Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9310

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
14-02-2002
Datum publicatie
15-02-2002
Zaaknummer
103535 /CV EXPL 02-408
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector Kanton

Locatie Leeuwarden

VONNIS in kort geding

103535 /CV EXPL 02-408

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. B.J. Souman, Gereformeerd Maatschappelijk Verbond te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap ESTATE B.V.,

gevestigd te (8933 BS) Leeuwarden, Emmaplein 6,

gedaagde,

procederende in persoon bij monde van haar statutair directeur O.W. de Boer.

OVERWEGINGEN

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen [eiser], bij wege van voorlopige voorziening gevorderd om gedaagde partij, hierna te noemen Estate, te veroordelen tot betaling van €euro 3.985,47 met rente en kosten.

Estate heeft bij mondeling antwoord de vordering betwist.

Na de mondelinge behandeling op 7 februari 2002 is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

[eiser] heeft van 11 december 2000 tot medio 2001 gewerkt bij een zusterbedrijf van Estate, Brandaris B.V. Brandaris B.V. heeft als onderneming een scheepstimmerbedrijf, terwijl de onderneming van Estate als onderaannemer in de woningbouw doende is. Estate schakelt wel werknemers in dienst bij Brandaris B.V. in voor haar werkzaamheden.

Tussen [eiser] en Estate bestaat geen schriftelijk overeengekomen proeftijdbeding.

De standpunten van partijen

3. [eiser] stelt dat er niet rechtsgeldig een proeftijd is overeengekomen. Verder werkt hij al sinds 11 juni 2001 voor Estate en heeft Estate de overeenkomst op 24 september opgezegd, derhalve na afloop van een eventuele proeftijd van acht weken. Het ontslag is in strijd met de voor opzegging geldende bepalingen.

4. Het verweer van Estate is dat er een proeftijd is overeengekomen en dat [eiser] heeft toegezegd de arbeidsovereenkomst getekend te retourneren. [eiser] is op 13 augustus 2001 in dienst gekomen zodat Estate zich bij het ontslag op 24 september 2001 tijdig op het proeftijdbeding beroept.

De beoordeling van het geschil

5. Op grond van artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de proeftijd schriftelijk worden overeengekomen. Dit vereiste is per 1 januari 1999 in de wet opgenomen en is van dwingend recht hetgeen betekent dat zonder schriftelijk proeftijdbeding er geen proeftijd geacht wordt te zijn overeengekomen.

6. Het door Estate aan [eiser] gegeven ontslag met de brief van 24 september 2001 is gebaseerd enkel op het door Estate vermeende proeftijdbeding. Bij afwezigheid van een rechtsgeldig proeftijdbeding oordeelt de kantonrechter dit gegeven ontslag in strijd met de voor opzegging geldende bepalingen. De door [eiser] op grond daarvan gevorderde gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 4 BW zal worden toegewezen.

7. Wat er ook zij van het door Estate gevoerde betoog dat [eiser] een getekend arbeidscontract zou retourneren, het weerlegt niet de stelling van [eiser] dat hij het arbeidscontract (nog) niet tekende omdat daarin evenals in het arbeidscontract met Brandaris B.V. een proeftijdbeding stond, naast andere bezwaren van [eiser] tegen de inhoud van het arbeidscontract.

8. Als in het ongelijk gestelde partij zal Estate worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser].

BESLISSING in kort geding

De kantonrechter:

veroordeelt Estate tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot €euro 3.985,47 (zegge: drieduizendnegenhonderdvijfentachtig euro 47 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 7:680 lid 7 BW vanaf 24 september 2001 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Estate in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op euro€ 450,00 wegens salaris en op €euro 229,56 wegens verschotten.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2002 (bij vervroeging) in tegenwoordigheid van de griffier.