Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AE6913

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
28-08-2002
Datum publicatie
28-08-2002
Zaaknummer
53836 KG ZA 02-273
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2002, 248

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Korte Gedingen

Uitspraak: 28 augustus 2002

Kort-geding-nummer: 53836 KG ZA 02-273

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

1. de besloten vennootschap

HOOGE RAEDT GROEP B.V.,

gevestigd te Baarn,

hierna mede te noemen: Hooge Raedt,

2. de besloten vennootschap

EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ IT WIID B.V.,

gevestigd te Baarn,

hierna mede te noemen: Exploitatie Maatschappij It Wiid,

3. de stichting

STICHTING TOT BEHOUD VAN DE BUITENPLAATSEN MECHELEN E.O.,

gevestigd te Baarn,

hierna mede te noemen: Stichting Mechelen,

eisers, hierna tezamen mede te noemen: Hooge Raedt c.s.,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam,

tegen

1. de vereniging

VERENIGING BEHEER "BUITENPLAATS IT WIID",

gevestigd te Dalfsen,

hierna mede te noemen: Vereniging It Wiid,

2. de besloten vennootschap

EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ CENTRUMVOORZIENINGEN IT WIID B.V.,

gevestigd te Earnewâld,

gedaagden, hierna tezamen te noemen: Vereniging It Wiid c.s.,

procureur: mr. P.H. Redeker,

advocaat: mr. O.E. Meijer te Rotterdam.

PROCESGANG

Vereniging It Wiid c.s. zijn vrijwillig verschenen ter openbare zitting van 20 augustus 2002.

Hooge Raedt c.s. hebben toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de rechter bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

1. Gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, zal gebieden binnen drie dagen na dagtekening van dit vonnis mee te werken aan de levering door eisers aan gedaagde van de roerende zaken opgesomd in de aan deze akte gehechte inventarislijst;

2. Gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, zal gebieden mee te werken aan inventarisatie en levering van eisers aan gedaagde van de voorraden aanwezig op het park It Wiid;

3. Gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, zal gebieden onmiddellijk de exploitatie van Exploitatie Maatschappij It Wiid van de buitenplaats It Wiid over te nemen, onder meer door de personeelsleden van Exploitatie Maatschappij It Wiid over te nemen, althans zal gebieden om aan alle personeelsleden van Exploitatie Maatschappij It Wiid een arbeidsovereenkomst aan te bieden op minimaal gelijke voorwaarden als overeengekomen met Exploitatie Maatschappij It Wiid ingaande per 1 september 2002;

4. Gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, zal veroordelen om aan Exploitatie Maatschappij It Wiid te voldoen bij wege van voorschot een bedrag van 345.000,00 euro, althans een voorschot door de president in goede justitie te bepalen;

5. Zal bepalen dat gedaagden aan eisers verbeuren een dwangsom van 10.000,00 euro per dag of dagdeel dat gedaagden niet of niet geheel aan één of meer onderdelen van dit vonnis voldoen.

Subsidiair:

Een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen ordemaatregel zal nemen zo veel mogelijk in lijn met het bovenstaande.

Voorwaardelijk subsidiair:

Indien en voorzover de voorzieningenrechter de primaire en subsidiaire vordering tot betaling van een voorschot niet toewijsbaar acht, gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, zal veroordelen aan eisers als voorschot op de door eiser geleden en te lijden schade te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van 345.000,00 euro.

Primair, subsidiair en voorwaardelijk subsidiair:

Gedaagde zal veroordelen in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaten, waarbij de advocaat van Vereniging It Wiid c.s. mede aan de hand van pleitnotities het woord heeft gevoerd. Vereniging It Wiid c.s. hebben daarbij geconcludeerd Hooge Raedt c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering, althans hen deze te ontzeggen, met veroordeling van Hooge Raedt c.s. in de kosten van het geding.

Hooge Raedt c.s. hebben met goedvinden van Vereniging It Wiid c.s. producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. Voorshands kunnen de navolgende feiten als vaststaand worden aangenomen:

1.1. Tot 7 februari 2001 werd de exploitatie van 314 recreatiebungalows op de Buitenplaats It Wiid voor de eigenaren van die bungalows verzorgd door de besloten vennootschap Buitenplaats It Wiid B.V. Deze vennootschap is -tezamen met nog twee andere vennootschappen die het recreatiepark Buitenplaats de Mechelerhof respectievelijk Buitenplaats Gerner exploiteerden- op 7 februari 2001 in staat van faillissement verklaard. Het faillissement van Buitenplaats It Wiid B.V. was aangevraagd door Vereniging It Wiid.

1.2. Vlak na het faillissement van Buitenplaats It Wiid B.V. is er tussen de twee curatoren, Hooge Raedt en Vereniging It Wiid onderhandeld. Doelstelling van alle betrokken partijen was de continuïteit van het recreatiepark te waarborgen. Afgesproken is dat de exploitatie van het recreatiepark en de verhuur van de bungalows zou worden overgenomen door een op te richten vennootschap (Exploitatie Maatschappij It Wiid), waarvan de aandelen zouden worden ondergebracht bij een op te richten stichting (Stichting Mechelen). De centrale voorzieningen (zoals zwembad en restaurant) -hierna te noemen: de onroerende zaken- zouden worden overgenomen door Hooge Raedt.

1.3. Bij overeenkomst van 7 maart 2001 is door Hooge Raedt aan Vereniging It Wiid terzake van Buitenplaats It Wiid een optierecht verleend om de onroerende zaken alsmede de aandelen van Exploitatie Maatschappij It Wiid over te nemen op een voor Hooge Raedt kosten neutrale basis. De achterliggende gedachte daarbij was, dat Vereniging It Wiid de onroerende zaken alsmede de exploitatie van het recreatiepark graag in handen zou willen krijgen, doch daartoe op zo'n korte termijn zelf niet in staat was. De optie was aanvankelijk verleend voor een periode van 6 maanden, doch is nadien meerdere keren verlengd.

1.4. Na 7 maart 2001 is er tussen partijen onderhandeld omtrent de overname van de onroerende zaken en de aandelen in Exploitatie Maatschappij It Wiid.

1.5. Bij brief van 22 november 2001 hebben Vereniging It Wiid en Stichting Beheer It Wiid aan Hooge Raedt laten weten dat zij geïnteresseerd zijn om Exploitatie Maatschappij It Wiid eventueel over te nemen. Bij faxbericht van 22 november 2001 hebben zij tevens aan Hooge Raedt laten weten dat zij bereid zijn de onroerende zaken te kopen voor een maximale en verder niet onderhandelbare koopsom van ƒ 4.975.000,00 inclusief eventueel verschuldigde BTW, doch exclusief kosten koper. Laatstgenoemd aanbod is blijkens het faxbericht gedaan onder voorbehoud van het verkrijgen van een hypothecaire geldlening ter grootte van minimaal ƒ 4.000.000,00 en het verrichten van een gedegen "due diligence-onderzoek", waaraan partijen hun volledige medewerking zouden moeten geven en dat zou moeten leiden tot een voor Vereniging It Wiid en de stichting Stichting Beheer It Wiid bevredigende uitkomst.

1.6. Bij brief van 27 november 2001 heeft Hooge Raedt aan Vereniging It Wiid medegedeeld, dat zij bereid is het bod op de onroerende zaken te accepteren, echter onder de uitdrukkelijke bijkomende voorwaarde dat op dezelfde datum tevens de overdracht van de aandelen in Exploitatie Maatschappij It Wiid plaatsvindt op voor Hooge Raedt conveniërende voorwaarden.

1.7. Bij kort-geding-vonnis van 2 juli 2002 tussen Hooge Raedt, Coorendijck Beleggingen N.V., Stichting Mechelen en Exploitatie Maatschappij It Wiid als eiseressen en Vereniging It Wiid en Stichting Beheer It Wiid als gedaagden, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank beslist, dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat partijen daadwerkelijk overeenstemming hebben bereikt omtrent de overname van de aandelen in Exploitatie Maatschappij It Wiid. De vordering strekkende tot overname van de aandelen is om die reden afgewezen. Ook de vordering strekkende tot overname van de onroerende zaken is toen afgewezen. Volgens de voorzieningenrechter heeft Hooge Raedt het bod van Vereniging It Wiid op de onroerende zaken geaccepteerd onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat tevens de overdracht van de aandelen in Exploitatie Maatschappij It Wiid plaatsvindt op voor Hooge Raedt conveniërende voorwaarden, terwijl gesteld noch gebleken is dat Vereniging It Wiid en Stichting Beheer It Wiid hiertegen bezwaar hebben gemaakt. Omdat voorshands niet aannemelijk is geworden dat partijen overeenstemming hebben bereikt omtrent de overname van de aandelen, is ook de vordering strekkende tot overname van de onroerende zaken niet toewijsbaar, aldus de voorzieningenrechter in voornoemd kort-geding-vonnis.

1.8. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een zogenaamde activatransactie. Tot een schikking is het echter niet gekomen.

1.9. Bij kort-geding-vonnis van 26 juli 2002 in een door Vereniging It Wiid en Stichting Beheer It Wiid als eiseressen aanhangig gemaakte procedure tegen Coorendijck Beleggingen N.V., Hooge Raedt en Stichting Mechelen heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer het volgende overwogen:

"(...)

2.1. De vordering strekkende tot levering van de onroerende zaken -waaronder de directiewoning- zal worden toegewezen. Tegen toewijzing van deze vordering heeft Coorendijck geen verweer (meer) gevoerd

(...)

4.1. In het vonnis van 2 juli 2002 heeft de voorzieningenrechter de vordering tot levering van de aandelen afgewezen op grond, dat (kort samengevat) onvoldoende aannemelijk was geworden, dat partijen daadwerkelijk overeenstemming hadden bereikt omtrent de aandelenoverdracht. Sindsdien is niet gebleken van feiten of omstandigheden, die ertoe nopen om dat voorlopig oordeel te herzien. Echter: het afbreken van de onderhandelingen over die overdracht zou in de omstandigheden van dit geval onaanvaardbaar zijn.

(...)

4.5. Een constructieve benadering zou kunnen zijn om onderscheid te maken tussen enerzijds op korte termijn te treffen maatregelen in het belang van alle bij het park betrokken partijen, en anderzijds de financiële belangen van de procespartijen op een iets langere termijn. In een eerste fase zouden de exploitatie van het park en het onroerend goed, in overeenstemming met de oorspronkelijke en onveranderde intentie van alle betrokken partijen, zo snel mogelijk in handen van Vereniging It Wiid kunnen worden gebracht. Ongestoorde voortzetting van de exploitatie door Vereniging It Wiid (rechtstreeks dan wel via een door haar gecontroleerde rechtspersoon) is dan mogelijk. Dan dient het herstel van het rendement op de particuliere investeringen van de individuele bungalow-eigenaren doordat de verhuur via de touroperators weer goed op gang kan komen, en dat is dus ook in het belang van de op het park werkzame werknemers. In een tweede fase zou vervolgens een voor partijen aan beide zijden aanvaardbaar onderzoek kunnen worden ingesteld naar de financiële positie van Exploitatiemaatschappij It Wiid en daarmee naar de feitelijke waarde van de aandelen. Die waarde heeft op dit moment waarschijnlijk weinig meer te maken met de nominale waarde van ƒ 35.000,--, voor welk bedrag ze zouden worden verkocht. Op basis van zo'n door accountants te verrichten onderzoek, alsmede op basis van hieronder nader uit te werken uitgangspunten, en zo nodig op basis van aanvullende "arbitrage" door deze voorzieningenrechter in een procedure ex art. 43 R.O., kan tenslotte een financiële afrekening tot stand worden gebracht.

4.6. Een afrekening kan worden gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

(...)

4.7. De rechter zal de reconventionele vordering sub 1., strekkende tot voortzetting van de onderhandelingen over de koop- en verkoop van de aandelen in Exploitatiemaatschappij It Wiid, aldus toewijzen dat partijen worden veroordeeld om de onderhandelingen voort te zetten op basis en met inachtneming van de hiervoor sub 4.6. opgesomde uitgangspunten."

1.10. Op 2 augustus 2002 heeft de levering van de onroerende zaken plaatsgevonden door Coorendijck Beleggingen N.V. aan een door Vereniging It Wiid daartoe in het leven geroepen stichting (de rechtbank begrijpt: gedaagde sub 2).

1.11. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling van het onderhavige kort geding te kennen gegeven dat zij het eens zijn met de in het vonnis van 26 juli 2002 weergegeven benadering, alsmede met de in dat vonnis weergegeven uitgangspunten.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. Hooge Raedt c.s. hebben aangevoerd, dat in het licht van hetgeen de voorzieningenrechter in het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002 heeft bepaald en in aanmerking nemende dat de onroerende zaken vooruitlopend op de aandelenovername al wel zijn overgedragen de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Vereniging It Wiid c.s. thans dienen mee te werken aan de overdracht van de exploitatie van de onderneming It Wiid. Vereniging It Wiid c.s. dienen dan ook reeds nu -vooruitlopend op de levering van de aandelen van de Exploitatie Maatschappij It Wiid- de voor de exploitatie benodigde activa waaronder de inventaris en de voorraden over te nemen, aldus Hooge Raedt c.s.. Tevens dienen Vereniging It Wiid c.s. volgens Hooge Raedt c.s. het personeel over te nemen.

Hooge Raedt c.s stellen een spoedeisend belang te hebben bij hun vordering omdat vele eigenaren hun bungalows uit de verhuur hebben gehaald, zonder dat Vereniging It Wiid maatregelen heeft genomen om dat te verhinderen. Bij het achterwege blijven van de gevorderde voorzieningen zal de directie van Exploitatie Maatschappij It Wiid maatregelen moeten nemen om de kosten van de onderneming te drukken omdat voorzienbaar is dat Exploitatie Maatschappij It Wiid anders niet aan haar verplichtingen zal kunnen voldoen. In dat geval zal hetzij een verzoek tot collectief ontslag hetzij een verzoek om surséance van betaling moeten worden ingediend bij deze rechtbank, aldus Hooge Raedt c.s.

3. Het verweer van Vereniging It Wiid c.s. komt er -kort samengevat- op neer dat volgens Vereniging It Wiid c.s. ingevolge het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002 eerst een accountantsonderzoek dient plaats te vinden alvorens tot de overdracht van de inventaris, voorraden en personeel zal worden overgegaan. Omdat een accountantsonderzoek tot op heden niet heeft plaatsgevonden, is Vereniging It Wiid c.s. niet gehouden om thans mee te werken aan de overdracht van de inventaris, voorraden en het personeel, aldus Vereniging It Wiid.

4.1. De rechter stelt voorop dat beide partijen tijdens de mondelinge behandeling van het onderhavige kort geding te kennen hebben gegeven dat zij het eens zijn met de in het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002 weergegeven benadering, alsmede met de in dat vonnis weergegeven uitgangspunten.

4.2. In het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002 is een onderscheid gemaakt tussen enerzijds op korte termijn te treffen maatregelen in het belang van alle bij het park betrokken partijen, en anderzijds de financiële belangen van de procespartijen op een iets langere termijn. Blijkens genoemd vonnis zou in een eerste fase de exploitatie van het park en het onroerend goed zo snel mogelijk in handen van Vereniging It Wiid kunnen worden gebracht.

Pas in een tweede fase zou een voor partijen aan beide zijden aanvaardbaar onderzoek kunnen worden ingesteld naar de financiële positie van Exploitatiemaatschappij It Wiid en daarmee naar de feitelijke waarde van de aandelen. Nadat een dergelijk door accountants te verrichten onderzoek heeft plaatsgevonden -zo nodig op basis van aanvullende "arbitrage" door deze voorzieningenrechter in een procedure ex art. 43 R.O.- kan tenslotte een financiële afrekening tot stand worden gebracht, aldus nog steeds de voorzieningenrechter in het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002.

4.3. Hooge Raedt c.s. vorderen thans onder meer de medewerking van Vereniging It Wiid c.s. aan de overdracht van de voor de exploitatie benodigde voorraden, inventaris en het personeel. Naar het oordeel van de rechter vloeit een dergelijke overdracht voort uit de oplossingsrichting in het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002 waarin immers is bepaald, dat in de eerste fase onder meer de exploitatie van het park zo snel mogelijk in handen van Vereniging It Wiid kan worden gebracht. Omdat Vereniging It Wiid c.s. die oplossingsrichting hebben onderschreven, ziet de rechter geen bezwaar tegen toewijzing van de vordering voor zover deze strekt tot overdracht van de voorraden, de inventaris en het personeel. De vordering zal dan ook worden toegewezen als in het dictum te melden. Opgemerkt wordt dat het de rechter niet duidelijk is aan wie (gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2) de overdracht dient plaats te vinden, zodat dat in het dictum in het midden zal worden gelaten. Tevens is het de rechter niet duidelijk op welke inventarislijst Hooge Raedt c.s. doelt. In het dictum zal dan ook geen verwijzing naar enige inventarislijst worden opgenomen, er van uitgaande dat Vereniging It Wiid c.s. weet op welke inventaris Hooge Raedt c.s. doelt.

4.4. Waar bij toewijzing van het voorgaande sprake is van overheveling van activa van Hooge Raedt c.s. naar Vereniging It Wiid c.s. ligt het in de rede dat daarvan reeds thans een financiële tegenprestatie wordt geleverd, zoals ook bij de overdracht van de onroerende zaken is geschied. Het past echter bij het in het vonnis van 26 juli 2002 neergelegde stappenplan om die financiële tegenprestatie niet noodzakelijkerwijs te laten bestaan in betaling van een geldsom maar om Vereniging It Wiid c.s. de mogelijkheid te geven om te volstaan met een depot onder een door beide partijen aan te wijzen notaris of een bankgarantie op de gebruikelijke condities tot het niet betwiste bedrag van 345.000,00 euro.

5. Omdat Vereniging It Wiid c.s. niet zal worden veroordeeld om het gevorderde bedrag van 345.000,00 euro reeds nu aan Hooge Raedt c.s. te betalen, wordt toegekomen aan een beoordeling van de voorwaardelijk subsidiair ingestelde vordering. Hooge Raedt c.s. vordert betaling van een voorschot van 345.000,00 euro op de door hen geleden en te lijden schade.

Omdat Hooge Raedt c.s. echter heeft nagelaten om hun vordering in zoverre ook maar op enige wijze te onderbouwen, zal deze vordering worden afgewezen.

6. De rechter ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding om een dwangsom op te leggen. Ook voor een proceskostenveroordeling is in dit geval geen plaats. Weliswaar vloeit toewijzing van de vordering strekkende tot overdracht van de voorraden, de inventaris en het personeel voort uit het kort-geding-vonnis van 26 juli 2002, maar Hooge Raedt c.s. hebben niet (voldoende gemotiveerd) weersproken dat partijen omtrent de overname van de exploitatie niet, dan wel nauwelijks overleg hebben gevoerd met elkaar. Vereniging It Wiid c.s. hebben er terecht op gewezen dat er sedert de uitspraak op 26 juli 2002 nog maar een korte periode is verstreken, hetgeen ook nog eens een periode is geweest waarin velen

-waaronder mr. Meijer- op vakantie waren.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. gebiedt gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan de levering door eisers aan gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 van de roerende zaken (inventaris);

2. gebiedt gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan inventarisatie en levering door eisers aan gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 van de voorraden aanwezig op het park It Wiid;

3. gebiedt gedaagden, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, onmiddellijk -althans vóór 1 september 2002, de exploitatie van Exploitatie Maatschappij It Wiid van de buitenplaats It Wiid over te nemen, door de personeelsleden van Exploitatie Maatschappij It Wiid over te nemen, althans door aan alle personeelsleden van Exploitatie Maatschappij It Wiid een arbeidsovereenkomst aan te bieden op minimaal gelijke voorwaarden als overeengekomen met Exploitatie Maatschappij It Wiid ingaande per 1 september 2002;

4. veroordeelt gedaagden om, des dat de één voldoet de ander zal zijn gekweten, ten gunste van Hooge Raedt c.s. een bedrag van 345.000,00 euro te deponeren onder een door beide partijen aan te wijzen notaris of een bankgarantie op de gebruikelijke condities te stellen ter hoogte van een bedrag van 345.000,00 euro;

5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6. compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

7. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2002.

fn 82