Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4004

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-02-2003
Datum publicatie
06-02-2003
Zaaknummer
56437 KG ZA 03-16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2003/62 met annotatie van EvdL

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 6 februari 2003

Kort-geding-nummer: 56437/KG ZA 03-16

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

het CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS (COA)

rechtspersoon volgens artikel 2 van de wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres,

hierna te noemen: het COA,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaten: mrs. D. Nobel en D. Brugman te Den Haag,

tegen

[gedaagden sub 1 tot en met 31]

gedaagden sub 1 t/m 31, hierna gezamenlijk te noemen: gedaagden,

gedaagden 1 t/m5:

wonende, althans verblijvende, in de AVO-lokatie De Hoop aan de Zuiderlaan nr. 11 te Hollum (gemeente Ameland), hierna: AVO-lokatie De Hoop;

gedaagden 6 t/m 25:

wonende, althans verblijvende, in de AVO-lokatie Zeewind aan de Torenstraat nr. 22 te Nes (gemeente Ameland), hierna: AVO-lokatie Zeewind;

gedaagden 26 t/m 31:

wonende, althans verblijvende in de AVO-lokatie De Jong aan de Polderweg nr. 5 te Nes (gemeente Ameland), hierna: AVO-lokatie De Jong.

procureur voor gedaagden sub 1 t/m 31: mr. A.H. Lanting,

advocaat voor gedaagden sub 1 t/m 17: mr. E.J.M. Klip te Lekkerkerk,

advocaat voor gedaagden sub 18 t/m 31: mr. M. Timmer te Den Haag.

PROCESGANG

Het COA heeft gedaagden in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 30 januari 2003.

Het COA heeft toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de rechter bij vonnis - zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad -

a. gedaagden sub 1 t/m 5 veroordeelt de AVO-lokatie De Hoop binnen drie dagen na betekening van het in kort geding te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen, met machtiging van het COA om dit vonnis aan deze veroordeling niet voldoen;

b. gedaagden sub 6 t/m 25 veroordeelt om de AVO-lokatie Zeewind binnen drie dagen na betekening van het in kort geding te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen, met machtiging van het COA om dit vonnis aan deze veroordeling niet voldoen;

c. gedaagden sub 26 t/m 31 veroordeelt om de AVO-lokatie De Jong binnen drie dagen na betekening van het in kort geding te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen, met machtiging van het COA om dit vonnis aan deze veroordeling niet voldoen,

met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaat, die mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd. Gedaagden hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het COA danwel tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van het COA in de kosten van het geding.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1 Het COA is een rechtspersoonlijkheid bezittend zelfstandig bestuursorgaan ingesteld bij de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (de Wet COA). Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wet COA is het COA onder meer belast met de centrale opvang van asielzoekers.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie houdt toezicht op het financiële beleid van het COA en stuurt dit zonodig bij (artt. 12, 13, 16 en 18 Wet COA).

1.2 AVO-lokaties worden gekenmerkt door dure, korte termijnkontrakten. Als gevolg van de gedwongen inkrimping van het COA, vanwege een lagere instroom van asielzoekers, zullen AVO-lokaties worden gesloten. In dat geval worden de betrokken asielzoekers overgeplaatst en de verstrekkingen voortgezet in een andere opvanglokatie. Artikel 7 lid 1 en 2 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (hierna: Rva), waarin de bevoegdheid tot overplaatsing van asielzoekers is geregeld, luidt als volgt:

lid 1 Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers bepaalt in welk centrum een asielzoeker wordt geplaatst en is bevoegd een asielzoeker naar een ander centrum over te plaatsen.

lid 2 Na overplaatsing van een asielzoeker naar een ander centrum worden de in artikel 5, eerste lid, bedoelde verstrekkingen in dit andere centrum aangeboden.

1.3 Gedaagden zijn asielzoekers en verblijven in AVO-lokatie De Hoop, Zeewind danwel

De Jong op Ameland. De exploitatieovereenkomsten die het COA met Mariënholm B.V.

(hierna: Mariënholm) had gesloten voor de AVO-lokaties De Hoop en Zeewind liepen op 24

januari jl. af. De exploitatieovereenkomst die voor de AVO-lokatie De Jong was afgesloten

met Appartementen Boerderij De Jong zal op 25 juli 2003 aflopen.

1.4 Op 3 oktober 2002 is door het COA tijdens een bewonersvergadering aan gedaagden

meegedeeld dat de AVO-lokaties waarin zij verblijven zullen worden gesloten en dat zij

zullen worden overgeplaatst naar een AZC. Aan hen is meegedeeld dat de verstrekkingen die

zij in het kader van de Rva ontvangen vanaf 8 januari 2003 zullen worden stopgezet en zullen

worden voortgezet op de nieuwe aangewezen lokatie. Op 12 december 2002 heeft het COA

aan gedaagden meegedeeld naar welk AZC zij zullen worden overgeplaatst. Het COA heeft

uitgebreide informatiemappen over de nieuwe centra, voorzien van foto's, aan gedaagden

uitgedeeld.

1.5 Bij brief van 16 december 2002 van de actiegroep AVO's Ameland hebben gedaagden

hun zienswijze aan het COA kenbaar gemaakt. Gedaagden hebben aangevoerd dat zij

gedurende 5 jaar zonder problemen op Ameland verblijven; dat zij op geen enkele wijze bij de

besluitvorming omtrent de overplaatsing betrokken zijn; dat zij door de overplaatsing hun

privacy moeten opgeven en dat geen rekening is gehouden met de belangen van de

schoolgaande kinderen.

1.6 Gedaagden hebben de verschillende AVO-lokaties niet per 8 januari 2003 verlaten.

Ook aan een mondeling verzoek van het COA van 9 januari 2003 om de AVO-lokaties

alsnog vrijwillig te verlaten hebben gedaagden geen gehoor gegeven.

1.7 Op 9 januari 2003 heeft het COA gedaagden de mogelijkheid gegeven de gronden van

hun weigering mee te delen. Sommige gedaagden hebben hiervan gebruik gemaakt.

1.8 Het COA heeft bij besluiten van 10 januari 2003 gedaagden schriftelijk meegedeeld

dat zij zullen worden overgeplaatst naar een AZC, namelijk een AZC in Kollum, Burgum,

Drachten of Dokkum. Tegen deze besluiten hebben gedaagden op 10 januari 2003 bezwaar

gemaakt. Zij hebben tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de

sector bestuursrecht van de rechtbank Leeuwarden ingediend. Bij uitspraak van 27 januari

2003 zijn deze verzoeken door de sector bestuursrecht van de rechtbank Leeuwarden

afgewezen. De inhoud van die uitspraak wordt als hier ingelast beschouwd.

1.9 Gedaagden zijn bij brief van 13 januari 2003 door de advocaat van het COA

gesommeerd de AVO-lokaties binnen twee dagen te ontruimen. Aan die sommatie hebben zij

geen gehoor gegeven.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1 Namens gedaagden is aangevoerd dat het COA voor wat betreft de vordering ingesteld jegens gedaagden sub 1 t/m 25 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het COA zou geen belang hebben bij de vordering omdat Mariënholm er geen bezwaar tegen zou hebben wanneer de gedaagden in de AVO-lokaties zouden blijven. Dit verweer wordt verworpen. De exploitatieovereenkomsten die het COA had afgesloten met Mariënholm zijn inmiddels beëindigd. Het langer openhouden van de AVO-lokaties zou voor het COA extra kosten met zich meebrengen.

2.2 Het recht van gedaagden op opvang door het COA in de AVO-lokaties De Hoop, Zeewind en De Jong is ingevolge de beschikkingen van het COA van 10 januari 2003 komen te vervallen. Gedaagden kunnen tegen de geldigheid van de bestuursrechtelijke besluiten van het COA, dat zij de verschillende AVO-lokaties moeten verlaten, in het onderhavige civielrechtelijke kort geding niet opkomen. In de uitspraak van de bestuursrechter d.d. 27 januari zijn de door partijen over en weer aangevoerde belangen zorgvuldig getoetst en tegen elkaar afgewogen. Er valt, gezien die motivering, niet te verwachten dat de besluiten van het COA in een bezwaarprocedure zullen worden vernietigd. Anders dan zijdens gedaagden is betoogd is deze uitspraak een uitspraak in de zin van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is ondertekend door de rechter en de griffier. Hieraan doet niet af dat de advocaten een 'was getekend' exemplaar hebben ontvangen, waarop die handtekeningen niet zichtbaar waren.

2.3 Het COA heeft met name voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een financieel spoedeisend belang heeft bij ontruiming op zo kort mogelijke termijn. Het ligt evident in de rede dat het samenbrengen van asielzoekers in grotere centra grote economische voordelen biedt boven hun verspreiding over verscheidene kleinere centra. Het stond het COA vrij een dergelijke afweging te maken op grond van artikel 7 lid 1 en 2 van de Rva.

2.4 Uit het voorgaande volgt dat gedaagden thans zonder recht of titel in de verschillende AVO-lokaties verblijven en uit dien hoofde jegens het COA onrechtmatig handelen. Dit betekent dat de vordering van het COA zal worden toegewezen. Gezien de zeer beperkte vrijheid van de rechter om een andere afweging te maken leveren ook de ter zitting getoonde videobeelden daartoe geen doorslaggevende argumenten op. De rechter gaat er hierbij van uit dat het COA zal zorgdragen dat de getoonde niet goed functionerende apparaten tijdig zullen worden hersteld.

2.5 Gedaagden zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

veroordeelt gedaagden sub 1 t/m 5 om de AVO-lokatie De Hoop aan de Zuiderlaan nr. 11 te Hollum (gemeente Ameland) binnen drie dagen na betekening dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen;

veroordeelt gedaagden sub 6 t/m 25 om de AVO-lokatie Zeewind aan de Torenstraat nr. 22 te Nes (gemeente Ameland) binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen;

veroordeelt gedaagden sub 26 t/m 31 om de AVO-lokatie De Jong aan de Polderweg nr. 5 te Nes (gemeente Ameland) binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen;

veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van het COA begroot op 324,14 euro aan verschotten en 705,- euro aan salaris procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2003.

fn 149