Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AE4770

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
28-06-2002
Datum publicatie
01-07-2002
Zaaknummer
52189/KG ZA 02-156
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Korte Gedingen

Uitspraak: 28 juni 2002

Kort-geding-nummer: 52189/KG ZA 02-156

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

hierna te noemen: [eiser],

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. J.G. Kabalt te Breukelen,

tegen

1. de besloten vennootschap

Mondial Fair Attractions International B.V.,

gevestigd te Terband,

hierna te noemen: Mondial,

procureur: mr. G. Machiels,

advocaat: mr. A. Dijkgraaf te Groningen,

2. de besloten vennootschap

K.I.G. Heerenveen B.V.,

gevestigd te Terband,

hierna te noemen: KIG,

procureur: mr. P.H. Redeker,

advocaat: mr. J. de Boer te Groningen,

gedaagden in conventie,

KIG: eiser in reconventie.

PROCESGANG

[eiser] heeft Mondial en KIG in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 4 juni 2002. Deze zitting is aangehouden voor schikkingsonderhandelingen en voortgezet op 20 juni 2002.

Ter zitting van 4 juni 2002 heeft [eiser] - ten opzichte van de aankondiging in de dagvaarding -de gewijzigde eis aldus geformuleerd dat de rechter bij vonnis - zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren -

primair

1. KIG veroordeelt tot het, binnen 2 x 24 uur na het te wijzen vonnis, meewerken aan de levering van het reuzenrad 50/40 aan [eiser], zulks op verbeurte van een dwangsom van 100.000,- euro voor iedere dag dat KIG in gebreke is;

2. Mondial veroordeelt tot het, binnen 2 x 24 uur na het te wijzen vonnis, verzenden van een factuur voor een bedrag van ad 2.607.588,50 euro en het BTW-bedrag ad 495.441,80 euro en Mondial veroordeelt tot levering van het reuzenrad 50/40 aan [eiser] na ontvangst van de restant koopsom ten bedrage van 1.364.638,- euro incl. BTW van [eiser], zulks op verbeurte van een dwangsom van 100.000,- euro voor iedere dag dat Mondial in gebreke is;

3. Mondial veroordeelt tot, binnen 2 x 24 uur na het te wijzen vonnis, afgifte van een origineel exemplaar, dan wel een gewaarmerkt afschrift van het goedkeuringsrapport van het TÜV aan [eiser], zulks op verbeurte van een dwangsom van 5.000,- euro voor iedere dag dat Mondial in gebreke is;

4. KIG verbiedt het reuzenrad type 50/40, met een diameter van 50 meter, zich (laatstelijk) bevindende aan de Bornego 39 te Terband, gemeente Heerenveen, te verkopen dan wel op enige andere wijze te vervreemden zulks op straffe van een boete van 5.000.000,- euro;

subsidiair (indien geoordeeld wordt dat KIG eigenaar is van het reuzenrad)

1. KIG veroordeelt tot het, binnen 2 x 24 uur na het te wijzen vonnis, verzenden van een factuur voor een bedrag ad 2.607.588,50 euro en het BTW-bedrag ad 495.441,80 euro en KIG veroordeelt tot levering van het reuzenrad 50/40 aan [eiser] na ontvangst van de restant koopsom ten bedrage van 1.364.638,- euro incl. BTW van [eiser], zulks op verbeurte van een dwangsom van 100.000,- euro voor iedere dag dat KIG in gebreke is;

2. KIG en Mondial veroordeelt tot, binnen 2 x 24 uur na het te wijzen vonnis, afgifte van een origineel exemplaar, dan wel een gewaarmerkt afschrift van het goedkeuringsrapport van het TÜV aan [eiser], zulks op verbeurte van een dwangsom van 5.000,- euro voor iedere dag dat KIG en Mondial in gebreke zijn;

uiterst subsidiair

1. althans een zodanige beslissing(en) te nemen als in goede justitie rechtens juist wordt geacht,

met hoofdelijke veroordeling van KIG en Mondial in de kosten van de procedure.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaat, die mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd. Mondial heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring danwel ontzegging van [eiser] in de vordering, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding. KIG heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzing van de vordering danwel tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in de vordering. In reconventie heeft KIG gevorderd dat de rechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

a. opheft de navolgende ten verzoeke van [eiser] gelegde beslagen op het ten processe bedoelde reuzenrad met alle toebehoren, zoals omschreven in de desbetreffende exploten:

1. conservatoir beslag, gelegd door gerechtsdeurwaarder A.J. Beugeling bij exploot d.d. 7 augustus 2001, door voornoemde deurwaarder aan Mondial betekend bij exploot van 10 augustus 2001;

2. conservatoir beslag tot levering/afgifte, gelegd door gerechtsdeurwaarder A.J. Beugeling bij exploot d.d. 7 mei 2002, door voornoemde deurwaarder aan KIG betekend bij exploot van 14 mei 2002;

b. [eiser] verbiedt om opnieuw ten laste of ten nadele van KIG Heerenveen B.V. beslag te doen leggen op het ten processe bedoelde reuzenrad of op enig onderdeel of toebehoren daarvan, zulks op straffe van een dwangsom van groot 500.000,- euro(vijfhonderdduizend euro) voor iedere overtreding en voorts 10.000,- euro (tienduizend euro) voor iedere dag dat een in strijd met de gegeven veroordeling voortduurt, met veroordeling van [eiser] in de kosten in reconventie.

[eiser] heeft in reconventie geconcludeerd tot afwijzing van de reconventionele vordering.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht. Na voortgezet debat hebben partijen op 20 juni 2002 vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1 [eiser] is kermisexploitant. Mondial ontwerpt en vervaardigt kermisattracties, waaronder reuzenraden, en KIG vervaardigt onder andere stalen- en kunststofconstructies en constructies van machines.

1.2 [eiser] heeft met Mondial op 12 oktober 1999 een koopovereenkomst gesloten terzake de aankoop van een reuzenrad type 50/40 (hierna: het reuzenrad) voor de vaste prijs van DM 5.100.000,- (excl. BTW).

1.3 Mondial heeft aan KIG opdracht gegeven om het reuzenrad te vervaardigen. [eiser] heeft reeds een bedrag van DM 3.400.000,- aan Mondial betaald.

1.4 [eiser] heeft bij brief van 1 augustus 2001 gericht aan Mondial de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen.

1.5 [eiser] heeft bij exploot van 7 augustus 2001 ten laste van Mondial conservatoir verhaalsbeslag doen leggen op het reuzenrad en vijf trailers.

1.6 [eiser] heeft bij exploot van 7 mei 2002 ten laste van KIG conservatoir beslag tot levering doen leggen op het reuzenrad en vijf trailers.

1.7 Bij faxbericht van 31 mei 2002 heeft KIG jegens Mondial de buitengerechtelijke ontbinding ingeroepen van de overeenkomst tussen haar en Mondial van 17 januari 2000.

1.8 Op 6 juni 2002 heeft Mondial de buitengerechtelijke ontbinding ingeroepen van de koopovereenkomst van 12 oktober 1999.

1.9 [eiser] heeft bij dagvaarding van 21 augustus 2001 ten aanzien van het onderhavige geschil een bodemprocedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Leeuwarden.

Het standpunt van [eiser]

2.1 [eiser] stelt zich primair op het standpunt dat Mondial eigenaar is gebleven/geworden van het reuzenrad ondanks het door KIG gestelde eigendomsvoorbehoud. Subsidiair stelt [eiser] dat Mondial en KIG misbruik hebben gemaakt van hun identiteitsverschil waardoor getracht wordt het reuzenrad niet te leveren aan [eiser]. [eiser] betwist voorts dat hij het door Mondial gestelde meerwerk van 1.087.182, - euro (incl. BTW) dient te voldoen omdat tussen partijen een vaste koopsom van 5.100.000,- euro (excl. BTW) was overeengekomen. Gelet op het gestelde in conventie is [eiser] van mening dat er geen reden is voor opheffing van het beslag.

2.2 Ter zitting heeft [eiser] aangeboden om tegen levering van het reuzenrad de oorspronkelijke koopsom te voldoen en een bankgarantie af te geven voor het eventueel meer verschuldigde, waarbij Mondial en KIG een contragarantie dienen af te geven.

Het standpunt van Mondial

3.1 Mondial stelt zich op het standpunt er geen herstel van de ontbonden koopovereenkomst kan plaatsvinden als KIG niet bereid is alsnog aan Mondial te leveren en [eiser] niet gelijktijdig het nog te betalen bedrag van 3.116.458,- euro voldoet. Wat betreft het meerwerk stelt Mondial zich op het standpunt dat [eiser] op grond van ongerechtvaardigde verrijking tot betaling gehouden blijft ook al zou een opdracht daartoe ontbreken. Het door [eiser] gestelde misbruik van identiteitsverschil wordt door Mondial betwist. Mondial en KIG zijn juridisch steeds geheel zelfstandig geweest.

3.2 Met het ter zitting gedane bod van [eiser] is Mondial niet akkoord gegaan.

Het standpunt van KIG

4.1 KIG stelt zich op het standpunt dat zij niet gedwongen kan worden om het reuzenrad af te staan aan [eiser]. Het reuzenrad is haar eigendom en tussen haar en [eiser] bestaat geen contractuele relatie. Door te contracteren met Mondial heeft [eiser] dus niet tevens gecontracteerd met KIG. KIG en Mondial werken volstrekt gescheiden. Er is geen sprake geweest van schijnhandelingen waarbij er misbruik is gemaakt van het identiteitsverschil tussen Mondial en KIG. In reconventie stelt KIG dat het door [eiser] gelegde conservatoire beslag tot levering onrechtmatig is. Voor de vordering van [eiser] op Mondial kan [eiser] geen beslag leggen op het eigendom van een derde, te weten haar eigendom.

4.2 Met het ter zitting gedane bod van [eiser] is KIG niet akkoord gegaan onder andere omdat er door het afgeven van een bankgarantie geen geld binnenkomt.

Beoordeling van het geschil

In conventie

5.1 [eiser] heeft de koopovereenkomst van 12 oktober 1999 door middel van een schrijven aan Mondial buitengerechtelijk ontbonden. Hierdoor heeft [eiser] in principe zijn recht verwerkt om alsnog nakoming te vorderen. Los van de vraag of de buitengerechtelijke ontbinding door [eiser] terecht heeft plaatsgevonden twisten partijen over de hoogte van de door [eiser] verschuldigde koopsom, inclusief meerwerk. Wat betreft het meerwerk heeft [eiser] gemotiveerd betwist dit verschuldigd te zijn omdat in de koopovereenkomst van 12 oktober 1999 een vaste koopsom was overeengekomen. Naar het voorlopig oordeel van de rechter is in dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden dat [eiser] niet gehouden is tot betaling van het meerwerk. In de dagvaarding stelt [eiser] dat hij 'voor diverse zaken geen opdracht heeft gegeven'. Hieruit wordt afgeleid dat [eiser] voor bepaalde zaken dus wel opdracht heeft gegeven, zodat hij tot betaling van bepaald meerwerk gehouden is. Dit betekent dat [eiser] mogelijk in verzuim is met de betaling van de koopsom, inclusief het meerwerk, waardoor Mondial de koopovereenkomst op 6 juni 2002 terecht heeft kunnen ontbinden. Dit betekent dat voorshands aannemelijk is geworden dat [eiser] van Mondial geen levering van het reuzenrad kan vorderen. Het ter zitting gedane voorstel van [eiser], om alsnog de slottermijn te betalen en een bankgarantie af te geven voor het meer verschuldigde, zou op zich voldoende zijn geweest om nakoming te vorderen indien niet zou moeten worden aangenomen dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk was ontbonden. In deze procedure moet dit voorstel echter als een nieuw aanbod worden aangemerkt dat door Mondial en KIG niet is geaccepteerd. Voorts is er geen contractuele relatie tussen [eiser] en KIG aannemelijk geworden, zodat [eiser] KIG niet kan verbieden het reuzenrad te verkopen aan derden.

5.2 Uit het voorgaande volgt dat de vordering in conventie zal worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten in conventie.

In reconventie

5.3 Volgens artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de kort-geding-procedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De kort-geding-rechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd.

5.4 Op het reuzenrad en de vijf trailers, welke in opdracht van [eiser] door Mondial bij KIG zijn vervaardigd en waarvoor Mondial de betaling van DM 3.400.000,- heeft aangewend, heeft [eiser] onder andere conservatoir verhaalsbeslag doen leggen ten laste van Mondial. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen is voorshands aannemelijk dat in de bodemprocedure geoordeeld wordt dat de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst rechtens terecht is ingeroepen zodat er een terugbetalingsverplichting zal ontstaan aan de zijde van Mondial. Deze omstandigheid brengt naar het oordeel van de rechter met zich mee dat [eiser] ter verzekering van zijn rechten terecht verhaalsbeslag heeft doen leggen op het reuzenrad ten laste van Mondial, waarbij de rechter er voorshands vanuit gaat dat Mondial, bezien vanuit de contractuele relatie die tussen [eiser] en Mondial bestond, als eigenaresse van het reuzenrad kan worden aangemerkt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat voorzover Mondial vanwege de met [eiser] gesloten overeenkomst aan KIG opdracht heeft gegeven tot het vervaardigen van dat reuzenrad, die fabricage ten behoeve van [eiser] heeft plaatsgevonden en er door [eiser] reeds een deel van de koopsom is betaald, welke (deels) door Mondial aan KIG is doorbetaald.

Het door KIG gestelde eigendomsvoorbehoud staat daarom een beslag ten behoeve van de verhaalsrechten van [eiser] niet in de weg. De vordering in reconventie zal in zoverre dan ook worden afgewezen. De rechter ziet voorts geen aanleiding om [eiser] te verbieden om opnieuw ten laste of ten nadele van KIG beslag te doen leggen op het reuzenrad of op enig onderdeel of toebehoren, zodat de vordering in reconventie ook in zoverre zal worden afgewezen.

5.5 Gelet op hetgeen in conventie is overwogen is de rechter van oordeel dat ten aanzien van het gelegde conservatoir beslag tot levering/afgifte ten laste van KIG summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door [eiser] ingeroepen recht is gebleken, zodat de eis in reconventie in zoverre zal worden toegewezen.

5.6 Omdat KIG en [eiser] zowel deels in het gelijk als deels in het ongelijk worden gesteld zullen hun proceskosten gecompenseerd worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

in conventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van conventie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Mondial en KIG begroot op elk 193,- euro aan verschotten en elk 703,- euro aan salaris procureur;

in reconventie

heft op het ten verzoeke van [eiser] gelegde conservatoire beslag tot levering/afgifte op het reuzenrad met alle toebehoren, gelegd door gerechtsdeurwaarder A.J. Beugeling bij exploot van 7 mei 2002, door voornoemde deurwaarder aan KIG betekend bij exploot van 14 mei 2002;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart het vonnis in reconventie in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van der Meer, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2002.

fn 149