Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AE6066

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
31-07-2002
Datum publicatie
01-08-2002
Zaaknummer
53619 KG ZA 02-257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Korte Gedingen

Uitspraak: 31 juli 2002

Kort-geding-nummer: 53619/KG ZA 02-257

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

1. de besloten vennootschap

K.I.G. Heerenveen B.V.,

gevestigd te Terband (gemeente Heerenveen),

hierna te noemen: KIG,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur: mr. P.H. Redeker,

advocaat: mr. J. de Boer te Haren (Groningen),

2. de besloten vennootschap

Mondial Fair Attractions International B.V.,

gevestigd te Terband (gemeente Heerenveen),

hierna te noemen: Mondial,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur: mr. P.H. Redeker,

advocaat: mr. A. Dijkgraaf te Groningen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. J.G. Kabalt te Breukelen.

PROCESGANG

KIG en Mondial hebben [gedaagde] in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 29 juli 2002.

KIG en Mondial hebben - ten opzichte van de aankondiging in de dagvaarding - de gewijzigde eis aldus geformuleerd dat de rechter bij vonnis- zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad -

a. zal opheffen het conservatoir beslag, gelegd door gerechtsdeurwaarder A.J. Beugeling bij exploot d.d. 7 augustus 2001, door voornoemde deurwaarder aan Mondial betekend bij exploot van 10 augustus 2001;

b. zal opheffen het conservatoir beslag, gelegd door gerechtsdeurwaarder A.J. Beugeling bij exploot d.d. 2 juli 2002, door voornoemde deurwaarder aan KIG betekend bij exploot van 4 juli 2002;

c. [gedaagde] zal verbieden - zulks op straffe van een dwangsom groot 1.000.000,- euro voor elke overtreding van het uit te spreken verbod en van 500.000,- euro voor elke dag dat een met het vonnis strijdige toestand voortduurt - nieuwe conservatoire beslagen en/of beslagen tot afgifte van zaken - derdenbeslag daaronder tevens te begrijpen - ten laste van KIG en/of Mondial inzake de tussen partijen bestaande rechtsbetrekkingen en overeenkomsten betreffende het litigieuze reuzenrad te doen leggen;

d. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaat, die mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd. [gedaagde] heeft in conventie geconcludeerd dat de voorzieningenrechter KIG en Mondial in hun vorderingen niet ontvankelijk dient te verklaren, althans hen deze dient te ontzeggen en KIG en Mondial hoofdelijk dient te veroordelen in de kosten van het geding.

In reconventie heeft [gedaagde] gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle dagen en uren,

1. Mondial zal veroordelen tot betaling aan [gedaagde], binnen 2 x 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, van een bedrag ad 1.738.392,30 euro, vermeerderd met wettelijke rente berekend vanaf 1 augustus 2001, danwel 6 augustus 2001, danwel 6 juni 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.

primair: voormelde betaling te doen zonder nadere voorwaarden,

subsidiair: onder de voorwaarde dat [gedaagde] een bankgarantie ten gunste van Mondial stelt voor een bedrag gelijk aan het verschil tussen de door Mondial gestelde vordering ad 844.281,00 euro en de vordering van [gedaagde] ten bedrage van 1.738.392,30, euro

meer subsidiair: onder de voorwaarde dat [gedaagde] ten gunste van Mondial een bankgarantie stelt van een waarde gelijk aan hetgeen Mondial aan [gedaagde] zal voldoen,

uiterst subsidiair: Mondial zal veroordelen tot betaling aan [gedaagde] van een zodanig bedrag, eventueel onder het stellen van voorwaarden, als in goede justitie rechtens juist wordt geacht.

2. KIG en Mondial zal gebieden om aan [gedaagde] hun medewerking te verlenen voor het afgeven van een viertal enkelassige trailers (Dercks Tracon) met registratienummer/identificatienummer: XL9DERC11Z5183011, XL9DERC11Z5183012, XL9DERC11Z5183013 en XL9DERC11Z5183014 die eigendom van [gedaagde] zijn en zich bevinden op het terrein van KIG/Mondial aan de Bornego 39 te Terband, zulks op verbeurte van een dwangsom van 25.000,- euro voor elke dag dat KIG en/of Mondial weigeren aan afgifte hun medewerking te verlenen.

3. althans zodanige beslissing(en) te nemen als in goede justitie rechtens juist wordt geacht,

met hoofdelijke veroordeling van Mondial en KIG in de procedure, waaronder die in conventie.

KIG en Mondial hebben in reconventie geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde, met uitzondering van de gevorderde afgifte van de trailers.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1 [gedaagde] is kermisexploitant. Mondial verkoopt kermisattracties, waaronder reuzenraden, en KIG vervaardigt onder andere stalen- en kunststofconstructies en constructies van machines.

1.2 [gedaagde] heeft met Mondial op 12 oktober 1999 een koopovereenkomst gesloten terzake de aankoop van een reuzenrad type 50/40 (hierna: het reuzenrad) voor de vaste prijs van

DM 5.100.000,- (excl. BTW).

1.3 Mondial heeft aan KIG opdracht gegeven om het reuzenrad te vervaardigen. [gedaagde] heeft reeds een bedrag van DM 3.400.000,- aan Mondial betaald.

1.4 [gedaagde] heeft bij brief van 1 augustus 2001 gericht aan Mondial de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen.

1.5 [gedaagde] heeft bij exploot van 7 augustus 2001 ten laste van Mondial conservatoir verhaalsbeslag doen leggen op het reuzenrad en vijf trailers. Dit beslag is aan Mondial betekend bij exploot van 10 augustus 2001.

1.6 [gedaagde] heeft bij exploot van 7 mei 2002 ten laste van KIG conservatoir beslag tot levering doen leggen op het reuzenrad en vijf trailers.

1.7 Bij faxbericht van 31 mei 2002 heeft KIG jegens Mondial de buitengerechtelijke ontbinding ingeroepen van de overeenkomst tussen haar en Mondial van 17 januari 2000.

1.8 Op 6 juni 2002 heeft Mondial de buitengerechtelijke ontbinding ingeroepen van de koopovereenkomst van 12 oktober 1999.

1.9 Bij vonnis van 28 juni 2002 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden in kort geding onder meer de vordering van [gedaagde], tot veroordeling van Mondial tot levering van het reuzenrad aan [gedaagde] danwel tot veroordeling van KIG om medewerking te verlenen aan de levering van het reuzenrad aan [gedaagde], afgewezen en voorts het beslag zoals hiervoor genoemd onder 1.6 opgeheven. Van dit vonnis is door KIG hoger beroep ingesteld.

1.10 De voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden heeft op 1 juli 2002 op verzoek van [gedaagde] en ten laste van KIG verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag op het reuzenrad en de vijf trailers tot een bedrag van 2.300.000,- euro en bevolen dat de goederen ter gerechtelijke bewaring worden afgegeven aan deurwaarder Johannes Beugeling.

Bij vonnis van 4 juli 2002 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden in kort geding het bevel tot de gerechtelijke bewaring opgeheven. De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag, gelegd ten laste van KIG, is afgewezen.

1.11 Op 9 juli 2002 hebben de heer [D.], mevrouw [K.], de heer [K.] en de heer [T.] een handgeschreven concept overeenkomst ondertekend, waarbij Mondial het reuzenrad aan [gedaagde] verkoopt onder nader geformuleerde voorwaarden. [gedaagde] heeft later aangevoerd dat de heer [T.] niet bevoegd was om namens hem deze concept overeenkomst te ondertekenen.

1.12 KIG en Mondial hebben een gewijzigde concept overeenkomst, gedateerd 11 juli 2002, opgesteld. [gedaagde] heeft deze gewijzigde overeenkomst niet geaccepteerd. [gedaagde] heeft vervolgens zelf een concept vaststellingsovereenkomst opgesteld die door KIG en Mondial is gewijzigd. De gewijzigde versie is door [gedaagde] niet geaccepteerd.

Het standpunt van KIG en Mondial

2.1 KIG en Mondial stellen zich in conventie op het standpunt dat, nu zich een nieuwe koper bij KIG heeft gemeld, de beslagen dienen te worden opgeheven teneinde de verkoop aan deze derde mogelijk te maken. Het belang van KIG en Mondial bij verkoop overtreft het belang van [gedaagde] tot reservering van zijn rechten, aldus KIG en Mondial. KIG is voorts bereid om ten behoeve van [gedaagde] ten laste van de netto-koopsom een bedrag te reserveren van DM 3.400.000,- totdat in rechte is beslist in hoeverre KIG naast Mondial schadeplichtig is jegens [gedaagde]. KIG en Mondial zijn voorts bereid om, na opheffing van de beslagen en vóór het moment dat de DM 3.400.000,- kan worden gestort op een geblokkeerde rekening, aan [gedaagde] een bezitloos pandrecht op het reuzenrad te verschaffen. KIG en Mondial stellen een spoedeisend belang bij de vordering te hebben omdat de financieringslasten circa

DM 45.000,- per maand bedragen.

2.2 In reconventie stellen KIG en Mondial zich op het standpunt dat volstrekt niet vaststaat dat in de bodemprocedure geoordeeld zal worden dat Mondial de DM 3.400.000,- geheel of gedeeltelijk terug dient te betalen aan [gedaagde]. Deze vordering is in dit kort geding niet op eenvoudige wijze vast te stellen en dient dan ook te worden afgewezen. Bovendien heeft Mondial in de bodemprocedure in reconventie een tegenvordering ingesteld tegen [gedaagde] tot een bedrag van € 844.281,-. KIG en Mondial zijn voorts bereid tot afgifte van de vier opleggers.

Het standpunt van [gedaagde]

3.1 [gedaagde] stelt zich in conventie op het standpunt dat KIG en Mondial geen nieuwe feiten hebben genoemd zodat er geen reden kan zijn om af te wijken van de eerdere vonnissen in kort geding. [gedaagde] betwist voorts dat de belangen van KIG en Mondial zijn belangen zouden overtreffen. Indien de conservatoire beslagen zouden worden opgeheven zou hij een verhaalsrisico lopen van tenminste DM 3.400.000,-. De door KIG en Mondial aangeboden zekerheden, in de vorm het bezitloos pandrecht en het reserveren van een deel van de koopsom, voldoen niet aan het gestelde in artikel 705 Rv, aldus [gedaagde]. Er is voorts geen reden om het gevorderde verbod tot het leggen van nieuwe beslagen toe te wijzen.

3.2 [gedaagde] stelt zich in reconventie op het standpunt dat hij destijds terecht de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen, zodat hij aanspraak heeft op terugbetaling door Mondial van de DM 3.400.000,- vermeerderd met de wettelijke rente. Subsidiair is [gedaagde] bereid om bij toewijzing van deze vordering een bankgarantie te stellen voor het verschil tussen zijn vordering en de door Mondial gestelde schadevordering van € 844.281,- danwel voor de gehele bedrag dat Mondial aan hem zal voldoen. [gedaagde] stelt een spoedeisend belang te hebben bij de terugbetaling van de DM 3.400.000,- omdat hij schade lijdt als het geld langer uitstaat. Deze schade bestaat uit eventueel door hem aan Südleasing te betalen rente. [gedaagde] vordert daarnaast afgifte van zijn trailers die nog op het terrein van KIG/Mondial staan.

Beoordeling van het geschil

In conventie

4.1 Volgens artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de kort-geding-procedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De rechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal onderbouwd.

Wat betreft de door KIG en Mondial gestelde ondeugdelijkheid van het door [gedaagde] ingeroepen recht is bij kort geding vonnis van 28 juni 2002 en 4 juli 2002 reeds geoordeeld dat [gedaagde] ter verzekering van zijn rechten terecht verhaalsbeslag heeft laten leggen op het reuzenrad ten laste van Mondial danwel KIG. De opheffing van deze conservatoire beslagen is toen afgewezen. Naar het oordeel van de rechter hebben zich nadien echter geen nieuwe feiten voorgedaan die toewijzing van de gevorderde opheffing van de beslagen zouden rechtvaardigen. Er hebben wel onderhandelingen tussen partijen plaatsgevonden maar de verschillende opgestelde concept overeenkomsten zijn niet door partijen ondertekend, met uitzondering van de concept overeenkomst van 9 juli 2002. Van deze laatste overeenkomst wordt door [gedaagde] echter betwist dat de heer [T.], die namens hem de overeenkomst zou hebben getekend, vertegenwoordigingsbevoegd zou zijn. Bovendien wordt van deze concept overeenkomst door KIG en Mondial geen nakoming gevorderd. De door KIG en Mondial aangeboden zekerheden, in de vorm van het verschaffen van een bezitloos pandrecht op het reuzenrad en het reserveren van een deel van de koopsom, leveren naar het oordeel van de rechter evenmin nieuwe feiten op die toewijzing van de gevorderde opheffing zouden rechtvaardigen. De aangeboden zekerheden zijn nog onvoldoende. Het aangeboden bezitloos pandrecht kan teveel complicaties geven bij het nemen van verhaal, bijvoorbeeld wanneer het rad wordt vervoerd naar het buitenland om daar op kermissen te worden geëxploiteerd. Het gevorderde sub a en b zal daarom worden afgewezen.

Ten overvloede wordt hier nog aan toegevoegd dat KIG en Mondial geen bewijsstukken in het geding hebben gebracht waaruit blijkt dat er daadwerkelijk een nieuwe geïnteresseerde koper is. Bovendien is door KIG aangevoerd dat de afwikkelingen van een nieuwe koopovereenkomst zo'n 4 tot 6 maanden zouden kunnen duren. Ook deze "nieuwe koper" is dus geen nieuw feit, dat thans opheffing van de beslagen kan rechtvaardigen.

4.2 De tussen partijen gesloten overeenkomst tot verkoop/koop van het reuzenrad van 12 oktober 1999 is zowel door [gedaagde] als door Mondial buitengerechtelijk ontbonden. Voorts heeft [gedaagde] ter zitting in kort geding ondubbelzinnig aangegeven niet terug te willen komen op zijn beslissing om het reuzenrad niet af te nemen. Dit betekent voorshands dat er tussen partijen over en weer ongedaanmakingsverplichtingen bestaan, waaronder de terugbetaling door Mondial van de aanbetaling van DM 3.400.000,- aan [gedaagde]. Deze vordering wordt naar het oordeel van de rechter voorshands niet onaannemelijk geacht. Geenszins is gebleken dat deze vordering door verrekening teniet is gegaan. Wat er ook zij van de schadevordering van Mondial, de vordering tot terugbetaling van DM 3.400.000,- staat naar het voorlopig oordeel van de rechter in die mate vast dat thans niet aan [gedaagde] het recht kan worden ontzegd om ter verzekering van zijn recht op dat bedrag mogelijk nieuwe conservatoire beslagen te leggen. Dit betekent dat ook het gevorderde sub c zal worden afgewezen.

4.3 KIG en Mondial zullen als de in het ongelijk te stellen partij hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten in conventie.

In reconventie

5.1 Voor de vraag of toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding geïndiceerd is, moet de rechter volgens de Hoge Raad niet alleen onderzoeken of het bestaan van een vordering van [gedaagde] op Mondial voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden, welke meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist en daarbij in de afweging van belangen van partijen mede betrekken de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling door Mondial van de toe te wijzen geldvordering.

Hoewel voorshands valt aan te nemen dat Mondial DM 3.400.000,- aan [gedaagde] dient terug te betalen is het naar het oordeel van de rechter echter niet aanvaardbaar om de vordering onder 1 toe te wijzen. Voorlopig lijkt het er sterk op dat dat bedrag alleen kan worden betaald uit de verkoopopbrengst van het reuzenrad. Dat er ook andere activa zijn is niet aannemelijk gemaakt. Intussen maken de door [gedaagde] gelegde beslagen het praktisch onmogelijk om het rad aan een ander te verkopen en om de vordering van [gedaagde] te betalen uit de daarbij te realiseren verkoopprijs. [gedaagde] kan naar het oordeel van de rechter dan ook niet in redelijkheid eisen dat Mondial dit bedrag met spoed betaalt (al dan niet onder voorwaarden). Dit betekent dat het gevorderde onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair zal worden afgewezen. Voorts is het gevorderde onder 1 uiterst subsidiair niet voldoende gespecificeerd. De onderhavige zaak is bovendien te gecompliceerd, vooral voor wat betreft de over en weer geclaimde schadebedragen, om een naar redelijkheid en billijkheid te schatten bedrag toe te wijzen, zodat ook het gevorderde onder 1 uiterst subsidiair zal worden afgewezen.

5.2 Wat betreft het gevorderde sub 2 hebben KIG en Mondial aangegeven bereid te zijn om aan [gedaagde] de vier trailers af te geven, zodat de vordering in reconventie in zoverre zal worden toegewezen. De door [gedaagde] genoemde registratie-/identificatienummers van de trailers zullen in het dictum niet worden overgenomen nu door KIG de juistheid daarvan niet is erkend en op dit punt geen misverstanden moeten kunnen ontstaan. Over die trailers bestaat overigens kennelijk niet of nauwelijks verschil van inzicht.

De rechter ziet wel aanleiding om de gevorderde hoogte van de dwangsom te matigen en zal voorts een maximum aan de te verbeuren dwangsommen verbinden. Dit laat uiteraard onverlet, dat bij voortgaande overtreding van dit kort-geding-vonnis oplegging van hogere dwangsommen kan worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen. Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staat in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.

5.3 Het gevorderde sub 3 is naar het oordeel van de rechter, evenals het gevorderde sub 1 uiterst subsidiair, te ruim geformuleerd en zal dan ook worden afgewezen.

5.4 [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten in reconventie.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

in conventie

1. wijst de vordering af;

2. veroordeelt KIG en Mondial hoofdelijk, zodat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de kosten in conventie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op 193,- euro aan verschotten en 703,- euro aan salaris procureur;

in reconventie

3. gebiedt KIG en Mondial om aan [gedaagde] hun medewerking te verlenen voor het afgeven van een viertal enkelassige trailers (Dercks Tracon), die eigendom zijn van [gedaagde] en zich bevinden op het terrein van KIG/Mondial aan de Bornego 39 te Terband;

4. bepaalt, dat zo KIG en/of Mondial niet aan de veroordeling onder 3 voldoen, zij gezamenlijk aan [gedaagde] een dwangsom verbeuren van 10.000,- euro (tienduizend euro) voor iedere dag dat zij weigeren aan de afgifte hun medewerking te verlenen;

5. verbindt aan de aldus te verbeuren dwangsommen een maximum van 200.000,- euro (tweehonderdduizend euro);

6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7. veroordeelt [gedaagde] in de kosten in reconventie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van KIG en Mondial begroot op nihil verschotten en elk € 351,- euro aan salaris procureur;

8. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 juli 2002.

fn 149