Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AF2563

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-12-2002
Datum publicatie
27-12-2002
Zaaknummer
02/1382 BESLU & 02/1383 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht

Reg.nrs.: 02/1382 BESLU & 02/1383 BESLU

Inzake het geding tussen

de vennootschap onder firma Evuco, gevestigd te Joure, verzoekster,

gemachtigde: mr. E. Wiarda, juridisch adviseur te Heerenveen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân, verweerder,

gemachtigde: E.A. de Jager, werkzaam als ambtenaar in dienst van de gemeente Skarsterlân.

1. Aanduiding van het besluit waarop het verzoek betrekking heeft

Het besluit van verweerder van 17 december 2002, inhoudende de ongegrondverklaring van verzoeksters bezwaarschrift tegen de weigering haar voor het jaar 2002 een vergunning voor de verkoop van consumentenvuurwerk te verlenen, zoals vervat in verweerders besluit van 16 oktober 2002.

2. Datum van de zitting

Het verzoek is behandeld ter zitting van 24 december 2002, alwaar partijen zijn verschenen bij gemachtigde.

3. De voorzieningenrechter sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak

a. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep (reg.nr. 02/1383 BESLU) gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 17 december 2002;

- wijst het verzoek (reg.nr. 02/1382 BESLU) toe en treft een voorlopige voorziening, inhoudende dat verzoekster dient te worden behandeld als ware zij in het bezit van een vergunning voor de verkoop van consumentenvuurwerk zoals bedoeld in art. 2.5.2 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Skarsterlân, met inbegrip van de daaraan normaliter te verbinden voorschriften alsmede met het bijzondere voorschrift dat gedurende de periode dat op de verkoopdagen 28, 30 en 31 december 2002 zich vuurwerk bevindt in het gedeelte van het pand aan de [adres] waar de verkoop plaatsvindt, dit gedeelte van het pand dient te zijn afgesloten van het woongedeelte van de heer [naam derde];

- gelast de gemeente Skarsterlân het betaalde griffierecht van in totaal € 436,00 aan verzoekster te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster van in totaal € 1.610,00 (bezwaarschrift 1 punt; verschijnen hoorzitting 1 punt; beroepschrift 1 punt; verzoekschrift 1 punt; verschijnen ter zitting 1 punt; waarde per punt € 322,00; gewicht van de zaak: gemiddeld), aan verzoekster te vergoeden door de gemeente Skarsterlân.

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

b. De gronden van de beslissing

Op grond van art. 2.5.2 lid 1 APV is het verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf vuurwerk af te leveren, dan wel ter levering aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college van burgemeester en wethouders waar het bedrijf is of zal worden gevestigd. Art. 2.5.2 lid 2 APV bepaalt, dat de in het eerste lid bedoelde vergunning kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast.

Verweerder heeft de weigering van de vergunning gebaseerd op de persoonlijke situatie van de heer [naam derde], die de eigenaar en bewoner is van het pand aan de [adres], alwaar Evuco voornemens is het consumentenvuurwerk te verkopen. Deze [naam derde] heeft vanuit voornoemd pand gedurende circa 40 jaar vuurwerk verkocht. Op grond van een op 21 december 2001 door ambtenaren van verweerder en de politie uitgevoerde controle, alsmede op grond van een op 24 juni 2002 bij [naam derde] afgelegd bedrijfsbezoek, heeft bij verweerder de mening postgevat dat bij [naam derde] sprake is van overmatig gebruik van alcohol. Mede gelet op de persoonlijke situatie van [naam derde] -van wie verweerder meent dat hij ten tijde van laatstvermeld bedrijfsbezoek een emotionele, aangeslagen en verwarde indruk maakte- is verweerder van mening dat er een grote kans bestaat op ongelukken waardoor de openbare orde zal worden bedreigd en waarbij overlast zal ontstaan. Ter zitting heeft verweerder aangegeven geen problemen te zien in het feit dat in de nabij de woning van [naam derde] gelegen bunkers 40.000 kilo consumentenvuurwerk ligt opgeslagen, doch dat verweerder bevreesd is voor de situatie dat er weer vuurwerk aanwezig is in het pand waarin [naam derde] zich bevindt.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de stukken onvoldoende houvast bieden voor de door verweerder geuite vrees. Hooguit kan hieruit worden afgeleid dat [naam derde] ten tijde van de controle op 21 december 2001 alcohol had genuttigd. Wat hiervan verder ook zij, de onderhavige vergunning is niet aangevraagd door [naam derde], maar door Evuco. Het gaat er derhalve om te bepalen of de persoonlijke omstandigheden van een derde, te weten [naam derde], zodanig zijn dat van de verkoop van consumentenvuurwerk door Evuco een gevaar voor de openbare orde, dan wel overlast valt te verwachten.

Uit de stukken blijkt, dat door [naam derde] het achterste gedeelte van zijn pand (een boerderij) ten behoeve van de verkoop van vuurwerk zal verhuren aan Evuco. Op grond van hetgeen ter zitting van de zijde van verzoekster naar voren is gebracht, neemt de voorzieningenrechter voorts als vaststaand aan, dat [naam derde] geen enkele rol meer speelt bij de feitelijke verkoop van het vuurwerk, dat hij gedurende de dagen waarop de verkoop plaatsvindt geen zeggenschap heeft over het gedeelte van zijn pand van waaruit de verkoop plaatsvindt en dat dit gedeelte van het pand is af te sluiten van het (voorste) woongedeelte. Mede gelet op het feit dat buiten de voor de verkoop bestemde tijden geen vuurwerk in het pand aan de [adres] aanwezig is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de vergunning aan Evuco te weigeren. Om deze reden heeft de voorzieningenrechter dan ook beslist zoals hierboven is aangegeven. Om niettemin de kans dat [naam derde] ongelukken met consumentenvuurwerk zou veroorzaken zoveel mogelijk te verkleinen, heeft de voorzieningenrechter bepaald dat gedurende de tijden dat het vuurwerk wordt verhandeld, het woongedeelte van [naam derde] moet zijn afgesloten van het gedeelte van het pand van waaruit het vuurwerk wordt verkocht.

De voorzieningenrechter deelt mede dat tegen de uitspraak in het verzoek om een voorlopige voorziening (reg.nr. 02/1382 BESLU) geen hoger beroep open staat.

De voorzieningenrechter deelt voorts mede dat tegen de uitspraak in de hoofdzaak (reg.nr. 02/1383 BESLU) voor partijen hoger beroep open staat. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb. Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u dan waarom u de uitspraak niet juist vindt.

De zitting wordt gesloten.

Waarvan proces-verbaal.

w.g. F.P. Dillingh , griffier

w.g. C.H. de Groot, voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op: