Friesland niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

5.1. Vervolgens heeft [gedaagde] aangevoerd, dat [eiser sub 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. [gedaagde] heeft het e-mailbericht reeds op 23 december 2002 aan [eiser sub 1] toegezonden. In plaats van direct hierop te reageren, heeft [eiser sub 1] pas op 6 januari 2003 om rectificatie verzocht. Vervolgens is nog gewacht tot bijna eind februari 2003 om in kort geding rectificatie af te dwingen.

5.2. De rechter acht op dit moment een voldoende spoedeisend belang aanwezig om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan. Het onderhavige e-mailbericht is op 30 december 2002 aan derden gezonden, hetgeen nog relatief kort geleden is. Een rectificatie zal dan ook nog zeker enig effect sorteren. Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat dit effect in de loop der tijd steeds kleiner zal worden. Hieruit volgt echter ook de spoedeisendheid van de onderhavige vordering.

6.1. Voorts heeft [gedaagde] aangevoerd, dat de vordering moet worden afgewezen omdat van onrechtmatig handelen door [gedaagde] geen sprake is. Het e-mailbericht is volgens [gedaagde] verzonden om een dreigende schending van het recht van eerste koop van [B.] te voorkomen. Van een moedwillige poging om [eiser sub 1] te beschadigen is geen sprake. De tekst van het e-mailbericht is volgens [gedaagde] niet onnodig grievend.

6.2. Naar het oordeel van de rechter heeft [gedaagde] onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig jegens [eiser sub 1] gehandeld door het onderhavige e-mailbericht te verzenden aan alle betrokken NVM- LMV- en VBO-makelaars, alsmede aan alle notarissen in Fryslân. Het betreft hier een zakelijk geschil tussen de beide opdrachtgevers van partijen omtrent de uitleg van een bepaling in een transportakte. [gedaagde] vreesde een dreigende schending van het recht van eerste koop van zijn opdrachtgever [B.]. De meest geëigende weg om een dergelijke schending te voorkomen is beslaglegging op de onroerende zaak, zonodig gevolgd door een civielrechtelijke procedure. In plaats daarvan heeft [gedaagde] gekozen voor een niet voor de hand liggend en ook minder effectief alternatief, te weten het aan diverse beroepsgroepen verzenden van het onderhavige e-mailbericht. In dit e-mailbericht is bovendien niet slechts het zakelijke geschil tussen [B.] en [V.] weergegeven, maar worden degenen aan wie het bericht is verstuurd "op de hoogte gesteld van de niet-passende handelwijze van makelaar [eiser sub 1]". De rechter acht deze mededeling volstrekt onnodig en grievend ten opzichte van [eiser sub 1]. Nog afgezien van de vraag of de handelwijze van [eiser sub 1] passend is geweest -hetgeen in een eventuele bodemprocedure, dan wel in een tuchtrechtelijke procedure aan de orde dient te komen- is de handelwijze van [gedaagde], te weten het versturen van het onderhavige

e-mailbericht, dat niet. De gevorderde rectificatie zal dan ook worden toegewezen zoals in het dictum te melden. Opgemerkt wordt dat de rectificatie anders zal worden geformuleerd, alleen al omdat de rechter [gedaagde] geen standpunten kan voorschrijven.

7. De gevorderde oplegging van dwangsommen zal worden toegewezen zoals in het dictum te melden. De rechter zal een maximum aan de te verbeuren dwangsommen verbinden. Dit laat uiteraard onverlet, dat bij voortgaande overtreding van dit kort-geding-vonnis oplegging van hogere dwangsommen kan worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen.

Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staat in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.

8. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van [eiser sub 1]. In de omstandigheid dat eiseres sub 2 niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering, ziet de rechter geen aanleiding om de proceskosten aan de zijde van [eiser sub 1] op een lager bedrag te begroten en/of om eiseres sub 2 te veroordelen in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde]. Op inhoudelijke gronden is [gedaagde] immers in het ongelijk gesteld, waarbij hij geen financieel nadeel lijdt van de omstandigheid dat de vordering eveneens door eiseres sub 2 is ingesteld.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. verklaart eiseres sub 2 niet-ontvankelijk in haar vordering;

2. veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis in een e-mailbericht de volgende tekst te verzenden aan alle betrokken NVM-LMV- en VBO-makelaars, alsmede alle notarissen in Friesland:

Betreft: Object Easterein 11 te Garijp

Geachte lezer,

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden heeft bij kort-geding-vonnis van 7 maart 2003, in een procedure die door onder meer ir. J. [eiser sub 1] van makelaarskantoor [W.] te [B.] aanhangig is gemaakt, geoordeeld dat het e-mailbericht dat ik op 30 december 2002 namens opdrachtgever aan de NVM, LMV en VBO makelaarskantoren, alsmede de notariskantoren in Fryslân heb verzonden, onrechtmatig is jegens [eiser sub 1]. Daarbij heeft de voorzieningenrechter mij veroordeeld om dit e-mailbericht te versturen.

De voorzieningenrechter heeft in voornoemd kort-geding-vonnis onder meer het volgende overwogen:

"Het betreft hier een zakelijk geschil tussen de beide opdrachtgevers van partijen omtrent de uitleg van een bepaling in een transportakte. [gedaagde] vreesde een dreigende schending van het recht van eerste koop van zijn opdrachtgever [B.]. De meest geëigende weg om een dergelijke schending te voorkomen is beslaglegging op de onroerende zaak, zonodig gevolgd door een civielrechtelijke procedure. In plaats daarvan heeft [gedaagde] gekozen voor een niet voor de hand liggend en ook minder effectief alternatief, te weten het aan diverse beroepsgroepen verzenden van het onderhavige e-mailbericht. In dit e-mailbericht is bovendien niet slechts het zakelijke geschil tussen [B.] en [V.] weergegeven, maar worden degenen aan wie het bericht is verstuurd "op de hoogte gesteld van de niet-passende handelwijze van makelaar [eiser sub 1]". De rechter acht deze mededeling volstrekt onnodig en grievend ten opzichte van [eiser sub 1]. Nog afgezien van de vraag of de handelwijze van [eiser sub 1] passend is geweest - hetgeen in een eventuele bodemprocedure dan wel in een tuchtrechtelijke procedure aan de orde dient te komen- is de handelwijze van [gedaagde], te weten het versturen van het onderhavige e-mailbericht, dat niet."

Hoogachtend,

[gedaagde]

Beëdigd makelaar en rentmeester

3. bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom van 1.000,00 euro zal verbeuren voor iedere dag dat hij niet voldoet aan de sub 2 genoemde veroordeling;

4. verbindt aan de aldus sub 3 te verbeuren dwangsommen een maximum van 20.000,00 euro;

5. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiser sub 1] begroot op 286,16 euro aan verschotten en op 705,00 euro aan salaris procureur;

6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

7. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van der Meer, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2003.

fn 82